AMSTERDAM - Een kraan in de Amsterdamse haven bij het lossen bij stortgoed (bulk), 1936.
© ANP Historisch Archief / Ge van der Werff

    Amsterdam is de tweede steenkoolhaven van Europa: alleen Rotterdam is groter. Maar waar Amsterdam de ambitie heeft om uiterlijk in 2030 te stoppen met steenkool, ontbreekt een dergelijke visie in Rotterdam. Hoe kan dat?

    Het is middernacht als er in de Rotterdamse gemeenteraad eindelijk gestemd gaat worden. De hele dag hebben de politici gepraat, gediscussieerd en onderhandeld. Dit is namelijk de laatste écht belangrijke vergadering voor de campagnes van de gemeenteraadsverkiezingen van start gaan. Alle partijen willen nog een punt maken of een overwinning binnenslepen. 

    Het avondmaal is al lang en breed verteerd als de vermoeide politici mogen gaan stemmen over niet minder dan 129 moties. Daarvan gaan er drie over de steenkoolhandel in de Rotterdamse haven, de grootste steenkoolhaven van Europa:een motie om het leasecontract van steenkolenboer EMO niet met 25 jaar te verlengen; eentje om een einde te maken aan de handel in ‘bloedkolen’ vanuit Colombia en eentje die, in zeer algemene bewoordingen, oproept om in lijn met het klimaatakkoord van Parijs afscheid te nemen van de steenkoolhandel. Geen meetbaar tijdpad, geen uiterste sluitingsdatum, niets werkelijk concreets. Toch ontraadt havenwethouder Adriaan Visser (D66) alledrie de moties.

    Als de politieke stofwolken optrekken, blijkt één motie het toch te hebben gehaald. De meest algemene motie van allemaal – het afscheid van de kolenhandel in Rotterdam – is met een ruime meerderheid door de gemeenteraad aangenomen. De wethouder moet met het Havenbedrijf om de tafel; klimaatactivisten en politici feliciteren elkaar. 

    Nog geen 24 uur later verschijnt een persbericht van het Havenbedrijf online, dat ook door wethouder Visser wordt getweet. De kern: ‘Het is aan Duitsland om te bepalen hoe lang en waarvoor het kolen invoert. Als de Duitse industrie kolen wil importeren en dat niet langer via Rotterdam gaat, dan verschuift de aanvoer naar andere havens. Daarmee schiet het klimaat niets op.’

    "Hoe kan het toch dat Amsterdam zoveel kritischer staat tegenover zijn steenkoolhandel dan Rotterdam?"

    Enkele dagen later laat een woordvoerder van de wethouder nog weten: ‘De motie maakt wat ons betreft een te beperkte keuze. Sluiting van de kolenoverslag leidt namelijk niet tot vermindering van de CO2-uitstoot in Rotterdam en in Nederland.’ Het is duidelijk: de wethouder en het Rotterdamse Havenbedrijf staan niet bepaald te springen van enthousiasme om deze motie.

    ‘Niet doof voor de maatschappij’

    Hoe anders zijn de geluiden in Amsterdam, na Rotterdam de tweede steenkoolhaven van Europa. Eerder dit jaar werd daar de visie uitgesproken dat steenkool in 2030 helemaal uit de haven verdwenen zal zijn: geen steenkoolcentrales meer, geen steenkooloverslag meer. Hoe het Amsterdamse Havenbedrijf tot deze visie kwam? De woordvoerder: ‘We zijn natuurlijk niet blind en doof voor maatschappelijke ontwikkelingen, dus duurzaamheidsargumenten hebben hier zeker een rol gespeeld.’ Het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders voegt daar aan toe: ‘De transitie naar een fossielvrije haven sluit aan op de ambitie die ook wij hebben.’

    Hoe kan het toch dat Amsterdam zoveel kritischer staat tegenover zijn steenkoolhandel dan Rotterdam? Op het oog lijkt de situatie in beide havens namelijk niet heel verschillend. Neem de langlopende leasecontracten, een argument dat in Rotterdam veel gebruikt wordt: de steenkoolbedrijven bezitten langdurige leasecontracten en dat zou het onmogelijk maken om iets aan de steenkoolhandel te doen.

    De woordvoerder van het Amsterdamse havenbedrijf geeft echter aan dat de Amsterdamse kolenboeren eveneens over langdurige leasecontracten beschikken. Toch bestaat in de hoofdstad wél de ambitie om aan hun vervuilende handel een einde te maken, aldus de woordvoerder: ‘We voeren nu gesprekken om gezamenlijk dit historische besluit vorm te geven.’

    Voor HES is een Amsterdamse kolenexit best te verhapstukken

    Wat daarnaast opvalt, is dat de steenkoolhandel in beide havens grotendeels in handen is van hetzelfde bedrijf: HES Beheer. De op één na grootste kolenterminal van Europa, het Amsterdamse OBA Bulk Terminal, is voor tweederde in handen van HES. In Rotterdam bezit het bedrijf zelfs een de facto monopolie op de steenkoolhandel. Met een kleinere Amsterdamse speler, Maja Stuwadoors, werkt HES ook al jaren samen.

    Ondertussen kampen de Rotterdamse overslagbedrijven van HES echter wel met een flinke onderbezetting. De steenkoolhandel in de Rotterdamse haven liep in de eerste helft van 2016 met 18 procent terug ten opzichte van een jaar eerder, met name omdat Duitsland in rap tempo vervuilende kolencentrales aan het sluiten is. Experts voorspellen dat de Rotterdamse steenkoolhandel in 2017 verder terug zal lopen.

    Als HES de handel van OBA naar Rotterdam haalt, slaat het dus drie vliegen in één klap: het kan een mooie exitpremie vangen van het Amsterdamse Havenbedrijf, de Rotterdamse ondernemingen zullen voorlopig met minder onderbezetting te maken krijgen en een concentratie van de activiteiten op één plek levert synergievoordelen op. Voor HES (dat volgens De Telegraaf overigens weer te koop staat) is een Amsterdamse kolenexit dus best te verhapstukken — maar dan moet Rotterdam wel ‘gewoon’ een kolenhaven blijven.

    De locatie van de steenkolenoverslag in Amsterdam

    Tekort in Amsterdam, overschot in Rotterdam

    Niet alleen de Rotterdamse overslagbedrijven kampen overigens met een onderbezetting; de haven als geheel ziet de toekomst ook steeds somberder tegemoet. Sinds 2011 voorspelt het Havenbedrijf de omvang van de totale goederenstroom naar de haven in verschillende scenario’s. De daadwerkelijk gerealiseerde cijfers vallen echter telkens tegen, waardoor alle scenario’s inmiddels met gemiddeld 25 procent (!) naar beneden zijn bijgesteld. De verwachte handelsstroom in 2040 is inmiddels dus een kwart lager dan 6 jaar geleden. In slechts één van de vier scenario’s wordt überhaupt nog uitgegaan van substantiële groei. 

    Rotterdam lijkt steeds vaker de boot te missen

    Ondertussen lijkt Rotterdam steeds vaker de boot te missen als het gaat om een duurzame transitie richting een circulaire, biobased haven. In persberichten en presentaties werden de afgelopen jaren constant grootse plannen aangekondigd: een waterstoffabriek; een waste2chemicals-fabriek; een bioraffinaderij; een plastic-recycle-fabriek; een methanol-uit-hout-fabriek; een warmterotonde; ondergrondse CO2-opslag. Niet één project kwam vooralsnog voorbij de tekentafel of testfase. Het gevolg: de eens zo schaarse ruimte in de haven is zo schaars niet meer. Het Havenbedrijf krijgt de gigantische nieuwe Tweede Maasvlakte zelfs maar met moeite verhuurd.

    Ruimte is ook een factor van belang in de Amsterdamse haven, maar dan op een heel andere manier: de Amsterdamse woningmarkt barst zoals bekend uit zijn voegen en daarom klinkt steeds luider de roep om een compleet nieuwe stadswijk in het Westelijke Havengebied. Maar liefst 40 tot 70 duizend woningen moeten hier gebouwd worden — een wijk zo groot als de stad Leiden. Politici van links tot rechts zien in dit enorme project met de naam ‘Haven-Stad’ de ideale oplossing voor de Amsterdamse woningnood.

    Het enige probleem: in dit havengebied zitten bedrijven met langlopende leasecontracten. Het gaat dan met name om de bedrijven Eggerding, Bunge en ICL. Zij hebben aangegeven best te willen verhuizen, maar dan moet er wel een nieuwe locatie gevonden worden die aan hun voorwaarden voldoet. De woordvoerder van de drie bedrijven geeft aan wat die voorwaarden zijn: de nieuwe locatie moet in Amsterdam zijn, met directe toegang tot het Noordzeekanaal en toegang tot de belangrijkste autowegen.

    Één blik op de kaart leert dat de locaties van de Amsterdamse kolenterminals precies aan die voorwaarden voldoen. Niemand wil nog bevestigen (of ontkennen) dat de bewuste bedrijven naar de kolenterminals zullen verhuizen, maar Amsterdamse raadsleden geven wel aan dat ze dit een logische optie zouden vinden. Zo zegt raadslid Ger Jager (PvdA): ‘Herontwikkeling van de kolenoverslag wordt regelmatig genoemd als toekomstig gebied waarnaar uitgeplaatste bedrijven uit de zone van Haven-Stad naar toe moeten. Vanzelf gaat dat echter niet gebeuren. Hier is een actieve regie vanuit de gemeente en het Havenbedrijf voor nodig.’

    Het is dus duidelijk dat Amsterdam vrij eenvoudig een nieuwe bestemming voor de eventueel vrijkomende kolenterminals kan vinden — één waaraan het flink kan verdienen, waarmee bovendien de Amsterdamse woningnood flink zal kunnen worden teruggebracht. Ondertussen heeft Rotterdam nu al moeite om alle havengebieden te verhuren. Voor de eigenaar van de grootste kolenterminal van Amsterdam lijkt een verhuizing van de handel naar Rotterdam juist voordelen op te leveren.

    Het gevolg: waar Amsterdam de transitie naar een duurzame haven aan het vormgeven is, lijkt Rotterdam zich juist nog vaster te klampen aan fossiel — alle algemene, diep in de nacht aangenomen klimaatmoties ten spijt.

    Over de auteur

    Ties Joosten

    Gevolgd door 143 leden

    Journalist. Schrijver. Haven. Klimaat. Feyenoord. Soms wat hiphop. Voorheen hoofdredacteur van Blendle.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Klimaatverandering en de Rotterdamse haven

    Gevolgd door 152 leden

    20 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot komt uit de Rotterdamse haven. 20 procent! Nergens is de opgave om te verdu...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren