Banken staan boven de wet

    BNP Paribas kreeg een enorme boete van Amerikaanse toezichthouder. De Belgische staat, als grootaandeelhouder, stond erbij en keer ernaar. Staatsaandeelhouderschap blijkt niet genoeg, er moet maatschappelijke controle komen op banken.

    BNP Paribas kreeg vorige maand een boete van bijna 9 miljard dollar omdat ze jarenlang Amerikaanse embargo’s aan haar laars lapte. De zaak deed veel stof opwaaien: in Frankrijk en België werd de VS ervan beschuldigd Europese banken te straffen met hoge boetes om zo de Amerikaanse banken een concurrentievoordeel te geven. Hollande en Di Rupo kaartten de zaak zelfs aan bij Obama toen die voor de G7 in Brussel was. Aan de andere kant kwamen er heel wat verontwaardigde reacties toen bleek dat BNP Paribas jarenlang – en tijdens de Darfoer crisis – het regime in Sudan aan miljarden dollars hielp. Over het nut van sommige van die embargo's kan politieke discussie gevoerd worden, maar de essentie is hier dat BNP Paribas en andere grootbanken op grote schaal hun commerciële belangen laten voorgaan op het naleven van wetgeving. Tenslotte heeft het schandaal ook duidelijk gemaakt dat het aandeelhouderschap van de Belgische staat bij BNP Paribas niet gepaard gaat met enige maatschappelijke controle op die bank. De belangrijkste les is dan ook dat er nood is aan meer maatschappelijke controle op banken, maar dat overheden die aandeelhouder zijn van beursgenoteerde grootbanken hiervoor niet de oplossing zijn.

    Wat heeft BNP met een Amerikaans embargo te maken?

    De VS heeft embargo’s tegen enkele landen waar ze geen goede relaties mee onderhoudt en die ze ervan beschuldigt het niet nauw te nemen met mensenrechten en democratie. Iran, Soedan, Syrië, Noord Korea en Cuba zijn enkele voorbeelden. Daarnaast is er ook een embargo tegen bepaalde organisaties en individuen, waarvan de VS oordeelt dat ze terroristisch of crimineel zijn. Deze embargo’s houden in dat elke transactie in dollars die in de VS verwerkt wordt met actoren onder embargo als tegenpartij verboden is. Het maakt niet of je een Amerikaanse bank bent of niet, als je een betaling in dollars van of naar een land of persoon onder embargo langs de VS laat passeren, ga je tegen het embargo in. En dat heeft BNP Paribas op grote schaal gedaan, net als andere grootbanken – ING en HSBC kregen al gelijkaardige boetes opgelegd en er zijn onderzoeken bezig tegen onder andere Deutsche Bank, Commerzbank, Credit Agricole en Société Générale. Deze embargo’s maken deel uit van het buitenlands beleid van de VS. Op de lijst van de VS zijn ongetwijfeld personen en landen met ongure praktijken terug te vinden, maar er zijn er ook heel wat voorbeelden van dergelijke personen en landen die niet op deze lijst staan. Pakistan bijvoorbeeld: Amerika hield er in het verleden rekening mee dat de autoriteiten daar banden zouden hebben met Al Qaeda, maar een embargo is er niet aangezien Pakistan een belangrijke Amerikaanse bondgenoot in de regio is. Daarnaast staan er landen op de lijst waarvan men zich kan afvragen waarom ze economische sancties opgelegd moeten krijgen. Embargo’s zijn, kortom, politieke keuzes.
    Het is de Europese landen enkel om de hoogte van de boetes te doen
    Maar het is natuurlijk niet aan een privébedrijf zoals BNP Paribas om te kiezen of een wet die in een land van kracht is, al dan niet nageleefd moet worden. In deze algemene formulering komt de ware aard van het probleem naar boven. BNP stelt haar commerciële belangen voor die van het naleven van de wet. We moeten dan ook kritisch kijken naar de steun die Frankrijk bij Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Italië heeft gevonden om de hoge boetes die de VS aan buitenlandse banken geeft aan te kaarten op de G20. Ze accepteren wel het feit dat BNP strafbaar is, maar vinden de boete buitenproportioneel. Een zinvolle discussie zou kunnen gaan over de sancties zelf of over hoe internationale samenwerking van banken in verband met illegale praktijken (waar nog tal van andere voorbeelden van zijn) aangepakt kan worden. Het is de Europese landen echter enkel om de hoogte van de boetes te doen.

    Viseert de VS enkel buitenlandse banken?

    Het argument dat de Amerikaanse overheid buitenlandse banken disproportioneel straft is ontoereikend. De grootste boete komt niet op het conto van BNP Paribas, maar gaat naar de Amerikaanse bank JP Morgan, die vorig jaar een deal sloot met het Amerikaanse ministerie van Justitie om een boete van 13 miljard dollar te betalen voor fraude met hypotheekleningen (er gaan in de VS wel stemmen op die zeggen dat de boete niet voldoende is om de slachtoffers van de hypotheekfraude te compenseren). En er zijn meerdere banken (HSBC, Credit Suisse) beboet voor het op grote schaal witwassen van drugsgeld en het helpen van Amerikanen om hun belastingen te ontduiken. Het is voorbarig te stellen dat banken in de VS nu adequaat aangepakt worden – en we komen later terug op waarom dit ook voor BNP Paribas het geval is – maar er zijn wel een aantal Amerikaanse toezichthouders die proberen harder op te treden dan de extreem lakse houding tegenover banken die de gewoonte werd in de laatste decennia. Het is belangrijk voor ons om in het achterhoofd te houden dat we in Europa geen lessen geleerd hebben van de VS op dit vlak. Onze regulering en aanpak van banken is nog lakser dan aan de overkant van de oceaan, wat ook de reden is waarom de Europese commissie en banken aan beide kanten van de grote plas aandringen om de financiële sector op te nemen in het vrijhandelsakkoord tussen de VS en de EU, maar de VS de boot afhoudt.

    Wat heeft BNP Paribas gedaan?

    Uit het dossier van het Amerikaanse ministerie van Justitie blijkt dat BNP Paribas jarenlang bewust de embargo’s tegen Cuba, Iran en Soedan verbroken heeft. Om de betalingen onopgemerkt in de VS binnen te krijgen, werden betalingsgegevens vervalst en constructies met verschillende andere banken opgezet om de indruk te wekken dat het geld niet van een land onder embargo kwam. Vooral dit laatste is een element dat onderbelicht wordt in de pers. Hoewel verschillende banken reeds een boete hebben gekregen, worden dit steeds als op zichzelf staande gevallen beschouwd. Echter, de constructies die opgezet worden om de afkomst van geldstromen te verdoezelen, zijn enkel mogelijk door de samenwerking van verschillende banken.
    “We hebben een historische relatie met deze klanten en de commerciële belangen zijn significant. Daarom zal de afdeling compliance het voortzetten van deze activiteiten niet verhinderen”
    Voorts geeft het dossier ook een blik achter de schermen over de prioriteiten die binnen een bankgroep als BNP gelden. Er is een overvloed aan correspondentie tussen personeel, vooral uit ‘compliance’, de afdeling van een bank die controleert of de regelgeving gerespecteerd wordt. Sommige medewerkers stellen vragen over de transacties, maar worden vanuit het management genegeerd of teruggefloten. Opvallend is daarbij vooral het verslag na een vergadering in juli 2006 van het management in Parijs nadat onomstotelijk duidelijk is geworden door extern juridisch advies dat BNP Paribas aansprakelijk is voor transacties die van Soedan via BNP Paribas Genève en een andere Amerikaanse bank lopen. De conclusie van de vergadering luidt: “We hebben een historische relatie met deze klanten en de commerciële belangen zijn significant. Daarom zal de afdeling compliance het voortzetten van deze activiteiten niet verhinderen.” Dit is geen alleenstaand geval. Dergelijke stiefmoederlijke behandeling van compliance werd ook bij HSBC vastgesteld. De Amerikaanse senaat ondervroeg de voormalige chef compliance David Bagley die op de dag zelf ontslag had genomen. Hij gaf toe dat hij geen macht had binnen het bedrijf. Zijn ex-collega Paul Thurston die op groepsniveau verantwoordelijk was voor retail banking (bankactiviteit waarlangs het witwassen van drugsgeld gebeurde) ging nog verder door te stellen dat het business model van HSBC effectieve controle in de weg staat: “Managers van filialen hebben veel autonomie en zijn gericht op groei. Ze worden hiertoe gestimuleerd door een bonusbeleid dat groei en nieuwe klanten beloont, niet kwaliteitscontrole.” We moeten de spontane reactie weerstaan om de schandalen bij deze banken te reduceren tot gevallen van hebzucht en corruptie. Als zoveel grootbanken hieraan schuldig zijn, is de vraag eerder wat het systeem is dat het management van BNP Paribas aanmoedigt om hun commerciële belangen hoger in het vaandel te dragen dan het naleven van wetgeving. Toen HSBC voor gelijkaardige praktijken (en zoals reeds gezegd, het witwassen van drugsgeld en belastingontduiking) een boete van 1,9 miljard dollar kreeg, ontstond de slagzin ‘Too Big To Jail’. Het Amerikaanse ministerie van justitie was er namelijk van overtuigd dat de bank effectief veroordelen, het voortbestaan van de bank en de stabiliteit van de financiële markten in gevaar zou brengen. Daarom koos de VS er voor een minnelijke schikking te sluiten. Bij BNP ligt de boete hoger en is er wel een schuldbekentenis, maar geen criminele veroordeling (niemand gaat de gevangenis in). Credit Suisse was enkele maanden voor BNP de eerste bank die schuldig pleitte in de VS. Daarnaast krijgt de bank ook een verbod op bepaalde dollartransacties voor een jaar en moesten enkele personeelsleden ontslag nemen, onder andere de ceo van BNP Genève. De boete en de andere maatregelen zijn strenger uitgevallen dan de bank voorzien had. En we zien in de pers dat ook BNP Paribas het argument van de financiële stabiliteit – too big to jail – gebruikte om een lagere straf te bekomen. Nu de financiële markten in iets minder tumultueuze wateren verkeren, heeft het Amerikaans ministerie van Justitie het aangedurfd wat kordater te zijn, maar de vraag is of er nu ook echt iets veranderd is.

    Aandeelhouders zonder controle

    In hun communicatie heeft het Amerikaans ministerie van Justitie het over een afschrikeffect en waarschuwen de openbare aanklagers banken dat inbreuken op embargo’s bestraft zullen worden. Zijn deze schijnbaar harde maatregelen ook doeltreffend? Met andere woorden: hebben we nu betere garanties dat banken de wet zullen respecteren? Zo hoog de boete is, zo afwezig is de vertaling naar maatregelen om BNP beter te controleren. Het dossier bomvol bewijsmateriaal eindigt flauwtjes met de zin: “BNP Paribas heeft ook verschillende stappen ondernomen om de sancties beter na te leven.” Welke stappen? En wie kijkt er op toe? We leren er niets van.   Too big to jail   Zo komen we tenslotte in België terecht. Op 30 juni komen we te weten dat de boete 8,9 miljard dollar bedraagt en geeft de VS het hierboven besproken dossier vrij. De verontwaardiging over de diensten die BNP Paribas aan het Soedanese regime leverde groeit en de aandacht gaat al snel richting de Belgische staat, die met 10,3% aandelen de grootste aandeelhouder van BNP Paribas is. Dat is een gevolg van de bankencrisis in 2008. Toen Fortis omver viel, nationaliseerde de Belgische staat de bank, met als doel ze meteen te verkopen. BNP Paribas was de enige geïnteresseerde en nam 75% van de Fortis-aandelen van de Belgische staat over en gaf hiervoor in ruil aandelen van de groep BNP Paribas. Sindsdien gaat de bank in België door het leven als BNP Paribas Fortis. November vorig jaar werden de 25% resterende aandelen die de overheid in BNP Paribas Fortis had verkocht aan de groep BNP Paribas om de schuldgraad van België onder de symbolische 100% te duwen. Groepsaandelen houdt de staat nog bij, er wordt gehoopt nog wat geld uit te verdienen. Als grootste aandeelhouder moest de regering opbiechten niet op de hoogte te zijn van de betrekkingen met Soedan. Toen België aandeelhouder van BNP Paribas werd, mocht het twee bestuurders voordragen, maar die moesten wel aanvaard worden door de raad van bestuur en benoemd worden door de aandeelhouders van BNP Paribas. In de nasleep van de redding van de drie grootste banken in 2008 kwam er geen antwoord op de vraag hoe er transparantie en verantwoording zou afgelegd worden voor het belastinggeld dat de staat in deze banken investeerde. Anno 2014 laat een van de door België voorgestelde bestuurders bij BNP Paribas – Emiel Van Broekhoven – zonder blikken of blozen weten dat hij niet rapporteert aan de minister van Financiën of eender wie. Ze zijn onafhankelijke bestuurders. In een interview met De Standaard (9/7/2014) oppert hij dat de vennootschapswet niet toelaat dat een onafhankelijke bestuurder informatie doorspeelt. Door de nadruk te leggen op de slechte onderhandelingspositie waar België zich in bevond, veegt hij het ontbreken van enig formeel controlemechanisme vervolgens vakkundig onder de mat. De minister van Financiën kijkt zelf dan ook als aandeelhouder naar de hele kwestie. Zijn eerste reactie was er een van opluchting omdat “de winst en het dividend niet aangetast zijn”. Toen hij later in het parlement uitleg moest komen geven zei hij dat "de grootste fout van BNP Paribas is dat de bank te lang getalmd heeft met het stopzetten van verboden transacties die tussen midden 2006 en midden 2007 plaatsvonden". In het dossier staat zwart op wit waar dat getalm vandaan kwam. De bank wist dat de transacties illegaal waren, maar hun commerciële belangen wogen zwaarder. Geens besloot dat de bank een tweede kans waard is omdat ze schuld heeft bekend. Maar over hoe nutteloos het mandaat van de bestuurders is en over het gebrek aan maatschappelijke controle zwijgt hij even hard als het Amerikaanse ministerie van Justitie.

    Maatschappelijke controle

    Dit schandaal maakt net als de crisis van 2008 en de vele andere bankenschandalen die sindsdien aan het licht gekomen zijn, duidelijk dat er nood is aan maatschappelijke controle over banken. Overheden die sinds de financiële crisis aandeelhouder zijn geworden van banken, bieden die controle niet. Moeten we de aandelen dan verkopen? Onder andere Open VLD vraagt om een snelle verkoop van de aandelen. De staat zou dan niet meer geassocieerd worden met zulke schandalen. Maar wat biedt het als oplossing voor het achterliggende probleem? Dat voor deze banken alles, zelfs de wet, moet wijken voor hun commerciële belangen. De relatie tussen de staat en deze banken is paradoxaal. Als aandeelhouder is ze sinds 2008 zelf een drijvende kracht achter dit systemisch probleem. Toch zal maatschappelijke controle langs publieke instellingen moeten lopen om daadkrachtig te zijn. Enkel een beweging vanuit de samenleving kan de greep van kapitaal op de staat pareren. Het is positief dat er burgers en organisaties zijn die het excuusverhaal van BNP Paribas en de minister van Financiën niet pikken en, bijvoorbeeld, van bank willen veranderen. Het is een goede stap van bankklanten, die we ook als een politiek signaal kunnen gebruiken.   Dit artikel werd geschreven door Frank Vanaerschot, medewerker bij het Belgische Fairfin. Fairfin is een sociaal, culturele beweging die zich activistisch inzet om duurzaamheid en rechtvaardigheid te promoten.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 289 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren