Personeelsleden bij de entree van bandenfabriek Apollo Vredestein in Enschede. Op 5 maart kondigde de fabrikant een massaontslag aan, waardoor de komende twee jaar bijna duizend banen verdwijnen.
© Vincent Jannink / ANP

Bedenkelijke praktijken rond Hongaarse subsidie aan eigenaar Vredestein

De subsidie die de Indiase autobandenfabrikant Apollo Tyres kreeg voor een nieuwe fabriek in Hongarije, roept heikele vragen op. Door de komst van deze fabriek staan in Enschede momenteel bijna duizend banen op de tocht. Follow the Money beschikt over informatie die nieuw licht op de zaak werpt.

Nog voor het coronavirus vrijwel de hele mondiale auto-industrie lamlegde, kregen de medewerkers in Enschede slecht nieuws te horen. De productie van Vredestein, de Nederlandse locatie van de Indiase auto- en vrachtwagenbandenfabrikant Apollo Tyres, zal drastisch worden afgeschaald. Waarschijnlijk gaan zo een kleine duizend arbeidsplaatsen verloren. De Nederlanders zijn ‘te duur’ bevonden. Het werk verhuist daarom naar een splinternieuwe fabriek in Hongarije, waar de Indiërs behalve lagere arbeidskosten ook profiteren van bijna 100 miljoen euro subsidie, verspreid over vijf jaar, van de Hongaarse staat, voor het op poten zetten van de nieuwe vestiging in de periode 2014 tot 2019.

Deze deal wilde de Hongaarse premier Viktor Orbán maar al te graag sluiten. Hoewel de populistische leider vrijwel alle andere buitenlandse investeerders het land uitjaagt, is de auto-industrie nog altijd van harte welkom als leverancier van geld en banen. Wel heeft de premier iets goed te maken. In 2008 probeerde Apollo namelijk ook voet aan de grond in Hongarije krijgen, maar toen ketsten de plannen af op gemeentepolitiek. In 2013 startte Orbán daarom een charme-offensief in India, waarbij de premier zelfs met hindoe-stip op het voorhoofd op de foto werd gezet. De boodschap was duidelijk: Hongarije rolt de rode loper uit voor het Indiase bedrijfsleven.

De familie Kanwar, groot-aandeelhouder bij Apollo (ruim 40 procent) en brievenbushouder op belastingparadijzen, haakt gretig in. Het miljardenbedrijf is dan al een toonaangevende bandenfabrikant in India, met vestigingen in het zuiden en westen voor het vervaardigen van auto- en vrachtwagenbanden. Ook heeft het een goede reputatie opgebouwd. De onderneming gaat er prat op haar maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen, door zich bijvoorbeeld te bekommeren om de gezondheid van vrachtwagenchauffeurs en kunstledematen te doneren aan gewond geraakte Indiase militairen. Vanuit die stabiele positie wordt het doel om tot de tien grootste bandenfabrikanten ter wereld te behoren. Daarvoor is het ook belangrijk om in Europa voet aan de grond te krijgen. 

Neeraj Kanwar, zoon van topman Onkar Singh Kanwar, is degene die op jacht gaat naar interessante overnamekansen. Deze Kanwar-telg is een man van de wereld, die in de Verenigde Staten zijn opleiding tot ingenieur voltooit en daarna al gauw vanuit zijn woning in Londen bij het familiebedrijf aan de slag gaat om ervaring op te doen. Hij brandt van verlangen zich te bewijzen, zeker nadat in 2003 een flirt met de bekende bandenfabrikant Michelin stuk liep, later een missie in Zuid-Afrika struikelde en de inlijving van concurrent Cooper klapte. Wanneer in 2008 ook nog de eerste poging om in Hongarije een fabriek op te zetten vastloopt, lijkt het opkopen van de Enschedese fabriek Vredestein met haar uitstekende Europese reputatie een buitenkansje.

In eerste instantie wordt die overname ook in Nederland met gejuich ontvangen. Toenmalig directeur Rob Oudshoorn is ervan overtuigd dat het Vredestein goed zal doen. Hij voorziet een betere toegang tot markten buiten Europa en verwacht bovendien investeringen in hoogwaardig werk. Dat er eventueel banen op het spel komen te staan, komt niet in zijn hoofd op. ‘Ik denk eerder dat we hier mensen gaan aannemen,’ zegt hij in 2009 tegen het Financieele Dagblad.

De eerste barstjes in dat vertrouwen verschijnen echter wanneer in 2014 bekend wordt dat Apollo met steun van de Hongaarse regering alsnog een nieuwe fabriek opent in Hongarije, en Apollo de Enschedeërs vraagt hun nieuwe Hongaarse collega’s op te leiden. Hoewel niemand het in die tijd opmerkt, is het moment dat Hongarije bij de Europese Commissie goedkeuring vraagt voor de subsidieverstrekking pikant. Follow the Money legde de zaak voor aan professor Pieter Kuypers, als hoogleraar Europees en nationaal aanbestedingsrecht verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en tevens advocaat bij AKD Benelux Lawyers. Hem valt op dat de Hongaarse overheid de subsidieplannen in juni 2014 aan Europa meldde, precies vier dagen vóór er een nieuwe Europese verordening in werking zou treden en drie dagen voordat die subsidietermijn ook formeel zou ingaan. 

De strekking van deze nieuwe verordening: in de twee jaar na de gesubsidieerde investering mag er geen productie van de ene fabriekslocatie naar de nieuwe vestiging worden overgeheveld, onder meer om verlies van banen op oudere locaties te voorkomen. Precies zoals nu dus wél bij Vredestein gebeurt. Aan die regel is Apollo echter dankzij de nipte subsidieplanning ontkomen. De Enschedeërs wordt in 2014 evenwel verzekerd dat de nieuwe productieplaats slechts ter aanvulling dient op Vredestein. Van het overhevelen van werk zou geen sprake zijn.

Kosten afwentelen op Enschede

Intern beginnen de Enschedese werknemers vanaf dan evenwel vraagtekens te zetten bij de werkwijze van het Indiase familiebedrijf, zo blijkt uit gesprekken die Follow the Money voerde met betrokkenen. Er zijn scheve ogen over de hoge kosten die Apollo met Vredestein maakt. Dit gaat vooral tellen wanneer het bedrijf de ambitie ontvouwt om niet alleen vervangingsbanden te vervaardigen, maar ook aan grote autofabrikanten als Volkswagen, Seat en Ford banden te leveren. Om daarvoor in aanmerking te komen, moeten torenhoge ontwikkelingskosten worden gemaakt, terwijl de marges in die tak van sport minimaal zijn. 

De irritatie is dan ook groot, wanneer in maart topman Benoit Rivallant, de derde baas nadat Oudshoorn in 2013 naar auto-importeur Pon Holdings vertrok, bekendmaakt dat het vanwege de hoge arbeidskosten niet meer rendabel is de volledige productie in Enschede in stand te houden. In een luttele tien jaar is een winstgevende fabriek boventallig gemaakt.

Lege schuur

Maar er is nóg iets wat de Enschedeërs niet is ontgaan. Op de kostenpost van de Hongaarse fabriek staan tientallen facturen voor matrijzen, besteld via een West-Indiaas bedrijf genaamd Joyschmidt. Volgens de online registers heeft die onderneming, waar enkele tientallen mensen zouden werken, niets te maken met het vervaardigen van banden: Joyschmidt produceert machines om onder meer medicijnen en kruiden te bewerken. Bij nadere inspectie blijken de in Hongarije afgeleverde gietvormen dan ook niet gemaakt door Joyschmidt, maar dragen ze de gravering van Classic Auto Tubes Limited (Catl), inmiddels omgedoopt tot Classic Industry and Export Limited (CIEL).

CIEL is een dochterbedrijf van de Apollo Group, de overkoepelende holding waarvan Apollo Tyres het vlaggenschip vormt, zo blijkt uit een recente analyse van de Indiase kredietbeoordelaar ICRA. Maar daarmee is de cirkel nog niet rond. Hoofdaandeelhouder van CIEL (99,4 procent) is namelijk Sunrays Properties and Investment Company Private Limited. Volgens de ICRA-gegevens zit dat bedrijf op zijn beurt in de zak van Neeraj Kanwar, de man die voor zijn vader de Europa-expedities van Apollo leidt als vice-voorzitter en uitvoerend directeur van het bedrijf. Het geld wordt, kortom, lustig binnen de familie Kanwar rondgepompt. Apollo stelt overigens in een reactie dat de constructie iets anders in elkaar steekt: niet Neeraj, maar zijn vader Onkar zou eigenaar zijn van het bedrijf. Omdat het om een private onderneming gaat, zijn er geen publieke gegevens beschikbaar om dit te controleren.

Andere fabrikanten rekenen aanmerkelijk lagere prijzen voor dezelfde mallen

Toch is dat niet eens waar de Nederlandse medewerkers de wenkbrauwen over fronsen. Ze schrikken vooral als ze de prijzen zien die Joyschmidt voor de geleverde CIEL-producten rekent. Bij andere fabrikanten liggen de prijzen voor mallen soms tot wel tientallen procenten lager. Zoals bij Himile, een Chinese fabrikant. Of het Duitse Herbert, dat qua kwaliteit niet onderdoet voor CIEL. Follow the Money had inzage in de bestellingen die de Hongaarse Apollo-fabriek tussen 2016 en 2019 via Joyschmidt plaatste. Alles bij elkaar opgeteld gaat het om een kleine 7 miljoen euro, waarop Apollo volgens ingewijden met efficiënter inkopen tonnen had kunnen besparen. Geld dat nu in de zakken van de Kanwars belandde.

Bovendien wekt het argwaan dat zodra de subsidieperiode in 2019 voorbij is, de orders niet meer via het mysterieuze Joyschmidt verlopen, maar gewoon via CIEL. Het vermoeden bestaat dan ook dat vanwege de subsidie voor de Hongaarse fabriek de Joyschmidt-constructie is opgetuigd, om zo lastige vragen over de familiebanden te omzeilen.

Apollo zelf houdt er in reactie op vragen van Follow the Money een andere lezing op na. Volgens het bedrijf zijn de prijsverschillen tussen CIEL en andere leveranciers uit te leggen door ‘specifieke technieken’ die zijn toegepast op de geleverde CIEL-matrijzen, zoals graveringen. Ook voegt Apollo toe dat de aanbestedingen voor matrijzen altijd geleid worden door een combinatie van ‘de noodzaak van vertrouwelijkheid, prijs, de technische competenties van de verkoper en het vereiste leveringsschema’. De constructie met Joyschmidt zou nodig zijn geweest omdat CIEL destijds nog niet in staat zou zijn geweest om zelf de matrijzen te exporteren. Helaas wil het bedrijf desgevraagd geen documenten overleggen die deze lezing ondersteunen.

Staatssteun uit Hongarije

Daarmee is de kous overigens niet af. Mocht er inderdaad sprake zijn van een boekhoudtrucje, dan kan dat de Kanwars nog weleens lelijk in de kijker spelen. Dat heeft alles te maken met de staatssteun, waarmee de fabriek aldaar op poten is gezet. In 2014 heeft de Hongaarse overheid immers bijna 100 miljoen euro subsidie aan Apollo Tyres toegezegd om in vijf jaar tijd de nieuwe productielocatie op poten te zetten. Omdat de Europese Unie doorgaans kritisch is op staatssteun, onderzoekt de Europese Commissie dat jaar nog of de regeling aan alle vereisten voldoet. De subsidie mag bijvoorbeeld niet een bepaald maximum overschrijden en dient de plaatselijke werkgelegenheid te stimuleren. Brussel merkt evenwel geen eigenaardigheden op en geeft groen licht

Uit de beoordeling van de Commissie blijkt echter dat ze één detail niet heeft meegewogen in haar onderzoek: de hoge kostenpost, vanwege de aanschaf van de dure CIEL-producten, en hoe daarmee de portemonnee van de Kanwars wordt gespekt. Een extraatje dat dankzij de Joyschmidt-constructie mogelijk bewust aan het oog van de Europese ambtenaren is onttrokken. Het zou immers niet voor het eerst zijn dat de Commissie een streep zet door al te enthousiaste subsidieverstrekking. In het verleden heeft Brussel al voor honderden miljoenen euro’s aan misplaatste staatssteun teruggevorderd, die dikwijls door Oost-Europese landen was uitgedeeld aan de autobranche.

Hetzelfde lot dreigt nu mogelijk voor de Hongaarse staatssteun aan de Apollo fabriek.  Professor Kuypers doet de hele gang van zaken denken aan een staatssteunzaak van ruim twintig jaar geleden, toen de Commissie ook ingreep. Nota bene in de omgeving van Enschede, waar Vredestein is gesitueerd, kregen pompstationhouders toen compensatie van de Nederlandse staat voor een doorgevoerde accijnsverhoging, die hun concurrentiepositie ten opzichte van hun Duitse buren had verslechterd. In sommige gevallen profiteerden echter niet alleen de pompstationhouders van de compensatieregeling, maar tevens hun olieleveranciers, zoals Shell en Esso. Die hadden namelijk contracten met de pompeigenaren waarin geregeld was dat ook de leveranciers opdraaien voor een deel van de winst-, dan wel omzetderving in het geval van accijnsverhogingen. Dankzij de subsidie ontsprongen zij nu deze dans. In die zin ontvingen ook de olieleveranciers in meer of mindere mate staatssteun, oordeelde de Commissie. En dat had Nederland aan Brussel moeten melden.

De Commissie heeft het recht om geld terug te vorderen

In het geval van de subsidie voor de Hongaarse fabriek, kan de Commissie dus tot een vergelijkbare conclusie komen, zo stelt Kuypers. Die is namelijk deels gebruikt om de producten van CIEL aan te schaffen, die blijkens de boekhouding mogelijk boven marktwaarde zijn geleverd. Als inderdaad wordt vastgesteld dat CIEL onevenredig veel verdiende aan de geleverde matrijzen, kan ook dit bedrijf als ontvanger van staatssteun worden aangemerkt buiten medeweten van de Commissie. Een conclusie die de Kanwars weleens duur kan komen te staan. ‘Het zou inderdaad kunnen dat ook die staatssteun-melding niet volledig is geweest, althans dat er te veel steun is verleend,’ aldus Kuypers. ‘De Commissie heeft dan het recht om na onderzoek geld terug te laten vorderen bij dat gelieerde bedrijf, dan wel bij Apollo als de leveranciers onderdeel zijn van de Apollo Groep.’ Mocht Hongarije dat geld niet zelf terugeisen, is het volgens Kuypers mogelijk om naar het Hof van Justitie te gaan om de overheid daartoe te dwingen.

Dat het bedrijf Joyschmidt een omweg bood voor het aanschaffen van de producten, doet hier volgens de professor niets aan af. De Commissie en de rechter kijken dwars door dat soort constructies heen. ‘Het gaat er om wie er uiteindelijk daadwerkelijk begunstigd is,’ weet Kuypers. ‘Aan wie je betaalt, hoe je betaalt, via welke route: dat doet er allemaal niet toe. Als de investeringskosten te hoog zijn opgevoerd, moet dat worden rechtgezet.’

Verzet

Inmiddels is de situatie rond Vredestein verder geëscaleerd. De afgelopen maanden werkte de ondernemingsraad samen met adviesbureau Berenschot aan een alternatief plan om het massaontslag te beperken. De directie heeft dat echter verworpen, waarop de ondernemingsraad vorige week vrijdag het vertrouwen in de directie opzegde.

Gerard van Dijk van vakbond CNV vreest dat ook de door Follow the Money opgeworpen bedenkingen rond de Hongaarse subsidieverstrekking weinig verschil zullen maken voor Vredestein. Wel vindt hij dat de Nederlandse overheid de gang van zaken niet onopgemerkt kan laten passeren. ‘Ik mag toch hopen dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat hier nog wel een punt van gaat maken in Europa,’ aldus de vakbondsman. ‘Door die subsidie verliezen we nu Nederlandse banen.’

Lise Witteman
Lise Witteman
Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.
Gevolgd door 833 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren