Er wordt volop gepraat over innovatie in de bankenwereld, maar dat innoveren blijkt in het echt nagenoeg onmogelijk: na twee jaar pingpongen tussen De Nederlandsche Bank (DNB) en het Ministerie van Financiën krijgt de ‘depositobank’ van Stichting Full Reserve alsnog geen bankvergunning. Terugtredend voorzitter Richard Van der Linde vertelt zijn verhaal: ‘Het gaat hier niet alleen over ons. Alle innovatie die de kern van het geldsysteem raakt, stuit op een enorme drempel.’

    Sinds de kredietcrisis in 2008 is de bankenwereld volop onderwerp van politieke discussie. Het gaat dan vaak over het aanscherpen van de regels die banken beperken om te grote risico’s te nemen met het uitlenen van geld. De stabiliteit van het financiële systeem zou namelijk opnieuw in gevaar kunnen komen wanneer banken te veel risicovolle leningen hebben uitstaan. 

    Niet alleen over wetgeving, maar ook over innovatie in de bankenwereld worden gesprekken gevoerd. De Nederlandsche Bank (DNB) en Ministerie van Financiën willen dat er meer ruimte komt voor innovatie in de financiële sector. FinTech (financiële technologie) is daarbij het buzzword, maar er is ook aandacht voor meer fundamentele innovatie van het geldsysteem. 

    Na twee jaar lang onderhandelen heeft de depositobank nog steeds geen bankvergunning weten te bemachtigen

    Wanneer innovatie-ambities zich vertalen naar concrete initiatieven, blijkt de werkelijkheid echter toch een stuk weerbarstiger. Na twee jaar lang onderhandelen met het Ministerie van Financiën en DNB heeft de depositobank nog steeds geen bankvergunning weten te bemachtigen. Initiatiefnemer Richard van der Linde vertelt zijn verhaal: 'We zijn van het kastje naar de muur gestuurd.’

    Depositobank 

    Van der Linde raakte geïnspireerd door het Burgerinitiatief Ons Geld, dat met 120.000 verzamelde handtekeningen, het onderwerp van commerciële geldschepping op de politieke agenda zette. Hij wilde echter niet wachten tot de overheid met een oplossing zou komen. 'Marktpartijen kunnen ook innoveren. Als je verandering wil bewerkstelligen, moet je plannen uitwerken en gewoon gaan experimenteren.'

    In 2015 richtte Richard van der Linde daarom de Stichting Full Reserve op. Deze stichting wil een bank opzetten die de spaarcenten van haar klanten veilig bewaakt en zich – in tegenstelling tot andere banken – niet tegelijkertijd bezighoudt met het verstrekken van leningen.

    'De saaiste bank van Nederland,' noemt Van der Linde het zelf. Maar tegelijkertijd is het een radicale vernieuwing in het bankenlandschap: er bestaat namelijk geen spaarbank die je geld ook echt in haar (digitale) kluis bewaart.

    Aan animo vanuit de markt was geen gebrek: al snel waren er genoeg sympathisanten en startkapitaal om van start te gaan. Het verkrijgen van een bankvergunning bleek echter een struikelblok. Van der Linde deed in een serie artikelen op FTM verslag van het stroperige onderhandelingsproces met DNB om een vergunning te krijgen. In januari 2016 kwam er duidelijkheid: binnen de huidige wetgeving zag DNB geen mogelijkheid voor een depositobank.

    Wat is een 100 procent reserve Depositobank?

    Het kernidee van de Depositobank ligt verankerd in een drietal uitgangspunten:

    1. De bank wil het spaargeld van haar klanten écht veilig bewaren en het dus niet uitlenen aan andere partijen. Dat levert geen rendement op, maar je krijgt er als klant zekerheid voor terug. Het spaargeld wordt volledig bewaard in de 'digitale kluis' van de depositobank (andere banken houden slechts een fractie van het spaargeld in kas en lenen de rest uit).
    2. Als andere banken vanwege kredietrisico's in de problemen komen, wil de depositobank daar niet voor opdraaien. Zekerheid kun je immers alleen bieden als je niets te maken hebt met de risico's die andere banken nemen.
    3. Je moet als klant vanuit je rekening kunnen betalen zoals met een normale bankrekening. Als je niet vanuit je rekening kunt betalen, gaat de praktische functionaliteit van een bankrekening verloren.

    Zonder deze uitgangspunten is het idee van een veilige spaarbank niets waard. Klanten kiezen bewust voor het inruilen van rendement voor zekerheid. Ze moeten zelfs een klein bedrag gaan betalen voor een rekening en ontvangen geen rente. Als andere banken wel risico's nemen moeten ze dat zelf weten, maar dan moeten ze ook zelf op de blaren zitten wanneer het fout gaat.

    Om deze drie uitgangspunten te verwezenlijken heeft depositobank een bankvergunning nodig die:

    • Toegang geeft tot het Europese betalingssysteem (Target2 genaamd);
    • Het toestaat dat de bank geen geld uitleent maar alleen spaargeld bewaakt;
    • De bank niet mee dwingt te doen met het depositogarantiestelsel (DGS)

    Een bank met een standaard bankvergunning is verplicht om deel te nemen aan het DGS. Dat zou een probleem zijn voor een depositobank, want dit is in strijd met de uitgangspunten. 

    Bovendien zou deelname aan het DGS geen vereiste hoeven zijn om rekeninghouders van Depositobank te beschermen voor kredietrisico’s. Het idee van de Depositobank is nou juist dat de beheerde spaargelden volledig gegarandeerd worden (en niet slechts tot een bedrag van €100.000 zoals in het DGS).

    Een standaard bankvergunning is dus geen goede optie. Daarom moet er volgens Stichting Full Reserve gekeken worden naar de mogelijkheden die een vrijwillige bankvergunning biedt. De vrijwillige bank is een bijzonder type bank welke weer aan andere regels moet voldoen. Via de zogenaamde 'opt-in vergunningen' is het mogelijk om onder andere voorwaarden toch een bank te starten. Het is daarbij van belang dat er een opt-in vergunning wordt verstrekt die wel toegang geeft tot Target2 ­– een vereiste om via je bankrekening te kunnen betalen.

    Lees verder Inklappen

    Motie

    Het initiatief leek voortijdig gestrand, maar in maart 2016 wordt de deur opnieuw opengezet. De term 'depositobank' valt maar liefst 31 keer tijdens het Kamerdebat naar aanleiding van het Burgerinitiatief Ons Geld. Opmerkelijk, want de depositobank is een volledig losstaand initiatief.  

    Een groot aantal politici, inclusief minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem, spreken zich uit voor het starten van een pilot met de depositobank. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) krijgt de opdracht om het geldscheppingsproces te onderzoeken.

    Daarnaast neemt de Tweede Kamer ook een aparte motie aan waarin het pleit voor onderzoek naar de mogelijkheden van een depositobank; een veelbelovende actie volgens Van der Linde, niet alleen vanwege de unanieme steun van de Kamer, maar vooral omdat er wordt gevraagd om onderzoek gericht op het wegnemen van wettelijke beperkingen. De regering wordt specifiek verzocht om 'te onderzoeken hoe de huidige wetgeving voor vergunningverlening moet worden aangepast om een depositobank mogelijk te maken.'


    Richard van der Linde

    "Als je kijkt wat het heeft opgeleverd, moet je concluderen dat er na 1,5 jaar nog steeds geen plan ligt"

    FinTech

    Drie maanden later, op 9 juni 2016, schrijft minister Dijsselbloem een brief aan de Kamer over FinTech-initiatieven. De casus van de depositobank krijgt hierin ook een plek. Het epistel gaat over innovation hubs en regulatory sandboxes (proeftuinen voor innovatie), over differentiatie in bankvergunningen, en over de benoeming van Willem Vermeend als Special Envoy FinTech, (bruggenbouwer tussen FinTech-partijen, de overheid en de toezichthouders) 'om kansen en knelpunten van FinTech te identificeren met als doel innovatie in de financiële sector aan te jagen.'

    Aan jargon geen gebrek, maar het wordt weinig concreet. Van der Linde zegt hierover: ‘Rondom fintech was er een hoop borstgeklop toen Vermeend als speciale gezant werd aangesteld. Maar als je kijkt wat dat heeft opgeleverd moet je concluderen dat er na 1,5 jaar nog steeds geen plan ligt.’

    ‘De minister heeft niet onderzocht hoe de wet kan worden aangepast om de depositobank wél mogelijk te maken’

    Met betrekking tot de depositobank verwijst Dijsselbloem opnieuw naar vergunningsvarianten. Daar past een depositobank niet tussen, zoals Stichting Full Reserve dat al in september 2015 vaststelde en zoals ook door DNB werd beaamd. Van der Linde: ‘De minister heeft dus niet onderzocht hoe de wet kan worden aangepast om de depositobank wél mogelijk te maken, zoals in de motie wordt gevraagd. Dat het concept van een depositobank niet binnen de huidige wetgeving past, wisten we daarvoor ook al.'

    Compromisbereidheid

    Tijdens het daaropvolgende overleg van de vaste commissie Financiën wijst ook motie-indiener Wouter Koolmees van D66 erop dat het gevraagde onderzoek niet goed is uitgevoerd. De Minister zegt daarop: 'Als je de motie letterlijk leest, kun je haar opvatten als een verplichting om de wet aan te passen. Zo hebben we het niet gedaan.' 

    Dijsselbloem kaatst vervolgens de bal terug naar Stichting Full reserve zelf: 'Wij denken dat de opties die DNB biedt ruimte geven, maar er zal enige compromisbereidheid moeten zijn bij de initiatiefnemers van de depositobank.' De minister doelt hiermee op het compromis om toch deel te nemen aan het depositogarantiestelsel.

    Van der Linde zegt hierover: 'We zijn bereid tot compromis, maar de uitgangspunten die de depositobank tot een full reserve bank maken kunnen we per definitie niet aan de kant schuiven.' De minister suggereert dat de Stichting niet flexibel genoeg is, maar daar ligt het probleem volgens Van der Linde niet.

    ‘Het lijkt op die paarse krokodil die voor je neus ligt, maar die je om onduidelijke redenen niet mee mag nemen’

    ‘Het is allemaal retoriek dat wij niet ‘compromisbereid’ zijn, of dat het ministerie en DNB ‘zo min mogelijk risico’ nastreven. Onze stichting wil nota bene een bank ‘zonder kredietrisico’ oprichten. Simpeler kan het niet. Het lijkt op die paarse krokodil die voor je neus ligt, maar die je om onduidelijke redenen niet mee mag nemen. Onze casus legt bloot dat er onbenoemde zaken meespelen.’

    Van der Linde vindt Dijsselbloem en het team rondom hem ‘bijzonder capabel.’ Daarom is het des te opmerkelijk dat het hen niet lukt om de simpele vraag uit de motie ‘hoe de wet kan worden aangepast’ onderbouwd te beantwoorden.

    Ook valt het Van der Linde op dat Kamerleden er vaak blind vanuit gaan dat het allemaal steekhoudend is wat de Minister zegt. ‘Door tijdgebrek zijn ze onvoldoende ingelezen om het spinnen van feiten door de Minister en zijn team altijd in de smiezen te krijgen. Dat is ook niet gek, als je ziet hoe veel complexe onderwerpen iedere twee weken op de agenda staan.’

    Van het kastje naar de muur

    Ondanks het bezwaar van Koolmees, stuurt Dijsselbloem niet aan op onderzoek naar hoe de wet kan worden aangepast. In plaats daarvan laat hij DNB – hun eerdere bevindingen ten spijt – opnieuw de mogelijkheden binnen de wet voor een depositobank onderzoeken. Hij maakt het onderdeel van een marktconsultatie die DNB samen met AFM uitvoert over markttoegang, vergunningen en toezicht. 

    De advocaat van Stichting Full Reserve, FG Lawyers, zendt 31 augustus 2016 een juridische reactie naar de innovation hubs van DNB en de AFM, als input voor deze consultatieronde. FG Lawyers besteedt hierin ook aandacht aan de casus van de Depositobank. Er wordt een gedetailleerde juridische mogelijkheid uitgewerkt die laat zien hoe de Nederlandse wet aangepast zou kunnen worden om de Depositobank mogelijk te maken. 

    ‘Uiteindelijk heb ik Klaas Knot direct benaderd; dat hielp’

    Reacties hierop blijven uit. Van der Linde: 'In oktober 2016 ben ik DNB zelf actief gaan benaderen. Het was daarbij heel normaal dat ik weken moest wachten op antwoorden. Ik heb DNB gevraagd of ze nog informatie nodig hadden om tot een oordeel te komen, maar daar was geen behoefte aan.’

    Angstcultuur

    'Wat je binnen DNB ziet, typeer ik als een angstcultuur. Niemand durft wat te zeggen of knopen door te hakken. Het lijkt wel of alles top-down bepaald moet worden. Als je na lang wachten antwoord krijgt dan is het heel formeel geschreven, maar het wordt bijna nooit concreet. Een groot contrast met de Bank of England of de Belgische Centrale Bank, waar je doorgaans een snelle reactie krijgt. Uiteindelijk heb ik Klaas Knot direct benaderd en dat hielp.'

    Lees verder Inklappen

    Uitsluitsel

    In december 2016 komen DNB en de AFM met het voor Stichting Full Reserve relevante rapport getiteld 'Meer ruimte voor innovatie in de financiële sector'. De vrijwillige bankvergunning – die juridische mogelijkheden voor een depositobank zou kunnen bieden – wordt hierin omschreven. Tot Van der Linde’s grote verbazing noemen DNB en AFM de depositobank echter niet één keer.

    Van der Linde: 'Het proces lijkt haast wel ingericht om je te laten vergeten door het publiek. De media-aandacht zakt weg en de parlementariërs krijgen andere zaken voor hun kiezen. Ondertussen verlies je tijd en energie zonder voortgang te maken.'


    Wouter Koolmees

    "Er is veel gepingpongd tussen Ministerie en DNB"

    In februari 2017 is de maat voor Van der Linde vol: 'Zonder concreet antwoord van DNB, bleef de minister ons terugverwijzen naar DNB voor mogelijkheden binnen de huidige wetgeving. Ondertussen bleef DNB vertellen dat ze niets voor ons konden doen, maar gaven ze het Ministerie geen definitieve duidelijkheid op papier.' Om uitsluitsel te krijgen zet Stichting Full Reserve een aantal telefoongesprekken met DNB op.  

    Olaf Sleijpen, divisiedirecteur Toezicht & beleid en onder meer medeverantwoordelijk voor fintech en innovatie bij DNB, werd aangesteld als contactpersoon en ging zich persoonlijk bezig houden met het dossier. Hij lijkt in februari 2017 helderheid te verschaffen: DNB ziet geen mogelijkheden voor een depositobank binnen de huidige wetgeving.

    In een tweede gesprek met Kamerleden Koolmees (D66), Nijboer (PvdA) en Merkies (voormalig SP) wordt de deur vervolgens toch weer op een kier gezet: in plaats van een duidelijke ‘nee, het kan niet’, wordt er gesproken over het uitwerken van andere scenario's.

    Stichting Full Reserve is niet de enige innovator die door DNB van het kastje naar de muur is gestuurd

    De betrokken Kamerleden Koolmees en Merkies zeggen het niet met dezelfde woorden, maar bevestigen het getreuzel. Merkies: 'Je kunt in het algemeen stellen dat DNB een conservatieve houding aanneemt.' Koolmees: 'Het heeft heel lang geduurd. Er is veel gepingpongd tussen Ministerie en DNB.' Volgens Koolmees is Stichting Full Reserve ook niet de enige innovator die door DNB van het kastje naar de muur is gestuurd. 

    Europa als excuus

    Op 2 mei 2017 schrijft Dijsselbloem in een brief aan de Kamer: 'Het mogelijk maken van het businessmodel dat Depositobank voor ogen heeft, vergt een fundamentele aanpassing van in Europees verband tot stand gekomen richtlijnen zoals de richtlijn en verordening kapitaalvereisten, richtlijn Depositogarantiestelsels en de finaliteitsrichtlijn.' Dat is ook meteen de enige onderbouwing van zijn conclusie. Nergens wordt uitgewerkt op welke gronden de richtlijnen een experiment met de Depositobank in de weg staan.

    Advocate Anne Hakvoort van FG Lawyers, die Stichting Full Reserve voorziet van juridisch advies, is het niet eens met de conclusie van Dijsselbloem: 'De Richtlijnen van de Europese Unie hoeven geen beperking te vormen voor een depositobank. We kennen binnen Nederland namelijk een bijzonder type bank: de vrijwillige bank. De Europese verordening die van toepassing is op reguliere banken geldt niet voor deze vrijwillige bank. Er is ruimte om een partij met een vrijwillige bankvergunning toegang te geven tot het Europese betalingssysteem (Target2). 

    Het lijkt meer een kwestie van het zoeken naar een excuus om de casus van een depositobank niet verder te hoeven behandelen of onderzoeken. Waar een wil is, is een weg. Die wil lijkt te ontbreken – zowel bij Dijsselbloem als DNB.'

    DE JURIDISCHE ONDERBOUWING: WAAROM HET WÉL KAN

    Advocate Anne Hakvoort van FG Lawyers legt uit waarom zij mogelijkheden ziet voor een depositobank zonder aanpassing van Europese richtlijnen:

    'Je zou Depositobank een ‘opt-in b’-vergunning kunnen geven. Dat is een bestaande vergunningsmogelijkheid die momenteel al in de Wet op het financieel toezicht wordt gegeven. Die geeft alleen geen toegang tot het Europese betalingssysteem (Target2), maar daar is een oplossing voor te bedenken. DNB zou de voorwaarden van toelating tot Target2 NL kunnen aanpassen.'

    Een opt-in b vergunning en een wijziging in de toelatingsvoorwaarden door DNB zouden volgens Hakvoort een experiment met de Depositobank juridisch mogelijk kunnen maken. Daarvoor hoef je niet naar Europa.

    De minister stelt: 'Alleen de ECB is bevoegd de voorwaarden van toelating tot Target2 NL te wijzigen.' Hakvoort kan de stelling van Dijsselbloem niet plaatsen omdat de grondslag waarop deze stelling is gebaseerd niet wordt vermeld. 

    Voor de echte techneuten legt Hakvoort uit hoe zij de relevante details in de wet leest: 'De Target2-NL voorwaarden zijn de voorwaarden die van toepassing zijn op het Nederlandse deelsysteem ‘Target2-NL’. Via dit Nederlandse deelsysteem kan toegang worden verkregen tot het Europese interbancaire betalingssysteem Target2. DNB is als systeemexploitant van dat nationale deelsysteem verantwoordelijk en aansprakelijk voor het betalingsverkeer via Target2-NL. 

    Voor het Nederlandse deelsysteem gelden de nationale Target2-NL voorwaarden. DNB hoeft, mijns inziens, alleen maar deze voorwaarden aan te passen om ook de opt-in b vrijwillige bank toegang te verschaffen tot het deelsysteem. Daar heb je zelfs geen wetswijziging voor nodig.'

    Lees verder Inklappen

    Hakvoort: 'En stel nou dat het wel zo is dat alleen met toestemming van de ECB de voorwaarden kunnen worden aangepast. Wat weerhoudt de minister of DNB om de ECB om toestemming te vragen? 

    Deze en andere vragen zijn voorgelegd aan DNB en het Ministerie. Op de vraag of de ECB al om toestemming is verzocht, antwoordt DNB: ‘Vanwege de eisen van toezichtvertrouwelijkheid staat het ons niet vrij om in de openbaarheid hierover van gedachten te wisselen.’ Het ministerie van Financiën verwijst voor specifiek antwoorden door naar DNB en naar het onderzoek van de WRR over het geldscheppingsproces. Het ministerie lijkt te verwachten dat dit rapport nu ook voor de Depositobank inzichten zal gaan verschaffen. Volgens Van der Linde een ijdele hoop, gezien de magere uitkomsten van het specifieke onderzoek naar aanleiding van de aparte Kamermotie.


    Anne Hakvoort

    "Vroeger ging ik altijd uit van de juistheid van Kamerstukken, maar dat is voor mij geen vanzelfsprekendheid meer"

    Parlementair proces

    Advocate Hakvoort: 'In dit parlementaire proces is mij vooral duidelijk geworden dat er ook op dit niveau fouten worden gemaakt . Vroeger ging ik altijd uit van de juistheid van Kamerstukken, maar dat is voor mij geen vanzelfsprekendheid meer. De brieven van de minister zijn onvolledig en niet op alle punten juist. Daardoor worden verkeerde conclusies getrokken.’

    Motie-indiener Koolmees (D66) beaamt dat hij niet in staat is om overal een eigen juridisch oordeel over te vormen. Mede-indiener Arnold Merkies (ex-kamerlid SP): 'In hoeverre het onderzoek juist is uitgevoerd kan ik niet goed beoordelen. (...) Het zou goed zijn wanneer onafhankelijke juristen zouden kijken naar de mogelijkheden binnen Europese afspraken.'

    Richard van der Linde vindt dat ‘gezien de complexiteit van de wetgeving, de Kamercommissie Financiën altijd bijstand van juristen zou moeten kunnen krijgen, zelfs tijdens zittingen. Als het team van de Minister met één feit komt waar het Kamerlid onvoldoende vanaf weet, stopt het debat. Je bent dan weer twee maanden verder voor het weer op de agenda staat. Dat is een weeffout in het bestel.’

    ‘Ik verwacht dat de Kamer hier geen genoegen mee neemt’

    'Zo lang niemand in de Tweede Kamer de werkdruk op dit soort financiële dossiers aankaart, kunnen ministers en DNB zonder consequenties innovatie tegenhouden. Het gaat hier niet alleen over depositobank, maar over alle innovatie die de kern van het geldsysteem raakt. Zodra je iets wil veranderen aan de regels van het grootboek der commerciële geldschepping, stuit je op een enorme drempel. Ons initiatief heeft dat transparant gemaakt.’

    Het vervolg

    Richard van der Linde treedt per 1 juli 2017 terug als voorzitter van Stichting Full Reserve. Hij draagt het stokje over aan Paul Buitink, mede-oprichter en bestuurslid. Van der Linde zal wel betrokken blijven bij de Stichting. 

    Buitink is nog niet van plan om het Nederlandse traject stop te zetten. 'Er bestaat nog veel twijfel over de conclusie van Dijsselbloem. Het maatschappelijk debat over zijn juridische lezing moet nog plaatsvinden; ik verwacht dat de Kamer hier geen genoegen mee neemt. Pas dan gaan we plannen maken voor een Europees lobbytraject. Overigens moet het ministerie eerst nog duidelijk maken om welke punten in de EU-richtlijnen het nu specifiek gaat.'

    Ondanks alles kijkt Van der Linde positief terug op zijn periode als voorzitter van de Stichting Full Reserve: 'Ik vind het uiteraard jammer dat we inhoudelijk niet veel verder zijn gekomen met het experiment, maar blijkbaar moeten we eerst dit traject doorlopen. We hebben het afgelopen jaar in ieder geval blootgelegd dat bancaire innovatie onnodig moeilijk is omdat mensen zich verstoppen. Stiekem vindt iedereen het heel spannend wat we doen. Het is alleen wachten op de bestuurder die persoonlijk risico durft te nemen in het belang van een meer innovatieve sector.’

    Update: eind juli 2017 publiceert Thomas het volgende artikel in de reeks "van wie is ons geld". Nog geen lid? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en krijgt 1 maand gratis toegang tot Follow the Money. Klik hier.

     

    Oproep

    De casus van de Depositobank roept allerlei vragen op. Waarom is innovatie in de bankenwereld zo ontzettend moeilijk? Welke redenen en overwegingen staan niet vermeld in de officiële stukken, maar spelen op de achtergrond nog meer mee? Ondervinden andere innovators dezelfde belemmeringen als Stichting Full Reserve en is dit inderdaad ‘slechts het topje van de ijsberg?’

    Genoeg vragen voor vervolgonderzoek dus, en daar heb ik jullie hulp bij nodig. Ken je andere innovatieve initiatieven in de bankenwereld? Of heb je een relevante vraag of opmerking? Laat het me weten via thomas.bollen@ftm.nl.

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Thomas Bollen

    Gevolgd door 243 leden

    Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Van wie is ons geld?

    Gevolgd door 457 leden

    Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid