© ANP/ROB ENGELAAR

  • is het zo dat als elk Europees land een eigen cryptocurrencies heeft die gekoppeld aan de Euro met eigen koers, ook devaluatie per land kan?

Bij het rondetafelgesprek over cryptomunten in de Tweede Kamer deze week regeerde aanvankelijk een slechte raadgever. De angst voor criminaliteit en speculatie, maar vooral om macht te verliezen. Maar er is hoop: de potentie voor een stabieler financieel systeem deed bij sommige Kamerleden de ogen fonkelen.

Het was meteen duidelijk: de insteek van het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer – ‘naar aanleiding van de berichten in de media over cryptocurrencies en de impact die dit kan hebben op het betalingsverkeer’ – was geen open zoektocht naar de innovatiemogelijkheden van cryptomunten en de onderliggende blockchain-technologie. De meeste Kamerleden van de Commissie Financiën wilden vooral weten hoe zij de nietsvermoedende Nederlandse belegger op korte termijn moeten beschermen tegen de duistere wereld van crypto-criminaliteit. Of in ieder geval wilden ze voor diezelfde media-bühne laten zien dat zij er, net als DNB en AFM, álles aan hebben gedaan om het volk te behoeden voor de grote gevaren van cryptomunten. 

Negatieve beeldvorming

Flink wat Nederlanders hebben inmiddels kennisgemaakt met de cryptohype en wagen een gokje in het online casino waar je met Initial Coin Offerings (ICO’s) binnen enkele dagen je inleg kunt verdubbelen – of verliezen. De speculatie in cryptomunten is risicovol en allerlei oplichters slaan een slaatje uit de onwetendheid van het publiek over de virtuele munten. De traditionele media voeden dat negatieve beeld van de cryptomunten, ‘en als Tweede Kamer moet je daar wat mee,’ vertelde VVD-Kamerlid Roald van der Linde, initiator van het rondetafelgesprek, in de studio van Radio EenVandaag. Daar schoof ik samen met hem aan voor een nabespreking, die ook vooral ging over de gevaren van cryptomunten. 

Maar niet iedereen die woensdag aanwezig was in de Kamer laat zich leiden door angst. Rutger van Zuidam, crypto-ondernemer en eigenaar van Dutchchain, richtte zich met passie tot de Kamerleden om een ander verhaal te vertellen: ‘ICO’s kunnen voor Nederland doen wat venture capital voor Silicon Valley heeft gedaan.’ Hij spreekt over duizenden nieuwe banen in Nederland en de instroom van nieuw kapitaal. Van Zuidam nam zelfs premier Ruttes paradepaardje in de mond: ‘cryptomunten zijn goed voor de BV Nederland.’ Daarvoor is volgens Van Zuidam alleen wel een constructieve mindset vereist – en de juiste regulering en wetgeving om crypto-ondernemers naar ons land te halen. 

Debat van uitersten

Voor het creëren van die constructieve mindset staat alleen niet iedereen open. Het Financieele Dagblad legt in zijn verslaggeving de nadruk op de zorgen van toezichthouders voor fraude en witwaspraktijken en kiest ervoor om de onheilspellende woorden van Teunis Brosens van ING te citeren: ‘Er zijn twee bewezen “use cases”: speculatie en criminaliteit.’ Maar het FD geeft bovenal een onjuiste weergave van wat er werd gezegd tijdens het rondetafelgesprek door te schrijven dat  ‘crypto-evangelisten niet zitten te wachten op overheidsbemoeienis’. 

De genodigde cryptobedrijven deden er namelijk alles aan om zich te distantiëren van de criminele wereld. Thomas van der Bijl van Follow Coin vertelde: ‘Bij onze eigen ICO hebben wij aan zelfreguling gedaan, zodat wij weten wie er mee hebben gedaan, voor welk bedrag en waar die mensen wonen.’ Jouke Hofman van Bitonic geeft aan een regelgevend kader vanuit wetgever en toezichthouders te verwelkomen, ‘zodat onduidelijkheid wordt weggenomen en ongebruikelijke transacties bij de FIU gemeld kunnen worden.’ Hofman: ‘Wij hopen dat dat als gevolg heeft dat banken en andere financiële instellingen wat minder bang zijn voor ons als Bitcoin-bedrijven.’ 

De gevestigde orde is bang om haar macht over het financiële systeem te verliezen

Het Financieele Dagblad schrijft: ‘het was een debat van uitersten.’ Die typering is correct. Echter, de door de krant geschetste tweespalt van banken en toezichthouders vóór regulering en cryptobedrijven als anarchistische cowboys daartegenover, is niet de juiste. De daadwerkelijke kloof is er een tussen de gevestigde financiële orde en de vernieuwende wereld. De gevestigde orde is bang om haar macht over het financiële systeem te verliezen aan een groep vernieuwers die de digitale wereld beter begrijpt en sneller kan anticiperen op de veranderingen in de samenleving. 

De tweespalt tussen de oude en nieuwe financiële wereld zie je ook in de media. Het FD positioneert zich met zijn eenzijdige berichtgeving duidelijk als echoput van gevestigde belangen en etaleert een visie op cryptomunten vergelijkbaar met die van PVV-kamerlid Van Dijck. Ook hij kwam na alle uitleg niet verder dan ‘het is een instrument voor de illegale wereld’. Omdat crypto-enthousiastelingen zich niet herkennen in dat soort berichten wijken zij voor hun nieuwsvoorziening uit naar specifieke cryptoplatforms als coindesk of blocker.nl. Daar lees je dan weer over de andere uitersten. Op blocker schrijft Didi Taihuttu, de man die zijn hele hebben en houden verkocht om te speculeren, vanuit een ligstoel op de Thaise stranden hoe de cryptokoersen alleen nog maar verder zullen stijgen.

Vrijblijvende waarschuwingen

Ondanks de tegengestelde invalshoeken is er dus wel unaniem vraag naar een duidelijk regelgevend kader. Lars van de Ven van AFM zegt echter glashelder: ‘ICO’s zijn zo gestructureerd dat ze niet onder toezicht vallen. Zo kan de AFM geen toezicht houden.’ Maar in plaats van te werken aan een concreet toekomstplan voor regulering van digitale munten, blijven DNB en AFM steken bij vrijblijvend waarschuwen voor de risico’s. Er wordt ook bij het rondetafelgesprek weer geschermd met ‘the innovation hub’, maar een poging tot het opzetten van richtlijnen voor ICO’s, zoals de monetaire autoriteit van Singapore dat bijvoorbeeld wel deed, is niet aan de orde. De angst om de vingers te branden is bij de Nederlandse toezichthouders groot. 

Om het toezicht in te richten waar zowel politici als cryptobedrijven om vragen, zal de wet cryptomunten moeten erkennen als ‘geld’ of ‘effect’. In mijn position paper voor het rondetafelgesprek en de samenvatting op FTM schreef ik al over de onduidelijkheid in de wet over wat wij ‘geld’ noemen. Alleen contant geld, bankbiljetten uitgegeven door de centrale bank, is in Nederland ‘wettig betaalmiddel’. Voor onze dagelijkse transacties – en onze belastingbetaling – gebruiken we echter vooral giraal geld, uitgegeven door commerciële banken. Giraal geld is geen ‘wettig betaalmiddel’, maar wordt wel gangbaar gebruikt als betaalmiddel. 

‘In plaats van te kijken wat er niet goed aan Bitcoin is, kun je ook kijken wat je kunt verbeteren’

Anders dan girale banktegoeden ziet DNB ‘crypto’s niet als geld functioneren’. DNB: ‘Je moet ermee kunnen rekenen, betalen en sparen. Die functies zien we niet voor Bitcoin en andere crypto’s.’ Cryptomunten vallen dus volledig buiten het gebruikelijke financiële begrippenkader. Maar ook DNB-divisiedirecteur betalingsverkeer Petra Hielkema heeft grote moeite met het onderscheid. Even later zegt ze over Bitcoin: ‘Miners overal ter wereld doen aan geldschepping.’ Een contradictio in terminis. Is Bitcoin nu wel of geen geld? Ook DNB blijkt toch niet zo zeker te zijn van de definities en mogelijkheden.

Wat nog niet is maar wel kan komen, lijkt voor DNB van minder belang. Hielkema kijkt nauwelijks vooruit, maar focust op de huidige tekortkomingen van Bitcoin: ‘de munt an sich functioneert niet’ want ‘de munt is niet snel genoeg’. Ze beschrijft de energieverspilling van Bitcoin, die ‘de omvang [heeft] van het energiegebruik van Denemarken’. Ook ING vestigt hierop de focus en benadrukt de machtsconcentratie van Chinese miners over het Bitcoin-netwerk. Rutger van Zuidam pareert deze kritiek door de tekortkomingen van cryptomunten te erkennen, maar de situatie te vergelijken met het internet uit de tijd dat je nog een piepende modem gebruikte: ‘In plaats van te kijken wat er niet goed aan is, kun je ook kijken wat je kunt verbeteren.’ Hij voorspelt dat Bitcoin binnen enkele jaren miljoenen transacties aankan en dat het energievriendelijker wordt.

Fundamentele vragen

De macht over Bitcoin, de hoge energieconsumptie en de capaciteitsproblemen zijn stuk voor stuk interessante discussie onderwerpen, maar het is niet de kern van de aanstaande paradigmaverschuiving in ons monetaire systeem. ING en DNB zwijgen over de écht belangrijke zaken die juist vragen om een fundamentele discussie op politiek niveau. Ze reppen met geen woord over wat de opkomst van cryptomunten zal betekenen voor de financieringspositie van banken of de grip van de overheid op monetair beleid. Wanneer cryptomunten verder aan populariteit winnen, zal dat de dominante rol van banken in ons betalingsverkeer veranderen. Commerciële banken zullen dan een alternatief voor spaargeld moeten vinden als financiering voor hun bedrijfsactiviteiten. Centrale banken verliezen op hun beurt de monetaire instrumenten om Quantitative Easing (QE)-beleid te kunnen voeren – tenzij ze zelf een digitale munt uitgeven waarvan ze de uitgifte beheren. 

De angst voor het onbekende lijkt plaats te maken voor interesse, maar DNB houdt de boot af

SP-Kamerlid Mahir Alkaya haakt hierop aan en stelt aan zowel DNB als ING de vraag: ‘Wat zijn de mogelijkheden van een door de overheid uitgegeven digitale munt en wat betekent dat voor het financiële systeem?’ De angst voor het onbekende lijkt langzaam plaats te maken voor interesse, maar DNB houdt opnieuw de boot af: 'Dat zien we niet vliegen, gegeven het maximaal aantal munten dat je kan “minen” in combinatie met het decentrale karakter.’ Dit antwoord illustreert het kennisgebrek bij DNB over de materie. Wanneer de centrale bank een digitale munt zou uitgeven is zij natuurlijk zelf de programmeur van de onderliggende regels voor die munt. Van een ongewenst maximum aantal munten of een gebrek aan centrale controle is dus helemaal geen sprake. 

Teunis Brosens van ING zet bij het beantwoorden van deze vraag zijn corporate pet even af en laat zien de materie veel beter te beheersen dan in zijn position paper naar voren komt. Hij benadrukt daarbij dat de discussie over central bank digital currencies en de implicaties daarvan niet van technische – maar financieel economische aard zijn: ‘Als je een systeem blanco zou ontwerpen, kun je er inderdaad voor kiezen om een central bank digital currency te gebruiken en het stelsel zo in te richten. We hebben nu een ander stelsel. Dat vergt redelijk wat fundamenteel denkwerk: hoe zou je het dan willen hebben? En hoe ga je een transitie managen? Waarbij niet zozeer het hachje van de ING-bank belangrijk is, maar waarin maatschappelijk gezien de stabiliteit en ook de financiering van de economie gewaarborgd blijft.’

Het dilemma van de overheid

Wanneer begint dat fundamentele denkwerk en welke rol is hierin voor de overheid weggelegd? VVD-kamerlid Roald van der Linde vertelt in de radiostudio openhartig dat de focus nu ligt op de kortetermijnrisico’s, maar hij ziet ook wel in dat de overheid een langetermijnvisie op cryptomunten moet vormen. Maar hoe doe je dat? De diepgaande kennis over dit onderwerp ontbreekt bij de volksvertegenwoordiging. Jan Paternotte van D66 spreekt eveneens dit dilemma uit: ‘De technologie biedt enorme kansen’, maar ‘het is lastig voor de overheid om te zien wat de mogelijkheden hiervan zijn over tien jaar. En hoe we er dan mee omgaan, terwijl we nu al worstelen met hoe om te gaan met de uitingen van de onvolwassenheid [van cryptocurrencies, TB.].’

Techgiganten als Google en Facebook zijn allang bezig met regulering door programmering

Dat is een terechte vraag wanneer je ziet dat de technologie zich razendsnel ontwikkelt en wetgeving daarbij achter de feiten aan loopt. Maar misschien kan juist de blockchain-technologie bijdragen aan een oplossing hiervoor. Van Zuidam verwoordde het als volgt: ‘We gebruiken nu instituten en papier om vertrouwen te organiseren in het besturingssysteem van onze samenleving. Maar dat besturingssysteem is geworteld in de vorige eeuw, van voor het internet. Het voldoet niet meer: we hebben een alternatief nodig.’ Hij legt uit dat je met blockchain programmeerbaar geld kunt creëren, waarin je ongewenst gedrag kunt uitsluiten op het moment dat het plaatsvindt. GroenLinks-Kamerlid Bart Snels is getriggerd; hij wil meer weten over de mogelijkheden voor ‘regulering door programmering’ en vraagt: ‘Moet de overheid mee gaan denken hoe die programmering plaatsvindt?’ 

Dat is een cruciale vraag, waar we geen tien jaar meer over kunnen nadenken. We moeten nu op zoek naar nieuwe modellen voor besturing en kennisdeling om democratische inspraak op de regels van onze samenleving te behouden – en dan gaat het niet alleen over ons geldstelsel. Techgiganten als Google en Facebook zijn allang bezig met regulering door programmering; algoritmes sturen het gedrag van mensen. 

Maar wie programmeert die algoritmes, en volgens welke uitgangspunten? De blockchain-technologie biedt mogelijkheden voor transparante en gedecentraliseerde besturingsmodellen waarbij privacy en veiligheid hoog in het vaandel staan. Zoals Van Zuidam zegt: ‘Dit gaat voor een grotere revolutie zorgen dan we tot nu toe hebben meegemaakt met het internet.’ Cryptocurrencies zouden niet alleen kunnen zorgen voor een stabieler monetair systeem, maar wellicht ook bijdragen aan het behoud van de democratische rechtsstaat in een digitaal tijdperk. 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Thomas Bollen

Gevolgd door 1048 leden

Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Thomas Bollen
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Van wie is ons geld?

Gevolgd door 1085 leden

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

Lees meer

Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

Volg dossier