De juistheid van de informatie over rentederivaten van de Nederlandse Vereniging van Banken is twijfelachtig en op zijn minst onvolledig. Dat wringt, nu het moeilijk voor te stellen is dat de lobby zich in zulke zaken vergist.

    De lobbymachine van de banken publiceerde een document over rentederivaten. Bij publicatie van de zogenoemde 'position paper' schreef de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB): 'De dienstverlening van banken is er op gericht om klanten voldoende kennis te bieden zodat ze goed geïnformeerd een rentederivaat als onderdeel van hun financiering kunnen afsluiten.' Het is echter de vraag of het voor ondernemers verstandig is op deze 'kennis' af te gaan, want uit nadere inspectie blijkt dat de juistheid van de informatie, die als sinds mei van dit jaar wordt verspreid, twijfelachtig te noemen is. De beweringen van de NVB – overgenomen door staatsbank ABN Amro – zijn op zijn minst onvolledig. Dat wringt, nu het moeilijk voor te stellen is dat banken zich in zulke zaken vergissen en de schade veroorzaakt door rentederivaten onder het MKB groot is. Inmiddels heeft dat geleid tot een flinke affaire die duizenden ondernemers aangaat en regelmatig krantenkoppen scoort. De redenen daarvoor zijn onder andere dat deze innovatieve bancaire producten inmiddels een stortvloed aan rechtszaken teweeg brengen en dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) besloot om er een onderzoek naar in te stellen. Een overzicht van de beweringen van de NVB over de rentederivaten, die door het lobby-orgaan onverkort worden gehandhaafd (zie onder voor uitgebreide reactie van de NVB):

    Bewering #1

    'Rentederivaten worden door Nederlandse banken aangeboden om renterisico’s voor MKB ondernemers af te dekken […] Net zoals bij een lening met een vaste rente zetten ondernemingen met een renteswap de variabele rente op hun lening vast' Was het maar waar. De variabele rente wordt niet vastgezet met een renteswap, hoewel het wél zo verkocht is, namelijk als alternatief voor een vastrentende lening. De rente bestaat uit drie componenten: de Euriborrente, de risico- of debiteurenopslag en de liquiditeits- of markttoeslag, al naar gelang het gebruikte jargon. Alleen de Euriborrente wordt vastgezet met een renteswap. De overige twee componenten blijven variabel, want banken eigenen zich het recht toe de opslagen te verhogen, maar vertelden dat er vaak niet bij (zie ook de reactie, waarin de NVB wel spreekt van de kredietopslag, maar niet van de tussentijdse verhoging ervan).
    De variabele rente wordt niet vastgezet met een renteswap, hoewel het wél zo verkocht is
    De verhogingen zijn op grote schaal doorgevoerd sinds de crisis, waardoor banken miljarden extra rente hebben binnengeharkt. De swapconstructie vormt zodoende een groot contrast met een 'gewone' vastrentende lening, die tijdens de gehele looptijd geen mogelijkheid biedt de opslagen tussentijds te verhogen. De stelling dat MKB-ers met een rentederivaat de variabele rente vastzetten, 'net zoals bij een lening met een vaste rente', is in dit licht onhoudbaar.

    Bewering #2

    'De kosten voor tussentijds openbreken van een lening met vaste rente of een lening met variabele rente in combinatie met een renteswap zijn vergelijkbaar' Dat banken dit beweren is uit het oogpunt van aansprakelijkheid te begrijpen, maar dat wil niet zeggen dat het ook klopt. Door de sterk gedaalde rente hebben veel swapcontracten een zogeheten negatieve marktwaarde, wat betekent dat de klant die van een lening en renteswap af wil, een hoge afkoopsom moet betalen. De bank berekent die som door de misgelopen rente over de resterende looptijd van de lening contant te maken, rekening houdend met een fictieve Euriborrente. De boeterenteberekening bij een gewone vastrentende lening is gunstiger voor de klant en kent een heel andere methodiek, stelt het Kenniscentrum Rentederivaten (KCR), waarin advocaten en financieel specialisten zijn verenigd. 'Dit is appels met peren vergelijken. Op grond van de algemene voorwaarden van banken mag een onderneming jaarlijks boetevrij aflossen - vaak wel 5 tot 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom. Deze boetevrije aflossing brengt de bank in mindering op het bedrag waarover de boeterente betaald moet worden. Het bedrag waarover de bank de boeterente berekent is als gevolg daarvan lager dan het bedrag waarover de negatieve waarde van de swap berekend wordt. Bovendien moet de bank er bij de berekening van de boeterente vanuit gaan dat ze het voortijdig afgeloste bedrag weer kan uitzetten tegen de kapitaalmarktrente ('de vergelijkingsrente'). De opbrengst daarvan moet de bank eveneens in mindering brengen op de te betalen boeterente.' Zo komt de te betalen boete thans in vrijwel alle gevallen op een lager bedrag uit dan de negatieve marktwaarde, stelt KCR. 'Bij een lening van 1 miljoen euro loopt het verschil met de boete – afhankelijk van de resterende looptijd – op tot vele tienduizenden euro's.'

    Bewering #3

    'Een negatieve marktwaarde heeft op zichzelf geen consequenties voor een lopende financiering en is alleen relevant als een ondernemer een financiering met een rentederivaat tussentijds beëindigt' Onwaar. De negatieve marktwaarde van een renteswap telt de bank op bij de bestaande verplichtingen jegens de bank uit hoofde van het krediet, ook wel obligo genoemd. Als de obligo groter wordt dan het bedrag waarvoor de klant onderpand heeft gegeven – zoals dus gebeurt bij negatieve waarde – zal de bank vaak om extra zekerheden vragen (zie bijvoorbeeld pagina 19 onder kopje 'Dekking' van de Algemene Voorwaarden Financiële Derivaten van Rabobank). Sterker nog, zij is daartoe op grond van de wet verplicht (de 'marginverplichting', die ook in optiehandel gebruikelijk is). Ook kan de bank vragen om geld bij te storten, extra af te gaan lossen op de financiering, of de risicotoeslag verhogen, hetgeen de afgelopen jaren veelvuldig gebeurd is. Bij een vastrentende lening spelen al deze problemen niet.
    Veel ondernemers hebben spijt van de renteswap
    Vandaar dat veel ondernemers spijt hebben van de renteswap. Tegen hun verwachting in moeten ze meer onderpand verschaffen en zijn hun maandlasten flink toegenomen. Terwijl ze dat met een gefixeerde rente juist wilden voorkomen.

    Bewering #4

    'Als de bank adviseert over een rentederivaat wordt de doelstelling en risicobereidheid van de klant getoetst door de bank' Dat was in ieder geval niet de praktijk, zo constateerde de Autoriteit Financiële markten (AFM) in haar Rapportage Rentederivaten (2013): 'Vaak is uit de dossiers niet te herleiden in hoeverre er door de bank informatie bij de cliënt is ingewonnen [..] Daardoor is het lastig te beoordelen of de aangeboden dienst geschikt is. In veel dossiers is bovendien geconstateerd dat het inventariseren van de doelstelling en risicobereidheid voorafgaand aan de start van de dienstverlening een formaliteit is: bij meerdere banken is de doelstelling namelijk al vooraf ingevuld [...], terwijl de feitelijke invulling van deze doelstelling hier niet altijd mee overeenkomt. In veel dossiers ontbreken gegevens van het initiële dienstverleningsproces. […] Deze matige dossiervorming leidt ertoe dat het voor de AFM moeilijk is om te reconstrueren hoe de dienstverlening precies verlopen is en welke zaken er wel of niet met de cliënt besproken zijn.'
    lobby heeft luisterend oor van minister: 'rentederivaat kan dus adequaat instrument zijn renterisico’s te beperken.'
    Ondanks de evidente nadelen die een swaplening heeft ten opzichte van een vastrentende lening, blijft de NVB volharden in haar stelling dat rentederivaten 'nuttige producten' zijn. De lobby heeft daarbij het luisterend oor van minister Dijsselbloem van Financiën die op exact dezelfde dag als NVB haar 'position paper' publiceerde, aan de Kamer schreef: 'Een rentederivaat kan dus […] een adequaat instrument zijn om renterisico’s op langlopende leningen te beperken.' Misschien adequaat voor grote ondernemingen die weten wat ze doen, maar volgens het Kenniscentrum Rentederivaten is een vastrentende lening zonder alle risico's van een derivaat, in nagenoeg alle gevallen een betere keus voor het niet-professionele MKB. Derivaten zijn voor het MKB allesbehalve een nuttig en adequaat instrument gebleken. Financiën is om een reactie gevraagd, maar heeft niet gereageerd.

    Reactie NVB

    De NVB heeft het position paper met grote zorgvuldigheid samengesteld en staat volledig achter de inhoud. De beweringen over onjuistheden zijn inhoudelijk goed weerlegbaar. Onder andere door de informatie weer in de context te plaatsen waar het in het position paper ook in staat. De NVB herkent zich dan ook niet in de centrale conclusie van het artikel en neemt hier afstand van. Over bewering 1: De kosten van een lening bestaan altijd uit de basisrente (vaak gebaseerd op Euribor) en een kredietopslag. Een rentederivaat beschermt alleen tegen rentestijgingen, niet tegen variabele opslagen. Daar worden klanten uiteraard van op de hoogte gesteld. Ook in ons position paper schrijven we expliciet dat er sprake is van een kredietopslag, niet afgedekt door het derivaat: 'Een renteswap wordt bij leningen met een variabele rente (bijvoorbeeld op basis van het Euribor-tarief) gebruikt om het risico op fluctuaties in dit rentetarief af te dekken. Een onderneming ruilt onder een renteswap het variabele Euribor-tarief tegen een vooraf met de wederpartij overeengekomen vast rentepercentage. De onderneming ontvangt enerzijds het variabele Euribor-tarief en betaalt anderzijds het vaste rentepercentage over de hoofdsom van de renteswap aan de wederpartij. Verder betaalt de onderneming het variabele Euribor-tarief onder de financiering plus de kredietopslag aan de financier. Dit betekent dat de onderneming per saldo een vaste rente op basis van de renteswap plus de kredietopslag op de financiering betaalt.' [Jan-Hein Strop: Opvallend genoeg zwijgt de NVB over de verhoging van de kredietopslag - onmogelijk bij een vastrentende lening.] Over bewering 2: De stelling van KCR dat de boete bij een vaste rente in vrijwel alle gevallen op een lager bedrag uitkomt is niet houdbaar en gebaseerd op een verkeerde voorstelling van zaken over hoe boeterente wordt berekend. Banken houden bij de berekening van de boeterente rekening met 1 keer 5% boetevrij aflossen en kijken niet zoals KCR suggereert, naar jaren waarin de klant geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht om 5% boetevrij af te lossen. Ook wordt er geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat hij in toekomstige jaren ook 5% per jaar zou mogen aflossen. In herbeoordelingen is al verschillende malen gebleken dat de klant duurder uit was geweest met een lening met een vaste rente dan bij dezelfde lening met een variabele rente in combinatie met een rentederivaat. Hoe dit uitpakt in individuele gevallen is afhankelijk van heel veel factoren maar feit is dat de berekening van een boeterente soortgelijk is aan die van een negatieve waarde en leidt tot vergelijkbare kosten. Over bewering 3: Niet-professionele MKB bedrijven hebben over het algemeen geen marginverplichting, omdat het derivaat niet voor speculatie maar voor het afdekken van een renterisico wordt ingezet. Banken vragen, een enkele uitzondering daargelaten, bij dit soort klanten tussentijds geen extra zekerheden in de vorm van geldstortingen. De zekerheden die onder de kredietovereenkomst zijn verleend (hypotheekrechten en pandrechten) dienen ook als zekerheid voor het derivaat. Het obligo voortvloeiend uit een derivaat (de actuele marktwaarde) wordt wel bewaakt, maar heeft in principe geen impact op de wijze waarop banken naar een klant kijken. Een bank kan onder bepaalde omstandigheden wel vragen om extra af te lossen op de financiering maar daarbij bestaat geen onderscheid tussen leningen met een vaste rente en leningen met een variabele rente. [Jan-Hein Strop: Volgens advocaten hebben niet-professionele MKB bedrijven wel degelijk een marginverplichting conform art. 86 Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft. De wet maakt namelijk geen onderscheid tussen wel en niet-professionele bedrijven, maar spreekt van 'cliënten' van beleggingsondernemingen'. Ook bestaat er geen wettelijk onderscheid tussen derivaten gebruikt voor 'speculatie' en gebruikt voor het 'afdekken van renterisico'. De wet kent slechts 'beleggingsdiensten'.] Over bewering 4: De AFM zegt hier dat zij niet kan beoordelen of de dienstverlening passend is geweest omdat de dossiers niet goed zijn bijgehouden. Uiteraard nemen banken die kritiek ter harte. De AFM zegt hier echter niet dat banken die informatie ook niet hebben ingewonnen. Belangrijk nuanceverschil. [Jan-Hein Strop: dit commentaar laat zich moeilijk rijmen met deze constatering van de AFM: 'In veel dossiers is bovendien geconstateerd dat het inventariseren van de doelstelling en risicobereidheid voorafgaand aan de start van de dienstverlening een formaliteit is: bij meerdere banken is de doelstelling namelijk al vooraf ingevuld [...], terwijl de feitelijke invulling van deze doelstelling hier niet altijd mee overeenkomt.']

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Gevolgd door 533 leden

    Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

    Volg Jan-Hein Strop
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Derivaten in het MKB

    Gevolgd door 427 leden

    FTM verdiept zich sinds 2013 de wijze waarop grote banken in Nederland vele duizenden ondernemers in het MKB met rentederivat...

    Volg dossier