© Matthias Leuhof

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

117 Artikelen
De economische religie

Gaat het echt beter met ons wanneer de economie groeit? Lees meer

'De economie groeit, dus het gaat goed met Nederland.' Dit soort uitspraken hoor je vast wel eens voorbij komen. Maar klopt dat wel? Waar praten we nu eigenlijk over als we het over de economie hebben?

Economie is een sociale wetenschap – het gaat over mensen en hun interactie. In veel economische discussies is deze menselijke factor alleen ver te zoeken en wordt er vooral gegoocheld met cijfertjes. Economie wordt zo een onnavolgbaar onderwerp voor iedereen die niet van wiskunde houdt; en daar lijdt het maatschappelijk debat onder. Economische argumenten worden regelmatig op dogmatische wijze ingezet om politieke besluiten te legitimeren – zonder aandacht te schenken aan de sociale implicaties. De economische leer vormt zo de perfecte sluier voor machtsmisbruik.

Het geloof in 'economische groei' heeft daarmee veel weg van een religie: in de veronderstelling dat het goed voor ons is – maar zonder echt te begrijpen waarom – lopen we als makke lammetjes achter de predikers van de economische waarheid aan. In het dossier 'De economische religie' ontkrachten we economische mythes en belichten we het maatschappelijke aspect achter de cijfertjes.

Economie is namelijk geen exacte - maar een sociale gedragswetenschap en in tegenstelling tot de natuurwetten kunnen we ons gedrag wel veranderen.

42 Artikelen

Geen subsidies voor bedrijven, maar een betaalde baan voor iedereen

De overheid geeft bedrijven miljarden om werkgelegenheid te behouden. Wetenschapper Pavlina Tcherneva zet vraagtekens bij de effectiviteit van die aanpak: ‘Voor een onderneming die winst nastreeft is arbeid een kostenpost. Die wil je minimaliseren, niet maximaliseren.’ Haar alternatief: een baangarantie voor iedereen die wil werken.

Frederique vraagt door

‘JOBS, JOBS, JOBS!!!,’ twitterde president Donald Trump op 6 maart. Hij klopte zichzelf op de borst omdat het werkloosheidscijfer in de Verenigde Staten nog maar 3,5 procent was. Een laagterecord, net als in Nederland, waar het cijfer in februari onder de 3 procent dook.

Maar corona bedierf de jubelstemming. De werkloosheid schoot in de VS omhoog naar 14,7 procent in mei. In Nederland liep de werkloosheid in augustus op tot 4,6 procent. Dat cijfer was ongetwijfeld hoger geweest als de overheid niet zo stevig in de buidel had getast: het kabinet gaf 8 miljard uit aan het doorbetalen van salarissen via de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). En daar zullen nog vele miljarden bij komen: de NOW is verlengd tot tenminste 1 juli 2021.

Massaontslagen en faillissementen zijn vooralsnog voorkomen, maar dat heeft een stevig prijskaartje

Hoge werkloosheid leek begin van dit jaar nog een probleem van het verleden, maar sinds corona is werkgelegenheid plotsklaps hét grote aandachtspunt van de regering. Massaontslagen en faillissementen zijn vooralsnog voorkomen, maar dat heeft een stevig prijskaartje: het begrotingstekort over 2020 loopt naar verwachting op tot 68 miljard euro, zo’n 9 procent van het bbp. Kan de overheid ongestraft zoveel geld uitgeven, of krijgen we straks te maken met hoge inflatie en ontwaarding van onze zuurverdiende spaarcenten?

Hoe effectief (en kostenefficiënt) zijn zulke uitgaven om ook op de lange termijn werkgelegenheid te behouden? Corona zou onze economie best opnieuw kunnen lamleggen, en het is helemaal niet zeker of bepaalde sectoren – zoals de horeca en de reisbranche – überhaupt wel in hun oude vorm en omvang kunnen voortbestaan. En dan hebben we het nog niet eens over de bedrijven die nu kunstmatig in leven worden gehouden.

Een baangarantie als vangnet voor economische schokken

Deze vragen legde FTM voor aan Pavlina Tcherneva, associate professor in de economie aan het Amerikaanse Bard College en research associate aan het Levy Economics Institute. Ze is een van de meest vooraanstaande economische wetenschappers op het vlak van de wisselwerking tussen monetair en begrotingsbeleid, prijsstabiliteit en werkgelegenheid.

Tcherneva’s onderzoek borduurt voort op de theorieën van de vermaarde Britse econoom John Maynard Keynes. Die beargumenteerde in de jaren ’30 dat de overheid tijdens een crisis de economie het beste ‘anticyclisch’ kon stimuleren met extra uitgaven en de creatie van banen. Tcherneva heeft dat concept doorontwikkeld tot een ‘baangarantie voor iedereen die wil werken’. De aandacht voor haar werk was lange tijd nihil, maar de stijgende werkloosheid heeft dat veranderd. De timing van The Case for a Job Guarantee, haar in juni verschenen boek, kon dan ook niet gunstiger zijn. Ze had nog net tijd om een inleiding over de coronacrisis aan de eerste druk toevoegen.

In haar boek – aangeprezen door Martin Wolf, economisch commentator van de Financial Times – legt Tcherneva uit hoe een baangarantie als een structurele stabilisator van onze economie kan werken. Tegenover FTM benadrukt ze waarom dat een betere bestemming is voor publiek geld dan de huidige ad hoc-overheidsbestedingen: ‘Nu is het covid, straks een oorlog of een natuurramp. Economische schokken zijn van alle tijden, maar als je daarop anticipeert hoef je als samenleving niet zenuwachtig toe te kijken hoe werkloosheid de economie ontwricht.’ Die notie is volgens haar nog niet tot iedereen doorgedrongen: ‘Hoeveel wordt er niet uitgegeven aan indirecte banencreatie en werkloosheidsuitkeringen, terwijl de snellere, en directer optie van een baangarantie zelden serieus wordt overwogen?’

Banen zijn een kostenpost

Niet dat Tcherneva negatief staat tegenover de Nederlandse NOW en het Europese SURE-programma. ‘Alle banen die nu worden gecreëerd of behouden, beschouw ik als een nuttige investering. Het alternatief – niet ingrijpen – leidt tot grootschalige werkloosheid en dat verwoest een economie.’ Maar ze acht het wel een grote misvatting dat subsidies aan de private sector verstrekken een effectieve manier zou zijn om werkloosheid structureel te bestrijden. ‘Kijk naar Spanje, waar de werkloosheid meer dan 20 procent is. Dat kun je echt niet oplossen met incentives voor het bedrijfsleven.’

De voor-winst-productiemodus is niet ontworpen om werkgelegenheid te bieden

Ook in Nederland wordt de oplossing eendimensionaal in die richting gezocht. Hoewel de Nederlandse overheid in de crises van de jaren ’30 en ’80 verschillende ‘werkgelegenheidsverruimende programma’s’ optuigde – waaraan Nederland onder meer de weg tussen Nijmegen en Den Bosch, diverse kanalen, het in 2006 gesloten vliegveld Valkenburg, het Amsterdamse Bos en het Kralingse Bos in Rotterdam te danken heeft – wordt binnen de politiek nauwelijks gesproken over directe banencreatie door de overheid. De Partij van de Arbeid stelt: ‘Wij vinden dat iedereen recht heeft op een baan waarmee je vooruit kunt plannen, een huis kunt kopen of huren en een gezin kunt stichten,’ en iets dergelijks vind je in ietwat andere bewoordingen bij elke partij terug. Maar elke concrete invulling om dat recht te realiseren ontbreekt. Ook de crisismaatregelen die oppositiepartijen GroenLinks en de SP voorstellen, wijken veelal nauwelijks af van de aanpak van de regering: subsidies verdelen en leningen verstrekken aan commerciële bedrijven, in de hoop dat die daarmee banen creëren of overeind houden.

Dossier: Coronacrisis

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen zijn ongekend; de uitwerking ervan nog grotendeels onbekend. Welke oplossingen dienen welke belangen?

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Dat blijkt in de praktijk vaak anders uit te pakken: Booking.com maakte in augustus bijvoorbeeld bekend een kwart van haar personeel te zullen ontslaan, ondanks de 64 miljoen die het bedrijf uit de staatskas ontving. De KLM, die vanwege haar vermeende belang ‘voor de Nederlandse economie en de werkgelegenheid’ een noodkrediet van 3,4 miljard euro ontving, is van plan 5000 medewerkers te ontslaan.

Die reorganisaties zijn vanuit het bedrijfsperspectief niet vreemd: KLM en Booking.com zijn onderaan de streep niet op aarde om banen te creëren, maar om winst te maken voor hun aandeelhouders. Tcherneva is er duidelijk over: ‘De voor-winst-productiemodus is niet ontworpen om werkgelegenheid te bieden aan iedereen die een baan zoekt. Voor een onderneming die winst nastreeft,is arbeid een kostenpost. Die wil je minimaliseren, niet maximaliseren.’ De reorganisaties staan echter op gespannen voet met de officiële verantwoording voor de miljarden aan publieke uitgaven: het maatschappelijke doel banen te creëren. Als dát je doelstelling is, kun je het geld volgens Tcherneva beter anders uitgeven.

Herijking van het sociale contract

Er is volgens haar een fundamenteel andere manier van denken over arbeid nodig; een herijking van het ‘sociale contract’ tussen overheid en burgers op het gebied van werk. ‘In onze moderne samenleving is het uitbannen van analfabetisme, honger en dakloosheid het morele uitgangspunt van overheidsbeleid.’ Dat lukt in de praktijk niet altijd, maar het is wel de doelstelling. Datzelfde uitgangspunt zou wat haar betreft ook moeten gelden voor arbeidsbeleid. ‘Voor iedereen die wil werken, zou de overheid een fatsoenlijk betaalde baan moeten garanderen.’

Ze beschrijft die baangarantie in haar boek als ‘een nieuwe arbeidsstandaard met een minimumloonvloer’, waarmee een volledig nieuw fundament onder onze economie wordt gelegd. Die zal de onderhandelingspositie van de werknemer ten opzichte van werkgevers drastisch verbeteren. Werknemers kunnen immers altijd terugvallen op een garantiebaan van de overheid, en dus op een fatsoenlijk inkomen. Een minimumloon zonder baangarantie functioneert niet op dezelfde manier, omdat het ‘werkelijke minimum’ in die situatie nog steeds werkloosheid is: een inkomen van nul.

‘De garantiebanen verankeren de minimale arbeidsvoorwaarden en het minimumloon waaraan alle werkgevers zich moeten houden’

Tcherneva verwacht dat het nieuwe fundament niet alleen de werkgelegenheid, maar ook de inflatie en overheidsuitgaven zal stabiliseren. ‘De overheid heeft nu al de verantwoordelijkheid om werklozen op te vangen en werkloosheid tegen te gaan. De baangarantie zal de huidige kosten van werkloosheid en de bestrijding ervan op lange termijn reduceren, zowel de maatschappelijke als de financiële.’ 

‘Zodra het slecht gaat met de economie, zullen meer mensen in dienst treden van de overheid.’ Dat compenseert volgens Tcherneva het banenverlies in de private sector tijdens een crisis, en zorgt er zo voor dat een recessie minder diep wordt. Eigenlijk net wat de overheid nu wil bereiken met de coronamaatregelen, maar dan van te voren uitgedacht en structureel ingericht. Wanneer het goed gaat met de economie, kunnen mensen weer uitstromen naar het bedrijfsleven. De overheidsuitgaven zullen met een baangarantie dus automatisch anticyclisch zijn. Dat is precies waar ook Nederlandse post-Keynesiaanse economen, waaronder Bas Jacobs, voor pleiten – terwijl het overheidsbeleid nu vaak procyclisch is.

Tcherneva: ‘De baangarantie stabiliseert de prijs van arbeid, niet alleen binnen het programma, maar voor de hele economie. De garantiebanen verankeren de minimale arbeidsvoorwaarden en het minimumloon waaraan alle werkgevers zich moeten houden.’ Uitbuiting wordt zo voorkomen. Maar het is volgens haar uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de overheid met de private sector gaat concurreren om werknemers, of met de lonen tegen hen gaat opbieden wanneer er geen onvrijwillige werkloosheid meer is. Dat zou immers leiden tot oververhitting van de arbeidsmarkt en lonen kunnen opdrijven tot een niveau dat inflatie (prijsstijging en geldontwaarding) veroorzaakt.

Keynes, Modern Money Theory en werkverschaffing

Tcherneva is een van de prominente verkondigers van de Modern Monetary Theory (MMT), een economische school die in de jaren ’90 opkwam en voortbouwt op de theorieën van John Maynard Keynes. De MMT wordt daarom omschreven als een post-Keynesiaanse economische school. Tot de voornaamste MMT-denkers behoren Randall Wray, Bill Mitchell, Stephanie Kelton en Warren Mosler.

MMT’ers zien – net als Keynes – een belangrijke rol weggelegd voor de overheid in het ‘management’ van de economie. De MMT gaat ervan uit dat overheden volledige werkgelegenheid kunnen bewerkstelligen, zonder dat daarmee hoge inflatie ontstaat. Het idee van een baangarantie is een integraal onderdeel van de economische school van de MMT.

Keynes, de intellectuele grondlegger van de MMT, publiceerde zijn magnum opus ‘The General Theory of Employment, Interest & Money’ in de jaren ’30. Hij pleit daarin onder andere voor stevige anticyclische overheidsuitgaven ten tijde van crisis. Keynes voorzag dat hogere publieke uitgaven via het opstuwen van de vraag en de marktprijzen automatisch voor meer werkgelegenheid zouden zorgen. Daaruit is het MMT-concept van een baangarantie ontstaan. Die is direct gericht op het creëren van banen aan de onderkant van de samenleving, en werkt meer ‘bottom-up’ dan de klassieke Keynesiaanse methode. Het idee erachter is dat als mensen aan de onderkant van de samenleving hun baan behouden, ze geld kunnen blijven uitgeven. Dat zal dan zowel de economische vraag als de inflatie stabiliseren.

Sinds de coronacrisis wint de MMT terrein op het neoklassieke economische model

De Nederlandse ‘werkgelegenheidsverruimende programma’s’ uit de jaren ’30 en ’80 waren veel beperkter van aard en omvang dan de voorgestelde baangarantie. Programma’s die de nationale baangarantie van Tcherneva het dichtst benaderen ( ze noemt die ook in haar boek), zijn de Amerikaanse New Deal van de jaren ’30, het Argentijnse Jefes de Hogar-programma van 2001 om de financiële crisis van dat jaar te bestrijden, en de National Rural Employment Guarantee Act die in 2005 in India werd geïntroduceerd.

Een ander centraal onderdeel van de MMT is de analyse van moderne geldschepping. De MMT legt uit dat de relatie tussen overheidsuitgaven en belastingheffingen precies andersom werkt dan ons op school is uitgelegd. De staat is de uitgever van ons geld en hoeft niet eerst de private sector te belasten om vervolgens geld te kunnen uitgeven. Sterker: de overheid moet eerst geld uitgeven om het überhaupt te kunnen innen via belastingen. De MMT benadrukt dat overheidstekorten op zich geen probleem hoeven te vormen voor de economie en biedt daarmee een wetenschappelijke onderbouwing voor de financiering van plannen als de Green New Deal, een ambitieus project van enkele progressieve Democratische Amerikaanse congresleden om sociale ongelijkheid en klimaatverandering tegelijkertijd te lijf te gaan.

Sinds de coronacrisis wint de MMT terrein op het neoklassieke economische model. Die neoklassieke leer domineert nog altijd het economische denken in bestuurskamers en universiteiten, maar het theoretische ‘tekstboekmodel’ bleek slecht in staat de economische realiteit accuraat te beschrijven. De MMT-beschrijving van het geldsysteem in relatie tot de macro-economie sluit veel beter aan op de huidige economische praktijk van doordraaiende geldpersen, exploderende huizen- en aandelenprijzen, en een kerninflatie die desondanks laag blijft. 

FTM sprak onlangs met Stephanie Kelton, een andere prominente MMT-econoom, over begrotingstekorten. Dat interview vind je hier.

Lees verder Inklappen

Het inflatiespook en de ‘natuurlijke werkloosheid’ 

Hoge prijsinflatie vermindert de koopkracht van spaargeld. Dat is onwenselijk en daarom proberen centrale banken de inflatie beleidsmatig te beheersen. Jarenlang is daarbij uitgegaan van een (vermeende) trade-off tussen werkloosheid en inflatie.

Dat is volgens Tcherneva een grote fout: ‘Het idee dat er zoiets bestaat als een natuurlijk werkloosheidsniveau wordt misbruikt om de beleidsprioriteit bij inflatiebeheersing te leggen, in plaats van bij werkloosheidsbestrijding. Daarmee wordt een zeker werkloosheidsniveau gerechtvaardigd, terwijl de trade-off tussen werkloosheid en inflatie wetenschappelijk gezien dubieus is, en empirisch zeer moeilijk vast te stellen. Bij centrale banken spenderen medewerkers onnoemelijk veel tijd om het continu veranderende – en daarmee ongrijpbare – “natuurlijke werkloosheidsniveau” te berekenen.’

Sinds de crisis van 2008 heeft de Federal Reserve die inschatting elk jaar opnieuw naar beneden bijgesteld omdat inflatie uitbleef, terwijl de werkloosheid onder het niveau zakte dat volgens de berekeningen ‘natuurlijk’ was. ‘Dat is geen wetenschap, maar politiek,’ zegt Tcherneva op een toon waarin enige professionele frustratie doorklinkt. ‘Het idee achter dit beleid is dat mensen te veel inkomen hebben; dat ze te veel spullen en eten kunnen kopen. Het uitgangspunt dat we mensen bewust werkloos moeten houden, omdat ze anders te veel inkomen zouden hebben en de prijzen opdrijven, is absurd. Er moet een betere oplossing zijn om inflatie in toom te houden.’

Dossier: De economische religie

Tussen economen heerst een stammenstrijd, die bijwijlen zeer dogmatisch is en soms religieuze trekken aanneemt.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Tcherneva is niet de enige die er zo over denkt. Steeds meer economen zeggen dat de trade-off tussen werkloosheid en inflatie niet is bewezen, en misschien zelfs niet bestaat. ‘De Fed, en mijn professie als geheel, heeft geen robuust en werkbaar theoretisch framework voor inflatie. Althans: niet meer,’ zei de Amerikaanse econoom Paul McCulley, voormalig directeur van PIMCO en senior fellow aan de Cornell Law School, onlangs tegen Bloomberg.

Neel Kashkari, de president van de Federal Reserve Bank of Minneapolis (een van de 12 binnen het Amerikaanse centrale-bankenstelsel) verwoordde het onlangs als volgt: ‘Een van mijn grootste frustraties over economen is dat ze bij elke recessie op de proppen komen met de zogeheten natuurlijke werkloosheidsvoet. Die zou vanwege de recessie hoger zijn geworden, 5 of 6 procent, en wanneer de werkloosheid daaronder komt zou dat leiden tot inflatie. Dat is onzin. Totale onzin. En daar moeten we mee stoppen. De meeste mensen willen werken. Als ze die kans krijgen, en een fatsoenlijk salaris, zullen ze iedereen verrassen met een herintrede op de arbeidsmarkt.’

‘De inflatie is niet door de centrale banken ingetoomd, maar door de afgebrokkelde onderhandelingsmacht van arbeiders’

Ook tot Kashkari’s baas, president van de Federal Reserve Jay Powell, lijkt die notie te zijn doorgedrongen. Hij kondigde op 27 augustus een historische koerswijziging in het beleid van de Amerikaanse centrale bank aan: binnen het tweeledige mandaat van de Fed komt de focus minder op koste wat kost de inflatie tegengaan, en meer op het bestrijden van werkloosheid. Anantha Nageswaran, adjunct professor aan de Singapore Management University, schreef naar aanleiding van die beleidswijziging in de Financial Times van 31 augustus: ‘Onafhankelijke centrale banken hebben inflatie niet onder controle gekregen met hun rentebeleid. De inflatie is ingetoomd door de afgebrokkelde onderhandelingsmacht van arbeiders en de loonmatiging die het gevolg daarvan was.’

Mentale obstakels 

Die afgebrokkelde onderhandelingsmacht van arbeiders wil Tcherneva met de baangarantie herstellen: ‘Als ik mijn ideeën presenteer, deinzen mensen vaak terug bij het woord garantie. Maar we hebben nu ook een garantie: gegarandeerde werkloosheid. Dat moeten we als samenleving niet langer accepteren.’

De invoering van een baangarantie zal overheden volgens Tcherneva veel geld besparen op ‘voedselbanken, woningsubsidie, inkomensondersteuning voor langdurig werklozen en andere maatregelen tegen armoede.’ De enorme overheidsuitgaven tijdens de coronacrisis onderschrijven haar standpunt: ‘Een baangarantie kan worden ingevoerd zonder de belastingen te hoeven verhogen.’

‘We moeten afstappen van het geloof dat alleen de private sector banen creëert’

De grootste hordes die we als samenleving moeten nemen, zijn volgens Tcherneva dan ook niet zozeer financieel, maar mentaal. ‘We moeten afstappen van het geloof dat alleen de private sector banen creëert. In de VS zijn de publieke en de non-profit sector goed voor minstens 20 procent van alle banen. Dat ligt in Europa nog wat hoger. En daarbovenop blijft de publieke sector ook verantwoordelijk voor de werklozen. Er is geen ontsnappen aan.’

Dat niet alle overheidsbanen even efficiënt, nuttig en productief zijn, is volgens Tcherneva geen doorslaggevend argument tegen een baangarantie. ‘Wat is beter: geen of zelfs negatieve productie [door de schadelijke neveneffecten, red] als gevolg van werkloosheid, of werkprojecten die misschien niet voldoen aan de hoogste standaard van productiviteit? In mijn ogen is ook minder productief werk beter dan het huidige alternatief, maar sommige mensen blijven liever hameren op die productiviteit.’

Voor de creatie van nuttige banen ziet Tcherneva een taak weggelegd voor lokale gemeenschappen: ‘Een grote federale instantie is niet goed in staat om te bepalen welk werk het meest nuttig en nodig is. De banen kunnen beter bottom up gecreëerd worden.’ De overheid zou dan de projecten financieren, terwijl de gemeenschappen zelf bepalen welk werk in hun omgeving van maatschappelijk nut is. ‘Er is in deze wereld nog zoveel nuttig werk te doen. Het idee dat werkloosheid normaal of zelfs natuurlijk is, moet zo snel mogelijk overboord.’

Thomas Bollen
Thomas Bollen
Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.
Gevolgd door 5420 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren