Anti-corruptierapport Europese Commissie is een farce

‘Te beschrijvend, nauwelijks geanalyseerd en geen substantiële bevindingen.’ Onverbiddelijk zijn de woorden van de Europese Rekenkamer over het eerste anti-corruptierapport van de Europese Commissie.

Een fanfare aan internationale journalisten kwamen in februari bijeen. Namens de Europese Commissie presenteerde de Zweedse Eurocommissaris Cecilia Malmström (Binnenlandse Zaken) tijdens een persconferentie het eerste anti-corruptierapport. Maar liefst 120 miljard euro per jaar zou de economische schade van corruptie bedragen in de landen van de Europese Unie. ‘Dat is bijna net zo veel als het jaarlijkse EU-budget,' zei de Eurocommissaris. De Europese Rekenkamer fluit de Europese Commissie nu terug. ‘Het rapport is te beschrijvend, de problemen nauwelijks geanalyseerd en de bevindingen niet substantieel,' stelt de Europese Rekenkamer donderdag in een brief. Alex Brenninkmeijer, het Europese Rekenkamerlid dat verantwoordelijk is voor deze analyse, schrijft verder: ‘In eerste instantie lijkt de uitkomst van het anti-corruptie rapport alarmerend. Maar de bevindingen zijn voornamelijk gebaseerd op de perceptie van burgers en bedrijven. De werkelijkheid kan net zo goed anders zijn.’

Peilingen en conclusies

Voor het eerst koppelde de Europese Commissie opinieonderzoek over corruptie in alle 28 EU-landen aan aanbevelingen. Uit de peilingen kwam naar voren dat driekwart van de inwoners van Europa denkt dat corruptie wijdverbreid is in de Europese Unie. Ruim zestig procent van de Nederlandse ondervraagden deelt die mening. Daarnaast gelooft meer dan de helft van de ondervraagden dat de corruptie in het eigen land in de afgelopen drie jaar is toegenomen. Griekenland staat hier aan de top, met 99 procent van de bevolking die het eigen land als corrupt beschrijft. Per lidstaat werd er gekeken welke maatregelen er waren genomen om corruptie tegen te gaan en wat er nog verbeterd kon worden. De Europese Commissie concludeerde dat met name de publieke aanbestedingen in sommige lidstaten leiden tot corruptie, maar dat ook de financiering van politieke partijen gevoelig is voor fraude. Politieke partijen in Europa zouden daarom meer regels moeten opstellen om corruptie te voorkomen. Nederland vormde daarentegen de positieve uitzondering. Het Nederlandse beleid om corruptie tegen te gaan zou zelfs als voorbeeld moeten dienen voor de rest van de Europese Unie. Ook zijn Nederlandse burgers veruit het meest afkerig van corruptie, zo blijkt uit het opinieonderzoek.

Kritiek van de Europese Rekenkamer

Deze conclusies houden volgens de Europese Rekenkamer echter geen stand. Het onderzoek van de Europese Commissie zou teveel gebaseerd zijn op rondetafelgesprekken en opiniepeilingen. Informatie over concrete bevindingen ontbreekt dan ook. Ter illustratie: de onderzoeken van Europese instelling OLAF, hét anti-fraudebureau van Europa, zijn niet meegenomen in het rapport. Bovendien zijn alleen de lidstaten onder de loep genomen, terwijl EU-instellingen buiten beschouwing zijn gelaten. ‘Teleurstellend’, concludeert de Europese Rekenkamer dan ook. De Europese Commissie heeft nog niet gereageerd op de kritiek van de Europese Rekenkamer. Bekend is wel dat over twee jaar een nieuw anti-corruptierapport van de hand van de Europese Commissie zal verschijnen.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Anne de Blok
Anne de Blok
Anne de Blok (1990) is overtuigd dat diepgravende onderzoeksjournalistiek het verschil kan maken. Behept met een gezonde dosi...