Asymmetrische transparantie: zowel oorzaak als gevolg van machtsongelijkheid

In onze hang naar transparantie is een fundamentele onevenwichtigheid geslopen, stelt Ewald Engelen vast. Het van groot belang die asymmetrie ongedaan te maken.

Er schuilt een merkwaardige asymmetrie in de roep om organisatorische transparantie. De bedoeling is om iets zichtbaar te maken, maar wie er kijkt en wat er wordt bekeken staat zelden ter discussie.

Publicity is justly commended as a remedy for social and industrial ­diseases. Sunlight is said to be the best of disinfectants; electric light the most efficient policeman.’ 

Dit schreef de progressieve Amerikaanse rechter Louis Brandeis in 1914 in zijn onverminderd actuele Other People’s Money and How the Bankers Use ItDe context was het ongebreidelde kapitalisme van roofbaronnen als Rockefeller, JP Morgan en Carnegie, die dieren, milieu en werknemers als wegwerpartikelen beschouwden. Brandeis juichte daarom reportages als die van Upton Sinclair (The Jungle, over de vleesindustrie) en Frank Norris (The Pit, over de graanhandel), die als onderzoeksjournalisten de ene na de andere misstand blootlegden, van harte toe; de pers als allesreiniger. Kom daar tegenwoordig eens om.

De pers als allesreiniger. Kom daar tegenwoordig eens om

Progressief wapen

Een eeuw later is transparantie – net als democratie, medezeggenschap, inspraak en verantwoording – een hoerawoord geworden: niemand is er tegen en iedereen wil er meer van. Ondertussen is er wel iets vreemds mee gebeurd. Was het in Brandeis’ tijd nog een progressief wapen dat tegen de machtigen werd ingezet om maatschappelijke misstanden democratisch aan te kaarten, anno 2015 wordt transparantie juist door machthebbers gebruikt om hun onderdanen te controleren en disciplineren.

Neem de universiteit. In de twintig jaar dat ik er werk is er een papier verslindende infrastructuur opgetuigd die bedoeld is om mijn ‘productie’ te standaardiseren, meten en aggregeren. Ongeacht of het nou gaat om het ‘product’ onderwijs of het ‘product’ onderzoek. De scores worden vervolgens gebruikt om mijn ‘output’ met die van mijn collega’s te kunnen vergelijken en de resulterende rangorde te gebruiken voor de interne allocatie van geld, tijd en middelen.

Transparantie wordt juist door machthebbers gebruikt om hun onderdanen te controleren en disciplineren

Mijn collega’s en ik hebben ons deze disciplinering zonder morren laten welgevallen omdat wij beseften dat het nu eenmaal om belastinggeld ging dat efficiënt moest worden aangewend en waar uiteraard verantwoording over moest worden afgelegd. Dat ondertussen de macht in Academia radicaal verschoof naar universiteitsvreemde procesdeskundigen die in het hart van het panopticon zetelden, hadden we te laat in de smiezen. Net als verpleegkundigen, huisartsen en peuterleidsters overigens.

Er schuilt namelijk een merkwaardige asymmetrie in de roep om transparantie. Het is bedoeld om zichtbaar te maken en vooronderstelt dus een kijker en een bekekene. De vraag wie er kijkt en wat er wordt bekeken, wordt echter zelden gesteld. De Franse filosoof Michel Foucault gebruikte niet voor niets de metafoor van het panopticon om het hoog­moderne project van organisatorische disciplinering mee aan te duiden. De gevangenen die de cellen in de buitenwand van de koepelgevangenis bewonen zijn constant zichtbaar voor de onzichtbare bewakers die in het binnenste ervan verblijven.

Asymmetrische transparantie

De beroepspraktijk van de gemiddelde academicus (en verpleegkundige, huisarts en peuterleidster) is onderworpen aan een regime van key performance indicatoren (kpi’s) waar de bewakers zich gelukzalig van gevrijwaard weten. Het zijn de onderdanen die geacht worden transparant te zijn, niet de vorsten zelf of hun lakeien. Aan de eis jezelf doorzichtig te maken, kan moeiteloos je organisatorische status worden afgelezen. Wel of niet tijdschrijven – dat is de vraag.

Zo vanzelfsprekend is asymmetrische doorzichtigheid in dit neoliberale tijdsgewricht geworden dat het maar zelden aanleiding geeft tot politieke contestatie. Terwijl de keuze van de ene standaard boven de andere wel degelijk grote gevolgen heeft. Waarom moet ik ten minste een zevenenhalf op mijn studenttevredenheidsscores halen om in aanmerking te komen voor promotie, terwijl het college van bestuur niet de plicht heeft de overhead van de UvA te reduceren?

Waarom word ik afgerekend op kpi’s en Louise Gunning niet? Of groter: waarom verplichten we ondernemingen wel om omzet- en winstcijfers te publiceren en niet de verhouding tussen het loon op de werkvloer en het salaris aan de top? Waarom tellen we gas- en oliewinning op bij ons nationaal product en trekken we de milieu­schade die het veroorzaakt er niet net zo hard weer vanaf? Waarom hebben we na de Tweede Wereldoorlog besloten financiële dienstverlening in onze nationale rekeningen te scharen onder de productieve sectoren in plaats van haar als kostenpost van het nationale product af te trekken?

Zoals de laatste drie vragen illustreren is er niets vanzelfsprekends aan hoe we meten en tellen, en wie en wat we meten en tellen. Integendeel, asymmetrische doorzichtigheid is zowel oorzaak als gevolg van politiek-economische machtsongelijkheid.

Dat is een van de lessen van het Maagdenhuis: natuurlijk moeten academici verantwoording afleggen, maar dan moeten onze bewakers dat ook.

Symmetrische transparantie als 21ste-eeuwse revolutieleus. Het klinkt wat technocratisch, maar het is wel waar het om gaat. Iedereen bloot.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Ewald Engelen

Gevolgd door 2090 leden

FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

Volg Ewald Engelen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren