Banken hullen zich in stilzwijgen over 'gratis' verdienmodel

Er zijn urgente en maatschappelijk relevante vragen over het 'gratis' verdienmodel van banken en over de manier waarop ze de prijzen van krediet voor kleine klanten hebben opgedreven. Maar als je die vragen stelt, krijg je geen antwoord.

Banken hebben hun rente-inkomsten de afgelopen jaren flink opgekrikt. De manier waarop ze dat hebben gedaan leidde tot gefronste wenkbrauwen en dit artikel op FTM. Daarin laten we zien hoe banken tussentijds en generiek de opslag verhogen op leningen met een variabele rente (euribor), dus zonder dat daar een individuele aanleiding voor is. Belangrijkste redenen voor de opslagverhogingen: meer dan verwachte verliezen en toegenomen kapitaalkosten voor de banken. Experts en ingewijden verbazen zich over deze praktijken, omdat banken hun risico's wel erg gemakkelijk afwentelen op kleine klanten, waaronder het mkb. Zij geven aan dat banken hun risico's niet kunnen neerleggen bij grote bedrijven, die op geheel andere voorwaarden geld lenen. Dat verschil is grotendeels te verklaren uit een verstoorde machtsbalans tussen bank en klant, weerspiegeld in extreem ruim geformuleerde algemene voorwaarden die geen grens lijken te stellen aan de bevoegdheid prijzen op te drijven. 'Dit is gratis geld verdienen', zei een van de geïnterviewden.

Wat is het verdienmodel van een bank?

Kortom, de opslagverhogingen doen vragen rijzen over iets fundamenteels: het verdienmodel van banken. Wat behoort tot hun ondernemersrisico? Welke verliezen zouden voor de bank en haar aandeelhouders moeten blijven? En hoe komt het dat banken kleine klanten wel kunnen uitpersen maar hun grote klanten niet? Is het gebrek aan concurrentie en overstapmogelijkheden, waardoor de mkb'er alles maar moet slikken, aanleiding voor corrigerende wetgeving? Moeten die algemene voorwaarden op de schop? Wordt krediet dan veel duurder? En nog zoiets essentieels: hoe moeten banken veiliger worden als ze niet tussentijds de tarieven van leningen mogen verhogen, die ze kennelijk te goedkoop (lees: door falend risicomanagement) in de markt hebben gezet? Zouden we niet naar een situatie moeten waarin ondernemersrisico's voor de bank kunnen blijven, zodat het to big too fail-argument niet meer opgaat?

Wederhoor

Onderdeel van de voorbereiding van zo'n artikel is vanzelfsprekend wederhoor. In het kader daarvan hebben we een lijst vragen gestuurd aan de drie grote banken – Rabobank, ING en ABN Amro. Maar het leverde geen enkele respons op, bij ABN Amro en ING zelfs niet de mededeling dat de bank de vragen niet wil beantwoorden. Het past in een patroon waarin banken nauwelijks publiekelijk het debat aangaan. Voorbeeld is hoe het boek Dit kan niet waar zijn (2015) van journalist Joris Luyendijk werd ontvangen. Het boek dat wil aantonen dat we nog steeds grote risico's lopen met too big to fail-banken. Die zijn volgens Luyendijk na de crisis niet wezenlijk aangepakt, het 'amorele' systeem dat leidde tot de crisis is nog grotendeels intact. Reden voor een fundamenteel debat, waaraan ook bankiers deelnemen, zou je denken.
'Amorele' systeem dat leidde tot crisis is nog grotendeels in tact. Reden voor fundamenteel debat, zou je denken'
Maar nee dus. Oud-minister en voormalig bankier Onno Ruding was de enige uit de financiële sector die in het programma Buitenhof werkelijk in discussie ging met de auteur. De voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken, Chris Buijink lanceerde in eerste instantie alleen een neerbuigende tweet, waarin hij Luyendijk betitelde als 'populistische antropoloog'. Na deze uitglijder volgde meer nuance. FTM daarentegen houdt de deur niet dicht voor andere geluiden, of voor kritiek. Zo deed de hoofdredacteur van dit medium het aanbod aan Wilfred Nagel, bestuurder van ING, om de salarisverhoging van de top van de bank hier te verdedigen. Dat aanbod sloeg hij af, wat jammer is want Nagel is een van de weinige hooggeplaatste bankiers die zich op Twitter nog wel eens aan een discussie waagt. Nu moeten we het doen met ING-topman Ralph Hamers die zijn loonsverhoging van bijna 30 procent vindt getuigen van 'moed'. Daarom brengen we de vragen over de opslagen nogmaals onder de aandacht, in de hoop dat er nu wel antwoord komt. Het gaat om een kwestie waarmee miljarden euro's zijn gemoeid. Bovendien is communicatie over wezenlijke zaken als de prijs van geld belangrijk voor het herstel van vertrouwen in de financiële sector, dat zich nog altijd op een bedroevend niveau bevindt, zoals een peiling van De Nederlandsche Bank gisteren uitwees.

Dit zijn de vragen

- Bij euriborleningen met variabele rente is in veel gevallen tussentijds generiek de opslag verhoogd. Dat zou nodig zijn vanwege toegenomen kapitaalkosten, toegenomen risico-kosten en toegenomen funding costs. Waarom moet dat voor rekening van de klant komen? - Betekent de massale repricing dat de kredieten te goedkoop in de markt zijn gezet? Is er sprake geweest van een inschattingsfout van de bank? - Wie een euriborlening met een een looptijd van tien jaar afsluit, betaalt een liquiditeitsopslag voor tien jaars-geld. Als de bank de mogelijkheid heeft om een lening elk jaar te repricen, dan wordt dat geld ook op basis van één jaar telkens gefund, ook al is de looptijd van de lening tien jaar. Als dat inderdaad zo is, dan is de wijze van funding een keuze van de bank en behoort dus tot het ondernemersrisico van de bank. Waarom worden hogere funding costs dan toch afgewenteld op de klant? De klant had toch al betaald voor lang geld? - Waarom beperkt de bank zich niet tot een opslagverhoging als de individuele financiële situatie van een klant daar aanleiding toe geeft? Dus alleen een individuele opslagverhoging? - De bank acht zich tot opslagverhoging bevoegd op grond van de algemene voorwaarden (AV) die op dit punt ruim zijn geformuleerd. Is er een grens aan die bevoegdheid? Waar ligt die grens? - Het contrast tussen de AV voor kredietverlening en niet-standaard contracten bij corporate leningen is groot. De mogelijkheid van generieke tussentijdse opslagverhogingen is bij geraadpleegde advocaten en mensen uit de corporate wereld niet bekend. Waarom krijgen kleine klanten van de bank de rekening gepresenteerd, maar grote bedrijven met niet-standaard contracten niet? - Verlaagt de bank ook wel eens de opslag generiek vanwege afnemende kosten? Zo ja, wanneer is dat gebeurd en met hoeveel? - De opslag is ook verhoogd bij leningen waaraan een renteswap is gekoppeld. Waarom acht de bank dat toelaatbaar, nu de lening juist bedoeld was om een rentestijging af te dekken? - Zou u klanten meer transparantie willen bieden in hoe de opslagverhoging tot stand komt?

En het bleef stil

We hebben aan banken gevraagd waarom ze op deze kwesties geen licht werpen. Het antwoord  - niet geheel verrassend - laat op zich wachten.
Jan-Hein Strop
Jan-Hein Strop
Financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.
Gevolgd door 2338 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren