Beeld © Rosa Snijders

Altijd online, voor eeuwig vastgelegd

Terwijl ons openbare en sociale leven zich al ruim een jaar voor een groot deel digitaal afspeelt, en meetings vrijwel achteloos worden opgeslagen, gearchiveerd en gedeeld, doen er steeds meer ‘versies’ van onszelf de ronde. We hebben steeds minder grip op wat er over ons de ronde doet. Zou een losser, vluchtiger omgang met onze digitale aanwezigheid niet te prefereren zijn?

‘Vind je het goed als ik het opneem?’ Het is bijna een retorische vraag geworden, nu elke bijeenkomst, van teamvergadering tot les, van boekpresentatie tot lezing, op zijn minst een digitale pendant heeft. Het lijkt alsof iedereen het afgelopen jaar de record-knop heeft gevonden en het adagium volgt dat als het kán, het ook moet.

Nu we langzaam (en voor zolang het duurt) beginnen te wennen aan een hybride realiteit, wil ik deze vraag graag ontdoen van haar retorische aard. ‘Of ik het goed vind dat het wordt opgenomen?’ Nou, laat me daar eens een boom over opzetten.

‘You are consenting to being recorded. Leave meeting or Continue

De digitale les moest eerst worden opgenomen, toen mocht dat niet vanwege privacy, later toch wel. Zelfs vergaderingen worden opgenomen – alsof die ene persoon die er niet bij kon zijn daadwerkelijk een video zal terugkijken en niet veel liever een A4’tje met notulen ontvangt. Of je sluit aan bij een online event en de omineuze notificatie verschijnt in beeld: This meeting is being recorded. By continuing to be in the meeting, you are consenting to being recorded. Leave meeting or Continue. Ook als spreker bij zulke events heb je het nakijken, zelfs als je het zult hebben over de ethische problemen van dataïsme, privacy of surveillance-technologie.

Siri, toon me een keuze die geen keuze is. 

Een eerste, makkelijk argument om mijn ‘Nee!’ te stutten, is duurzaamheid. Stel je al die serverruimte voor die verbruikt wordt met nutteloze opnames! Streamen is sowieso slecht voor het milieu, kostte een aflevering Netflixen niet evenveel energie als een jaar lang een oude koelkast laten brommen? (Daarover is men het niet eens.) En dan de redundantie! Eén keer een verhaal over data en ethiek (ik heb het nu over mezelf), oké, twee keer, nou vooruit, maar drie, vier, vijf vergelijkbare opnames?

"Ik krijg er een soort omgekeerde FOMO van: geen fear of missing out, maar angst om altijd overal aanwezig te zijn"

Organisaties bieden via hun YouTube-kanalen of OneCloud-archieven met uren aan content zicht op een dubbel- of driedubbelleven, waarin je alles kunt bijwonen wat je wilt. Maar de neiging om alles wat gestreamd kan worden direct op te slaan tot in de eeuwigheid, werkt me op de zenuwen. Ik krijg er een soort omgekeerde FOMO van: geen fear of missing out, maar angst om altijd overal aanwezig te zijn. Niet alleen nu maar ook straks en ooit.

Begrijp me niet verkeerd, ook ik bekijk (en geef) met regelmaat online lezingen of interviews. Wie is er tegenwoordig niet groot geworden met een TED-talk hier en daar? Maar er is een verschil tussen een zorgvuldig gecureerd en geproduceerd aanbod en het automatisch toevoegen van elke stream aan een uitpuilende catalogus van materiaal.

Moedwillig aan de vergetelheid prijsgegeven

Behalve redundantie, die ook zorgt voor slechte vindbaarheid, betekenen al die beelden een offer van intimiteit. Juist de eenmaligheid van een bijeenkomst kan een band tussen de aanwezigen smeden. Laat me een persoonlijk voorbeeld geven. In de eerste lockdown woonde ik een boekpresentatie bij waar een performance plaatsvond. Een man sprak in de camera van zijn smartphone, hij hield een ‘talking stick’ vast.

‘Ik ga het haar nu bekennen,’ zei hij en draaide de telefoon om naar zijn vrouw die verwachtingsvol opkeek. Maar tijdens het draaien viel ook het geluid weg, of was dat soms de bedoeling? We zagen de stok bewegen maar hoorden niet wat er gezegd werd, we zagen het gezicht van de vrouw betrekken. De chat stroomde vol met bezorgde berichten. Ik zat ondertussen te grinniken, want het was de presentatie van mijn eigen boek en ik had gehoopt op een portie ontwrichting (al wist ik van tevoren niet dat het geluid zou wegvallen). 

Deze ietwat particuliere anekdote is niet te verifiëren op YouTube, er staan geen gigabytes van op mijn harddrive en de mensen die erbij waren, zullen er ieder een ander verhaal over vertellen (de chat à 23KB heb ik nog wel). De gebeurtenis is moedwillig prijsgegeven aan de vergetelheid, want zo belangrijk is het nou ook weer niet om een veredelde borrel op te slaan die vroeger – lees: anderhalf jaar geleden – gewoon was gekomen en gegaan.

Zou de performance van het echtpaar, gestreamd vanuit de intimiteit van hun privéwoning, ook hebben plaatsgevonden als ze wisten dat die zou worden vastgelegd? Of had mijn gast dan een andere invulling gegeven aan mijn verzoek om ‘iets te zeggen’ bij deze gelegenheid?

Bij een vlootschouw op de basisschool kwam ik bovendrijven als zorgwekkend

Andere presentatie, ander voorbeeld. Dit voorjaar hield ik een inleiding bij de online boeklancering van Datamacht en tegenkracht van Kathalijne Buitenweg. Ik twijfelde of ik iets zou vertellen over mijn vroegste herinnering aan profilering en categorisering door data, opgedaan ruim voor de opkomst van zoiets als dataïsme. Bij een soort vlootschouw op de basisschool kwam ik bovendrijven als zorgwekkende leerling, want geboren in het buitenland ✓, alleenstaande moeder ✓, bijstandsniveau ✓.

Hoe het precies zat weet ik niet meer, er was iets met meters en ik liep er een paar achter. Raar vonden we het, mijn moeder en ik, het was vervreemdend en zeker niet grappig, want blijkbaar was mijn situatie gevaarlijk (dat was ze trouwens ook, maar dan omdat de vreemdelingenpolitie die buitenlandse bijstandstrekker met haar kinderen dreigde terug te sturen naar waar ze vandaan kwam). Tegelijk had ik geluk, want de meester schoof het lot dat zo helder in mijn gegevens stond geschreven, resoluut terzijde (en op het nippertje vond mijn moeder werk en mochten we blijven).

"Überhaupt wil ik dit niet met YouTube delen. Net zomin als mijn gezicht, mijn gebaren, mijn stem en woordkeus"

Zijn die meters nog ergens terug te vinden? Ik heb er nooit meer iets over gehoord. Het kwam goed, zal ik maar zeggen. Weer een particuliere en onverifieerbare anekdote dus, een beetje suf en anticlimactisch. Maar dat was niet de reden om haar niet te vertellen. Het was ook niet omdat ik die persoonlijke informatie niet wil delen – ik schrijf het hier immers op. Ik wil dat alleen niet doen met willekeurig wie die over vijf of tien jaar die video op YouTube tegenkomt. Überhaupt wil ik dit niet met YouTube delen. Net zomin als mijn gezicht, mijn gebaren, mijn stem en woordkeus, al die dingen die zonder nadenken of overleg gratis aan het platform worden overgedaan.

Vergeten aan de achterkant

Het Europese recht kent sinds 2014 het ‘right to be forgotten’, zoals Artikel 17 van de AVG in de wandeling bekend staat. Zoals Wikipedia het uitlegt, zorgt dat recht ervoor dat individuen zich op een autonome manier kunnen ontwikkelen, zonder met voortduring gestigmatiseerd te hoeven worden vanwege bepaalde dingen die ze in het verleden gedaan of gezegd hebben.

Is dat het? Zou het helpen als ik de video na afloop zou kunnen verwijderen? Niet echt: mijn reputatie staat niet op het spel, bovendien vind ik dat ik daar niet alleen over ga. Het hoeft ook niet wég. Ik wil vooral de kans behouden om zo’n anekdote zelf te delen zonder dat die altijd al gedeeld is. Zoals ook de video-opname tegenwoordig al gedeeld is voordat het laatste woord is uitgesproken.

Onderzoeker Paulan Korenhof verbindt in een doorwrochte studie de portee van Artikel 17 aan de notie van narratieve identiteit. ‘Narratief’ verwijst in dit geval niet zozeer naar het verhalende aspect, maar naar de ontwikkeling van identiteit door de tijd heen. Het recht op vergetelheid (een metafoor waar Korenhof trouwens afstand van neemt) is er om de mogelijkheid van zo’n soort ontwikkeling meer in de hand te leggen van degene aan wie de identiteit toebehoort.

Zijn de opgehaalde data dan niet al lang en breed verwerkt en verspreid door allerhande applicaties?

Hij wijst erop dat identiteit weliswaar altijd in groepsverbanden ontstaat, en niet in de laatste plaats aan de hand van informatie die anderen over jou hebben. Maar juist omdat anderen zo’n grote rol spelen, is de autonomie van het subject belangrijk. Als anderen jou profileren met categorieën of ‘meters’, wordt de mogelijkheid van een eigen inbreng in het narratief noodzakelijk.

Korenhof stelt dat het recht op vergetelheid een counter-techniek kan zijn. Maar die is dan wel moeilijk hanteerbaar, aangezien je haar pas achteraf kunt inzetten. En hoe zit het eigenlijk met vergeten ‘aan de achterkant’? Facebook, YouTube, Zoom of Microsoft: vergeten zij echt of zijn de opgehaalde data al lang en breed verwerkt en verspreid door allerhande applicaties? Kunnen we niet beter vooraf zorgen dat er niets is om te hoeven vergeten?

Mijn weerstand tegen automatische opslag, mijn omgekeerde FOMO, heeft dus te maken met controle, niet alleen achteraf maar juist ook vooraf. Het lijkt soms zinloos om nog controle na te streven in het digitale domein – al denk ik eerlijk gezegd dat alles willen bewaren van meer controledrang getuigt dan wanneer je moeiteloos dingen weggooit.

Misschien heeft het dan ook eerder te maken met een verlangen naar controleverlies, maar dan wel voor alle partijen. Als je weet dat iets niet wordt bewaard, is de controle makkelijker los te laten en kan er dus iets ontstaan dat niet gepland was, of een intieme anekdote gedeeld worden. (Dit kan ook problematisch uitpakken en ruimte scheppen voor de verspreiding van haat en nepnieuws. Maar ik zou kwaadaardige content liever wijten aan de mensen die haar produceren dan aan de vluchtigheid van een medium.) 

De enorme push naar het gebruik van technologie die zich sinds de pandemie – volkomen begrijpelijk – heeft voorgedaan, moeten we nu beginnen terug te duwen, voordat die echt is uitgegroeid tot ‘nieuw normaal’. Geen retorisch ‘Ja, natuurlijk’, maar ‘Nee, tenzij’. Wie weet blijven de dingen die wél bewaard moeten worden en die nu te makkelijk verdrinken in de datastroom, dan ook beter in zicht. Zoals de overvloed aan data die in het kader van terrorismebestrijding werd opgehaald, juist het zicht op bruikbare informatie belemmerde.

De verantwoordelijkheid daarvoor ligt niet alleen bij de platformen, bij de EU, bij de datasprokkelaars of bij degenen die eigenlijk niet willen klikken op ‘Continue’ maar de meeting om wat voor reden dan ook niet kunnen verlaten. Ze begint bij ons allemaal.