Beeld door DonkeyHotey
© CC BY-SA 3.0

Amerikaanse inlichtingendiensten weken zich los van Witte Huis

6 Connecties

Onderwerpen

Rusland FBI Nsa

Personen

Donald Trump Poetin

Organisaties

CIA
48 Bijdragen

De relatie tussen president Trump en zijn inlichtingendiensten is in het beste geval moeizaam te noemen. Wat is hier precies aan de hand? En wat hebben de Russen ermee te maken? Follow the Money bekeek de turbulente verhouding in vogelvlucht en concludeert dat de inlichtingendiensten en president Trump elkaar niet heel serieus nemen. Een gevaarlijke ontwikkeling.

7 oktober 2016, één maand voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Het ministerie van Binnenlandse Veiligheid (Homeland Security) en de directeur van het Bureau voor Nationale Inlichtingen van de VS brengen een gezamenlijke verklaring naar buiten. De strekking: de Russische regering heeft gerichte hacks uitgevoerd in een poging ‘zich te mengen in het proces van de Amerikaanse verkiezingen’.

De republikeinse presidentskandidaat Donald Trump is niet overtuigd. Twee dagen later, tijdens een debat met democratische tegenkandidaat Hillary Clinton, zegt hij dat er ‘misschien helemaal geen hacks zijn gedaan’. Ook ergert hij zich aan de wijzende vinger richting Rusland. Want, zo stelt hij, ‘het valt mij op dat elke keer als er iets gebeurt, ze zeggen dat het de Russen zijn geweest.’

Trump zit alleen te wachten op onderzoek naar wangedrag, als dit in zijn voordeel uitpakt

Het bleek het begin van een lange reeks verdachtmakingen richting de inlichtingendiensten. De rest van de verkiezingscampagne trok Trump de kennis en kunde van de inlichtingendiensten systematisch in twijfel. Zelfs nadat hij was ingezworen als de 45e commander-in-chief, bleef hij doorgaan met het ridiculiseren van de bevindingen van de diensten.

Trump deed dergelijke uitspraken vooral zodra hij werd geconfronteerd met informatie die hem niet beviel. Vragen over zijn warme banden met Russische lobbyisten bijvoorbeeld. Maar wanneer er schadelijke informatie over Hillary Clinton naar buiten kwam, zoals haar onzorgvuldige omgang met gevoelige informatie in haar tijd als minister, had Trump ineens het volste vertrouwen in de diensten en gerechtelijk onderzoek. ‘If I win, I am going to instruct my attorney general to get a special prosecutor to look into your situation,’ zo dreigde hij richting Clinton tijdens een debat.

Tijdens de verkiezingen werd dus al duidelijk dat Trump alleen zit te wachten op onderzoek naar wangedrag, als dit in zijn voordeel uitpakt. Hoe heeft deze houding zijn relatie met de diensten beïnvloed, en wat zijn (een halfjaar na dato) de gevolgen hiervan voor de Amerikaanse nationale veiligheid? 

Politiek doel

Al vóór zijn aantreden liet Trump duidelijk blijken dat hij niet op de informatie van de inlichtingendiensten zat te wachten. Zo liet hij weten geen behoefte te hebben aan de dagelijkse briefings die de diensten normaliter voor de president opstellen: ‘Ik ben een slimme vent. Mij hoef je niet hetzelfde te vertellen, in dezelfde woorden, elke dag, de komende acht jaar.’ Hiermee zei Trump feitelijk dat hij in zijn eentje slimmer is dan de 845 duizend mensen die in de Amerikaanse inlichtingensector werken.

De verdachtmakingen dienen met name een politiek doel

In een poging de relatie enigszins te lijmen, gaf Trump na zijn inauguratie een speech voor de gedenkmuur van de CIA. Hij greep de gelegenheid echter vooral aan om zijn beklag te doen over hoe de media hem behandelden. Hij had er zijn eigen publiek voor meegenomen: Trump-aanhangers op de eerste rij joelden en klapten luid toen hij zei dat de media ‘de meest oneerlijke mensen op aarde’ zijn.

De speech werd door de inlichtingendienst als de zoveelste beschamende vertoning gezien. De muur is een plek waar CIA-medewerkers in stilte bijeenkomen om te rouwen om hun gevallen collega’s: operators die anonieme, geheime operaties uitvoeren in verre oorden en bij overlijden nooit in de openbaarheid geëerd kunnen worden. Niet door collega’s, niet door familie. In een land als Amerika – waar militairen en veteranen zelfs korting krijgen bij hamburgerrestaurants en musea – is het misbruiken van deze plek voor persoonlijk politiek gewin een diepe belediging.

Waar de gemiddelde Europese kijker misschien vooral een wat megalomane president zien die niet on message kan blijven, zien de diensten (en veel Amerikanen) een commander-in-chief die zich drukker maakt om zijn publieke imago dan om de offers die worden gebracht voor de nationale veiligheid. Voormalig CIA-directeur John Brennan liet destijds weten ‘verdrietig en boos’ te zijn, en stelde dat de president zich zou moeten schamen.

Trumps verdachtmakingen dienen met name een politiek doel: de diensten worden afgeschilderd als onderdeel van het Washington-establishment. Daarmee zouden ze op de hand van de democraten zijn. Een week voor zijn inauguratie beschuldigde Trump de inlichtingendiensten bijvoorbeeld van ‘gericht lekken’: hij omschreef het als ‘iets wat nazi-Duitsland zou hebben gedaan.’ Krap anderhalve maand later beweerde hij daarnaast dat zijn Trump Tower tijdens de verkiezingscampagne was afgeluisterd in opdracht van president Obama.

"In 2014 stond slechts 4 procent van de democraten positief tegenover de CIA; in 2016 was dit 34 procent"

Hoewel de houding van Trump tegenover de diensten lastig serieus lijkt te nemen, heeft deze wel degelijk een effect op de publieke opinie. Waar in 2014 slechts 4 procent van de democraten positief stond tegenover de CIA, was dit in 2016 gestegen naar 34 procent. Bij de republikeinen was een tegenovergesteld effect te zien: in 2014 was 27 procent van de republikeinen de CIA positief gezind, en in 2016 was dit nog maar 4 procent. Oftewel: de politieke affiniteit blijkt op dit moment bepalend voor de mening van Amerikanen over een apolitieke organisatie als de CIA.

Wat Trump feitelijk heeft gedaan, is het (verder) politiseren van in principe politiek neutrale organisaties als de CIA en FBI. Los van het vertrouwen in de instituties heeft deze moeizame relatie met de diensten ook geopolitieke gevolgen. Zodra diensten in het openbaar overhoop liggen met hun president, kan dit een zekere zwakte signaleren richting landen die baat hebben bij een minder stabiel (en dus minder machtig) Amerika. Het zijn precies deze geopolitieke zaken waar de inlichtingendiensten zich zorgen over maken, en die Trump niet ziet – of niet wil zien. Om dit te begrijpen, is het noodzakelijk om te snappen hoe de inlichtingensector zelf tegen het verhaal aankijkt. 

Useful idiots

Hoewel een deel van de werknemers van inlichtingendiensten niet per se moeite heeft met Trump – bijvoorbeeld omdat ze verwachten harder in te kunnen zetten op terrorismebestrijding dan onder president Obama – ziet ook een aanzienlijk deel Trump als mogelijk onderdeel van het nationale veiligheidsprobleem. Dit deel herkent in Trumps aanvallen op de inlichtingendiensten vooral een Russisch discours. Volgens de NSA, de CIA en de FBI onderneemt het Kremlin namelijk al jaren pogingen om de diensten in een kwaad daglicht te stellen. 

De inlichtingendiensten zien Julian Assange en diens WikiLeaks als useful idiots

De diensten zien dat het actief aanjagen van een dergelijk strategisch anti-Amerikaans discours vanuit Moskou een flinke duw in de rug heeft gekregen met het overlopen van Edward Snowden naar de Russen. Het is belangrijk te beseffen dat Edward Snowden in Washington niet wordt gezien als een onschuldige klokkenluider, maar als een landverrader. Zo bevatten de 1,5 miljoen door Snowden gestolen documenten hoofdzakelijk informatie over buitenlandse (geheime) operaties, militaire inlichtingen en informatie over het Pentagon. Een twee jaar durend onderzoek vanuit het Congres, uitgevoerd door zowel republikeinen als democraten, bevestigde dat in juni 2016 een hoge Russische ambtenaar heeft toegegeven dat Snowden inlichtingen heeft gedeeld met de Russische regering. 

Hoewel Snowden altijd heeft volgehouden dat hij de documenten heeft gestolen nadat NSA-directeur James Clapper in maart 2013 ontkende dat de NSA miljoenen Amerikanen aftapte, ontdekte de onderzoekscommissie dat Snowden al acht maanden eerder was begonnen met het downloaden van geheime (militaire) documenten. Het feit dat zijn levensverhaal is verfilmd door de Amerikaanse regisseur Oliver Stone – die complottheorieën noch tête-à-têtes met Vladimir Poetin uit de weg gaat – wordt door de inlichtingengemeenschap gezien als een bevestiging dat Moskou opzettelijk een anti-Amerikaans strategisch discours aanjaagt.

Daarnaast zien de inlichtingendiensten Julian Assange en diens WikiLeaks eveneens als useful idiots die door de Russen worden gebruikt in deze informatie-oorlog. Zo werd niet alleen schadelijke informatie over de democratische kandidaat Clinton tijdens de campagne gelekt via WikiLeaks, maar liepen ook pro-democratische en anti-Russische activisten in Wit-Rusland gevaar door het systematisch lekken van diplomatiek gevoelige informatie. Dergelijke leaks zien de inlichtingendiensten niet als toeval, maar als op zijn minst aangemoedigd en gefaciliteerd vanuit Moskou.

Voor de diensten gaat het hier om de overleving van de Amerikaanse staat

Met de lekken wordt volgens de diensten een discours aangejaagd waarin de NSA, de CIA en het Pentagon niet te vertrouwen zijn. Waarin zij opzettelijk de privacy van de gemiddelde Amerikaan schenden. Waarin zij mensenrechten aan de laars lappen en waarin vooral de Amerikaanse inlichtingendiensten, het leger en ‘het establishment’ – en dus niet Moskou – het ware probleem zijn.

Hoewel dit mantra (niet zelden gecombineerd met de nodige samenzweringstheorieën over de deep state) voorheen vooral uit radicaal-linkse hoek kwam, is het met de huidige president ook doorgedrongen tot de radicaal-rechtse media — een hoek waar Trump met name zijn apologeten vindt. De aandacht afleiden van Moskou, en de focus van de kiezer richten op de diensten (een tactiek genaamd blame avoidance) is voor Trump een kwestie van politiek overleven. Vanuit het oogpunt van de diensten gaat het hier om de overleving van de Amerikaanse staat.

Verwarring

En precies hier wringt de schoen. Want waar president Trump een persoonlijke aanval ziet in de beschuldigingen aan zijn adres, en het afketsen van deze beschuldigingen noodzakelijk acht om electorale zieltjes te winnen, zien de inlichtingendiensten iets heel anders. Namelijk een president die niet op zijn hoede is en tijdens een diner met de Chinese president militaire operaties bespreekt. Die niet weet wat geheim is en zijn mond voorbijpraat tegen de Russen. Oftewel: een president die Amerikaanse geheimen (die agenten met gevaar voor eigen leven verzamelen) zonder enige schroom deelt met landen die niet per se het beste met Amerika voor hebben. Een president die zijn eigen imago belangrijker acht dan nationale veiligheid.

Dit werd met name duidelijk tijdens de laatste G20-top in Hamburg. Want terwijl president Trump en mensen uit zijn team momenteel worden onderzocht op banden met Rusland – iets wat FBI-directeur Comey met zijn baan heeft moeten bekopen – zag hij geen enkel probleem in een lange meeting met Vladimir Poetin tijdens diezelfde top.

"Trump tweette over een ‘geweldig idee’: samenwerken met Rusland op cybersecurity"

En hoewel de meeting twee uur duurde, bestond achteraf verwarring over wat er precies wat gezegd en was het discours – wederom – niet in het nadeel van Rusland. Integendeel: het Russische verhaal kreeg ruim baan. Trump hield niet de (gebruikelijke) speech achteraf, Poetin wel. Resultaat: zijn interpretatie van het gesprek werd de wereld in geslingerd. Trump bevestigde achteraf dat volgens hem de Russische inlichtingendiensten geen rol hadden gespeeld in de verkiezingscampagne, hiermee ging hij publiekelijk lijnrecht in tegen de bevindingen van zijn eigen inlichtingendienst. Ook hier speelt ego een grotere rol dan nationale veiligheid. Want toegeven dat hij het niet op eigen houtje heeft gedaan, is president Trump zijn eer te na. Natúúrlijk heeft hij de verkiezingen volledig dankzij zichzelf gewonnen.

Alsof dat niet erg genoeg was, tweette Trump over een ‘geweldig idee’: samenwerken met Rusland op het gebied van cybersecurity. Of, zoals voormalig NSA-analist en commentator John Schindler noteerde: ‘To get this straight: Trump wanted to share American cyber-secrets with the country whose spy services illegally and clandestinely helped put him in the White House, and which continue to cyber-pillage our government and economy right now, in real time.’

Enkele dagen na de G20-top kwam de New York Times met het nieuws dat Donald Trump Jr. tijdens de campagne een meeting had gehad met een Russische advocaat met Kremlin-banden. Die had beloofd te kunnen helpen met het compromitteren van tegenkandidaat Clinton door gevoelige informatie aan te leveren. Het compromitteren van politieke tegenstanders in verkiezingstijd (kompromat) is een beproefde politieke methode in Rusland. Toen dit voorstel werd gemaild naar de zoon van Trump, antwoordde deze met: ‘I love it.

Waar Trump nationale partijpolitiek ziet, zien de veiligheidsdiensten geopolitieke dreiging

Nadat dit nieuws naar buiten kwam, stond Trump Jr. er alleen voor. Niemand, zelfs niet zijn vader, deed enige moeite om het op te nemen voor “Fredo” Trump – een bijnaam gebaseerd op de onzekere Fredo Corleone uit de filmklassieker The Godfather, die door zijn dommige onhandigheid de familie grote schade toebrengt. De lijst met pro-Russische lobbyisten die bij deze meeting aanwezig waren, groeit met de dag en maakt alle eerdere ontkenningen vanuit het Witte Huis volstrekt ongeloofwaardig.

Schaamteloos

Het is voor de inlichtingendiensten overduidelijk: Rusland speelt het spel der spionnen schaamteloos, en in alle openbaarheid. Volgens voormalig directeur van de FBI Comey zullen de verkiezingen van 2016 zeker niet de laatste keer zijn dat de Russen zich proberen te mengen in het Amerikaanse democratische proces. Ondertussen ziet Trump elk nieuwtje wat hem in verlegenheid kan brengen als ‘fake news’ en probeert hij niet-politieke organisaties zoals de FBI, de CIA maar ook de media in de sfeer van partijpolitiek te trekken: ‘You can talk all you want about Russia, which was all a, you know, fake news, fabricated deal, to try and make up for the loss of the Democrats and the press plays right into it.’

Maar waar Trump nationale partijpolitiek ziet, zien de veiligheidsdiensten een geopolitieke dreiging. De relatie is inmiddels dermate verstoord dat de communicatie langs elkaar heen gaat: sterker nog, de veiligheidsdiensten gaan ondertussen gewoon hun eigen gang. Diverse NSA-bronnen hebben laten weten ‘the good stuffachter te houden voor het Witte Huis, omdat zij deze door de mogelijke banden met Rusland als een onveilige omgeving beschouwen. Een hoge ambtenaar van het Pentagon liet weten dat het Amerikaanse ministerie van Defensie er sinds de inauguratie van Trump ‘vanuit gaat dat het Kremlin meeluistert in de Situation Room.’’

Deze situatie is ongekend in de Amerikaanse geschiedenis. Gelet op het lange lijstje van potentiële dreigingen waar Amerika mee heeft te maken (zoals Chinese provocaties in de Zuid-Chinese zee, de nucleaire dreiging in Noord-Korea en de aanmodderende situatie in Afghanistan en Pakistan) is een goede relatie tussen de president en de inlichtingendiensten essentieel. In tijden van crisis heeft de president de beste informatie nodig om een weloverwogen keuze te maken. Het lijkt er echter op dat hooggeplaatste figuren binnen de inlichtingengemeenschap al lang voor zichzelf hebben besloten dat Trump hier nooit toe in staat zal zijn.

Dieuwertje Kuijpers
Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.
Gevolgd door 1162 leden