Coxiella burnetii
© Wikimedia

FTM Lokaal

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe. Lees meer

De afgelopen jaren zijn steeds meer taken en verantwoordelijkheden van de centrale naar lokale overheid geschoven. Idee was om het bestuur op die manier dichter bij de burger te brengen. Lokale bestuurders beheren nu grote sommen geld en hebben veel meer macht over hun burgers dan voorheen. Dat is niet alleen een verlokking voor henzelf, maar ook voor dubieuze ondernemers die iets van hen gedaan willen hebben. Soms zijn ze zelfs een regelrechte prooi voor criminelen.  

Terwijl de macht lokaal toenam, is de controle erop verzwakt. In de lokale journalistiek heeft een enorme kaalslag plaatsgehad. Kranten en lokale tijdschriften sneuvelden, complete stadsredacties zijn vervangen door een enkele onderbetaalde feelancer. Sjoemelende wethouders, corrupte ambtenaren en machtswellustige raadsleden kunnen hun gang gaan. Steeds meer publieke voorzieningen worden vermarkt. Zakenlieden maken daar op hun beurt weer handig gebruik van. De lusten zijn voor de markt, de lasten worden gesocialiseerd. 

Overdreven? Nee. Driekwart van alle integriteitskwesties speelt zich op lokaal niveau af. Er is bijna niemand meer die de lokale macht controleert. Te weinig vreemde ogen die dwingen. 

Follow the Money gaat daar verandering in brengen. Met FTM Lokaal gaan we geldsporen volgen, belangen in kaart brengen en misstanden blootleggen. We gaan foute burgemeesters en wethouders hinderlijk voor de voeten lopen. Ook bij jou om de hoek.

56 Artikelen

De bacterie die Q-koorts veroorzaakt, voert al decennia een guerrilla-oorlog

2 Connecties

Onderwerpen

Q-koorts #pitchbrabant
19 Reacties

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

Net als het corona-virus nu, confronteerde de veroorzaker van Q-koorts de wetenschap met onbeantwoorde vragen. De jacht op een mysterieus organisme achter Q-koorts dat zich nog altijd niet laat verdelgen, begon in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Wat is er bekend over de oorzaken, de gevolgen en de bestrijding van de ziekte die van dieren op mensen overspringt?

Dit stuk in 1 minuut
  • In de jaren dertig steekt een mysterieuze ziekte de kop op. Na een tekenbeet krijgen patiënten hoofdpijn en koorts, enkele dagen later gevolgd door vlekkerige uitslag, spierpijn en braken. Artsen kunnen er niets tegen doen, behalve de zieke verzorgen en hopen dat hij herstelt. Dat gebeurt niet altijd. 

  • Verspreid over de Verenigde Staten staat deze mysterieuze ziekte bekend onder verschillende namen: Rocky Mountain Spotted Fever, Nine Mile Agent.

  • Pas in de jaren veertig ontdekken en benoemen wetenschappers de bacterie die Q-koorts veroorzaakt: Coxiella burnetii.

  • Deze bacterie, die overspringt van dier op mens, veroorzaakt in Nederland in de eerste helft van 2007 een onverwachte uitbraak van Q-koorts: 37 gedocumenteerde gevallen, waarvan 32 in Noord-Brabant. Niet genoeg om het publiek te waarschuwen, oordeelde het landelijke Afstemmingsoverleg.

  • Dit artikel is het tweede in een onderzoek naar de uitbraak van Q-koorts in Brabant, dat Follow the Money samen met Omroep Brabant uitvoert. Tijdens #pitchbrabant stemde het publiek het meest op dit onderwerp. Net als indiener Richard van den Akker denken veel Brabanders dat de overheid steken heeft laten vallen, en dat het onderste nog lang niet uit de kan is.

Lees verder

De Australische arts Edward Holbrook Derrick staat in 1935 voor een raadsel. Personeel van het slachthuis in Brisbane, Queensland, heeft hoge koorts. De symptomen doen denken aan griep. Toch lijkt er iets anders aan de hand. Maatregelen tegen besmettingsgevaar op de werkvloer helpen niet, maar de zieke werknemers steken geen gezinsleden aan. Derrick, directeur aan het laboratorium voor microbiologie en pathologie van het Queensland Health Department, zet proefdieren in. Met bloedmonsters van de patiënten weet het lab de mysterieuze ziekte over te brengen op cavia’s. 

Is het misschien een virus, vraagt hij zich af? Dit type ziekteverwekker is in de jaren dertig bekend onder wetenschappers, maar lastig te onderzoeken. Derrick noemt de ziekte Query-fever, vanwege de vele vragen eromheen, en deelt zijn onderzoeksgegevens met andere Australische wetenschappers.

In het Walter and Eliza Hall Institute, onderdeel van de universiteit van Melbourne, werken Frank Macfarlane Burnet en Mavis Freeman in 1937 verder met Derricks bloedmonsters. Behalve cavia’s weten zij Query-fever ook over te brengen op apen en muizen. En per ongeluk ook op Burnet zelf, die als eerste mens in een laboratorium besmet raakt. Hij herstelt en zal in 1960 nog de Nobelprijs voor Geneeskunde krijgen, maar dat is niet voor de vondst die hij en Freeman in 1937 in hun lab doen. 

MacFarlane Burnet raakte in zijn laboratorium tijdens zijn onderzoek zelf besmet met Q-koorts. Foto: Wikimedia

Bij de sectie op gedode proefdieren zien ze onder de microscoop kleine staafjes in geprepareerd weefsel van de milt. Die staafjes wijzen op een onderklasse van bacteriën, rickettsia, die dan bekendstaan als de veroorzakers van vlektyfus en diverse andere ziekten die veelal worden overgedragen via tekenbeten. Burnet en Freeman denken dat ook Query-fever via teken overspringt van dieren op mensen. Met Derrick komen ze tot de voorlopige conclusie dat de veroorzaker van Q-koorts te vinden is in wilde dieren, en mogelijk via huisdieren en bijtende insecten hun weg vinden naar de mens.

In meer dan 10 procent van de gevallen is Rocky Mountain Spotted Fever dodelijk

Wat er na een besmetting te ondernemen valt om de patiënt te laten herstellen, is dan nog onzeker, net als de vraag naar de juiste preventieve maatregelen. Penicilline is weliswaar in 1928 ontdekt door Alexander Fleming, het zal nog tot 1944 duren voordat dit geneesmiddel op grote schaal beschikbaar komt ter bestrijding van bacteriële infecties. In de jaren dertig onderzoeken wetenschappers dan ook vooral waar teken met ziekteverwekkers voorkomen, zoals in de Amerikaanse staat Montana waar in 1928 de Rocky Mountain Laboratories zijn opgericht.

Rond het stadje Hamilton verzamelen wetenschappers in het berggebied teken, luizen, mijten, vlooien en muggen, op jacht naar gegevens over ziektes die van dieren op mensen worden overgebracht. In de regio is Rocky Mountain Spotted Fever een gevreesd verschijnsel. Patiënten krijgen na een tekenbeet hoofdpijn en koorts, enkele dagen later gevolgd door vlekkerige uitslag op de huid, spierpijn en braken. Artsen kunnen weinig anders doen dan de zieken voeden, verzorgen en hopen dat het lichaam zich herstelt. In meer dan 10 procent van de gevallen is Rocky Mountain Spotted Fever dodelijk. De koorts eist ook de levens van enkele medewerkers van het laboratorium, die tijdens de dagelijkse omgang met ziekteverwekkers besmet raken.

Koortsige cavia’s 

Preventie komt neer op het dragen van bedekkende kleding en het vermijden van plekken waar de gevaarlijke teken zijn gesignaleerd. Bij onderzoek op een verzameling teken uit het beekje Nine Mile ziet bacterioloog Gordon Ernest Davis in het voorjaar van 1935 iets vreemds: de cavia waar hij de teken op heeft losgelaten om vast te stellen of ze gevaarlijk zijn, krijgt koorts en sterft. Bij sectie blijkt het dier een vier keer zo grote milt te hebben als gebruikelijk. Davis injecteert bloed van de gestorven cavia’s in andere proefdieren en ziet hoe zij ook sterven. Dit is iets anders dan Rocky Mountain Spotted Fever, vermoedt hij. Als blijkt dat het caviabloed nog steeds besmettelijk is na filtering op bacteriën, veronderstelt hij dat het om een virus gaat. Davis doopt de onbekende ziekteverwekker Nine Mile Agent – naar het lieflijke riviertje waar de teken zijn verzameld.

Dat het niet om een virus, maar om een minimale bacterie gaat die op een afstand van 13.000 kilometer hemelsbreed ook al wetenschappelijke aandacht heeft getrokken, kan Davis niet weten. De onderzoeksresultaten van Melbourne zullen pas in 1937 rijp zijn voor publicatie, en hoe moet iemand bedenken dat Query-fever en Nine Mile Agent, opgedoken op twee verschillende continenten, identiek zijn?

Ook Rolla Dyer besmette zichzelf tijdens onderzoek. Foto: Wikimedia

Er is nog een besmette onderzoeker voor nodig om de verbinding te leggen. Als Davis’ collega Herald Rea Cox erin slaagt om de Nine Mile Agent te kweken in eieren, zodat er minder cavia’s hoeven te worden opgeofferd, trekt het onderzoek aan de voet van de Rocky Mountains de aandacht van Rolla Eugene Dyer. De chef infectieziekten van de National Institutes of Health en specialist in de bacterievariant rickettsia reist naar het lab in Hamilton. Hij onderzoekt zelf ook wat besmette cavia’s en krijgt enkele dagen later last van hoge koorts, koude rillingen en nachtzweten. Het is niet de eerste keer dat Dyer ziek wordt tijdens zijn wetenschappelijke werk: enkele jaren eerder heeft hij op het randje van de dood gebalanceerd na een beet van de vlo van een laboratoriumrat. De toen opgelopen tyfus is onderdeel geworden van het bewijs voor zijn veronderstelling dat de vlooien de ziekte overbrengen.

Valt hij nu ten prooi aan de Nine Mile Agent? Dyer neemt zichzelf bloed af en de uitslag is duidelijk: besmet, vermoedelijk in het lab in Hamilton. Onduidelijk is hoe hij op het idee komt om hetzelfde bloed ook te testen op een monster van de Q-ziekteverwekker, kortgeleden door de Australiërs voor onderzoek naar bevriende laboratoria verzonden. Opnieuw is de uitslag: besmet. Conclusie: Q-koorts en Nine Mile Agent zijn dezelfde ziekte, veroorzaakt door een bacterie die dan de naam Rickettsia burnetii krijgt - naar Frank Burnet, die voor het eerst vermoedde wat voor organisme er onder zijn microscoop lag.

Wat in de VS een beroepsziekte leek van wetenschappelijk onderzoekers, duikt net als in Australië ook geregeld op in slachthuizen

Als deze kennis is omgezet in een overal uit te voeren laboratoriumtest en beschreven staat in de vakliteratuur, blijken vanaf de jaren veertig van de twintigste eeuw meerdere mysterieuze ziektegevallen alsnog te definiëren als Q-koorts. Wat in de Verenigde Staten een beroepsziekte leek van wetenschappelijk onderzoekers, duikt net als in Australië ook geregeld op in slachthuizen en andere plekken waar met dieren wordt gewerkt. Runderen, schapen en geiten blijken de bacterie mee te dragen zonder er zelf ziek van te worden, en ook in rauwe melk schuilt de Q-koorts. Pasteuriseren van de melk vermindert het risico, maar de bacterie verdwijnt er niet altijd door. En bacteriologen constateren dat de veroorzaker van Q-koorts eigenlijk geen rickettsia is, maar een heel eigen ondersoort die ook kenmerken van een virus vertoont. Ter ere van onderzoeker Cox, die de bacterie wist te kweken in eieren, krijgt deze ondersoort de naam Coxiella. Vooralsnog is de Coxiella burnetii de enige loot aan deze stam.

Verrassend lange overlevingstijd

Coxiella burnetii, die tussen 2007 en 2011 een ongekende uitbraak van Q-koorts in Nederland zal veroorzaken, blijkt bij elke verdere stap in het wetenschappelijk onderzoek een geslepen bacterie met een sterke overlevingsdrang. Cavia’s hebben de pech dat ze er slecht tegen kunnen, veel andere dieren ondervinden geen of nauwelijks last. Dat komt deels doordat C. burnetii zichzelf traag vermenigvuldigt, traag voor een bacterie dan: één deling per twintig uur, wat de schade aan de cellen van de ‘gastheer’ beperkt. De bacterie komt weer naar buiten in urine, uitwerpselen en melk, en heeft dan een verrassend lange overlevingstijd. De hoogste concentratie is te vinden in de placenta en andere stoffen die vrijkomen als een dier een jong werpt. Via mest en hooi kan de veroorzaker van Q-koorts bovendien gemakkelijk wegdwarrelen met de wind en zo vele kilometers verderop mensen besmetten. In deze vorm, een spore, overleeft de bacterie bovendien wekenlang zonder gastheer.

Hoe erg is dat? Hoeveel slachtoffers maakt deze minuscule indringer?

Niemand weet precies hoeveel gevallen van Q-koorts er wereldwijd zijn. Een besmetting kan als een gewone griep verlopen en valt dan niet op in de statistieken. Getroffen worden door Q-koorts wordt in de tweede helft van de twintigste eeuw gezien als een vorm van pech, onlosmakelijk verbonden met de risico’s van buiten actief zijn, net als een tekenbeet die de ziekte van Lyme overbrengt. Het gevaar lijkt bovendien beperkt: de drie Nederlandse patiënten die worden geregistreerd in 1956 zijn de eerste hier, gevolgd door nog twee gevallen in 1958 en 1967. De bron van besmetting: geïmporteerde wol uit andere Europese landen waar de ziekte al vaker is gesignaleerd. Vanaf 1981 gaat het om ongeveer twintig gevallen per jaar. 

Antibiotica helpt, maar niet altijd

Indien de diagnose op tijd wordt gesteld, kunnen antibiotica de symptomen onderdrukken. Een patiënt met Q-koorts is niet besmettelijk voor andere mensen en in veel gevallen lijkt het vanzelf over te gaan. Dat geldt echter niet voor iedereen. Zwangere vrouwen kunnen door Q-koorts hun kind verliezen; ook komen infecties aan het hart voor als gevolg van een besmetting. Dat laatste wordt sinds 1959 in de medische vakliteratuur genoemd als dodelijke complicatie van Q-koorts. Dat risico is niet voldoende om alles op alles te zetten voor het uitroeien van de bacterie – zo dat al zou kunnen.

Lees verder Inklappen

Grootschalige vaccinatie in Australië

Wetenschappers besteden na de identificatie van Coxiella burnetii nog energie aan het ontrafelen van het DNA van de bacterie en verfijning van de beschrijving, maar andere ziekteverwekkers vragen om aandacht. Het Amerikaanse laboratorium in Hamilton beperkt de risico’s voor het eigen onderzoekspersoneel door een vaccin te ontwikkelen; ook wordt textiel uit het lab vanaf de jaren veertig met hete stoom gesteriliseerd voordat het naar de externe wasserij gaat, nadat daar enkele medewerkers ziek zijn geworden. Het Amerikaanse vaccin wordt verder alleen regionaal gebruikt als er uitbraken optreden.

Australië pakt het grootschaliger aan en adviseert het vaccin Q-vax sinds de registratie in 1989 aan iedereen die beroepshalve met vee werkt. Tussen 2001 en 2004 werd het door de overheid vergoed. Het middel is in andere delen van de wereld niet geregistreerd, mede omdat het vaccin averechts kan werken bij mensen die eerder geïnfecteerd zijn geweest. Als zij denken dat ze griep hebben gehad, maar in feite Q-koorts doormaakten, dan kan het vaccin juist klachten veroorzaken in plaats van tegen de ziekte te beschermen. Wie vanwege de beroepsrisico’s een vaccinatie overweegt, moet dus eerst worden getest of de bacterie al verstoppertje speelt in het lichaam, wat op te maken valt uit de aanwezigheid van antistoffen. De uitslag laat zeker een week op zich wachten en beter dan dit wordt het voorlopig niet: onderzoek naar nieuwe vaccins ter bescherming van mensen staat op een laag pitje.

Ook voor dieren zijn vaccins ontwikkeld, met als doel de economische schade van misgeboortes bij besmetting te beperken. Gevaccineerde geiten, schapen en runderen scheiden minder bacteriën uit, wat het gevaar voor de mens vermindert. Maar vaccineren kost geld en de effectiviteit daalt als er al besmettingen in een kudde zijn, omdat het ongeboren jong niet wordt bereikt. In Europa wordt het in de jaren tachtig op de markt gebrachte vaccin voor vee dan ook jarenlang alleen op vrijwillige basis ingezet.

37 diagnoses van Q-koorts zijn er te weinig om het publiek te informeren over de gevaren. Zelden sloegen de instanties de plank zo mis

Alle informatie hierboven is in wetenschappelijke bladen gepubliceerd en besproken tussen experts als in Noord-Brabant in 2007 een uitbraak van Q-koorts zichtbaar wordt, doordat twee huisartsen ongewoon veel patiënten met longklachten op het spreekuur krijgen. Wat begint met 19 gevallen in een klein gebied, bijna net zoveel als er zich normaal voordoen per jaar in heel Nederland, is medio juli 2007 gegroeid tot 37 bevestigde diagnoses, waarvan 32 in de provincie Noord-Brabant.

Te weinig om in te grijpen of het publiek te informeren over de gevaren, luidt het oordeel van het landelijke Bestuurlijk Afstemmingsoverleg die zomer. Net als elders in Europa rekenen de experts erop dat het om een eenmalige piek gaat. Zelden sloegen de instanties de plank zo mis: Q-koorts zal in de twee jaren daarna zeker 3427 Nederlanders ziek maken en eist nog altijd zijn tol met een nasleep van 95 sterfgevallen, 519 lijders aan chronische Q-koorts en volgens de patiëntenorganisatie Q-uestion achthonderd tot duizend mensen met het Q-koorts Vermoeidheidssyndroom (QVS).

Waarom reageerde Nederland zo terughoudend? En kan een volgende – minder bekende – ziekte opnieuw zo veel slachtoffers eisen? Daarover meer in volgende artikelen op basis van dit onderzoek van Follow the Money en Omroep Brabant. Volgende week vrijdag verschijnt het volgende deel in deze reconstructie van het Q-koorts drama. Iedereen die aan de #pitchbrabant heeft meegedaan krijgt van ons een seintje wanneer het artikel wordt gepubliceerd. 

Lees hier over de achtergrond van Pitch Brabant.

Bronnenlijst
  • Spencer, S. M. (1950). The Medical Sleuths of the Rockies. Saturday Evening Post, 223(11), 36-174. 
  • Jordans, G. H. W. (1958). Een geval van Q-koorts. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde, 102(32), 1548-1549. 
  • Ferguson, I. C., Craik, J. E., & Grist, N. R. (1962). Clinical, virological, and pathological findings in a fatal case of Q fever endocarditis. Journal of Clinical Pathology, 15(3), 235. doi:10.1136/jcp.15.3.235
  • Smith, D. L., Ayres, J. G., Blair, I., Burge, P. S., Carpenter, M. J., Caul, E. O., Wood, M. J. (1993). A large Q fever outbreak in the West Midlands: clinical aspects. Respiratory Medicine, 87(7), 509-516. doi:10.1016/0954-6111(93)90006-L
  • Hawker, J. I., Ayres, J. G., Blair, I., Evans, M. R., Smith, D. L., Smith, E. G., Wood, M. J. (1998). A large outbreak of Q fever in the West Midlands: windborne spread into a metropolitan area? Commun Dis Public Health, 1(3), 180-187. 
  • Maurin, M., & Raoult, D. (1999). Q Fever. Clinical Microbiology Reviews, 12(4), 518-553. doi:10.1128/cmr.12.4.518
  • Raoult, D., Tissot-Dupont, H., Foucault, C., Gouvernet, J., Fournier, P. E., Bernit, E., Weiller, P. J. (2000). Q fever 1985-1998. Clinical and epidemiologic features of 1,383 infections. Medicine, 79(2), 109-123. doi:10.1097/00005792-200003000-00005
  • de Benoist, A. C., Mailles, A., Rey, S., & Dennetiere, G. (2002). Q fever outbreak in the Chamonix Valley, France, summer 2002. Weekly releases (1997–2007), 6(37), 1878. doi:doi:https://doi.org/10.2807/esw.06.37.01878-en
  • Riedel, S. (2004). Biological warfare and bioterrorism: a historical review. Proceedings (Baylor University. Medical Center), 17(4), 400-406. doi:10.1080/08998280.2004.11928002
  • Tissot-Dupont, H., Amadei, M.-A., Nezri, M., & Raoult, D. (2004). Wind in November, Q fever in December. Emerging infectious diseases, 10(7), 1264-1269. doi:10.3201/eid1007.030724
  • van Woerden, H. C., Mason, B. W., Nehaul, L. K., Smith, R., Salmon, R. L., Healy, B., Williams, N. S. (2004). Q fever outbreak in industrial setting. Emerging infectious diseases, 10(7), 1282-1289. doi:10.3201/eid1007.030536
  • Karagiannis, I., Schimmer, B., Van Lier, A., Timen, A., Schneeberger, P., Van Rotterdam, B., Van Duynhoven, Y. (2009). Investigation of a Q fever outbreak in a rural area of The Netherlands. Epidemiology and Infection, 137(9), 1283-1294. doi:10.1017/S0950268808001908
  • Delsing, C., Kullberg, B., & Bleeker-Rovers, C. (2010). Q fever in the Netherlands from 2007 to 2010. 
  • Roest, H. I. J., Tilburg, J. J. H. C., Van Der Hoek, W., Vellema, P., Van Zijderveld, F. G., Klaassen, C. H. W., & Raoult, D. (2011). The Q fever epidemic in The Netherlands: history, onset, response and reflection. Epidemiology and Infection, 139(1), 1-12. doi:10.1017/S0950268810002268
  • Quammen, D. (2012). Spillover: animal infections and the next human pandemic. WW Norton & Company.
  • Morroy, G., Keijmel, S. P., Delsing, C. E., Bleijenberg, G., Langendam, M., Timen, A., & Bleeker-Rovers, C. P. (2016). Fatigue following Acute Q-Fever: A Systematic Literature Review. PLOS ONE, 11(5), e0155884. doi:10.1371/journal.pone.0155884
  • Eldin, C., Mélenotte, C., Mediannikov, O., Ghigo, E., Million, M., Edouard, S., Raoult, D. (2017). From Q Fever to Coxiella burnetii Infection: a Paradigm Change. Clinical Microbiology Reviews, 30(1), 115. doi:10.1128/CMR.00045-16
  • Haalboom, A. (2017). Was the Q fever outbreak in the Netherlands surprising? Nederlands tijdschrift voor geneeskunde, 161, D1786-D1786. 
  • Haalboom, A. (2017). Negotiating zoonoses: Dealings with infectious diseases shared by humans and livestock in the Netherlands (1898-2001): Utrecht University.
  • Sellens, E., Bosward, K. L., Willis, S., Heller, J., Cobbold, R., Comeau, J. L., Wood, N. (2018). Frequency of Adverse Events Following Q Fever Immunisation in Young Adults. Vaccines, 6(4), 83. doi:10.3390/vaccines6040083
Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Miro Lucassen

Gevolgd door 121 leden

Fileert voor FTM kwesties rond lokaal bestuur en houdt ervan om ingewikkelde zaken terug te brengen tot de kern.

Dit artikel zit in het dossier

FTM Lokaal

Gevolgd door 1139 leden

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

Volg dossier