Beeld © Katja Fred

Particuliere foto- en filmopleiding geeft meer om inkomsten dan om onderwijs

Na jaren van gekwakkel ging de Amsterdam Film School, een privé-opleiding, begin 2020 failliet. Daar werd weinig ruchtbaarheid aan gegeven en de school werd stilletjes ingelijfd bij de Nederlandse Academie voor Beeldcreatie. De baas daarvan, Paul Akkermans, heeft zich zo in een paar jaar tijd opgewerkt tot koning van de particuliere beeldopleidingen. De docenten zetten intussen vraagtekens bij de kwaliteit van de privéschool.

Dit stuk in 1 minuut
  • Begin 2020 vraagt de Amsterdam Film School – een kleine school voor volwassenenonderwijs – faillissement aan en gaat direct verder onder de vlag van de Nederlandse Academie voor Beeldcreatie (NAVB), waar ook de Nederlandse Fotovakschool en de Dutch Filmers Academy deel van uitmaken.
  • Door het faillissement van de AFS raken docenten – allen zzp’ers – gedupeerd en blijven in coronatijd zitten met vorderingen die oplopen tot wel 10.000 euro.
  • Voor het faillissement werkte de AFS al nauw samen met de NAVB. Docenten verwijten het management van de NAVB dat zij de filmschool opzettelijk failliet lieten gaan om andere investeerders buiten spel te zetten en het concept volledig te kunnen inlijven. 
  • Er zijn al jarenlang klachten over de verschillende opleidingen binnen de NAVB. Zowel docenten als studenten klagen over de kwaliteit van het onderwijs en de gebrekkige communicatie van het management. Sommigen spreken daarnaast van een ‘angstcultuur’.
  • De gang van zaken bij de AFS en de NAVB toont aan dat slimme ondernemers privé-onderwijs kunnen zien als gat in de markt, waarbij niet de ontwikkeling van de student maar het genereren van omzet voorop staat.
Lees verder

Op 25 januari 2020 vierden tien studenten van de Amsterdam Film School feest. Na een jaar zwoegen is een deel van lichting 2019 klaar voor hun eigen première: bier en cava in de hand, de films die ze hebben geproduceerd staan klaar op de rol van het Amsterdamse filmtheater Kriterion. De diploma’s liggen in de coulissen te wachten.

De grote afwezigen in het feestgedruis zijn de bestuurders van de privéschool. Directeur en grootaandeelhouder Paul Akkermans schittert door afwezigheid, net als de kort daarvoor gepensioneerde directeur Ludwik Szwajcer. De operationeel manager wipt even langs, maar moet kort daarna weer weg. Wel krijgen de aanwezige docenten een sms waar ze de diploma’s kunnen vinden: ze moeten het zelf regelen.

En dus doen de docenten wat ze eigenlijk al die jaren op de AFS doen: veel te veel. Ze vervullen organisatorische taken op school, dringen aan op aanvullende financiering en proberen het onderwijsniveau op peil te houden. Nu draaien ze hals-over-kop een speech in elkaar en overhandigen diploma’s. Kosteloos, want ze willen niet dat de studenten – die met 8499 euro per jaar een flinke mep lesgeld betalen – iets tekort komen. De afwezigheid van de directie bevestigt wat de docenten al wisten: het management is absoluut niet geïnteresseerd in de feitelijke gang van zaken op de filmschool.

Doodvonnis

Dat de AFS een opmerkelijke instelling is, is in de Nederlandse filmwereld al jarenlang bekend. Betrokkenen beschrijven de beginjaren van de school als ‘een film van David Lynch’: een tikkeltje bizar en surrealistisch. Jonge filmmakers met amper ervaring in het onderwijs schrijven bedrijfsplannen en onderwijsprogramma’s. 

Directieleden komen en gaan: niemand kan omgaan met Laryea’s autoritaire manier van besturen. Beloofde investeringen blijven uit

Aan het hoofd van de school stond aanvankelijk Nii Laryea, een flamboyante investeerder uit Ghana die flink verdiende in de Afrikaanse telecomsector. Met zijn vlotte babbel weet hij docenten in te palmen, maar zijn precieze bedoelingen met de filmschool blijven onduidelijk. Tegen een deel van de docenten vertelt Laryea dat hij contentmakers voor zijn telecomkanalen wil opleiden. Volgens anderen wil hij een concept voor een filmopleiding ontwikkelen dat hij een-op-een naar andere landen kan kopiëren.

Al snel wordt duidelijk dat Laryea geen kaas heeft gegeten van het leiden van een filmschool en dat zijn grilligheid voor de problemen zorgt. ‘Hij was gewoon een rijkeluiszoontje dat graag voet aan de grond wilde krijgen in Europa,’ aldus een oud-medewerker.

De oorspronkelijke investeringen van Laryea hangen als een molensteen om de nek van de school. Bovendien loopt er een lange serie rechtszaken tussen de school en oud-medewerkers. Directieleden komen en gaan, want niemand kan omgaan met Laryea’s autoritaire manier van besturen. Beloofde investeringen blijven uit, het kan maanden duren voordat hij zijn fiat geeft om docenten te betalen, en zijn vergezichten van busladingen buitenlandse studenten lijken steeds meer op een fata morgana.

In de zomer van 2019 komt Laryea buitenspel te staan. Docenten en management dringen aan op zijn vertrek en zoeken een partij die de school wil overnemen. De Nederlandse Academie voor Beeldcreatie (NAVB), ook een particuliere onderwijsinstelling, is de gedoodverfde kandidaat. De docenten hebben goede hoop.

Geen zicht op financiën

De twee directeuren van de NAVB nemen inderdaad een meerderheidsaandeel in de AFS. Aan het hoofd van de school komt NAVB-bestuurder Ludwik Szwajcer te staan; zijn collega Paul Akkermans blijft aanvankelijk op de achtergrond, maar neemt na Szwajcers pensionering begin 2020 het bestuur van de school over. De twee hebben ruime ervaring in de (privé-)onderwijswereld, maar ook zij lijken minder geïnteresseerd in het feitelijke bestuur van de school. 

Waar ze wél in geïnteresseerd zijn, is het concept van de AFS. De NAVB biedt op dat moment particuliere, maar erkende hbo- en mbo-opleidingen film en fotografie. Zo maken de Fotovakschool en de Dutch Filmers Academy deel uit van de NAVB. Verder organiseert de NAVB masterclasses. Wat nog ontbrak, is een avondopleiding voor volwassenen – precies wat de AFS in huis heeft.

De NAVB vs. de Filmacademie

In 2018 zijn de Nederlandse Fotovakschool (opgericht in 1940) en de Dutch Filmers Academy (opgericht in 2015) ingelijfd door de stichting Nederlandse Academie voor Beeldcreatie (NAVB), en opereren zij als haar ‘faculteiten’. De NAVB biedt particuliere, maar officieel erkende mbo- en hbo-opleidingen op het gebied van fotografie en film.

De bestuurders/eigenaars van de NAVB zijn Ludwik Szwajcer en Paul Alkermans. Na Szwajcers pensionering in 2020 blijft Akkermans over als enig bestuurder. De stichting wordt omringd door verschillende bv's, ook daarvan is Akkermans bestuurder en enig aandeelhouder.

De Dutch Filmers Academy (DFA) en de Amsterdam Film School (AFS) hebben niets uit te staan met de Filmacademie – een door de overheid bekostigde instelling voor filmonderwijs, die onderdeel is van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK). De naamgeving van beide privé-opleidingen zorgt bij derden geregeld voor verwarring.

In 2018 spande de Filmacademie een rechtszaak tegen de NAVB aan wegens inbreuk op haar merkrecht. De Filmacademie, die onder meer de handelsnaam Netherlands Film Academy voert, stelde dat er te veel overlap bestond tussen haar naam en die van de Dutch Filmers Academy. De rechtbank wees de vordering af.

Niettemin is evident dat de DFA op het succes van de Filmacademie meelift. Wie op ‘filmacademie’ googelt, krijgt de DFA als eerste gesponsorde hit. Zeker onder buitenlandse studenten veroorzaakt dat verwarring. Akkermans bestrijdt dat: ‘Wij leveren een totaal ander product. Wij leveren allround filmers, zij leveren regisseurs, cameramensen en dergelijke.’ Over de DFA als eerste hit in Google zegt hij dat je dat ‘gewoon kunt instellen’.

Lees verder Inklappen

De NAVB wil zich ontdoen van de grillige Laryea. Akkermans kiest voor de makkelijkste optie: ruim een half jaar na de overname vraagt hij het faillissement van de Amsterdam Film School aan. Vanwege corona, zegt hij zelf, maar bronnen weerspreken dat. ‘Er is nooit actief geprobeerd nieuwe studenten te werven, terwijl bij de overname is aangekaart dat een constante instroom cruciaal is voor het voortbestaan van de school.’

Er was geen zicht op de financiën, geen feitelijk leidinggevende en geen doorwrocht marketingplan voor het werven van studenten

Volgens de docenten heeft het bestuur de school bewust laten doodbloeden. Er was geen zicht op de financiën, geen feitelijk leidinggevende en geen doorwrocht marketingplan voor het werven van studenten. Een NAVB-docent: ‘Toen ik hoorde van het faillissement en de overname van de AFS dacht ik direct: nou Paul, dat heb je slim gedaan. Binnen de NAVB was al langer discussie of we ook modulair onderwijs moesten geven. De AFS had dat in huis. En ze hadden apparatuur.’

Het dubbele motief blijkt ook uit de gang van zaken na het faillissement. De NAVB stapt opnieuw naar voren en koopt de boedel van de AFS: de domein- en handelsnaam,  maar ook activa als camera’s en geluidsapparatuur. De onderneming zelf wordt officieel niet voortgezet, maar voor de buitenwereld is daarvan niets te merken. De website blijft hetzelfde en ook op social media wordt geen melding gemaakt van het faillissement. Sterker, tijdens het faillissement wordt geworven onder potentiële studenten die zich via de website aanmelden. ‘We hebben je onlangs informatie gestuurd betreft onze opleiding maar hebben nog niets van je vernomen,’ staat in de mail. ‘Mocht je interesse nog actueel zijn vernemen wij graag.’

Onbetaalde facturen

In praktische zin verandert er dus niets. Na de gedeeltelijke overname in 2019 was de AFS al verhuisd naar het gebouw van de NAVB. De scholen hebben dezelfde bestuurders, uitleen van apparatuur wordt geregeld door dezelfde persoon, en kort voor het faillissement wordt administratief personeel met een vast dienstverband van de AFS overgeheveld naar de NAVB. Na het faillissement kunnen AFS-studenten hun opleiding aan de NAVB afronden – een slim trucje om studenten aan de NAVB te binden, want officieel heeft de NAVB na het faillissement niet betaald voor het studentenbestand. Investeerder Laryea wordt door het faillissement buitenspel gezet. De docenten – allemaal zzp’ers – zijn de pineut: ze blijven zitten met individuele schuldenclaims van soms wel 10.000 euro.

Van daadwerkelijk besturen is amper sprake. Klachten worden met vage smoesjes afgewimpeld of simpelweg niet beantwoord

In de maanden voor het faillissement klagen docenten bij het bestuur van de AFS: facturen worden niet of laat betaald, van daadwerkelijk besturen is amper sprake. Klachten worden met vage smoesjes afgewimpeld of simpelweg niet beantwoord. Szwajcer is nooit aanwezig op de school en lijkt geen weet te hebben van wat er speelt. Gerson Oratmangoen en Darnell Triebel worden door Szwajcer naar voren geschoven als operationeel managers, maar hebben onvoldoende ervaring en overzicht om de school uit het slop te trekken. Ook Oratmangoen blijft na het faillissement achter met onbetaalde facturen.

Intussen gaat het met de AFS bergafwaarts. Doordat er niet actief nieuwe studenten worden geworven, stokt de instroom. Docenten moeten nog langer wachten op uitbetaling; de wachttijd loopt op tot drie maanden. Als het management nóg slechter bereikbaar wordt dan gebruikelijk, worden de docenten ongerust.

Beneden de maat

Geen gehoor krijgen bij bestuurders Akkermans en Szwajcer is de docenten van de NAVB niet vreemd. Al jarenlang rommelt het binnen de verschillende onderwijsinstellingen van de NAVB. Over de Fotovakschool spuiden docenten in 2019 kritiek in NRC Handelsblad: docenten geven les in vakken buiten hun expertisegebied, organisatorisch en administratief is het een zooitje en er is onvoldoende apparatuur beschikbaar. Docenten ‘moeten lesgeven in vakken waar ze geen verstand van hebben. Vragen stellen wordt niet gewaardeerd,’ zegt een belangenbehartiger van de docenten tegen de krant. Ook op de Dutch Filmers Academy is sinds de fusie tussen de vestigingen Hilversum en Amsterdam veel onrust. 

Directieleden schieten uit hun slof, zijn verbaal agressief, of zwijgen kritiek simpelweg dood

Studenten, docenten en medewerkers van de NAVB spreken tegenover Follow the Money van een ‘angstcultuur’. De docenten – net als bij de AFS overwegend zzp’ers – durven geen kritiek te uiten, bang niet meer te worden ingehuurd. Directieleden schieten uit hun slof, zijn verbaal agressief, of zwijgen kritiek simpelweg dood. Onwelgevallige vragen die op de zeldzame vergaderingen worden gesteld, belanden niet in de notulen.

Vanwege een gebrek aan begeleiding vallen studenten vroegtijdig uit. Nieuwe docenten worden niet of onvoldoende ingewerkt, bijgeschoold of ondersteund. Medewerkers die de studentenadministratie voeren, worden wegbezuinigd, zonder dat docenten extra tijd of geld krijgen om hun taken op te vangen. Bij sollicitatiegesprekken is niemand aanwezig die de expertise van kandidaten op waarde kan schatten. Freelance-docenten moeten een overeenkomst tekenen waarin ze verantwoordelijkheid nemen voor schade die studenten mogelijk aanrichten tijdens lessen of excursies. Eventuele belastingboetes voor een verkapt dienstverband komen voor rekening van de docent. Na langdurig juridisch gesteggel past het bestuur de clausules aan, maar alleen voor nieuwe overeenkomsten.

Docenten worden niet gevraagd om een BKE-certificaat: een bewijs dat je bekwaam bent in examinering. Wordt volgens de accreditatiedocumenten gestreefd naar 75 procent docenten met een academische master, in de praktijk is dat niet meer zo. Er is dusdanig bezuinigd op onderzoeksbegeleiding dat studenten, in plaats van 15 tot 20 uur scriptiebegeleiding van zowel een praktijk- als een academisch docent, nog maar 16 uur begeleiding krijgen van een enkele docent.


Docent NVAB

"Iedereen die de problemen onderkent of zou kunnen oplossen wordt wegbezuinigd"

Daarnaast spreken docenten van een ‘ethisch dilemma’: om de school draaiende te houden zijn nieuwe studenten nodig, maar eigenlijk willen ze de school bij niemand aanraden. ‘Je wilt als docent je bestaande studenten natuurlijk niet teleurstellen, dus dat is waar je voor werkt. Maar nieuwe studenten werven met een praatje waar je niet achter staat? Daar willen ervaren docenten zich niet voor lenen,’ zegt een oud-docent. 

‘Ze willen gewoon geld maken, maar hebben geen kaas gegeten van film, fotografie of onderwijs’

Voor de bestuurders hebben docenten verder weinig begrip. ‘Ze willen gewoon geld maken, maar hebben geen kaas gegeten van film, fotografie of onderwijs.’ Een ander: ‘Voor het voorbereiden van lessen of docentenvergaderingen was nooit geld beschikbaar, alles kwam direct uit de zak van de docent.’ Vanwege die onbetaalde overuren steken andere zaken extra. ‘Mijn auto moest ik altijd een eind verderop parkeren, want de parkeergarage onder de school was volgens het bestuur te duur. Behalve voor de auto’s van Akkermans en Szwajcer – die stonden daar wel.

Honorarium, overhead en overuren

De docenten krijgen wel iets voor overhead, maar het is niet veel. Per lesuur krijgen docenten gemiddeld zo’n 28 euro; daar komt 20 procent voor voorbereidingstijd bovenop. Een docenten: ‘Als je goed voorbereide lespakketten zou krijgen die je je alleen moet eigen maken, is dat in orde. Maar als je bedenkt hoeveel tijd je er zelf nog in moet steken, is het bij lange na niet genoeg. Daarnaast heb je ook nog tijd nodig om na te kijken.’ Akkermans bevestigt de 20 procent bonus voor voorbereiding, maar zegt dat docenten ‘tussen de 30 en 50 euro’ krijgen – exclusief de bonus.

Voor hbo-docenten in loondienst is 25 tot 30 euro per uur gebruikelijk, maar dan komen zaken als vakantiegeld, ziekteverlof, werkgeverspremies en pensioenopbouw voor rekening van de school. De freelance-docenten moeten daar zelf in voorzien. Karin Boelhouwer, belangenbehartiger Kunsteducatie bij de Kunstenbond, acht 55 euro per uur het minimum.

Onderdirecteur Wim van der Niet reageert geërgerd: ‘Vanuit de curriculumcommissie wordt aangegeven hoeveel tijd er staat voor het ontwikkelen van lesmateriaal. Er zijn altijd mensen die er langer over doen en daarvoor betaald willen krijgen, maar we moeten het wel regelen binnen de kaders van een school geschoeid op een ondernemingsmodel.’

Lees verder Inklappen

Van problemen binnen de school is volgens bestuurder Paul Akkermans en onderdirecteur Wim van der Niet geen sprake. Van der Niet spreekt van ‘oud zeer’ bij docenten, ontstaan door de fusie tussen de verschillende vestigingen. Van wegbezuinigen van personeel is volgens hem geen sprake: er is een ‘automatisering gemaakt van cijfers en resultaten’ waardoor minder mensen nodig zijn, en een deel van het ondersteunend personeel zou zijn overgeplaatst naar een andere functie. 

Freelance-contracten zijn volgens Van der Niet nu eenmaal nodig voor ‘state of the art onderwijs’. Vaste contracten leiden volgens hem tot docenten die ‘vastzitten in wat ze ooit zijn begonnen’ en ‘mentaal volledig zijn afgehaakt’, waardoor onderwijsdirecteuren ‘met de handen in het haar zitten’. Op zijn LinkedIn-pagina noemt hij een ander voordeel van flexcontracten: ‘Alleen ondernemende organisaties die snel kunnen inspelen op veranderingen, overleven uiteindelijk. De ervaring leert dat hoe meer vaste contracten, hoe minder slagvaardigheid. Vergeet het ondernemen dan maar.’ 

Cashen op particulier onderwijs

Dankzij de liberalisering in het hoger onderwijs kregen bestuurders de kans hun onderwijsinstelling te runnen als een bedrijf. De voorzet daartoe werd in 1985 gegeven door minister Wim Deetman (CDA), met de nota Hoger onderwijs: autonomie en kwaliteit. De nota roept op tot een grotere mate van vrijheid wat betreft de inrichting van de organisatie en opleidingen: meer decentralisatie, meer variatie. Dat gaf scholen de mogelijkheid om accenten te leggen op gebieden die ze belangrijk achten, zoals muziek of (top)sport. 

De nieuwe vrijheid bood ook kansen voor slimme ondernemers. Eigenaar, bestuurder en grootaandeelhouder Akkermans spreekt achter de schermen dan ook niet van studenten, maar van klanten. ‘Ik ben een simpele boer, een simpele ondernemer,’ is volgens ingewijden zijn motto.

Akkermans, van huis uit fiscaal jurist, heeft zijn bedrijven zo gestructureerd dat hij zich eenzaam aan de top bevindt

Ondernemer Akkermans verdient op meerdere manieren aan de school. Het hoofdgebouw in Apeldoorn, waar een groot deel van het onderwijs wordt gegeven, is in 2018 aangekocht door Akkermans en Szwajcer, die het doorverhuren aan de NAVB. Verder onttrekt Akkermans dividend aan twee bv’s (over 2019 was dat 59.547 en 3.787 euro, op een resultaat van respectievelijk 131.899 en 121.679 euro). Voorts ontvangt hij een vaste plus een variabele vergoeding voor zijn rol als bestuurder van de stichting NAVB.

Akkermans, van huis uit fiscaal jurist, heeft zijn bedrijven zo gestructureerd dat hij zich eenzaam aan de top bevindt. In de statuten van de stichting NAVB is opgenomen dat statutenwijzigingen en benoemingen moeten worden goedgekeurd door Beeldhuis BV. Voor een statutenwijziging moet het bestuur zich laten adviseren door de Raad van Advies, een niet-bestaand orgaan dat op gelegenheidsbasis wordt waargenomen door Akkermans en Szwajcer. 

Aan het hoofd van Beeldhuis staat Wolima Holding, een persoonlijke holding, met als enig bestuurder Paul Akkermans. Naast de stichting NAVB is er nog de bv Nederlandse Fotovakschool, waarvan Beeldhuis – en dus Akkermans – enig aandeelhouder en bestuurder is.

Nadat Ludwik Szwajcer begin 2020 met pensioen gaat, blijft Paul Akkermans over als alleenheerser in zijn koninkrijk van particulier beeldonderwijs.

Inspectie en accreditatie

Doordat de NAVB in het bezit is van NVAO-accreditaties, kunnen studenten hun studie bekostigen met overheidsgeld. Maandelijks kunnen ze aanspraak maken op een lening van DUO, tot maximaal 1076 euro. 

De controle op zulke onderwijsinstellingen is minimaal. De Onderwijsinspectie beoordeelt niet de kwaliteit van een opleiding of instelling, maar alleen of de wettelijke voorschriften worden nageleefd. Daarnaast is een inschrijving bij een particuliere instelling – anders dan bij regulier onderwijs – een civielrechtelijke overeenkomst. Heb je klachten, dan moet je naar de rechter.

De NVAO, die accreditaties controleert en verstrekt, kijkt wél naar de kwaliteit van het onderwijs, maar kijkt bij herhaalonderzoeken slechts naar een deel van de kwalificaties; voor meer onderzoek is dan geen ruimte. ‘Wij kunnen niet de hele dag bij iedereen op de stoep zitten,’ zegt IJda van Hout van de NVAO. ‘De instelling blijft verantwoordelijk voor het niveau van de opleiding. We hopen dat studenten aan de bel trekken als dat ineens keldert.’

Inschrijving bij een particuliere instelling is een civielrechtelijke overeenkomst. Heb je klachten, dan moet je naar de rechter

Onderzoeken worden bovendien gedaan via peer review: medewerkers van vergelijkbare opleidingen beoordelen elkaar. Volgens critici werkt dit ‘club culture’ in de hand. Slagingspercentages of doorstroomcijfers worden in het particulier onderwijs tot slot gezien als concurrentiegevoelige informatie, en worden daarom niet bekend gemaakt.

In april 2020 bracht de Onderwijsinspectie na herhaalde klachten een bezoek aan de school. Het inspectierapport is overwegend positief. Maar docenten voelden zich om de tuin geleid. Ze waren lang niet allemaal van het bezoek op de hoogte gesteld en het gesprek met de Inspectie werd in groepsverband gevoerd, waardoor ze zich niet vrij voelden om hun kritiek uit te spreken.

Karin Boelhouwer, belangenbehartiger Kunsteducatie bij de Kunstenbond, wijst op een ander probleem: al leeft onder studenten de angst dat ze opgescheept zijn met een waardeloos diploma, toch houden ze liever hun mond. ‘Dan lijk jij een sufferd omdat je duizenden euro hebt betaald voor slecht onderwijs.’ 

‘De NAVB wil concurreren met door de overheid bekostigde instellingen, maar of ze kwalitatief even goed zijn is de vraag,’ zegt Boelhouwer. ‘Het is vooral grootdoenerij. Dit is geen hogeschool, maar een onderneming. Zo presenteren ze zich niet; dat is misleidend.’

Wat docenten van de NAVB het meest dwars zit, is dat studenten uiteindelijk flink betalen voor een onbetekenend diploma. Een docent: ‘De Dutch Filmers Academy lijkt misschien te concurreren met de Filmacademie, maar in de Nederlandse filmindustrie wordt het diploma weggelachen. Een paar studenten zijn uitschieters: gepassioneerd en getalenteerd. Studenten die echt wat in hun mars hebben heb ik geadviseerd hier weg te gaan. Dat is misschien nog wel het meest kwalijke: deze school teert op studenten met een droom, zonder ze toe te rusten om die droom te verwezenlijken. Wie het wel heeft gemaakt, deed dat volledig op eigen kracht.’