Banken zijn uitgekeken op het MKB

    Banken zien al jaren geen brood meer in de motor van de Nederlandse economie, het midden- en kleinbedrijf (MKB). Omdat er simpelweg geen piek meer aan valt te verdienen. Wat zijn de oorzaken en hoe uitzichtloos is de situatie?

    ‘Ik kan me ook voorstellen dat bankiers hun bed niet meer uitkomen als ze maar tien mille verdienen op een krediet van een half miljoen’. Dixit Hans Biesheuvel, voorzitter van ondernemersbelangen behartiger ONL, tijdens de hoorzitting/rondetafelgesprek over Bijzonder Beheer bij banken met specialisten uit de Tweede Kamer op donderdag 16 april 2015. Met die woorden bracht Biesheuvel een niet onbelangrijk aspect van de teruggelopen financiering aan het midden- en klein bedrijf (mkb) in beeld: banken verdienen niet genoeg aan het mkb. Topman van ABN Amro - Gerrit Zalm - deed twee jaar geleden zelfs in het tv-programma Pauw & Witteman zijn beklag over de verliesgevende situatie van de mkb-portefeuille. Voorwaar geen pretje voor een ceo die zijn bank dolgraag naar de beurs wil brengen.

    Financiering mkb droogt op

    Waar bankiers weinig geld aan verdienen, daar zul je ze ook niet actief in zien opereren. Waarom zouden ze? Dat banken nog maar weinig enthousiasme voor het mkb kunnen opbrengen, blijkt overduidelijk uit de feiten. Uit onderzoek is gebleken dat het Nederlandse mkb maar matig aan krediet komt - zeker in vergelijking met de meeste andere Europese landen. Zie ook onderstaande grafiek (situatie per ultimo 2010), waaruit blijkt dat al na enkele jaren na het uitbreken van de financiële crisis, kredieten in ons land vaak niet werden toegekend of slechts deels werden toegekend aan het mkb. Alleen landen als Bulgarije, Ierland en Letland deden het slechter. Natuurlijk speelt hierbij ook de 'overcreditering' door de banken van vóór de crisis een rol, naast de verminderde solvabiliteit van veel mkb ondernemingen.  

    Bron: CBS Bron: CBS

      Nederlandse mkb-bedrijven ontvangen dus in tegenstelling tot de meeste andere landen in Europa relatief weinig een financiering bij een bank. In 2014 werd bijna een kwart van de aanvragen voor een banklening door mkb-ondernemers in Nederland niet gehonoreerd. De belangrijkste reden voor banken om een lening te weigeren - en dit geldt niet alleen voor Nederland, maar voor de gehele Europese bankensector - waren ‘slechte kredietwaardigheid’, ‘gebrek aan eigen kapitaal’ en ‘onvoldoende onderpand’. Dat laatste is nogal een understatement, omdat Nederlandse banken veruit Europees koploper zijn in het vestigen van zekerheden, aldus curator Jan van Andel tijdens de eerder genoemde hoorzitting in de Tweede Kamer. Dit geeft de mkb'er het unheimische gevoel 'met zijn hele hebben en houden' te zijn overgeleverd aan de bank. In een enquête (bron: Moeten bankiers weer met de poten in de modder? Door Ewald Oude Steenhof, Elmer Sterken, Willy Wildenborg) werd een mkb'er geciteerd die een oeroude oneliner debiteerde: 'als de zon schijnt staan de banken altijd klaar met een paraplu, maar als het regent en ik hem juist nodig heb, krijg ik hem niet'. Zoals we allen weten, blijft het in de jaren na 2010 flink regenen. De bancaire kredieten drogen echter op. Uit onderstaande interactieve tabel blijkt dat de totale uitstaande kredietverlening aan het Nederlandse mkb door de grootste drie Nederlandse banken tussen het derde kwartaal van 2013 en het derde kwartaal van 2014 met ruim tien miljard euro is gedaald van € 144,7 mrd. naar € 134,9 mrd., een daling van bijna zeven procent in één jaar.   Toelichting op de tabel: Door te klikken op de getallen 1 tot en met 4 in de balk boven de tabel krijgt u de verschillende grafieken te zien. De eerste laat de daling zien in verstrekte rekening courant kredieten; de tweede toont de daling in de uitstaande leningen aan het mkb; de derde geeft de uitsplitsing weer van de omvang van de verleende kredieten; en de vierde geeft de hoeveelheid 'non-performing loans' aan, dat wil zeggen kredieten met een betalingsachterstand van negentig dagen of meer.

    Nederlandse situatie in Europees verband

    Het jaarverslag 2013/14 over het Europese mkb geeft voor wat Nederland betreft geen rooskleurig beeld. Uit een breed opgezette enquete, uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de ECB, bleek dat het Nederlandse mkb op belangrijke punten ongunstig afweek van het EU-gemiddelde.
    Vergeleken met het EU-gemiddelde blijft het Nederlandse mkb achter bij het verkrijgen van financiering
    Het Nederlandse mkb blijft vooral ver achter bij het verkrijgen van financiering. Waar de EU gemiddeld in twee derde van de gevallen succesvol bleek in het verkrijgen van financiering, bleek dat voor Nederland slechts in iets meer dan één derde het geval. Duidelijk wordt ook, dat het algemene klimaat voor het verkrijgen van financiering aan het mkb in Nederland duidelijk is verslechterd ten opzichte van de andere landen in Europa. Het Nederlandse mkb scoorde in 2013 op alle indicatoren slechter dan het EU gemiddelde. Hetzelfde gold overigens voor landen als Griekenland, Cyprus, Kroatië en in mindere mate Finland. Ook blijkt ons land het enige EU-land waarin het mkb per ultimo 2013 onder het niveau van 2008 presteert. Tussen 2008 en 2015 is het aantal mkb ondernemingen in de EU als geheel door de vele faillissementen sterk afgenomen en daarmee de werkgelegenheid. Dit gegeven baart de EU-beleidsmakers ernstige zorgen, reden waarom Brussel heeft ingezet op een grootscheeps hulpprogramma, het EFSI (European Fund for Strategic Investments), beter bekend als 'het plan van Juncker'. Uit het jaarverslag van de EC over het mkb blijkt verder dat de vooruitzichten voor Nederland niet zo gunstig zijn. Weliswaar niet zo slecht als Spanje en Italië, maar toch. Positief is wel, dat het Nederlandse mkb relatief hoog scoort op innovatie, maar dat betreft slechts een zeer beperkt deel van het mkb.

    Waarom banken het MKB niet meer zien zitten.

    Het is pijnlijk, maar banken zijn al jaren uitgekeken op de motor van de Nederlandse economie. Dat heeft onder andere te maken met de omvang van de gemiddelde mkb'er. Klein maakt onbemind. Zo blijkt uit onderzoek van de Raad voor Microfinanciering dat de kleine kredieten te arbeidsintensief zijn. Dat valt te begrijpen, want voor een krediet van een ton is vrijwel evenveel werk nodig als voor een lening van tien miljoen. Nederland kent volgens het CBS ongeveer anderhalf miljoen bedrijven, waarvan het merendeel éénmansbedrijfjes. Volgens DNB heeft vijf-en-tachtig procent van de mkb bedrijven een krediet bij een bank uitstaan van minder dan een kwart miljoen euro.
    DE BANKEN HEBBEN, BLIJKT UIT ONDERZOEK, HELEMAAL GEEN TREK IN DE FINANCIERING VAN AL DAT KLEINE GRUT
    De banken hebben, zo blijkt uit verschillende onderzoeken, helemaal geen trek in de financiering van al dat kleine grut. Dat heeft ook andere oorzaken. Door wijzigingen in de toezichtregels heeft het verdienmodel van de banken schade opgelopen. Zo is koppelverkoop - dat is de verplichting om naast een hypotheek of een renteswap een verzekering uit eigen schap te kopen (Dirk Scheringa was er een ster in) - wettelijk niet langer toegestaan. Hetzelfde geldt voor de zogenaamde kick backs. Dat verbod moet zorgen dat banken bij hun beleggingsbeleid het belang van de klant centraal stellen in plaats van het eigen belang en provisie-inkomsten. Uit cijfers van DNB blijkt dat de provisie inkomsten sedert 2007 vrijwel zijn gehalveerd van € 13,5 miljard naar € 7,7 miljard in 2014. Waar nog wel enige marge op wordt behaald is het rentebedrijf. Onder meer door de steeds verder dalende interbancaire rente. En ook omdat banken juist mkb'ers met allerlei rente-opslagen belast. Het gaat verder. Het mkb is goed voor ongeveer 60 procent van ons bruto binnenlands product en wordt daarom terecht gezien als de motor van onze economie. Maar banken zijn in toenemende mate grote systeembanken geworden, gericht op grote bedrijven en gericht op het doen van zo veel mogelijk financiële transacties om zo veel mogelijk voor hun aandeelhouders te kunnen verdienen. Hoogleraar economie Ivo Arnold stelt dat de banken steeds meer gericht zijn op 'transactiebankieren' in plaats van op het 'ouderwetse relatiebankieren'.

    Scherpere Europese regelgeving

    Er is meer. Zoals iedereen weet brak in 2007/2008 de financiële crisis uit, waardoor veel banken in de problemen kwamen. Al snel volgde de eurocrisis, die de financiële positie van de banken verder heeft uitgehold. Banken die als ‘too big to fail’ werden beschouwd moesten in 2008 worden gered met honderden miljarden aan belastinggeld, zoals ABN Amro, ING en in 2013 SNS. Om dergelijke rigoureuze ingrepen in de toekomst te voorkomen, hebben vertegenwoordigers van centrale banken en toezichthouders van de 27 grootste economieën ter wereld, waaronder de Europese Unie en de Verenigde Staten, in september 2010 besloten dat banken grotere kasreserves moeten aanhouden. Van alle banken wordt geëist dat ze een kasbuffer aanhouden om onvoorziene problemen te kunnen opvangen. Dit betekent concreet dat ze genoeg liquide middelen moeten aanhouden om ook in tijden van crisis dertig dagen lang aan alle betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Ook werden er hogere eisen gesteld aan de kapitaalbuffers.
    Europese richtlijnen moeten er voor zorgen dat de kapitaalbuffers bij banken worden verhoogd
    Hiertoe zijn er in het kader van Basel III in 2010 dus ook Europese richtlijnen opgesteld. Basel III is de naam van een samenwerkingsakkoord tussen banken. Het betreft hier een internationale set van standaarden voor het bepalen van kapitaal- en andere eisen die aan banken gesteld moeten worden om te voorkomen dat ze omvallen bij economische tegenwind. In dat kader zijn de zogenoemde Europese CRD IV (Capital Requirements Directive) richtlijnen opgesteld, die op 1 januari 2014 van kracht zijn geworden. Consequentie hiervan is dat banken hun kapitaalbuffers moeten versterken en extra controle werkzaamheden moeten verrichten. De implementatie van de nieuwe richtlijnen vergt eveneens een aanzienlijke aanpassing van de interne organisatie en toezicht. Nu zijn de kapitaalbuffers ongeveer drie procent maar die moeten stapsgewijs omhoog naar 4,5 procent. Bovenop deze 4,5 procent minimumeis mogen nationale toezichthouders een zogeheten anti-cyclische buffer opleggen van 2,5 procent om eventuele risico’s verder te beperken. In de praktijk betekent dit, dat de banken buffers zouden moeten aanhouden tussen de 8,5 en 10,5 procent. Economen als Sweder van Wijnbergen en Harald Benink vinden echter dat er nog hogere buffers nodig zijn om te voorkomen dat de belastingbetaler in de toekomst opnieuw de banken moet redden. Meer eigen vermogen aanhouden betekent dat banken hun winsten moeten inhouden of aandelen moeten uitgeven. Ze kunnen ook hun balansen verkleinen. Dat houdt in dat banken kredieten aan bedrijven van hun balans willen verwijderen. Banken doen liever zaken met grote goed gefinancierde corporates dan met het bewerkelijke mkb dat ook nog eens harder door de crisis werd geraakt en vaak ernstig op het eigen vermogen inteerde. En dat betekent weer meer risico voor de bank. De gewijzigde regelgeving en de aangescherpte kapitaaleisen brengen de banken dus in een situatie die ervoor zorgt dat ze weinig uit willen lenen aan een sector met een relatief hoog kredietrisico, ondanks de historisch lage rentes waarvoor de banken tegenwoordig bij de ECB terecht kunnen. De winsten van de banken moeten dus omhoog om hun kapitaalbuffers te versterken en daarnaast moeten de kredietrisico's omlaag. De eisen hebben daardoor geleid tot een aanzienlijk terughoudender bereidheid van de banken om kredieten te verlenen aan het mkb, zoals ook wordt geconstateerd door DNB (zie met name paragraaf 5.5 op pag. 29 e.v.). De SER (Sociaal Economische Raad) en de Raad van State komen tot dezelfde conclusie. Overigens wijst DNB er op dat de financieringsproblemen binnen het mkb niet alleen bancair krediet betreffen, maar juist ook eigen vermogen versterking van het mkb zelf. Dit alles heeft er toe geleid dat het mkb al jaren het kind van de bancaire rekening is.

    Banken: het is de crisis

    De banken zelf menen echter, dat er geen sprake is van een verminderde bereidheid om kredieten te verstrekken, zij wijten dat aan een verminderde vraag door de eurocrisis. Volgens ING topman Ralph Hamers - wiens salaris recent met bijna een derde werd verhoogd - zijn juist de bedrijven nog steeds terughoudend met het aangaan van nieuwe leningen: 'Het is niet zo dat wij strenger zijn geworden', zo voegde hij er nog aan toe. Volgens Gerrit Zalm van staatsbank ABN Amro spelen de lage rendementen op mkb-kredieten wel degelijk een rol. In een toelichting op de jaarcijfers 2014, afgelopen februari, verklaarde hij: 'Het rendement van Nederlandse MKB-leningen blijft laag, hoewel de kredietvoorzieningen dalen en hogere kosten van strengere regelgeving, zoals voor liquiditeitsbuffers, in nieuwe kredieten worden doorberekend aan de klant. Als de bank alleen naar aandeelhoudersrendement zou kijken, dan zou ze eigenlijk moeten stoppen met MKB-krediet. Maar we gaan ermee door, omdat we vinden dat dat onze maatschappelijke rol is'.
    Banken menen dat de verminderde uitzetting van kredieten komt door de eurocrisis
    Uit cijfers van onderzoeksbureau Dealogic blijkt duidelijk dat banken in Europa steeds voorzichtiger worden met het verstrekken van bedrijfskredieten. Vooral kleine bedrijven zijn de dupe en moeten op zoek naar alternatieve vormen van financiering. Tegelijkertijd was op de Europese markt in het eerste kwartaal van dit jaar sprake van een opmerkelijk fenomeen: de uitgifte van bedrijfsobligaties steeg met 38 procent tot 131 miljard euro. Maar de bancaire kredietverlening daalde in diezelfde periode met 45 procent tot 86 miljard euro. Overall is het beeld dat het mkb op een andere manier aan geld moet komen dan via de banken. Uit onderstaande grafiek valt af te lezen dat vergeleken met de traditionele financieringsvormen deze alternatieven nog van bescheiden omvang zijn. Daar zit een factor duizend tussen.

    Bron: DNB, NVP, FAAN, Leaseurope Bron: DNB, NVP, FAAN, Leaseurope

    Er is dus nog een lange weg te gaan voor een adequate financiering van de motor van de economie. Deze motor is daardoor in toenemende mate aangewezen op het aantrekken van meer eigen vermogen en alternatieve financieringsbronnen zoals crowdfunding, crowdlending en kredietunies. Het is daarnaast duidelijk dat een zeer voornaam onderdeel van de nutsactiviteit van een bank (het krediet verschaffen aan het mkb) niet meer adequaat door de huidige sector wordt ingevuld. Zoals Hans Biesheuvel opmerkte: omdat er te weinig aan wordt verdiend. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of banken met nutsactiviteiten nog langer blootgesteld moeten worden aan de rendementseisen van aandeelhouders op effectenbeurzen. Anders gezegd: is een beursnotering van een staatsbank wel zo gepast voor een bank die voor een belangrijk deel activiteiten verricht ten behoeve van de gewone burger en het mkb?

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid