Banken die mkb'ers beschermen tegen banken, kan dat?

    Minister Dijsselbloem wil betere bescherming van mkb-ondernemers in hun relatie met de bank of verzekeraar. Wetgeving komt er echter niet, want de minister gelooft sterk in zelfregulering. Kun je dit belangrijke onderwerp met een gerust hart aan de financiële sector toevertrouwen?

    De ene onderneming is de andere niet. Een mkb’er met tien man personeel functioneert op een heel andere manier dan een grote multinational. Toch konden banken tot dusver alle ondernemingen, groot en klein, zonder problemen over één kam scheren. Vanaf 2018 moet daar echter verandering in komen. Op 12 april meldde demissionair minister Dijsselbloem de Tweede Kamer dat hij instemt met voorstellen om kleinzakelijke ondernemers betere bescherming te bieden ten opzichte van de financiële sector. Daartoe wordt ingezet op zelfregulering door de banken en verzekeraars. De bancaire zorgplicht rond bedrijfsfinanciering, de vermindering van het afhankelijkheidsrisico en vooral een laagdrempelige geschillenregeling moeten aandacht krijgen. Zal dit in de praktijk echt iets verbeteren voor mkb’ers?

    Geen wettelijke bescherming

    Op 17 maart woonde ik een dialoogbijeenkomst bij die was georganiseerd door werkgeversvereniging MKB-Nederland en de Nederlandse Vereniging van Banken. De twee belangenorganisaties zetten op hoofdlijnen hun plannen uiteen met de zelfregulering die de minister nu heeft omarmd. Op die dag bleek dat de neuzen nog niet allemaal dezelfde kant uit staan.

    In essentie kwam het erop neer dat breed wordt ingezien dat kleinzakelijke ondernemers in een afhankelijke positie verkeren ten opzichte van hun financierende bank en/of verzekeraar. Het is nodig dat nu ook breed wordt erkend dat daar — eindelijk, zou ik haast zeggen — écht iets aan wordt gedaan. Immers, wat financiële kennis, inzicht en onderhandelingspositie aangaat wijkt de kleinzakelijke ondernemer in essentie niet af van de gemiddelde consument, terwijl voor laatstgenoemde heel veel beschermende wetten en regels bestaan.

    Op dit moment is het nog onduidelijk wie er uiteindelijk als ‘kleinzakelijke ondernemers’ worden getypeerd

    Krijgen kleinzakelijke ondernemers nu een wettelijke bescherming die vergelijkbaar is met die voor consumenten? Nee dus, zoveel is ondertussen duidelijk. Wat er zeker wél komt, is een bancaire gedragscode die ondernemers duidelijk moet maken wat zij van hun financier mogen verwachten. De banken gaan uitgebreider informeren over kosten en risico’s, en hun voorwaarden zouden niet meer eenzijdig aangepast mogen worden. Er wordt nog gediscussieerd over het verlenen van inzage in het kredietdossier, over transparantere kredietnormen en over nut en noodzaak van wel of niet doorsturen naar alternatieve financiers bij het afwijzen van een bancaire kredietaanvraag. Ook moet er zeker een laagdrempelig alternatief voor geschillenbeslechting komen à la Kifid gaan komen. Maar op dit moment is het nog onduidelijk wie er uiteindelijk als ‘kleinzakelijke ondernemers’ zullen worden getypeerd — toch bepaald geen onbelangrijke vraag.

    Duimdikke epistels

    De banken zetten er vooralsnog op in om alleen ondernemers als ‘kleinzakelijk’ aan te merken met een omzet én balanstotaal van niet meer dan 2 miljoen euro en maximaal 10 werknemers. Dat klinkt wellicht niet onredelijk, maar omzet en balanstotaal zeggen natuurlijk niets over het financieel-technische inzicht en al helemaal niks over de financiële draagkracht van ondernemers. Voor een sigarenzaak is 2 miljoen euro wellicht een onhaalbaar omzetniveau, maar voor een handelsbedrijf, een plaatselijke supermarkt, een bouwondernemer, een autohandelaar en menig winkelier is die omzet ronduit een lachertje. Als de omzetgrens niet wordt opgetrokken tot minimaal 10 miljoen, dan voorspel ik dat het overgrote deel van de mkb’ers voor wie de regeling absoluut zou moeten kunnen gelden, buiten de boot zal vallen.

    Het overgrote deel van de mkb'ers zal buiten de boot vallen

    Neem de gedragscode en de informatieplicht. Nog niet zo heel lang geleden bestond een offerte uit een mondelinge toezegging, en een kredietovereenkomst uit niet meer dan enkele A4’tjes. Tegenwoordig zijn dat duimdikke juridische epistels met daarenboven verwijzingen naar Algemene Bankvoorwaarden, specifieke productvoorwaarden en verplichte bijsluiters. Voor de gemiddelde ondernemer zijn deze teksten vrijwel onleesbaar. Tot zo ver de huidige informatieverstrekking. De kredietnemer moet ervoor tekenen dat hij de tekst volledig heeft begrepen en ermee akkoord gaat. Deze handtekening dient uitsluitend om de financier te vrijwaren. Alle goede bedoelingen ten spijt, zie ik daarin ook met zelfregulering niks veranderen ten gunste van ondernemers.

    Heet hangijzer

    Meer transparantie in kredietnormering, inzagerecht in het eigen dossier en een verbod op eenzijdige aanpassing van voorwaarden kunnen wel interessante verbeteringen opleveren. Of daarmee echter het doel van minder afhankelijkheid van de financier wordt bereikt, waag ik sterk te betwijfelen. Zo zal het weigeren akkoord te gaan met een voorwaardenwijziging impliciet een renteverhoging inhouden en/of de noodzaak om ergens anders herfinanciering te realiseren. De laatste jaren hebben pijnlijk duidelijk gemaakt hoe lastig dat voor mkb’ers is, vanwege aangescherpte voorwaarden van banken door de meest recente financiële crisis.

    Doorverwijzen naar alternatieve financiers bij een afgewezen kredietaanvraag is een heet hangijzer. Bij een transparante afwijzing op bankeigen kredietnormen (bijvoorbeeld omdat het bedrag voor de bank te laag is, of de branche ongewenst, er te weinig zekerheid is of te laag eigen vermogen) dan is daar nauwelijks iets op tegen. Maar het mag nooit zo zijn dat gesignaleerde reële risico’s worden doorgeschoven naar alternatieve financiers (zoals crowdfunding of kredietunies) als zo’n bank de aanvraag op harde krediettechnische gronden heeft afgewezen. Doorverwijzen lijkt sympathiek, maar kan in zo’n geval zeer schadelijk blijken voor zowel de ondernemer als de alternatieve financier of investeerder. Uiteindelijk zal dat zelfs de reputatie van de doorverwijzende banken schaden; die hebben er dan ook terecht moeite mee.

    "Verbeterde klachtenafhandeling en een alternatief voor hoge juridische kosten kunnen kleinzakelijke ondernemers grote verbeteringen opleveren"

    Harde waarborgen

    Een verbeterde klachtenafhandeling en vooral een laagdrempelig alternatief voor de kostbare gang naar de rechter kunnen kleinzakelijke ondernemers grote verbeteringen opleveren. Niet alleen omdat de financiële afhankelijkheid een drempel vormt om te klagen bij de eigen bank, maar ook omdat banken bij een dispuut regelmatig zelf aansturen op juridisering. Er zouden in dit verband wel harde waarborgen moeten worden ingebouwd. Daarmee kan de bedrijfscontinuïteit van een klager worden veiliggesteld, tenminste zolang diens klacht niet tot wederzijdse tevredenheid is afgehandeld en/of tot er een uitspraak is van het nog te installeren geschillenloket.

    Als ondernemers met een omzet tot 10 miljoen euro tot de doelgroep gerekend worden, het geschillenloket volstrekt onafhankelijk wordt en er aan de klachtenafhandeling en geschillenbeslechting continuïteitswaarborgen voor bedrijven worden verbonden, zie ik dat de voorgestelde zelfregulering de positie van ondernemers verbetert. Zo niet, dan zal er van de beoogde verminderde afhankelijkheid van mkb- en zzp-ondernemers en van hun effectievere bescherming geen sprake zijn. Dan wordt het een schijnoplossing.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid