Wat heeft de aanslag op de spelersbus van Borussia Dortmund met Wall Street te maken? En de handel in graan met naakte Credit Default Swaps? Het antwoord: ze zijn allemaal onderdeel van hetzelfde spelletje.

    Jenga en poker. Het zijn twee spellen die fraaie metaforen opleveren voor het soort activiteiten dat bepaalde beurshandelaren plegen te verrichten. Misschien zou je ook aan Monopoly kunnen denken, maar van dat spel maak ik deze keer geen gebruik. 

    Het gaat vandaag om opties. Om futures en om warrants. Op zichzelf zijn dat respectabele manieren om zaken te doen op basis van bepaalde garanties. Mij hoor je er niet over klagen: ik heb zelf ook verzekeringen, bijvoorbeeld tegen ziektekosten en inbraak. Maar slimme zakenlieden hebben manieren gevonden om deze keurige methoden te misbruiken. Tenminste, dat is mijn mening. (En vermoedelijk die van een Duitse rechter: lees verder.)

    Wie zulke dingen doet, zal allicht proberen om de sporen daarvan te verdoezelen, door middel van tal van trucs. Die hebbrn leuke namen: wie van jullie weet bijvoorbeeld, zonder het op te zoeken, wat ‘Lure and Squeeze’ is?

    Lees mijn volgende bijdrage en vind het antwoord niet. Want er moet iets te raden (of te googlen) overblijven, anders is het niet spannend. Ik wens je veel leesplezier.

    2.8. Geshorte putwarrants

    Bankjenga, zoals het pokerspel op de effectenbeurzen in dit boek wordt genoemd, kan vele vormen aannemen. Sommige daarvan zijn redelijk en fatsoenlijk, andere zijn ronduit pervers. Hoofdstuk 1 gaf een eerste voorbeeld van zo’n perversiteit: de handel in naakte cds’en. Dat komt ruwweg overeen met het afsluiten van een brandverzekering op andermans huis, wat asociaal gedrag kan uitlokken: denk aan het niet melden van een beginnende brand, of zelfs het veroorzaken ervan.

    De handel in naakte cds’en is beslist niet de enige perversiteit van de effectenhandel. Het is zelfs niet de enige in zijn soort. Neem nu: de putoptie.

    Opties, futures en warrants

    Opties zijn bekend in het dagelijks leven. Als je in een showroom een nieuwe auto hebt gekozen, wil je misschien eerst nog een paar nachtjes slapen voordat je jeen definitief besluit neemt over de aanschaf. Je kunt dan wellicht een optie op de auto nemen: een voorlopig contract. Dat contract is voor de autoverkoper bindend, maar voor jou nog even niet.

    Stel dat je zo’n optie hebt genomen voor een periode van een week. Als in de loop van die week de prijs van dit type auto met duizend euro stijgt, dan is dat pech voor de verkoper: de verkoopprijs is in de optie vastgelegd, dus je krijgt het voertuig mee voor de eerder overeengekomen prijs. Mocht daarentegen de autoprijs dalen met duizend euro, dan heb je geluk: je maakt eenvoudig geen gebruik van de optie, maar sluit in plaats daarvan een nieuw, deze keer definitief, aankoopcontract af — voor de lagere prijs.

    Een optie is dus een recht, maar niet een plicht om iets te kopen. Dat geldt althans voor een calloptie, want het tegenovergestelde is een putoptie: het recht, maar niet de plicht, om iets te vérkopen.

    Callopties zijn prettig voor kopers die zich willen indekken tegen prijsstijgingen. Putopties daarentegen zijn fijn voor verkopers die zich willen beschermen tegen prijsdalingen. Denk bijvoorbeeld aan graanboeren, die via een putoptie het recht kunnen verkrijgen om na de oogst, wellicht maanden na het afsluiten van het optiecontract, een bepaalde hoeveelheid tarwe te verkopen aan een handelaar tegen een in de optie gegarandeerde prijs. In het onzekere bestaan van de agrarische ondernemers kan zoiets een plezierige mate van vastigheid bieden.

    Opties op graan en andere tastbare producten worden afgesloten op de goederenmarkt (Engels: commodity market); opties op financiële producten, zoals aandelen, obligaties en derivaten, worden verhandeld op de financiële markten. Voor beide geldt dat ze een soort van verzekering zijn, zoals ook de oorspronkelijke (niet-naakte) cds een verzekeringspolis is. En net als voor andere verzekeringen geldt voor opties dat er een premie moet worden betaald voor de afsluiting van een optiecontract. Een uitzondering hierbij is doorgaans de detailhandel, zoals in het voorbeeld van de auto.

    Er zijn allerlei variaties op deze opties. Zo zijn er de termijncontracten, die op opties lijken maar wel degelijk een wederzijdse verplichting tot toekomstige koop en verkoop betekenen. Gestandaardiseerde termijncontracten heten futures. Een boer die een future afsluit voor de levering van een bepaalde hoeveelheid graan, ontvangt een gegarandeerde prijs, maar moet de toegezegde hoeveelheid ook echt leveren, zelfs als zijn oogst tegenvalt. Als hij onvoldoende voorraad heeft om te leveren, zal hij zelf moeten bijkopen om genoeg te kunnen verkopen.

    Ook warrants lijken op opties. Deze gaan echter alleen over de handel in aandelen. Echter: warrants worden direct verhandeld tussen koper en verkoper, terwijl opties worden verhandeld op beurzen, waardoor de koper en de verkoper elkaar helemaal niet ontmoeten en elkaars identiteit vaak niet kennen.

    Tot zover is alles heel redelijk en fatsoenlijk. Natuurlijk is het kopen of verkopen van opties, futures of warrants een vorm van gokken, maar dat geldt in essentie voor iedere verzekering. Wie een putwarrant afsluit, verkrijgt het recht om na verloop van tijd een aandelenpakket tegen een van tevoren bepaalde prijs te verkopen. Als de waarde van dat pakket gedurende de looptijd van de warrant daalt, is dat mooi voor de verkoper, want die ontvangt dan toch de oorspronkelijke hogere prijs. Maar als de waarde gelijkblijft of zelfs stijgt, dan is de warrant waardeloos. In dat geval is de verkoper toch de premie kwijt die hij ervoor betaalde, waardoor hij verlies lijdt. Dus wie een putwarrant op een bepaald aandelenpakket aanschaft, hoopt erop dat de aandelen gaan zakken, terwijl degene die de putwarrant uitgeeft (de ‘schrijver’ ervan) juist hoopt op een stijging.

    Klinkt dat misschien bekend, een partij die hoopt dat aandelen van iemand anders gaan dalen? Reken maar: het lijkt op een brandverzekering op andermans huis nemen.

    Case 2.9. De spelersbus

    Bronnen: Der Spiegel (21 april 2017); Die Zeit (29 augustus 2017); Die Welt (11 april 2018), e.a.

    De Champions League-wedstrijd van Borussia Dortmund tegen AS Monaco op 11 april 2017 ging niet door. Maar was Borussia Dortmund geen beursgenoteerde club geweest, dan was de wedstrijd volgens plan gespeeld. Rara, hoe kwam dat?

    Dat kwam door het plan van de Russische Duitser Sergej W. Op 7 maart huurde hij voor twee dagen een kamer in het Dortmundse hotel l'Arrivee. Dat was hetzelfde hotel waarin ruim een maand later de spelers van de thuisclub zouden worden ondergebracht. W. zocht uit welke kamer het beste uitzicht gaf op de weg voor het hotel. Ook verkende hij de route die de spelersbus later zou nemen, via de Schirmannweg en de Wittbräuckerstrasse. Omdat begin maart nog niet bekend was of Dortmund eerst uit of thuis zou spelen, huurde W. vervolgens een hotelkamer voor zowel de periode van 9 tot 13 als van 16 tot 20 april. Sluitstuk van zijn voorbereidingen: W. sloot een lening van veertigduizend euro af bij een bank, zodat hij voldoende handgeld had.

    Op 9 april betrok W. zijn kamer met uitzicht op de straat. In heggen langs de weg verborg hij drie zelfgemaakte pijpbommen, die hij had gevuld met scherpe metalen pinnen. Verder schreef hij een brief waarin hij een islamitisch motief verzon voor de geplande aanslag. 

    In de middag van 11 april kocht W. via de wifi-verbinding van het hotel voor een bedrag van 78000 euro putwarrants op aandelen van het beursgenoteerde bedrijf Ballspielverein Borussia (BVB), zoals de club eigenlijk heet. 

    Om 19.16 uur, toen de Duitse spelersbus voorreed, liet hij de drie bommen een voor een met een zelfgemaakte afstandsbediening ontploffen. Volgens Duitse kranten had de Russische Duitser berekend dat door de aanslag de beurskoers van de voetbalclub dusdanig zou zkelderen dat hij met zijn putwarrants een winst kon maken van minstens een half miljoen euro; andere bronnen spreken zelfs van bijna vier miljoen.

    De schade van de aanslag was minder groot dan Sergej verwacht had. Één bom sloeg een gat in een busraam. Een speler raakte gewond aan zijn pols, een motoragent liep gehoorschade op. Maar de beurskoers van de club daalde nauwelijks.

    De volgende dag werd de wedstrijd alsnog gespeeld. Monaco won met 3 – 2. De grootste verliezer was W., want die werd een paar dagen later opgepakt. Hij werd beschuldigd van een 28-voudige moordaanslag. Het vonnis wordt rond juni 2018 verwacht.

    Lees verder Inklappen

    Naakt shorten

    De actie van W. kwam aardig in de buurt van het aansteken van het huis van de buurman: het betrof een evident criminele daad, wat laat zien dat het geen fantasie is dat de putwarrant net als de CDS pervers gedrag kan uitlokken. 

    Hoe kon W. menen dat hij zo’n enorme winst zou kunnen boeken? Door te shorten. Zijn putwarrants gaven hem het recht om aandelen BVB te verkopen tegen een prijs die vóór de aanslag was vastgelegd, en dat was een mooie prijs. Maar die aandelen bezat hij helemaal niet; het was een zogeheten naakte warrant. Zijn plan was om die aandelen pas na de aanslag te kopen, als de prijs ervan – hoopte hij – enorm was gezakt. Als dat gebeurde, kon hij voor luttelie duizenden euro aandelen kopen en die onmiddellijk weer verkopen voor een paar miljoen.

    Shorten, of short gaan, betekent dat je iets verkoopt wat je (nog) niet hebt. Wie gedekt aandelen short, zegt toe deze aandelen op een latere datum te zullen leveren; en om zeker te zijn dat ze echt geleverd kunnen worden huurt de leverende partij de toegezegde aandelen eerst bij een bank. Later, op de leverdatum, worden de gehuurde aandelen echt gekocht (voor de nieuwe prijs) en direct daarna aan de andere partij overgedragen (voor de oude prijs). Daarbij gokt de verkoper erop dat de aanschaf van de aandelen minder kost dan de verkoop oplevert, doordat in de tussentijd de koers gedaald is.

    Maar je kunt ook naakt shorten, en dat is wat Sergej deed. Ongedekt shorten, zoals het ook genoemd wordt. In dat geval doe je geen moeite om de beloofde aandelen eerst te huren. Daarmee spaar je de huurkosten uit, maar je loopt het risico dat je de beloofde aandelen op de leverdatum helemaal niet kunt verkrijgen.

    Naakt shorten is geen nieuwe uitvinding. Het werd voor het eerst in 1609 gedaan, gedaan door Isaac le Maire. Hij verwachtte dat de aandelenkoers van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) zou dalen door de oprichting van de Franse Oostindische Compagnie. Dat ging echter niet door, omdat de Franse koning werd vermoord. Dus ging Isaac ertoe over om op alle denkbare manieren de reputatie van de VOC te beschadigen; op die manier poogde hij zijn speculatie te veranderen in een self-fulfilling prophecy. Daarmee was hij in 1609 en 1610 redelijk succesvol. (Bron: Engelbrecht en Van Herwerden, 1945.) De VOC verweet hem dat ernstig, maar zijn daden waren niet strafbaar.

    Naakte cds’en, naakte warrants en opties, naakt shorten. De woorden suggereren dat het in de gebouwen van de effectenbeurzen een vrolijke boel is. In werkelijkheid wordt er hard gewerkt, maar tegenwoordig vooral door computers, die handelstransacties waarvoor mensen ooit uren nodig hadden nu uitvoeren in een fractie van een seconde. Al die naakte producten maken de markten bijzonder nerveus en wispelturig, en de gigantische snelheid van de huidige handel maakt dat er zo nu en dan binnen enkele minuten enorme schokgolven kunnen optreden, waarbij de koersen van enkele of zelfs alle aandelen ineens dramatisch instorten. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de Flash Crash op 6 mei 2010 om 14.32 uur Oost-Amerikaanse tijd.

    Dat gevaar wordt nog eens vergroot doordat de transparantie van de handel opzettelijk verder wordt vertroebeld door allerlei slimme manipulatietrucs, die fantasierijke namen hebben. Bear raid. Churning. Lure and squeeze. Pools. Pump and dump. Quote stuffing. Runs (ook bekend als Painting the tape). Ramping the market. Stock bashing. Wash trade. Als je wilt weten wat dat allemaal is: google er eens op. Weet je nog hoe je een succesvol pokerspeler wordt? Maak al je handelingen volkomen onbegrijpelijk. Dat is wat bankjenga-spelers op grote schaal – en met veel succes – doen.

    Sommige methoden zijn redelijk en aanvaardbaar, andere zijn ronduit pervers, puur gericht op het uitkleden van argeloze amateur-aandelenhandelaars. Een aantal daarvan is inmiddels verboden, zoals ook de ingreep van Sergej W. vanzelfsprekend illegaal was. Zo verbood de Europese Unie in 2012, ruim na de start van de Great Recession, de handel in naakte cds’en en verbond zij strengere regels aan short gaan: een typisch geval van de put die werd gedempt nadat het kalf verdronken was. Dat verbod werd direct bekritiseerd door het Internationaal Monetair Fonds: het zou overbodig zijn en wellicht zelfs een grotere instabiliteit oproepen. Of dat waar is of niet, het verbod had weinig effect. De financiële handelaars hadden intussen allang andere listige derivaten bedacht. 

    Zo kunnen we ons nu verheugen op de handel in Bespoke Tranche Opportunities (BTO’s). Die lijken op de synthetische cdo’s die in figuur 2.25 (in de aflevering van 13 april) getoond worden op de hoogste verdieping van het bouwwerk, maar ze verschillen ervan doordat de samenstelling van het ‘mandje’ waarmee de bto gevuld wordt ‘bespoke’ is: op maat naar de wensen van de aanschaffer. Mocht de aangekochte bto daarna onbetrouwbaar blijken te zijn, dan is dat deze keer het gevolg van de eigen keuze van de klant. O ja, en: de subprime hypotheken zijn, minder dan tien jaar na de huizencrisis van 2007, weer volop terug, maar heten nu ‘nonprime’ hypotheken. De volgende huizenbubbel is in de maak. 

    Net als een autobubbel: volgens RTLZ (2017) heeft 43 procent van de Amerikaanse volwassenen een lening voor een auto, waardoor het totaal aan autoleningen in de VS in juni 2016 1,16 biljoen dollar (Amerikaans: 1.16 trillion dollar) bedroeg: een schuld die volgens YCharts (2018) alleen al in de loop van 2017 met 78 miljard dollar toenam. De vraag of de huizen- en de autobubbel zullen, barsten is overbodig. De enige relevante vraag is: welke knapt als eerste?

    Wil je dit soort handel ‘live’ in werking zien, dan zijn er speelfilms zoals Wall Street (Oliver Stone, 1987) en het vervolg Wall Street: Money Never Sleeps (Oliver Stone, 2010), en verder Margin Call (J.C. Chandor, 2011), The Wolf of Wall Street (Martin Scorsese, 2013) en The Big Short (Adam McKay, 2015). Een andere aanrader is de documentaire Inside Job (Charles Ferguson, 2010).

    Niet verfilmd maar zeer plastisch en boeiend opgeschreven is het inkijkje in de effectenhandel van Joris Luyendijk in zijn boek Dit kan niet waar zijn (2015). 

    Bij dat alles komt als vanzelf de vraag op: wat hebben al die derivatenhandelaren eigenlijk aan de samenleving bijgedragen? Ze hebben geen brood gebakken. Geen huizen gebouwd. Geen straten geveegd, kinderen lesgegeven of patiënten verzorgd. Geen hypotheek geleverd waardoor een gezin een huis kan kopen, zelfs geen gezond beleggingsadvies gegeven. Ze schuiven geld heen en weer. Fictief schuldengeld. Wie wordt daar beter van?

    Tenslotte

    Ik heb in deze aflevering opnieuw een perversiteit opgevoerd, en dat is niet de eerste keer. Het wordt tijd om toe te lichten wat ik met dat woord bedoel. Dat doe ik de volgende keer, in een aflevering die het slot vormt van hoofdstuk 2 van mijn boek. In die slotparagraaf trek ik trekken over al het voorafgaande. 

    Ik kom dan nog een laatste keer terug op de betekenis van geld voor de economie. Vervolgens word ik wat meer filosofisch; zo wil ik iets schrijven over de vraag of het slecht (of: pervers) is om rijk te zijn. En zelfs of de mens van nature slecht is, zoals hier en wordt beweerd. Mijn antwoord op die vragen krijg je over twee wkeen – met behulp van een gedachtenexperiment.

    In de tussentijd kun je vanzelfsprekend, zoals altijd, de wederom bijgewerkte literatuurlijst en inhoudsopgave downloaden via deze link op mijn persoonlijke website. Denk je zondag aan Moederdag? Of juist niet (als je dat te commercieel vindt).

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 328 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 458 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren