Banken moeten slikken van bedrijfsdokter Vestia

    Twaalf zakenbanken zijn juridisch afgetroefd in het steekspel rond woningbouwcorporatie Vestia. Spil in deze miljardenzaak is Gerard Erents, interim-bestuurder bij Vestia. Wie is hij eigenlijk?

    Op het CV van interim-bestuursvoorzitter Gerard Erents (1950) van de financieel wankele woningbouwcorporatie Vestia prijken: voetbal, lezen, wandelen en fietsen. Maar sinds deze week zou niemand er gek van hebben opgekeken als hierop ook ‘poker’ zou staan vermeld.

    Dat geldt dan zeker voor de managers van de twaalf banken, die de afgelopen jaren flink hebben verdiend aan Vestia met derivatencontracten. De afgelopen maanden moeten ze Erents hebben leren kennen als een slimme strateeg die vertrouwd is met een harde aanpak en een flinke dosis lef.

     

    Wie donderdag Het Financieele Dagblad opensloeg, kreeg een goed beeld van de afgelopen fasen van een potje pokeren op hoog niveau. Inzet van het spel: de banken zo ver krijgen dat ze meehelpen met het gezond maken van Vestia. En dan onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat ze afzien van een derde van het huidige tekort op de derivatenposities van Vestia. In de praktijk komt dat neer op ruim 700 miljoen euro.

     

    Interim-bestuurder Erents maakte er geen geheim van af te willen van de derivatencontracten. Namens Vestia opende hij hard het onderhandelingsspel met de banken met het argument dat de banken hun zorgplicht hadden verwaarloosd. De  professionele onderhandelaars van de banken hadden beter moeten zorgen voor de goedwillende amateurs van een semi-publieke instelling als Vestia, zo redeneerde Erents.

     

    Daarna wierp Erents de gedurfde vraag op of de banken vermoedelijk ook een aandeel hadden in de fraude bij de grootste woningbouwcorporatie van Nederland onder aanvoering van Marcel de V. en de bemiddelaars van het adviesbedrijf FIFA Finance.

     

    Joker op tafel
    Omdat minister Spies van Binnenlandse Zaken eind deze maand een oplossing verlangt, legde Erents samen met toezichthouders en betrokken rijksambtenaren vervolgens een joker op tafel. Kenmerk van de troefkaart: een dreigend faillissement, die steeds dichterbij komt gelet op de krappe liquiditeitspositie van Vestia en de almaar dalende rente.

     

    Eergisteren werd deze troefkaart uitgespeeld tijdens een cruciale vergadering met de banken. Vlak voordat dit overleg begon, kregen de banken te verstaan dat het hypotheekrecht van al het vastgoed van Vestia is ondergebracht bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Door deze juridische manoeuvre kunnen banken het vastgoed van de woningcorporatie niet meer opeisen als deze failliet gaat.

    Het WSW mag dit doen omdat het fonds bij de garantieverlening deze optie van een positieve hypotheekverklaring had bedongen, zo tekent het FD op. Daarmee dringt de toezichthouder, vermoedelijk volkomen legaal, voor op andere schuldeisers, en heeft een curator aanzienlijk minder mogelijkheden om geld vrij te spelen voor andere crediteuren.

    De banken zijn zich nu aan het beraden over de juridische geldigheid van deze 'verdwijntruc', die schijnbaar veel weg heeft van een Paulinieuze actie. Maar vast staat dat Erents en zijn bondgenoten een puik stukje powerplay hebben laten zien.

     

    Manager van de harde lijn
    Hadden banken de blufpoker van Erents moeten zien aankomen? Wie zich een beetje verdiept in het CV van de tijdelijke baas bij Vestia, kan daaruit afleiden dat Erents een manager van de harde lijn is.

     

    Sinds 1984 is Erents niet meer weg te denken uit de wereld van de woningbouwcorporatie. Hij bekleedt er verschillende leidinggevende functies. Zo de register-accountant hij onder meer directeur bij Nationale Woningraad (nu: Aedes), Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Nationaal Computer Centrum Woningbouwfonds (NCCW).

     

    Gaandeweg ontpopt Erents zich als bedrijvendokter in de sociale woningbouwbranche. Hij wordt partner van het Egmondse adviesbureau Orca, dat woningbouwcorporaties in zwaar weer begeleidt en hiervoor interim-managers aanlevert.  

     

    Puinruimer bij Rochdale
    Echt bekend bij het brede publiek wordt de register-accountant pas in 2008. Erents treedt aan als interim-bestuurder bij de Amsterdamse woningbouwcorporatie Rochdale, dat geteisterd wordt door een fraudeschandaal van de destijds opgestape bedrijfstop. Erents moet daar aan de slag als puinruimer.

    Blikvanger van de zelfverrijking bij Rochdale was Hubert Möllenkamp. De ontslagen directeur van de semi-publieke instelling maakt zijn reputatie als 'zonnekoning van Rochedale' helemaal waar. Rochdale verhuurt aftandse woningen in Amsterdam-West, die smeken om renovatie. Maar dan weerhield Möllenkamp er niet van om het breed te laten hangen. Zo kon hij bogen op een riante villa in Lelystad, voorzien van een dubbele garage en een oprijlaan waar de Maserati van de zaak keurig geparkeerd stond.

     

    Als interim-bestuurder van Rochdale grijpt Erents hard in. Met de bedrijfsvoering wordt schoon schip gemaakt en de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarrissen wordt geheel vernieuwd. Iedereen, maar vooral op de top, mooeten hun verantwoordelijkheid volop nemen, is de boodschap van Erents. 'Tenslotte veeg je trappen van boven naar beneden schoon,' zo tekent website CorporatieNL uit zijn mond op.

     

    'Geklets over ondernemerschap'
    Terwijl de media zich vooral opwinden over de Maserati van oud-Rochdale-directeur Möllenkamp, kijkt Erents verder tijdens deze schoonmaak. In zijn ogen is de affaire rond Rochdale een leerzame casus voor heel veel corporaties in Nederland. Volgens Erents moeten corporaties goed bedenken wat hun legitimiteit is en hoe zij deze efficiënt en effectief kunnen vormgeven. Juist op dit vlak is nog veel winst te behalen, meent Erents.

     

    Van de trend dat semi-publieke organisaties zich steeds meer willen laten gelden als ondernemingen, gruwt Erents tegenover CorporatieNL. 'Corporaties zijn geen ondernemers. Het moet gaan over de prestaties. Al het geklets over ondernemerschap heeft de corporaties alleen Vennootschapsbelasting opgeleverd.”

     

    In februari van dit jaar wordt de rasamsterdammer door de Rotterdamse woningbouwcorporatie Vestia binnengehaald. Vestia-topman Erik Staal heeft dan het veld geruimd. Erents wordt interim bestuursvoorzitter van Vestia en ook verantwoordelijk voor de financiën. Samen met interim-bestuurder Jacques Thielen, die de portefeuille volkshuisvesting gaat beheren, gaat Erents volop aan de bak.

     

    'Niet lullen maar poetsen'
    En net als bij Rochdale pakt Erents de decision makers op het hoogste niveau aan. Zij moeten immers als eerste hun verantwoordelijkheid nemen en daar horen ook de bij de derivatendeals betrokken banken bij volgens Erents.
     

    De boodschap van Erents is luid en duidelijk aangekomen bij de banken. De afgelopen weken koesterde hij de hoop om via goede gesprekken met de banken tot een akkoord te komen over de schuldenlasten van Vestia, maar de banken waren niet bereid tot een compromis.

     

    Dat hebben de banken nu geweten. Sinds woensdag heeft Erents hen voorlopig overtroefd. Dat hadden ze misschien wel kunnen zien aankomen. 'Niet lullen maar poetsen', is per slot van rekening het credo van Erents. Maar sinds deze week hebben de banken nog wat geleerd. Erents is een bedrijvendokter, maar dan één die desnoods een paardenmiddel toedient, geheel in de lijn van het gezegde: 'zachte heelmeesters maken stinkende wonden.'

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Libben Reeskamp

    Libben Reeskamp studeerde rechtsgeleerdheid en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Met de studie rechten hield h...

    Volg Libben Reeskamp
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren