• http://www.cadension.com/uk-e-28-miljard-compensatie-uitgekeerd/
  • Wie de eed breekt KAN !!! Wie de eed breekt moet 10 jaar de bak in , dat breekt niemand die eed meer.

Het klantbelang moet tegenwoordig centraal staan bij banken. Maar wat als er twijfels rijzen over bedragen van 100.000 tot 200.000 euro die je als bank bij honderden ondernemingen in rekening hebt gebracht? Ga je daar dan naar kijken, of ga je tegen de wens van toezichthouder AFM en minister Dijsselbloem in en laat je het de ondernemers zelf uitzoeken? Dat laatste, zo blijkt uit documenten die in handen zijn van Follow the Money.

In bankiersland was 1 april vorig jaar een plechtige dag. Het was de dag dat de bankierseed in werking trad. Zo’n 90.000 bankiers moeten vanaf die dag tijdens een 'betekenisvolle ceremonie' elk een eed afleggen met de plechtige belofte ‘het klantbelang centraal te stellen en de klant zo goed mogelijk in te lichten’, en om zich ‘open en toetsbaar op te stellen en zijn verantwoordelijkheid voor de samenleving te kennen’. Tot slot moeten ze beloven zich ‘in te spannen om het vertrouwen in de financiële sector te behouden en te bevorderen’. Wie de eed breekt, kan voor de tuchtrechter worden gesleept.

'Ik beloof het klantbelang centraal te stellen en de klant zo goed mogelijk in te lichten'

Een paar dagen voor de invoering van de bankierseed was van die mindset weinig te merken bij de top van de banken. Een bestuursdelegatie van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) schoof op 25 maart aan in de werkkamer van minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem voor een overleg.

De NVB, die dag vertegenwoordigd door onder meer NVB-voorzitter Chris Buijink en Rabobank-topman Wiebe Draijer, gaf de PvdA-minister een duidelijke boodschap: nee, wij gaan de 1162 middelgrote en kleine bedrijven die wij mogelijk onterecht 100.000 tot 200.000 euro hebben laten betalen, daarover niet informeren. Klanten die zulke bedragen hebben betaald om hun rentederivaat af te kopen, kunnen zich zelf melden bij de bank als ze een klacht hebben. Maar zelf pro-actief de zaak onderzoeken? Dat gaat niet gebeuren. Het klantbelang moet centraal, maar zelf kijken of de klant misschien één of twee ton ten onrechte in rekening is gebracht gaat kennelijk een stap te ver.

Afkoopsom kan mkb’er op de rand van afgrond brengen

De weigering van de banken om deze dossiers pro-actief te bekijken, was minister Dijsselbloem en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een doorn in het oog. Het rentederivatendossier etterde op dat moment al 2,5 jaar. Enerzijds ging het om ondernemers wier derivaat nog liep, die dachten te hebben afgesproken dat zij een vaste rente aan de bank zouden betalen maar toch door de bank werden verrast met een renteverhoging. Anderzijds betrof het ondernemers die vroegtijdig hun lening wilden aflossen (al dan niet onder dwang van de bank) en die daardoor ook hun derivaat vervroegd moesten afkopen.

De eerste groep was de grootste (17.602 derivaten), maar de problemen waren per geval vaak kleiner. Bij de tweede groep ging het om 1162 derivaten, maar was de potentiële schade per onderneming veel groter. De kosten verschilden, maar op peildatum 1 april 2014 kostte het gemiddeld 157.418 euro om een derivaat af te kopen. Voor ondernemers in Bijzonder Beheer, de ziekenboeg waar banken kwakkelende bedrijven onderbrengen, waren de druiven nog zuurder. De derivaten van deze ondernemers stonden op die dag voor gemiddeld 217.981 euro ‘onder water’. Het zijn bedragen die zelfs door een gezonde mkb-onderneming vaak maar met moeite kunnen worden opgebracht, en die ervoor kunnen zorgen dat een vitale onderneming in één dag op de rand van de afgrond komt te staan.

Vaak was de informatie in het verkoopgesprek van de bank dermate summier dat de ondernemer zich niet bewust kon zijn van het risico dat hij op zich nam bij het aangaan van het rentederivaat. De rechter heeft daarom in diverse zaken de betaling deels van tafel geveegd en banken hebben tal van zaken in het geheim geschikt.

Rechtszaken

De bekendste rechtszaak op dit gebied is die van een melkveehouder die wilde emigreren en daarom zijn boerderij verkocht. Daarbij moest ook zijn renteswap voor ruim 270.000 euro afkopen. De rechter oordeelde dat Rabobank daarvan 60 procent moest betalen. In een andere zaak bood Deutsche Bank ‘uit coulance’ aan om de helft van de afkoopsom van het rentederivaat van een klant te betalen. De rechter besloot in die zaak uiteindelijk dat 70 procent van de rekening voor het afkopen van het derivaat bij de bank terecht moest komen. Ook zijn er diverse tussenvonnissen waarbij de rechter neigde naar het oordeel dat de bank niet genoeg informatie had verstrekt over de risico’s van tussentijdse beëindiging, maar waarbij beide partijen nog de kans kregen om hun standpunt met extra informatie te onderbouwen. Een definitief oordeel van de rechter is vaak niet te vinden, mogelijk omdat partijen intussen een schikking hebben getroffen.

Lees verder Inklappen

In gesprek of niet?

De AFM riep banken begin 2014 op om alle 17.602 nog lopende derivaten na te lopen en eventueel gemaakte fouten te herstellen. Maar de al afgekochte derivaten (‘oude gevallen’, in de terminologie van het ministerie van Financiën), vielen buiten die 'herbeoordeling'. De AFM heeft steeds gezegd ‘nog in overleg’ te zijn met banken om ook voor die groep ondernemers tot een ‘herbeoordeling’ te komen. In maart 2015, dezelfde maand dat Dijsselbloem ‘nee’ te horen kreeg van de banken, stelde de AFM nog ferm richting de buitenwereld dat zij ‘afspraken [zou] maken met de banken’ over de herbeoordeling van oude gevallen. Nu blijkt dus dat er van een gesprek, laat staan van het maken van afspraken, nauwelijks sprake was: banken weigerden die herbeoordeling gewoon, blijkt uit een document dat Follow the Money in handen kreeg door een beroep te doen op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB).

Machteloos toezien

Dijsselbloem en de AFM moesten vrij machteloos toezien hoe dat gebeurde. Zij konden de banken namelijk niet dwingen. De regelgeving die banken voorschrijft hoe ze met kleinzakelijke klanten om moeten gaan, is namelijk zeer mager en de AFM heeft nauwelijks bevoegdheden om op te treden. De relatie tussen mkb’ers en hun bank lijkt soms meer op het Wilde Westen, waar het recht van de sterkste geldt. Wie een gang naar de rechter waagt om hieraan te ontsnappen, moet zich erop voorbereiden dat de tegenpartij een blik Zuidas-advocaten opentrekt. De AFM gaf twee weken geleden aan na te denken over de vraag of, en zo ja welke, nieuwe bevoegdheden ze wil om meer grip te krijgen op de zakelijke kredietverlening.

De enige troef die Dijsselbloem en de toezichthouder hadden, was publieke druk. De minister kon de banken bang maken door er op te wijzen dat hij zich regelmatig in de Tweede Kamer moest verantwoorden voor dit dossier. Als Dijsselbloem steeds met lege handen naar de Kamer zou moeten, zou dat bij de Kamerleden en de pers wel eens in het verkeerde keelgat kunnen schieten, en zouden de Kamerleden ervoor kunnen kiezen om strengere wetgeving aan te nemen. Onder die druk gingen banken akkoord met de herbeoordeling van de nog lopende derivaten. De ondernemers die echt grote averij hadden opgelopen, waren echter nog steeds niet geholpen.

Rabobank in stilte overstag

‘Door niet vooraf te informeren voorkomen we dat we verkeerde verwachtingen bij een groot deel van de klanten oproepen’

Pas eind vorig jaar kwam er enig schot in de zaak. Rabobank gaf in oktober in een presentatie bij het ministerie van Financiën aan een deel van de derivaten die in de periode van begin 2012 tot 1 april 2014 zijn afgekocht, toch te gaan onderzoeken. De bank wilde dat echter niet aan de grote klok hangen: alleen bij het ontdekken van een fout, zou ze de klant informeren. ‘Door niet vooraf te informeren voorkomen we dat we verkeerde verwachtingen bij een groot deel van de klanten oproepen,’ zo schreef de bank in een presentatie aan de ambtenaren.

Alleen was er een probleem met de vrijwillige herbeoordeling die Rabobank wilde uitvoeren: hij was niet compleet. In de systemen van de banken was relatief gemakkelijk te bekijken of ondernemers ooit hadden betaald om van hun rentederivaat af te komen, en ook wat voor soort derivaat zij hadden (een relatief simpele swap, of een exoot zoals de zero cost knock in collar). Of het derivaat wel aansloot bij de lening (een overhedge), was volgens de banken echter veel lastiger te achterhalen. Ook is onduidelijk of Rabobank bij de oude gevallen de renteverhogingen bekeek.

Ook bij bom AFM hielden banken voet bij stuk

De AFM ging diezelfde maand akkoord met de aanpak van Rabobank: mkb’ers met een afgekocht rentederivaat en een grote kans op schade werden ‘proactief herbeoordeeld’, andere ondernemers (en mkb’ers die voor 2012 hun derivaat afkochten) moesten zich zelf maar melden. De toezichthouder meldde aan het ministerie deze oplossing voor de ‘oude gevallen’ ook naar buiten te brengen in een volgend persbericht over de stand van zaken. Na ruim 2,5 jaar leken het ministerie van Financiën en de AFM eindelijk een doorbraak te hebben geforceerd.

Hoe sterk de positie van de banken was, bleek echter een maand later, toen de AFM een bom liet vallen: de stand van zaken bleek te zijn dat de herbeoordelingen beroerd waren aangepakt en allemaal opnieuw moesten worden gedaan. Bijna twee jaar werk kon de prullenbak in. De AFM deed de mededeling op een vrijdag, maar de avond ervoor werden bankbestuurders in een bijeenkomst bij de AFM aan de Amsterdamse Vijzelgracht alvast door toezichthouders over het bericht ingelicht. Minister Dijsselbloem was die avond ook aanwezig. Hij wilde de gelegenheid aangrijpen om het ook over de ‘oude gevallen’ te hebben. Misschien dat er bij deze gelegenheid, waar alle hoofdrolspelers bij elkaar waren en de AFM de druk flink had opgeschroefd, eindelijk spijkers met koppen konden worden geslagen.

Het liep anders. Ondanks de eerdere toezegging van de AFM aan het ministerie, in oktober, om in een volgend persbericht een oplossing voor de 'oude gevallen' bekend te maken, sprak de toezichthouder die vrijdag met geen woord over een deal met betrekking tot de ‘oude gevallen’. De toezichthouder viel in haar persbericht terug op woordgebruik dat zij al eerder had gebezigd: ‘er zullen afspraken worden gemaakt met banken’. Zelfs toen Dijsselbloem en de AFM de banken publiekelijk zo in het hemd zetten, zwichtte ze niet op dit punt. Rabobank mocht dan achter de schermen tot een vergelijk met de AFM zijn gekomen, de bankensector als geheel hield voet bij stuk.

‘Drie wijzen’ moeten probleem gaan oplossen

Dijsselbloem stemde vorige maand in met een voorstel van de AFM om ‘drie wijzen’ te benoemen die het derivatenprobleem vlot moeten trekken. Zij moeten beslissen hoe een nieuw herbeoordelingsproces er uit moet zien en welke ondernemers daar aan mee mogen doen. De AFM heeft al gezegd dat ook oude gevallen daarin mee moeten worden genomen. Maar moeten banken alle afgekochte derivaten meenemen, of alleen die van ná 1 januari 2012? Moeten de banken iedereen pro-actief benaderen, of mogen ze ook groepen buiten beschouwing laten, zoals Rabobank doet? En wanneer heeft een ondernemer eigenlijk recht op een vergoeding? Dat is een strijd die de AFM en Dijsselbloem na twee jaar touwtrekken aan de drie wijzen hebben overgedragen. De commissie hoopt medio dit jaar knopen door te hakken.

‘Eerst herbeoordeling afronden, dan oude gevallen bekijken’

Een woordvoerder van de NVB stelt dat de banken enkele dagen na het gesprek met Dijsselbloem op 25 maart wel degelijk hebben aangegeven in gesprek te willen gaan met de AFM over een herbeoordeling van de 'oude gevallen' en dat de NVB dat indertijd ook publiekelijk heeft gezegd. Dat de NVB-vertegenwoordigers in het gesprek met Dijsselbloem de boot afhielden, had volgens de woordvoerder vooral een praktische reden. 'Banken waren al zo druk met de herbeoordeling, er waren honderden mensen mee aan de slag, dat het ons het meest praktisch leek om eerst dit op te lossen. Er was altijd wel het besef dat er iets moest gebeuren voor de oude gevallen.'

Dit artikel is mede gebaseerd op een beroep dat Follow the Money deed op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB). FTM vroeg (kort gezegd) alle documenten op die op het ministerie van Financiën aanwezig waren over de onderwerpen rentederivaten en renteopslagverhogingen in de periode 1 januari 2012 tot 7 januari 2016 (de dag van het wob-verzoek). De documenten zijn hier te vinden.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Joris Heijn

Joris Heijn (1985) studeerde Internationale Betrekkingen in Groningen, maar wilde eigenlijk liever journalist worden. Deed da...

Volg Joris Heijn
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Derivaten in het MKB

Gevolgd door 214 leden

FTM verdiepte zich sinds 2013 de wijze waarop grote banken in Nederland vele duizenden ondernemers in het MKB met rentederiva...

Volg dossier