Witteboordencriminaliteit wordt veronachtzaamd, terwijl daar absurd veel geld in omgaat. Lees meer

Dankzij de talloze belastingverdragen met andere landen is Nederland in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een van de voornaamste belastingparadijzen op aarde.

 

Niet alleen lopen de geldstromen van de grootste bedrijven op aarde langs de Amsterdamse Zuidas, ook is de Nederlandse wet- en regelgeving zeer geschikt voor fraudeurs en witwassers. Tegelijkertijd is door onderbezetting in het opsporingsapparaat de pakkans voor deze financiële misdaden minimaal. FTM gaat op zoek naar de witteboorden die hun diensten verlenen aan criminelen, onderzoekt waarom de politiek geen hardere maatregelen neemt en hoe het ‘woud’ aan onderzoeksinstanties beter zou kunnen functioneren.

19 artikelen

© Follow the Money

Ambtenaar Justitie kraakt berekening witwascijfers

De officiële schatting is dat er in Nederland jaarlijks 16 miljard euro wordt witgewassen. Maar volgens criminoloog, witwasexpert én justitieambtenaar Edwin Kruisbergen rammelt die raming aan alle kanten. Hij pleit voor een nuchtere aanpak, gebaseerd op feiten.

0:00

Dat er in Nederland jaarlijks zo’n 16 miljard euro wordt witgewassen is ‘vrijwel volledig gebaseerd op slagen in de lucht’. Dat schrijft Edwin Kruisbergen, ambtenaar van het ministerie van Justitie, in het nieuwste nummer van Justitiële verkenningen

De raming is afkomstig van econoom Brigitte Unger die, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van datzelfde ministerie, onderzoek deed naar de aard en omvang van criminele bestedingen. 

De openlijke kritiek van Kruisbergen – criminoloog en witwasexpert – op het werk van Unger is opvallend, omdat Justitiële verkenningen het wetenschappelijk tijdschrift is van het WODC. Criminoloog Petrus van Duyne uitte op Follow the Money al eerder zijn twijfels bij Ungers schattingen. Daar komt nu dus kritiek bij vanuit het wetenschappelijke hart van het ministerie van Justitie. 

‘Verwoestend en ontwrichtend’

Hier speelt meer dan een theoretische discussie tussen een criminoloog en een econoom. Hoewel Unger zelf ook stelt dat het om schattingen gaat, gebruiken veel beleidsmakers die alsof het harde feiten zouden zijn. 

Ungers cijfers duiken op in talloze rapporten (bijvoorbeeld in De achterkant van Amsterdam van Pieter Tops en Jan Tromp over ondermijning) en zijn een eigen leven gaan leiden. Volgens Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen (VVD) ‘circuleert een ongelofelijke hoeveelheid drugsgeld in ons land. Dat geld is verwoestend en ontwrichtend’. Dit alles schetst een beeld van zeer bedreigende ondermijning.

Van de geschatte 16 miljard euro die jaarlijks in Nederland zou worden witgewassen, vindt de overheid maar een fractie. In december beschreef Follow the Money nog hoe moeilijk het is om crimineel geld te plukken. 

Ungers cijfers duiken op in talloze rapporten en zijn een eigen leven gaan leiden

De vragen hoeveel geld er in Nederland wordt witgewassen en hoe betrouwbaar die cijfers zijn, zijn dus politiek zeer relevant. Juist daarom is het volgens Kruisbergen van belang om feiten en fabels uit elkaar te houden. In zijn artikel fileert hij de schattingen van Unger. 

Geen empirische basis

Met een geschatte omvang van zo’n 10 miljard euro vormt fraude volgens Unger de grootste categorie. ‘Fraude’ is een enorme vergaarbak voor van alles. Omdat er geen betrouwbare data zijn, is er voor die 10 miljard euro geen empirische basis. En let wel: dit gaat om geld dat al in de bovenwereld zit, niet om ‘ondermijnend’ geld uit de onderwereld.

Over de miljarden die omgaan in de onderwereld zijn meer data beschikbaar, maar ook hier zijn de schattingen zeer wankel, betoogt Kruisbergen. 

De berekeningen van Unger zijn gebaseerd op de methode van John Walker, een Australische consultant. Die publiceerde in 1995 een rapport over de omvang van het witwassen in Australië. Hij vroeg experts naar de pakkans voor verschillende delicten, naar de opbrengst van die delicten, en naar de witwasbehoefte (niet alle inkomsten hoeven te worden witgewassen).

Kruisbergen heeft de oorspronkelijke publicatie van Walker erbij gepakt. Daarin staat letterlijk: ‘Police officers’ responses were mostly at the “pure guess”/“educated guess” level.’ Die getallen – die dus niet meer zijn dan nattevingerwerk van Australische experts van een kwart eeuw geleden– past Unger, omgerekend, toe op Nederland. 

Die getallen – nattevingerwerk van Australische experts van een kwart eeuw geleden– past Unger toe op Nederland

Unger en haar collega’s becijferen vervolgens hoe aantrekkelijk een land is voor witwassers. Ze gebruiken daarvoor een model dat onder meer is gebaseerd op de omvang van de economie van een land, de omvang van de financiële sector en de mate van corruptie. De gedachte is dat criminelen hun geld het liefst willen witwassen in een economie met grote legale geldstromen, zodat het minder opvalt. En hoe minder corrupt een land is, hoe efficiënter en voordeliger. 

Uit het model komen resultaten die op het eerste gezicht soms vreemd zijn. Zo becijfert het bijvoorbeeld dat de jaarlijkse witwasbehoefte in Noorwegen 16,3 miljard euro is, en in Mexico slechts 6,3 miljard. Het lijkt onwaarschijnlijk dat er in narcostaat Mexico minder behoefte bestaat om miljarden wit te wassen dan in het keurige Scandinavische land. Noorwegen zou (na Luxemburg) ook het meest aantrekkelijke land zijn voor Nederlandse witwassers, omdat het rijk is, een grote financiële sector heeft, en niet corrupt is.

‘Model zonder valide voeding’

‘Voor zover ik weet, neemt Noorwegen niet bepaald een prominente plek in in Nederlandse opsporingsonderzoeken naar witwassen,’ schrijft Kruisbergen onderkoeld. ‘Het roept prangende vragen op: is Noorwegen inderdaad een grote, onbekende witwasmagneet, en zo ja, hoe komt het dat de opsporing dat (voor zover ik kan beoordelen) grotendeels is ontgaan, of is het eerder zo dat de hoge plaats van Noorwegen vooral het gevolg is van een model dat, door het ontbreken van valide, inhoudelijke voeding, niet in staat is om te doen waarvoor het is gemaakt: het voorspellen van waar witwasgeld heengaat?’ 

‘Het roept prangende vragen op: is Noorwegen inderdaad een grote, onbekende witwasmagneet?’

Problematisch is ook dat synthetische drugs (zoals XTC en speed) ontbreken in Walkers model uit 1995, terwijl die inmiddels een belangrijk onderdeel van de Nederlandse drugsmarkt vormen. Zo becijferde Pieter Tops in 2018 de omzet van synthetische drugs op 18,9 miljard euro. Dat laat zich niet rijmen met het werk van Unger, die de totale witwasbehoefte uit drugs schat op jaarlijks 3 miljard euro. Kortom: niemand weet het.

Het is logisch dat beleidsmakers willen weten hoe groot het probleem is. Maar, stelt Kruisbergen: ‘De vraag hoeveel misdaadgeld er in totaal in Nederland wordt witgewassen is, in die vorm en bij de huidige stand van kennis, niet te beantwoorden en daarmee onzinnig.’ 

Hoe belangrijk is dat getal?

Tegenover Follow the Money benadrukt Kruisbergen dat hij het probleem van criminele geldstromen en witwassen erkent: ‘We moeten accepteren dat we sommige dingen gewoon niet kunnen weten: het blijft ten slotte misdaadgeld. Ik wil overigens echt benadrukken dat ik geen kritiek heb op de hoogte van de schattingen. Ik weet zelf ook niet of het meer of minder is dan 16 miljard. De vraag is hoe belangrijk dat getal is. Stel dat het 5 miljard is. Of juist 30 miljard. Gaan we dan ander beleid maken?’ 

De criminoloog pleit ervoor om het klein te houden. Stop met de algemene vraag en probeer het eerst voor een specifiek soort misdaad – hennepteelt, phishing-aanvallen, mensenhandel of btw-fraude – zo gedetailleerd mogelijk in kaart te brengen. Dat is een vruchtbaarder aanpak, vindt Kruisbergen.

‘De vraag hoeveel er wordt witgewassen is niet te beantwoorden en daarmee onzinnig’

Brigitte Unger reageert aan de telefoon laconiek op diens polemiek: ‘Het is dezelfde kritiek die er tien jaar geleden ook al was, het is niets nieuws. Alles wat hij aan kritiek heeft, heeft hij van ons. In onze eerste studie uit 2006 staat al expliciet wat de aannames zijn, en expliciet dat er geen goede statistieken zijn.’

Dat politici en journalisten aan de haal gaan met haar getallen en ze als feiten gebruiken, daar kan Unger niet veel aan doen, zegt ze. ‘Ik schatte de omvang zelf in 2006 tussen de 18 en 25 miljard, de minister maakte daar 18 miljard van.’ 

Over het werk van Pieter Tops (die alleen al de markt voor synthetische drugs op 18,9 miljard euro schatte) is ze diplomatiek: ‘Ik heb nooit gekeken hoe Tops dat heeft berekend. Het lijkt mij een beetje hoog.’ 

Kleine jongens

Unger wijst erop dat dat er nu eenmaal geen betrouwbare gegevens zijn over misdaad, fraude en witwassen. ‘In plaats van te zeuren over de modellen van economen moeten de criminologen zélf betere statistieken produceren.’ 

Criminologen vinden nooit meer dan hoogstens een paar 100 miljoen euro misdaadgeld: ‘Zij zien alleen de kleine jongens,’ zegt Unger. ‘Ze kijken naar het zichtbare puntje van de ijsberg, wij economen proberen te berekenen hoe groot de ijsberg onder water is. Daarvoor hebben we goede statistieken nodig, maar die kunnen de criminologen niet leveren. Witwassen is echt een groot probleem, dat weten we uit de Panama Papers en de Paradise Papers. Voor beleidsmakers is de vraag: moet ik iets doen? Bij 200 miljoen euro niet, bij 18 miljard wel.’

‘In plaats van te zeuren over de modellen moeten de criminologen zélf betere statistieken produceren’

Het economisch model dat het fundament vormt voor het onderzoek van Unger werd ontworpen door de legendarische econoom Jan Tinbergen. Criminologen mogen daar dan sceptisch over zijn, Unger en haar collega’s publiceerden in 2020 op basis van nog meer data een artikel waarin ze schattingen van witwasstromen over de hele wereld in kaart brachten. Dat verscheen in Scientific Reports van de wetenschappelijke uitgeverij Nature.

Ook al voorspelt haar model soms vreemde dingen – Noorwegen als favoriet witwasland – Unger gelooft er heilig in: ‘Wat trekt geld aan? Ik vertrouw op het model, ook als er een land uitkomt dat je niet verwacht. Toen we Vaticaanstad noemden zei ook iedereen dat je de paus toch niet van witwassen kan beschuldigen. Daarna kwam er in 2014 een enorm witwasschandaal in het Vaticaan naar buiten.’ 

En Noorwegen mag dan een keurige reputatie hebben – een nette zevende plek op de Corruption Perceptions Index van Transparency International – het kwam in 2016 wel uitgebreid voor in de Panama Papers. Daar komt bij dat een Noorse bank vorig jaar nog een stevige boete kreeg voor het overtreden van witwaswetgeving. Dat zijn mooie voorbeelden van wat het model kan opleveren.

Ook al voorspelt haar model soms vreemde dingen – Noorwegen als favoriet witwasland – Unger gelooft er heilig in

Aan de andere kant: Unger gebruikt een macro-economisch model dat wereldwijd de omvang becijfert van foute geldstromen tussen 181 landen. Het is onvermijdelijk dat daar landen tussen zitten waar grote witwasschandalen of fraudes aan het licht komen. Dat zegt nog steeds weinig over de voorspellende werking van het model. 

Over één ding zijn Kruisbergen en Unger het in elk geval wél eens: er moeten betere misdaadstatistieken komen. Kruisbergen: ‘Georganiseerde criminaliteit en de verdiensten die daarmee gepaard gaan, zijn een reële bedreiging voor onze rechtsstaat. Fenomenen, daders, facilitators en gelegenheidsstructuren verdienen alle aandacht. Maar laat dat alsjeblieft serieuze aandacht zijn.’