Banken hebben niets geleerd van Lehman

De val van Lehman maakte pijnlijk duidelijk dat er een mentaliteitsomslag nodig was in de financiële sector. Weg met de verdorven bankcultuur vol risico, eigen belang en perverse prikkels. Leren van de fouten. Vijf jaar later is hier weinig van terecht gekomen.

Het is deze week vijf jaar geleden dat Lehman Brothers noodgedwongen het faillissement moest aanvragen. Het zou het startschot vormen voor de kredietcrisis die overal ter wereld zijn weerslag kende. Ook in Nederland. Binnen amper twee maanden moesten zowel Fortis/ABN Amro, ING en SNS aankloppen bij de Nederlandse overheid voor steun. Als antwoord op de kritiek aan zijn adres, benadrukte Nout Wellink, toenmalig president van De Nederlandsche Bank, dat het niet draait om het aanwijzen van schuldigen van de crisis, maar om de lessen die we hieruit moeten trekken. Als de val van Lehman een ding duidelijk heeft gemaakt, is dat er mentaliteitsprobleem bestond binnen de financiële sector. Banken en bankiers namen te veel risico’s, hadden te weinig eigen vermogen en kochten, verkochten en handelden in producten die extreem ingewikkeld waren. Greed bleek helemaal niet good en van alle kanten werd er gepleit voor een aanpak van deze verdorven bankencultuur. Maar zijn er lessen geleerd en heeft er de afgelopen vijf jaar een mentaliteitsomslag plaatsgevonden? De doctrines van de pre-Lehman periode anno 2013.

Beloon risico

Bankiers zijn rijk geworden in de jaren voor de crisis. De verkoop van ingewikkelde gesecuritiseerde hypotheekobligaties was extreem lucratief, en wie loopt het risico? Niet de bankier in ieder geval. Om deze perverse prikkel weg te nemen, kwamen er al snel geluiden vanuit de politiek en de toezichthouders om de bonussen aan banden te leggen. Toch bleef ING, zelfs met staatssteun, doodleuk bonussen uitkeren. In 2011 zou CEO Jan Hommen een bonus van 1,25 miljoen euro krijgen, bovenop zijn basissalaris van 1,35 miljoen. Dit terwijl de pensioenen van medewerkers wel bevroren werden. Een politieke rel ontstond, ING bood razendsnel zijn excuses aan en Hommen zag af van zijn bonus. Als banken zich het probleem zelf niet realiseren dan moeten wij het maar doen, moet Europa gedacht hebben. Vanaf 2014 is er daarom een Europees bonusplafond. De bonus mag nog maar eenmaal het jaarsalaris bedragen, met een uitzondering tot twee keer, maar alleen als de aandeelhouders het hier mee eens zijn. Alleen dit gaat mogelijk ook niet het gewenste effect hebben. De Britse financiële sector neemt al maatregelen om het bonuslimiet te omzeilen. Zo’n 65 procent van de bedrijven verhoogt de basissalarissen, verbetert de pensioenvoorziening of zorgt dat medewerkers op andere vlakken goed voorzien worden met bijvoorbeeld een betere bedrijfsauto. Weinig verandering dus. Maar hoe zit het dan met de bankiers die rijk zijn geworden door bij te dragen aan de kredietcrisis? Bijzonder goed, zo blijkt uit een onderzoek van het Amerikaanse Centre of Public Integrity (CPI) naar het wel en wee van vijf Wall Street-kopstukken. Niemand zit in de gevangenis of heeft afscheid moeten nemen van zijn vroegere levensstijl. Zelfs de laatste CEO van Lehman, Richard Fuld, leeft nog in luxe en is in bezit van maar liefst drie huizen. En zorgeloos, want een aanklacht lijkt onwaarschijnlijk.

Omzeil de wet

Fraude op Wall Street. Het was aan de orde van de dag. Denk aan Bernie Madoff en de lopende rechtszaak tegen Fabrice ‘Fabulous Fab’ Tourre vanwege het bewust misleiden van beleggers bij de verkoop van Abacus, een portefeuille van noodlijdende hypotheekobligaties waardoor ABN Amro uiteindelijk 814 miljoen dollar verloor.  Banken hebben geld witgewassen, miljarden dollars doorgesluisd naar Iran en transacties uitgevoerd voor Mexicaanse drugskartels. Illustratief voor de mentaliteitsproblemen alom aanwezig in de financiële sector voor de crisis is de Libor-affaire. Vorig jaar kwam de grootschalige manipulatie van de Libor-rente aan het licht, zeven jaar nadat de fraude begon. Banken stelden vanaf 2005 de belangrijkste interbancaire rente te laag voor, zodat ze er gezonder uitzagen voor de toezichthouder en meer verdienden aan derivaten als renteswaps, die vaak gekoppeld zijn aan de Libor. In deze zaak is al 3 miljard dollar aan boetes uitgedeeld, maar erg afschrikwekkend is dit vooralsnog niet geweest. Barclays en JP Morgan kregen dit jaar allebei een boete van ruim 400 miljoen dollar voor het manipuleren van prijzen op de energie markten en deze zomer bleek dat de vijftien grootste banken gerommeld hebben met de ISDAfix, de belangrijkste benchmark voor de rentestand van derivaten.

Hoe ingewikkelder, hoe beter

Risicovolle hypotheekobligaties kregen door slimme trucjes alsnog een hoge rating en leken veilig. Maar dit waren ze niet en het werd pijnlijk duidelijk dat ingewikkelde derivaten vergaande consequenties kunnen hebben. Desondanks zijn de risico’s nog niet volledig doorgedrongen, zo illustreert in Nederland het Vestia-debacle. Woningcorporatie Vestia bezat een miljardenportefeuille aan derivaten. De rente bleef echter steeds verder zakken en de banken eisten een onderpand van Vestia. 2 miljard per direct te voldoen, maar 2 miljard die Vestia niet had en een faillissement dreigde. Uiteindelijk moesten andere woningcorporaties noodgedwongen 700 miljoen euro van de afkoopsom ophoesten. Niet Vestia was gebaat bij de derivatenportefeuille, maar de bankrekening van de financiële topman Marcel de V. De account zou zich hebben laten omkopen door financieel adviesbureau FIFA om de riskante producten tegen beter weten in aan te schaffen. Volgens de Vestia speelden banken het spel mee. Ze waren op de hoogte van de omkoping en hadden de ‘wurgende’ derivatencontracten nooit mogen verkopen aan de woningcorporatie. De Vestia-fraude liep door tot 2011. Drie jaar na Lehman hadden banken klaarblijkelijk nog weinig geleerd. De zorgplicht was nog geen hoofdzaak geworden en hier is twee jaar later nog weinig verandering in gekomen. Zo hebben ze in Nederland banken massaal renteswaps verkocht aan het MKB, zonder de ondernemers goed op de hoogte te brengen van de risico’s. Met alle schadelijke financiële gevolgen van dien.

Eigen vermogen is nergens voor nodig

In de jaren voor de crisis kregen banken steeds meer schulden. Het eigen vermogen nam af, waardoor banken uiteindelijk zeer kwetsbaar bleken en niet opgewassen tegen verliezen. De Basel regels werden snel aangescherpt en vanaf 2014 moeten banken meer en kwalitatief beter kapitaal aanhouden. Veel banken hebben inderdaad inmiddels hun kapitaalbuffers versterkt. De tier 1 kapitaalratio van ING lag voor 2005 gemiddeld rond de 7,4 procent, inmiddels is dit bijna 12 procent. Ook de Rabobank en ABN Amro hebben inmiddels deze kernkapitaalbuffer met zo’n 3 procent verhoogd. Wel wordt er over de Nederlandse staatsschuld moord en brand geroepen. Veel te hoog opgelopen. De overheid heeft op te grote voet geleefd en de toekomstige generatie moet hiervoor bloeden. Onterecht, want het is in het verleden een stuk erger geweest. In 145 van de afgelopen 193 jaren was de staatsschuld hoger dan nu.

Geleerd van de fouten?

Volgens Wellink moesten we lessen te trekken uit de crisis. Iets waar Wellink en DNB zelf niet volledig toe in staat bleken, getuige het gebrekkige toezicht in zaken als IceSave, het faillissement van DSB en de problemen bij SNS die uiteindelijk in nationalisatie resulteerden. Ook in de financiële sector lijkt er vijf jaar later vooralsnog geen mentaliteitsomslag plaats te hebben gevonden. Wel zijn banken verplicht om meer kapitaal aan te houden en doen dit ook, waardoor ze hoe dan ook weerbaarder zullen zijn. Maar het ontduiken van de wet, het negeren van de zorgplicht en het nemen en belonen van risico komen zeker nog voor in de financiële sector.