Belastingontwijking: leuker kunnen ze het op de Zuidas niet maken. Wel makkelijker. Lees meer

Er bestaat een wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten en ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden.

 

Schrijver en journalist Oliver Bullough doopte deze wereld ‘Moneyland’ en schonk ons daarmee een fantastisch concept om de schimmige offshore-wereld beter te begrijpen. Follow the Money zoekt uit welke rol Nederland speelt bij het doorgeleiden van schimmige en ongeoorloofde geldstromen. Welke bankiers, fiscalisten en advocaten steken corrupte regimes, fraudeurs en oligarchen de helpende hand toe?

49 Artikelen

Beeld © Johanna Walderdorff

Amerikaanse lobby torpedeerde invoering hogere belasting voor multinationals

Een bijheffing over geldstromen die nauwelijks belast in belastingparadijzen eindigen? Mooi niet, dacht de American Chamber of Commerce. Namens honderden multinationals zorgde de lobby van AmCham ervoor dat de Europese anti-belastingontwijkingsmaatregel in Nederland geheel verwaterde.

Dit stuk in 1 minuut
  • Het vijfde artikel in deze tweede serie over de American Chamber of Commerce (AmCham) gaat opnieuw in op de inhoudelijke lobby van de club die in Nederland een groot deel van het Amerikaanse bedrijfsleven vertegenwoordigt. 
  • Centraal in deze aflevering staat een anti-belastingontwijkingsmaatregel die moest voorkomen dat moedermaatschappijen in landen met ‘normale’ belastingtarieven hun dividenden, rente- en royalty-opbrengsten stallen bij dochters in landen die weinig tot geen belasting heffen.
  • EU-landen konden deze regel op twee manieren invoeren: aan de hand van een streng en een veel minder streng model. Tegen de zin van AmCham was Nederland van plan te kiezen voor het strengere model. Documenten die zijn opgevraagd onder de Wet openbaarheid van bestuur laten zien hoe AmCham er met haar lobby voor heeft gezorgd dat daar weinig van terecht is gekomen.
  • Vorig jaar zijn 137 landen overeengekomen om een wereldwijde minimumbelasting te introduceren, als een supervariant van het strenge model. Hoe die minimumbelasting in Europa precies zal worden ingevoerd, is echter nog onduidelijk. Wacht een herhaling van (lobby)zetten?
Lees verder

Werk aan de winkel, wist de American Chamber of Commerce toen de Tweede Kamer op 17 november 2016 met een kleine meerderheid een motie van Ed Groot (PvdA) aannam als onderdeel van het Belastingplan 2017

Groot had de Kamer ervan weten te overtuigen dat Nederland in het kader van de eerste Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD 1) moest kiezen voor het zogeheten CFC Model A – niet Model B. Alleen dat eerste model kon het kunstmatige schuiven van winsten naar belastingparadijzen door multinationals een halt toeroepen. 

Namens het Amerikaanse bedrijfsleven ageerde lobby-organisatie AmCham het afgelopen decennium fel tegen richtlijnen van de OESO en de EU bedoeld om belastingontwijking aan banden te leggen. Lang niet altijd met succes, maar de Europese CFC-maatregel wist AmCham wel naar haar hand te zetten, blijkt uit documenten van de ministeries van Financiën en Economische Zaken.

De maatregel voor Controlled Foreign Companies (CFC’s) moest voorkomen dat moedermaatschappijen in landen met ‘normale’ belastingtarieven hun dividenden, rente- en royalty-opbrengsten stallen bij dochters (CFC’s) in landen die weinig belasting heffen, om zo hun belastbare inkomen te drukken. Hoe? Door belastingdiensten in de moederlanden te laten bijheffen. Als bijvoorbeeld een moedermaatschappij in Nederland inkomsten zou overhevelen naar een brievenbusdochter op Bermuda – dat geen winstbelasting heft – dan zou de fiscus hier het verschil met het Nederlandse tarief van de vennootschapsbelasting alsnog belasten. 

Onenigheid in Europa 

Dat was althans de basisgedachte. De CFC-regel zorgde onder EU-landen voor onenigheid. De meeste landen pleitten voor streng beleid, enkele andere juist niet. Er moest een compromis komen omdat unanimiteit vereist was om de Europese richtlijn uit te onderhandelen. Lidstaten kregen de keuze tussen een sterke en een zwakke regeling: tussen Model A en Model B. In een notendop: Model A stelt belastingdiensten inderdaad in staat bij te heffen, Model B zorgt enkel voor een juiste toepassing van de verrekenprijsregels. Aangezien die regels in Nederland al lang van kracht waren, was Model B niets waarvan het bedrijfsleven hier wakker zou liggen.  

‘B doet niks. Als we dit keuzemodel invoeren, hebben we over een paar jaar nieuwe Panama Papers’

Toen dit speelde, in de eerste helft van 2016, was Nederland voorzitter van de EU. Jan van de Streek, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit Leiden, heeft de onderhandelingen over de richtlijn (ATAD) destijds op de voet gevolgd en hieromtrent ook stukken gewobd. ‘Er zijn documenten waarin beleidsambtenaren min of meer zeggen: “B doet niks. Als we dit keuzemodel invoeren, hebben we over een paar jaar nieuwe Panama Papers.” Sommige landen, zoals Oostenrijk, wilden alleen maar A hebben, want met de mogelijkheid om voor B te kiezen is het wachten op nieuwe ellende.’

In februari 2016 – toen de eerste gesprekken in Brussel over ATAD net op gang waren gekomen – had AmCham op het ministerie van Financiën al kenbaar gemaakt dat de CFC-maatregel weleens erg ongelukkig zou kunnen uitpakken voor haar leden. Ruim een jaar later meldt de voorzitter van AmChams Tax Committee, Arjan van der Linde, telefonisch aan ambtenaren dat ‘bij de implementatie van de CFC-regel het wegmixen van passief inkomen met actief inkomen in laagbelaste dochtermaatschappijen mogelijk zou moeten blijven’. Met andere woorden: het ministerie moet niet gaan tornen aan de mogelijkheid om rente-, royalty- en dividendinkomsten in de boeken ‘te laten verdwijnen’, zodat die niet kunnen worden belast. 

Dergelijke boodschappen blijft de lobbyclub tegenover het ministerie herhalen, met als aanvullend argument dat nieuwe, vergelijkbare belastingwetgeving in de VS zou kunnen zorgen voor dubbele heffingen. In de VS en ook in Canada wacht men op dat moment met veel onrust af welke invulling Nederland aan de CFC-maatregel zal geven. Zo krijgt de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA, onderdeel van Economische Zaken) op handelsmissie in de VS te horen dat Amerikaanse bedrijven er erg beducht voor zijn dat hun rente- en royaltystromen tweemaal worden belast: ‘De primaire reactie is telkens of NL zich voldoende realiseert wat de effecten van de US tax reform zijn en [of Nederland] daar gepast mee om zal gaan.’

In zekere zin zou je kunnen stellen dat bedrijven zich met hun gewiekste structuren in de nesten hebben gewerkt. Het fiscale feest – dat lang heeft geduurd – wordt immers bruut verstoord zodra verschillende landen gelijktijdig gaan broeden op tegenmaatregelen. De oproep van het Amerikaanse bedrijfsleven aan Nederland is dus om te handelen, niet in de geest van de Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijn of naar eigen inzicht, maar naar de reikwijdte van het nieuwe, vergelijkbare belastingbeleid van de Amerikaanse Treasury.  

Schep er bovenop

Als duidelijk wordt dat het ministerie minder geneigd is om het zwakke Model B te omarmen dan AmCham zou willen, doet de lobbyclub er in januari 2018 een schep bovenop. Slechts één week na kennismaking met Menno Snel op zijn departement – een gelegenheid waarbij AmCham al meteen haar beklag doet over de CFC-maatregel – zet zij de nieuwe staatssecretaris onder druk met een uitgebreid position paper. Daarin zet de lobbyclub nog maar eens uiteen wat er met Model A op het spel staat.  

Volgens AmCham (alsook de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs) is dat model veel te breed opgezet: het zorgt voor belastingheffing over inkomensstromen die nauwelijks samenhangen met de Nederlandse thuismarkt, voor dubbele heffing, voor ‘grove overkill’ en voor uitholling van de deelnemingsvrijstelling (zie kader ‘Switchover clausule afgeketst, deelnemingsvrijstelling houdt stand’). De deelnemingsvrijstelling ziet AmCham als een ‘unique selling point’ voor Amerikaanse bedrijven om toch in Nederland te investeren na afschaffing van de cv/bv-structuur. Dat was een constructie die Amerikaanse multinationals gevestigd in Nederland decennialang in staat stelde belasting op royalty’s en dividenden te omzeilen.

Enkele (aan elkaar geplakte) mails en documenten uit de periode januari-maart 2018 die laten zien hoe AmCham lobbyt voor CFC Model B.

Arjan van der Linde stuurt de position paper (‘gebruik naar eigen inzicht’) naar Jan en alleman binnen Financiën, en naar het agentschap voor buitenlandse investeringen NFIA, waarmee AmCham nauwe banden onderhoudt. Een medewerker van de NFIA stelt zijn baas Jeroen Nijland in kernachtige zinnen op de hoogte. ‘Stas [staatssecretaris van Financiën] is van plan schoon schip te maken rond discussie ‘Nederland belastingparadijs’.’ 

‘MinFin denkt optie A zodanig uit te kunnen werken dat de schade zoveel mogelijk beperkt wordt.’ 

‘Landen om ons heen kiezen voor Model B. Nederland dreigt ook op dit vlak dus braafste van de klas te worden door voor Model A te kiezen.’

‘Tijdens internetconsultatie over wetsvoorstel waren vrijwel alle reacties gericht op keuze van optie B.’ 

‘AmCham tax-directors waren verbluft over de voorgenomen keuze van de Stas, die ze in recent gesprek [de kennismaking] met hem te horen hadden gekregen. En voeren de lobby nu dus op met dit position paper.’  

Enkele dagen later mailt Van der Linde er achteraan: ‘Sturen jullie [de position paper] ook naar de minister [van Economische Zaken, Eric Wiebes]? We kennen ’m natuurlijk nog goed uit z’n vorige job, maar indien gewenst komen we e.e.a. graag nog eens uiteenzetten!’

Nog weer een week later vraagt hij aan AmChams voornaamste contactpersoon binnen de NFIA om de contactgegevens van een ambtenaar bij Economische Zaken. ‘De voorzitter van de AmCham Tax Committee, Arjan van der Linde, wil graag met je in contact komen. Vermoed dat hij je wil spreken over optie A versus B,’ mailt de NFIA’er naar zijn collega bij EZK. ‘Lijkt mij goede zaak, zo’n overleg,’ antwoordt een andere NFIA’er die de mail ook ontving. De lobbyist en de ambtenaar hangen de volgende dag al met elkaar aan de lijn, maar wat hier uitkomt valt in de Wob-stukken niet te lezen.  

Opdat ook de vaste Tweede Kamercommissie voor Financiën doordrongen is van de ernst van de situatie, deelt Van der Linde eind februari in een mail aan commissielid Helma Lodders (VVD) nog een aantal ferme beuken uit aan Model A. 

Omslagpunt

Een maand later ontmoet een zeskoppige AmCham-delegatie de top van Financiën op het ministerie. Het lijkt een omslagpunt. Uit Van der Lindes verslag van de bijeenkomst gericht aan het Tax Committee blijkt dat AmCham op een aantal punten niet geheel tevreden is, maar dat de grote zorgen omtrent CFC plotseling van tafel zijn. 

In de herziening van de Wet op de vennootschapsbelasting, die eind 2018 in het Staatsblad wordt gepubliceerd, is Model A inderdaad kaltgestellt. Met het oog op een handelsmissie in de VS meldt een notitie voor de staatssecretaris van Financiën in mei 2019: ‘De zorg zal niet zozeer gaan over de [Europese] CFC-maatregel, want het effect daarvan is relatief beperkt, zorg zit waarschijnlijk bij US CFC: GILTI in relatie tot ATAD 2.’ Met andere woorden, spanning bij het bedrijfsleven is er dan alleen nog over de manier waarop de Amerikaanse regering gestalte geeft aan de CFC-maatregel

‘Financiën heeft een tandeloze variant van Model A ingevoerd,’ zegt Van de Streek. ‘Voor AmCham is dit zonder meer een grote overwinning. Ze keken door de motie van Ed Groot tegen een achterstand aan en hebben het helemaal weten om te keren. Model A is zo uitgekleed dat er niks van over is, nu is het de facto model B.’

AmCham laat weten deze opmerking niet te kunnen plaatsen. ‘In aanvulling op Model B, dat al jaren vóór ATAD 1 in het Nederlandse systeem was verankerd, heeft Nederland er in een aantal situaties voor gekozen om ook Model A toe te passen.’

Deze reactie lijkt strijdig met een cartoon die Van der Linde bij zijn afscheid als voorzitter van het Tax Committee begin vorig jaar ontving. Daarop scheurt hij een A4tje met de tekst ‘CFC Model A’ doormidden, erop duidend dat daar niets meer van valt te vrezen en dit intern als lobbysucces wordt aangemerkt.

Ook de Commissie Belastingheffing Multinationals constateert dat Model A in Nederland niet veel om het lijf heeft. De commissie stelt een reeks aanscherpingen voor, onder meer op de uitzondering voor het hebben van substance. Nu heft de Belastingdienst niet bij als de buitenlandse dochtermaatschappij lokaal (in de laagbelastende jurisdictie) enige wezenlijke economische activiteiten ontplooit. Iets dat zelfs in een belastingparadijs eenvoudig valt te regelen, maar dat nauwelijks wordt gemonitord.  

Switchover clausule afgeketst, deelnemingsvrijstelling houdt stand

Een kroonjuweel van het Nederlandse vestigingsklimaat dat AmCham met hand en tand verdedigt, is de deelnemingsvrijstelling. Deze bepaling in de wet op de vennootschapsbelasting stelt dat Nederlandse holdings die reeds belaste winst binnenkrijgen van dochterondernemingen in het buitenland, hierover niet nog eens belasting hoeven te betalen. Deze vrijstelling kwam in gevaar door de CFC-regel, maar wordt door het zwakke Model A uiteindelijk niet geraakt.  

Ook de switch-overclausule – een ander, complementair onderdeel van ATAD 1 – vormde een regelrechte bedreiging voor de deelnemingsvrijstelling. Die clausule zegt namelijk dat een land de vrijstelling niet mag toekennen als de winst in het land van de dochter laag belast is. Laagbelast dividend van bijvoorbeeld dochterondernemingen van de grote Nederlandse baggeraars in de Emiraten, zou in Nederland dan aanvullend moeten worden belast. 

Tot tevredenheid van het bedrijfsleven is deze clausule tijdens de onderhandelingen over ATAD gesneuveld in het eerste halfjaar van 2016, toen Nederland voorzitter was van de EU. In die rol moet een land zorgen dat andere landen tot compromissen komen. Jeroen Dijsselbloem was destijds voorzitter van de Eurogroep, maar dat halve jaar ook van de Ecofin, waarin over het ATAD 1-voorstel werd beslist. 

In de werkdocumenten van de Raad valt te lezen dat het tijdens de onderhandelingen omtrent de switch-over heeft geknald. Dijsselbloem heeft de clausule er tot op het laatste moment in gehouden om tot een compromis te kunnen komen, en toen slim de kastanjes uit het vuur laten halen door andere landen die net als Nederland ook tegen deze clausule waren. 

‘We hebben de switch-over in de richtlijn door andere lidstaten eruit laten slopen omdat we honest broker moesten zijn. Als we toen geen voorzitter waren geweest, hadden we het zelf wel gedaan,’ zegt Jan van de Streek. ‘Maar deze clausule kan zo weer uit de koker van de Europese Commissie komen, die wilde dit namelijk heel graag. Als het initiatief voor een geharmoniseerde winstbelasting nog eens van de grond komt, zal daar ongetwijfeld weer een switch-over in zitten.’

Waar het in de AmCham-Wobs voortdurend gaat over de deelnemingsvrijstelling, wordt de switch-over slechts enkele keren terloops genoemd. Duidelijk is wel dat de lobbyclub niets van de clausule moest hebben. De bevriende Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) evenmin, die leverde er overigens wel openlijk kritisch commentaar op.  

Lees verder Inklappen

Vergelijkbare wetgeving in de VS kapotgelobbyd

Als gevolg van BEPS – het in 2013 gestarte anti-belastingontwijkingsproject van de OESO – is belastingwetgeving niet alleen in Europa gewijzigd, maar op een vergelijkbare manier ook in de VS (en andere landen). AmCham hield scherp in de gaten hoe zaken aan de andere kant van de oceaan zouden uitpakken.  

De Tax Cuts and Jobs Act (TCJA) die in 2017 onder Donald Trump is ingevoerd, is de grootste herziening van de Internal Revenue Code (het federale belastingwetboek) sinds 1986. De belangrijkste wijziging is de verlaging van het federale vennootschapsbelastingtarief van 35 naar 21 procent: een enorme opsteker voor het bedrijfsleven. Om de sterk teruglopende belastinginkomsten enigszins te compenseren, werd de TCJA voorzien van twee voorname onderdelen: BEAT en GILTI, zeg maar de Amerikaanse neefjes van ATAD 1 in Europa. 

Base Erosion and Anti-Abuse Tax (BEAT) sluit royalty’s, interne renten en servicekosten van aftrek uit voor bedrijven met een omzet van minstens 500 miljoen dollar. Global Intangible Low Tax Income (GILTI) doet hetzelfde. Maar waar BEAT toeziet op de binnenlandse winstbelastingplicht van bedrijven, legt GILTI zich toe op de winsten die Amerikaanse multinationals in het buitenland genereren, waaronder in Europa. Deze wereldwijde heffing over laag belast inkomen uit intellectueel eigendom buiten de VS is daarmee het Amerikaanse equivalent van de Europese CFC-maatregel. GILTI is dus de regeling waartegen AmCham de Nederlandse regering herhaaldelijk heeft gewaarschuwd. 

De inkt van Trumps handtekening op de haastig in elkaar geflanste en allesbehalve dichtgetimmerde TCJA was nog niet opgedroogd, of een leger aan lobbyisten van het Amerikaanse bedrijfsleven kwam tegen BEAT en GILTI in het geweer. Ook overkoepelende organisaties als de Organization for International Investment en de U.S. Chamber of Commerce (de moederorganisatie van AmChams wereldwijd) klaagden steen en been dat de VS hierdoor minder concurrerend zou worden. Met de bekende mes-op-de-keel-tactiek dreigden ze dat bedrijven hun hoofdkantoren naar andere landen zouden verplaatsen als ze hun zin niet zouden krijgen. 

De lobby was zo agressief en mede door belangenverstrengeling bovendien succesvol, dat de regelingen sterk zijn afgezwakt. Naar schatting van deskundigen haalt de Amerikaanse overheid hierdoor uiteindelijk ruim honderd miljard dollar minder belastinginkomsten binnen dan in eerste instantie was geraamd.

Waar de meeste Europese landen Model A hebben ingevoerd zoals oorspronkelijk bedoeld, kozen onder meer België, Cyprus, Ierland, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk regelrecht voor Model B. Naast Nederland met zijn halfbakken keuze voor A, zijn dat precies de landen waar de regionale hoofdkantoren van Amerikaanse multinationals zich bevinden. Daar, net als in de VS zelf, komt de CFC-maatregel dus niet van de grond. 

Met nieuwe munitie in de tegenaanval

Het bedrijfsleven mag deze slag hebben gewonnen, maar daarmee nog niet de oorlog. Aan de hand van twee elkaar aanvullende pijlers zet de OESO de tegenaanval in ter reparatie van eerdere tekortkomingen, waaronder de vaak gebrekkige heffing over geldstromen richting dochtermaatschappijen in belastingparadijzen. 

Pijler 1 is ingegeven door het feit dat menig multinational en dan ‘met name grote techbedrijven in veel landen heel veel omzet maken, maar daar bijna geen belasting betalen – sowieso eigenlijk nauwelijks belasting betalen want zij behoren tot de meeste agressieve belastingontwijkers,’ zegt Arjan Lejour, hoogleraar belastingen aan de Universiteit Tilburg. Ook landen waar bijvoorbeeld Google geen vestigingen heeft maar waar het bedrijf wel omzet maakt (‘nexus’), mogen Google volgens Pijler 1 straks belasten

Pijler 2 zorgt voor de inmiddels veelbesproken wereldwijde minimumbelasting van 15 procent voor multinationals met een omzet van minimaal 750 miljoen euro. Over deze supervariant van CFC Model A sloten 137 landen afgelopen oktober een akkoord. Helemaal beklonken is deze deal echter nog niet: het wachten is op goedkeuring door de Amerikaanse Senaat. President Joe Biden heeft een dwarsligger in de eigen partij: als enige weigert de Democratische senator Joe Manchin uit West Virginia er vooralsnog mee in te stemmen.

Alle neuzen één kant op krijgen had ook binnen de EU veel voeten in de aarde. Enige tijd waren alle landen over de streep, maar inmiddels zetten Estland, Hongarije en Polen alsnog de hakken in het zand, bang dat de nieuwe regels te snel worden ingevoerd en beducht voor economisch nadeel voor Europa in het geval de VS van invoering afzien.

De voornaamste dwarsligger in een eerder stadium was Ierland, dat al jaren een winstbelastingtarief van 12,5 procent hanteert en pas op het laatste moment onder grote druk overstag ging. Op aansporing van AmCham Ierland bedong de Ierse regering een aantal concessies. Zo is met betrekking tot de 15 procent het woord ‘ten minste’ uit het akkoord geschrapt uit angst dat dit percentage in een later stadium makkelijk zou kunnen worden verhoogd. 

Ngo’s als het internationale Tax Justice Network zijn niet onder de indruk van het akkoord, dat bij lange na niet zo ambitieus is als in eerste instantie beoogd. Het tarief van 15 procent is weliswaar veel hoger dan dat van de echte belastingparadijzen (de tropische eilandjes) waar de tarieven veelal (bijna) nihil zijn. Maar afgezien van Ierland en ook Hongarije, ligt 15 procent (een stuk) lager dan de tarieven die gelden in veel ‘normale’ landen, waaronder Nederland met een tarief van 25,8 procent.  

Critici stellen dat er genoeg mogelijkheden overblijven voor multinationals om – ongeacht de grootte van hun omzet – naar hartelust met winsten te blijven schuiven. En dat de extra belastinginkomsten die wel worden binnengeharkt, voornamelijk in de VS en een handjevol andere westerse landen terechtkomen.  

Toch ziet Lejour het als een stap vooruit: ‘15 procent is een laag tarief, maar als je hoger gaat zitten krijg je geen compromis en het voordeel is dat het de uitwassen eruit haalt. Ook de belastingparadijzen ontspringen de dans als het goed is niet. Als voldoende grote landen zeggen dat ze gaan bijheffen, dan zal een belastingparadijs als Bermuda denken: Wij kunnen ook maar beter op 15 procent gaan zitten, want anders gaat het geld naar andere landen.’

Desgevraagd laat de uitvoerend directeur van AmCham, Marc ter Haar, weten dat een wereldwijd minimumtarief van 15 procent voor Nederland naar verwachting geen grote impact zal hebben. 

Als staatssecretaris van Financiën Hans Vijlbrief op een Europese top in Slovenië afgelopen september de wereldwijde belastingdeal namens Nederland omarmt, reageert de inmiddels opgestapte voorzitter van het Tax Committee, Arjan van der Linde, op LinkedIn echter vol onbegrip: ‘Nieuwe politiek is struisvogelpolitiek. Want, Hans Vijlbrief, waar gaan al die nieuwe Amerikaanse investeringen heen als 15 procent weldra de onbevlekte kant van de afgrond is? Waar levert dat de hoogwaardige werkgelegenheid op voor onze kinderen, Hans Vijlbrief? Waar dragen de Amerikaanse MNCs [multinationals] hun volgende EUR 5 mld aan Vpb-opbrengst bij, en hoe voorkomen we dat de huidige opbrengst weglekt naar nul, Hans Vijlbrief?’ 

Ondertussen ziet Van der Linde een nieuwe concurrentiestrijd tussen landen tot ontwikkeling komen. Volgens hem wedijveren die met betrekking tot het vestigingsklimaat binnenkort niet meer op basis van fiscale instrumenten, maar aan de hand van subsidieverlening. Hij wijst op Tesla dat 1,14 miljard euro Duitse overheidssubsidie opstrijkt voor een nieuwe fabriek nabij Berlijn. Ook ‘de Ieren snappen het’ door bijvoorbeeld ‘game developers een schot voor de boeg te geven’ met een nieuwe digital gaming tax credit. ‘Hans Vijlbrief, willen wij dat ook niet?,’ vraagt Van der Linde in een ander bericht op LinkedIn. 

Arjan Lejour kijkt nog niet zo ver vooruit en denkt dat het bedrijfsleven de verdere uitwerking van de minimumbelastingdeal eerst ‘zoveel mogelijk zal proberen te verwateren. Je hebt dat tarief, maar wáárover betaal je het? Wat is de definitie van de winst? De truc is om die winst zo klein mogelijk te maken, dat zal cruciaal zijn. De hele fiscaliteit is daarop gebaseerd. De devil is in the detail.’

De Europese Commissie heeft pilaar 2 – die parallellen kent met CFC-regels – inmiddels omgezet in een richtlijnvoorstel. Om in Europa iedereen binnenboord te houden, is het goed denkbaar dat er opnieuw sprake zal zijn van uitzonderingen en opties. Als die er komen, zal het bedrijfsleven ongetwijfeld opnieuw op de deur van Financiën kloppen voor de meest gunstige regeling.  

Gezien alle lobby-inspanningen tegen BEPS en ATAD is in ieder geval duidelijk dat de vaak terugkerende opmerking van AmCham – namelijk dat de initiatieven van de OESO welkom zijn zolang ze maar worden ingevoerd met unanieme steun van alle landen – met een grove korrel zout moet worden genomen, en dat de frequently asked questions-pagina op de website van AmCham toch ver afstaat van de werkelijkheid.   

Met het oog op AmChams communicatie richting het grote publiek is het overigens opvallend dat in het visiedocument ‘Kiezen voor een sterk Nederland’ (februari 2021) fiscaal beleid een haast ondergeschikte rol lijkt te spelen. Dit onderwerp is voor de lobbyclub immers altijd de hoeksteen van een goed vestigingsklimaat geweest (meer hierover in de wederhoor). 

Bijzonder hoogleraar public affairs in Leiden, Arco Timmermans, is sceptisch. ‘Bedrijven behartigen hun belangen publiekelijk deels oprecht, deels cosmetisch,’ verklaart hij. ‘In dat laatste geval spelen zij een dubbele rol: enerzijds een bepaalde boodschap naar buiten brengen en anderzijds achter de schermen ervoor proberen te zorgen dat veranderingen zo’n vaart niet lopen.’ 

Het volgende artikel in deze reeks gaat in op de vorig jaar ingevoerde Wet bronbelasting, die niet waterdicht lijkt te zijn. Ook ten aanzien van deze wet heeft AmCham bij Financiën duidelijk haar wensen uitgesproken.

Wederhoor AmCham

Van de zes cruciale thema’s die AmCham in februari vorig jaar in het visiedocument ‘Kiezen voor een sterk Nederland’ noemt om de koploperspositie van Nederland in Europa en in de wereld te bestendigen, staat fiscaal beleid op nummer zes, terwijl dat decennialang bij AmCham op nummer één heeft gestaan en haar Tax Committee het grootste en meest actieve comité is. Wat is de gedachte erachter om dit thema als laatste te benoemen, nog achter zaken als diversiteit en inclusie? Moet men hieruit opmaken dat fiscaal beleid voor AmCham aan belang heeft ingeboet?

‘De volgorde van de gekozen thema’s is willekeurig en geeft geen volgorde van belang aan. Ze zijn even belangrijk, te meer omdat er tussen deze issues ook sprake is van wisselwerking. Dus er zijn bijvoorbeeld ook fiscale aspecten aan thema’s als innovatie, duurzaamheid, diversiteit en inclusie.’

AmCham zegt in hetzelfde visiedocument: ‘Een stabiel ondernemings- en vestigingsklimaat gaat bij AmCham nadrukkelijk om meer dan financiële, fiscale en economische belangen alleen. Dat daarbij het publieke en politieke sentiment zich verhardt richting internationaal opererende bedrijven is iets waarover wij bezorgd zijn. Wij willen dat graag veranderen. Bijvoorbeeld door nadrukkelijker de dialoog te zoeken.’ Met wie zoekt AmCham de dialoog en hoe?

AmCham zoekt de dialoog met maatschappelijke organisaties, ministeries, politici en anderen die net als wij bezorgd zijn over het sentiment ten aanzien van internationaal opererende bedrijven. Ook onze leden doen dat. Wij doen dat op verschillende manieren: van persoonlijke gesprekken, tot seminars, email en telefoongesprekken. Wij beschouwen het als onze verantwoordelijkheid om hier vanuit AmCham een bijdrage te leveren dit sentiment te verbeteren.

Zoekt AmCham de verklaring voor de verharding van het publieke en politieke sentiment ooit in het feit dat er telkens opnieuw berichten/onthullingen in de (internationale) media verschijnen over multinationals (waaronder AmCham-leden) die – óók als ze reële economische activiteiten ontplooien – al dan niet via Nederland belasting ontwijken?

Het is simplistisch om als oorzaak naar één onderwerp te wijzen, maar dergelijke berichten spelen inderdaad een rol. AmCham onderkent het belang van een breed maatschappelijk draagvlak en steunt beleid, waaronder fiscaal beleid, waarbij de belangen van Nederland en onze leden parallel lopen, te weten beleid dat is gericht op het aantrekken en behouden van reële investeringen door bedrijven die een toegevoegde waarde hebben voor Nederland als werkgever, innovator, verduurzamer, belastingbetaler en investeerder.

Lees verder Inklappen