Bankiers zondebokken? Dacht het niet

    Predikant en hoogleraar Mathias Smalbrugge pleit voor een 'rehabilitatie van de bankiers', die ten onrechte aan de schandpaal zouden worden genageld. Gastauteurs Bert en Manuel Aalbers lazen zijn 'essay' met stijgende verontwaardiging. 'Integriteit? Vertrouwen? Dat is niet het eerste waar wij aan denken na alle ellende in de bankwereld.'

    'Leve de bankier' stond er op de voorpagina van ... het Financieele Dagblad? Nee. De Telegraaf dan? Ook niet. Het was de voorpagina van Letter en Geest, de 'intellectuele' bijlage van Trouw. Het artikel wordt aangekondigd als een essay. De auteur, Matthias Smalbrugge, is predikant, in Aerdenhout, en ook nog eens bijzonder hoogleraar Europese Cultuur en Christendom aan de VU. Onze verwachtingen waren hooggespannen.

    Rehabilitatie bankiers

    Smalbrugge bleek te pleiten voor een rehabilitatie van de bankiers. Volgens hem fungeren ze al twintig jaar als zondebok voor 'ons eigen ongemak' over 'over zaken waar we geen antwoord op hebben'. Zeven jaar lijkt ons realistischer, maar dat is klein bier als je de andere groteske beweringen van Smalbrugge onder de loep neemt. Direct in de eerste alinea's gaat het al fout. Zoals ooit de christenen in Rome er de schuld van kregen dat de Tiber bij hoge waterstand over de stadsmuren golfde, zo worden, beweert Smalbrugge, nu de bankiers tot zondebokken gemaakt: 'Christenen waren in [die] tijd nog gelovigen die er wel en niet bijhoorden en daarom de ideale groep vormden om te dienen als kop van jut: de Tiber stroomt over tot de stadsmuren, de Nijl valt droog, de hemel geeft geen regen of er is hongersnood dan wel een andere catastrofe. Meteen klinkt de kreet "de christenen voor de leeuwen"'. Door het overstromen van de Tiber op één lijn te stellen met de bankencrisis maakt Smalbrugge het zich wel erg gemakkelijk. In Rome was sprake van een natuurramp, die overkomt mensen, maar de bankencrisis is door mensen over zichzelf afgeroepen.

    Zondebokmechanisme

    Het wordt er niet beter op als hij vervolgens verwijst naar de filosoof René Girard, die het 'zondebokmechanisme' beschreef: 'door mensen voor de leeuwen te gooien, door een offer dus, ontstaat er weer een nieuw evenwicht'. Girard doelt daarmee in het algemeen op mensen die huns ondanks zondebok zijn geworden. Smalbrugge suggereert dat dat ook voor de bankiers geldt. Maar opnieuw: die hebben het toch echt grotendeels aan zichzelf te danken.
    bankencrisis is geen natuurramp, die hebben bankiers grotendeels aan zichzelf te danken
    Volgens Smalbrugge 'gaat het niet om de zaak zelf, maar om een zondebok waar je je onbehagen op kunt botvieren, mensen die je voor de leeuwen kunt gooien. Rationele argumenten doen er eigenlijk weinig toe, de irrationele behoefte om af te rekenen met een groep is vele malen groter.' In tegenstelling tot wat Smalbrugge beweert gaat het wel om de zaak zelf en niet primair om het vinden van een zondebok, iemand die niet schuldig is, maar het wel heeft gedaan. Het gaat inderdaad niet om de topsalarissen, maar om de schade die ze de samenleving berokkenen.

    Integriteit en vertrouwen?

    Waarom maken wij bankiers tot zondebokken? Uitvoerig analyseert Smalbrugge wat in zijn visie de oorzaken zijn: ons gelijkheidsdenken en onze controlezucht. De nieuwe regels getuigen volgens hem 'vooral van wantrouwen jegens de persoon van de bankier.' De regelgeving die we opleggen aan banken en bankiers zou de 'de ruimte voor een bank om een eigen afweging te maken in de bedrijfsvoering' beperken. Smalbrugge: 'Die nieuwe regels zijn geformuleerd na de crisis van 2008. Ze getuigen vooral van wantrouwen jegens de persoon van de bankier.' In tegenstelling tot wat Smalbrugge beweert, zijn de meeste regels er echter juist gekomen na en door lobbyen van en voor de financiële sector, zowel voor als na de financiële crisis. Om een voorbeeld te noemen: het doorverkopen van hypotheekpakketjes was pas mogelijk nadat de overheid nieuwe regulering had geïntroduceerd op verzoek van de bankenlobby. Smalbrugge roept ons op uit te gaan van de integriteit van de bankiers en hun vertrouwen te geven. Integriteit? Vertrouwen? Dat is niet het eerste waar wij aan denken na alle ellende in de bankwereld. Maar Smalbrugge heeft daar geen boodschap aan, integendeel: 'Daar zou je bankiers voor moeten loven, dat ze aan het front van die vertrouwenscrisis durven te presteren, dat ze blijven zoeken naar vormen van vertrouwen bij kredietverlening. Dat ze, ondanks publieke verguizing, hun waardigheid en gevoeligheid als mens kunnen behouden. Dat ze een belangrijke bijdrage leveren aan de nationale economie. (…) Laten we daar blij mee zijn. Leve de bankier!'

    Geld is vertrouwen

    Smalbrugge schrijft dat een bank 'alleen maar kan bestaan bij de gratie van het nemen van risico's'. Aan welke risico's hij daarbij denkt, horen we niet. Wij moeten onmiddellijk denken aan allerlei schimmige transacties zoals het voortdurend doorverkopen van hypotheekpakketten en het speculeren op het onderuit gaan van aandelen – waarop de bankencrisis volgde. Toen de zaak uit de hand liep en banken failliet dreigden te gaan, deden ze een beroep op de overheid. Een essentieel punt dat niet mag ontbreken in een betoog. Overigens: er zijn critici die beweren dat de banken de overheid chanteerden. Conclusie: banken bestaan vooral bij de gratie van de overheid die banken anders behandelt dan andere bedrijven, ze redt als ze dreigen om te vallen, ze van goedkoop geld voorziet en ze geld laat creëren. Misschien zijn we niet 'allergisch geworden voor de risico's van het leven', zoals Smalburgge beweert, maar wel voor de risico’s die banken nemen met onze hypotheken, onze kleine ondernemers en onze belastingcenten. Hij heeft gelijk, 'geld is vertrouwen', maar waar blijven in zijn verhaal de klanten die de dupe werden van creatieve, maar uiterst dubieuze producten, of de ondernemers die een verzekering dachten te kopen maar feitelijk roulette speelden met een bank die altijd won? Vertrouwen moet je verdienen: het opbouwen van vertrouwen duurt vaak jaren, maar met roekeloos beleid speel je het in no time weer kwijt.

    De wortel van alle kwaad

    Hoog tijd om te rade te gaan bij de oudtestamentische profeten. Als die een crisis signaleren, gaan ze uitvoerig in op de oorzaken, wijzen zonder omwegen de schuldigen aan en komen op voor de slachtoffers. Zo spreekt Amos over de ongelijke verhoudingen in Jeruzalem. Rijken die steeds rijker worden en bezit op bezit stapelen, ten koste van de armen en geringen die uitgebuit worden (Amos 5:10-13). En Jesaja, die zich daarbij aansluit, constateert dat deze rijken niet eens in de gaten hebben wat de gevolgen zijn van hun daden: 'Wee degenen die wijs zijn in eigen ogen, die naar eigen oordeel verstandig zijn' (Jesaja 5:22). Toegepast op ons onderwerp: terwijl bankiers die de crisis veroorzaakten, alleen maar incasseerden, betaalde de burger het gelag: als klant van de bank en als belastingbetaler aan de overheid. Wie is hier nu eigenlijk de zondebok?
    'De wortel van alle kwaad is de geldzucht'
    In het Nieuwe Testament is Paulus heel resoluut: 'De wortel van alle kwaad is de geldzucht' (1 Timotheüs 6:10) Hoe zit het in dat verband met de bonuscultuur? De vette bonussen die bankiers in de jaren voorafgaand aan de crisis opstreken, bleken onterecht. Vindt Smalbrugge het rechtvaardig dat die nooit werden terugbetaald? Zodra de zaken weer beter gingen, meenden de heren en dames dat die successen aan hen te danken waren en ze dus weer flinke bonussen 'verdienden'. Opnieuw met instemming van Smalbrugge?

    Dezelfde medaille

    We constateren erg veel lacunes in het betoog van Smalbrugge. Hoe is dit mogelijk? Domweg vergeten? Daarvoor achten wij hem te zorgvuldig. Wat dan? Bewust verzwegen? Maar daarvoor achten we hem te integer. Hoe het ook zij, het is allebei even erg. En even oneerlijk. En vooral onbegrijpelijk. Smalbrugge sluit zijn rehabilitatie van de bankier af met een vernietigend oordeel van het enige alternatief voor het vrijemarkt-kapitalisme: 'De enige experimenten die we hebben gehad met centrale aansturing stammen uit de communistische economieën en waren niet echt opwekkend. (…) Met de huidige controlezucht dekken we ons in. Als het straks toch misgaat, wassen we onze handen in onschuld (de regels deugden!) en maken we de bankiers weer tot zondebok.'
     is staatscommunisme echt het enige alternatief voor een regelloos bankwezen?
    Maar is staatscommunisme echt het enige alternatief voor een regelloos bankwezen? Natuurlijk niet: er zijn veel alternatieven denkbaar tussen het ongebreideld marktkapitalisme dat Smalbrugge onderschrijft en het communisme dat hij afwijst. De naoorlogse West-Europese verzorgingsstaat met een kapitalisme binnen door de politiek en samenleving bepaalde grenzen is zo'n alternatief. Historici en antropologen hebben laten zien dat de ontwikkeling van het marktkapitalisme en de ontwikkeling van de staatsvorming twee kanten zijn van dezelfde medaille. De markt, vooral de financiële markt, kan niet zonder overheidsregulering. Vandaar ook de zeer actieve bankenlobby voor regulering, in zowel Brussel als Den Haag. Van een hoogleraar Europese Cultuur en Christendom mogen we toch verwachten dat hij de zeer diverse Europese geschiedenis een beetje kent. Bert Aalbers was docent Nieuwe Testament aan de NBI Hogeschool voor Theologie Utrecht en PKN-predikant in Maarssen; Manuel Aalbers is universitair hoofddocent sociale en economische geografie aan de KU Leuven.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 296 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren