De Nederlandse ambassade in Brussel, waar de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging zich bevindt.
© ANP / Lex van Lieshout

Bedrijfslobby is (nog steeds) kind aan huis bij Nederlandse vertegenwoordigers in Brussel

Sinds een jaar houden Europarlementariërs bij welke lobbyisten ze spreken. Ook de Nederlandse ‘EU-ambassade’ in Brussel geeft sinds kort meer openheid in wie op bezoek komt. Follow the Money dook in de data en zag dat de bedrijfslobby nog altijd domineert.

Dit stuk in 1 minuut

Waar gaat dit over?

  • Europarlementariërs en diplomaten in Brussel spreken veelvuldig met lobbyisten. Meer en meer van die gesprekken worden sinds kort openbaar gemaakt.
  • Lobbyisten kunnen private of publieke belangen vertegenwoordigen. Het zijn vooral degene die private belangen vertegenwoordigen, die het vaakst bij de Nederlandse diplomaten op gesprek komen.

Waarom moet ik dit lezen?

  • Om het publiek belang te dienen is het essentieel dat politici, ambtenaren en diplomaten niet alleen luisteren naar lobbyisten die een privaat belang behartigen.
  • Het is daarom belangrijk om in kaart te brengen welk aandeel van de lobbygesprekken op het conto van het bedrijfsleven komt.

Hoe heeft Follow the Money dit onderzocht?

  • Het Europees Parlement en de permanente vertegenwoordiging van de EU zijn de afgelopen tijd opener geworden over welke lobbygesprekken hebben plaatsgehad. Die data is beschikbaar op internet, hoewel niet in ‘machineleesbaar’ formaat.
  • Follow the Money heeft de informatie in spreadsheets verwerkt en via de grafieken in dit artikel toegankelijk gemaakt.
Lees verder

Minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) kon niet geloven wat Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP) zojuist had gezegd. Was driekwart van de gesprekken die de Nederlandse permanente vertegenwoordiging (PV) in Brussel voerde, met het bedrijfsleven geweest? Het zou Blok ‘zeer verbazen’. Het was maandag 29 juni en de Tweede Kamer stond in het teken van de ‘Staat van de Unie’, een jaarlijks debat over de EU.

Tussen de twee debattermijnen in liet Blok opzoeken waar het cijfer vandaan kwam. Aan het begin van de tweede termijn wist hij het weer, de bron was een rapport van de Brusselse ngo Corporate Europe Observatory (CEO) uit 2019. Daar stond het inderdaad: 73 procent van alle gesprekken die de PV met lobbyisten had, was met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Ngo’s hadden een aandeel van ongeveer 15 procent.

Blok had in maart van dat jaar al middels een Kamerbrief op het rapport gereageerd. Daarin schreef de minister dat de Nederlandse PV inderdaad een lijst had bijgehouden van gesprekken ‘tussen belangenvertegenwoordigers en medewerkers’, maar dat deze lijst ‘indicatief’ was. Ook bij het Staat van de Unie-debat suggereerde Blok dat de lijst waar het CEO zijn rapport op baseerde, niet compleet was geweest. ‘Het overzicht waarop het rapport gebaseerd is, gaat uit van een rapportage van de bezoeken van bedrijven, dus niet van alle gevoerde gesprekken, zoals mevrouw Leijten nu suggereert,’ aldus Blok. ‘De permanente vertegenwoordiging voert veel meer gesprekken, maar daar ging deze rapportage niet over. Waar ik net al verbaasd reageerde op de stelligheid waarmee ze zei dat 73 procent van de gesprekken gevoerd zou worden met bedrijven, is dat al ontkracht in een brief van maart.’

Maar dat klopt niet, zegt Vicky Cann, één van de CEO-onderzoekers die het rapport schreven. De lijst van gevoerde gesprekken die zij van de Nederlandse EU-ambassade ontving was juist heel volledig. Al met al stonden er 546 ontmoetingen in, inclusief afspraken met allerlei ngo’s — en dus niet alleen bedrijven. Toen de Nederlandse PV in juli 2018 de data aan CEO verstrekte, stond in de begeleidende e-mail dat het hier ging om ‘onze tabel van bijeenkomsten tussen werknemers van onze permanente vertegenwoordiging en vertegenwoordigers van bedrijven, organisaties en andere stakeholders, die plaatshadden tussen 5 juni 2017 en 27 juni 2018’. Niets dat erop duidde dat de gegevens incompleet zouden zijn.

Waarom zou de PV überhaupt een dergelijke lijst verstrekken als die niet compleet was? ‘Het slaat nergens op’, zegt Cann. Ook Kamerlid Leijten, die de rol van de PV hier niet voor het eerst ter sprake bracht, heeft haar twijfels bij de oprechtheid van Blok’s verbazing. Leijten: ‘Het was pure bluf van de minister. We weten dat de PV ruim baan geeft aan multinationals.’

Leijten bracht een motie ter stemming waarin de Kamer de regering verzocht om ‘de Permanente Vertegenwoordiging minder als kruiwagen van banken en multinationals in te zetten’. Blok ontraadde de motie, omdat die gebaseerd zou zijn ‘op al eerder weerlegde onjuistheden’; die donderdag werd de motie via handopsteken verworpen.

Dossier: de #Lobbycratie

De lobbywereld is een zeer invloedrijke factor in ons politiek bestel, maar beschrijvingen ervan komen doorgaans niet verder dan het woord ‘schimmig’. Follow the Money wil daar verandering in brengen. We duiken in de achterkamertjes om te zien hoe de worst écht gedraaid wordt.

Lees verder Inklappen

Dossier: de #Lobbycratie

De lobbywereld is een zeer invloedrijke factor in ons politiek bestel, maar beschrijvingen ervan komen doorgaans niet verder dan het woord ‘schimmig’. Follow the Money wil daar verandering in brengen. We duiken in de achterkamertjes om te zien hoe de worst écht gedraaid wordt.

Volg dit dossier en ontvang een seintje bij ieder nieuw artikel.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Sinds het CEO-rapport verscheen, is er wat transparantie betreft het een en ander verbeterd in Brussel. Zo publiceerde de PV van december 2018 tot en met november 2019 maandelijks de agenda van de twee hoogste Nederlandse diplomaten in Brussel. Sinds december 2019 is die publicatie vervangen door een overzicht van alle belangenvertegenwoordigers die met hen spraken. Ook een deel van de Nederlandse vertegenwoordigers in het Europarlement maakt sinds vorig jaar hun gesprekken met lobbyisten openbaar.

Hoe welkom zijn bedrijfslobbyisten nu bij de Nederlandse vertegenwoordigers in Brussel? Follow the Money dook in de beschikbare gegevens. Daaruit komt een beeld naar voren van een nog steeds zeer goed vertegenwoordigd bedrijfsleven, waarbij vooral werkgeversorganisatie VNO-NCW vaak opduikt in de agenda’s.

75 afspraken met het bedrijfsleven

‘Transparantie is van belang voor het versterken van de democratische legitimiteit van de besluitvorming in de EU. Meer openheid is belangrijk omdat het burgers dichter bij de EU brengt en de legitimiteit, verantwoording en effectiviteit van instituties vergroot.’

Met bovenstaande tekst leidt de website van de Nederlandse PV in Brussel de ‘transparantielijst’ in: een maandelijks overzicht van de overleggen en afspraken van permanente vertegenwoordiger Robert de Groot en zijn plaatsvervanger Ronald van Roeden met ‘bedrijven, NGO's, wetenschap, het Nederlandse en Europese Parlement, lokale overheden en adviesorganisaties’. De PV hield ze sinds december 2019 bij, totdat de coronapandemie er in maart toe leidde dat alle gesprekken op de PV werden geannuleerd.

Op de lijsten van december 2019, januari 2020 en februari 2020 staan in totaal 23 afspraken. Daarvan waren er twaalf met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven of brancheverenigingen, waaronder Shell, Tata Steel, autolobbyorganisatie ACEA en werkgeversorganisatie VNO-NCW. De andere afspraken waren met overheidsorganen, provinciale of nationale politici en vertegenwoordigers van  EU-instellingen. Volgens de transparantielijsten hadden de twee topdiplomaten in die drie maanden niet één gesprek met iemand uit het maatschappelijk middenveld.

Voor de introductie van de ‘transparantielijst’ publiceerde de PV al sinds april 2018 de agenda’s van De Groot en Van Roeden. Daarin vinden we vooral afspraken met diplomaten van andere lidstaten, vertegenwoordigers van EU-instellingen en interne overleggen. De topdiplomaten hebben echter ook regelmatig gesprekken met bedrijven en brancheverenigingen.

VNO-NCW zat 14 keer met de PV aan tafel. In diezelfde periode wordt niet één keer melding gemaakt van een afspraak met een ngo

Al met al blijkt uit de agenda’s en transparantielijsten dat De Groot en/of Van Roeden in twee jaar tijd 75 keer afspraken met een bedrijf of branchevereniging. VNO-NCW was veruit het vaakst de gesprekspartner: de werkgeversorganisatie zat 14 keer met de PV aan tafel. In diezelfde periode wordt niet één keer melding gemaakt van een afspraak met een ngo.

De enige vertegenwoordiger van het maatschappelijk middenveld die in deze periode überhaupt bij een van de twee topdiplomaten mocht aanschuiven, was het Europees Verbond van Vakverenigingen (ETUC). Op maandag 17 september 2018 had tweede man Van Roeden een overleg met ETUC. Ruim een jaar later, op vrijdag 15 november 2019, schoof Van Roeden aan bij een ontbijt met ETUC en BusinessEurope

Bovenstaande sluit niet uit dat ngo’s bij de permanente vertegenwoordiging op bezoek kwamen voor gesprekken op lager diplomatiek niveau. Toch sturen Nederland’s twee hoogste in Brussel gestationeerde diplomaten een politiek signaal door twee jaar lang niet met ngo’s te spreken, maar wel met ceo’s van bedrijven.

Een woordvoerder van de PV zegt dat veruit de meeste gesprekken van de PV met EU-instellingen zijn. De woordvoerder bevestigt dat er gesproken wordt met andere belanghebbenden, maar geeft geen inhoudelijk commentaar op de hoeveelheid gesprekken met bedrijfsleven.

Nieuwe data van Europarlementariërs

De diplomaten van de PV zijn natuurlijk niet de enigen die Nederlandse belangen in Brussel verdedigen. Hoe staat het met de Nederlandse leden van het Europees Parlement (EP)? Slaagt het bedrijfsleven er ook in om bij hen over de vloer te komen?

Die vraag is sinds een jaar iets gemakkelijker te beantwoorden. De huidige lichting Europarlementariërs, die werd geïnstalleerd op 2 juni 2019, heeft te maken met nieuwe regels omtrent gesprekken met lobbyisten. Wie een coördinerende rol krijgt bij het schrijven van wetgeving, is verplicht om alle lobbygesprekken die met dat dossier te maken hebben te publiceren op zijn of haar persoonlijke pagina op de website van het Europees Parlement.

Daarnaast hebben Europarlementariërs de mogelijkheid álle gesprekken met lobbyisten openbaar te maken via de EP-website. Dat is vrijwillig, maar werd bij de bekendmaking van de nieuwe regels door het secretariaat van het parlement wel ‘aangemoedigd’, in de hoop het werk van het Europees Parlement transparanter te maken.

De afgelopen weken analyseerde ik de gegevens die de 29 Nederlandse Europarlementariërs de afgelopen twaalf maanden hebben gepubliceerd. Het eerste dat opvalt is de grote verschillen tussen Europarlementariërs. Sommigen publiceren ogenschijnlijk alle gesprekken; sommigen niets; anderen alleen de gesprekken die volgens de regels openbaar moeten worden gemaakt (zie kader). 

Melden lobbygesprekken vaak niet verplicht

Er zijn drie situaties waarin Europarlementariërs verplicht zijn lobbygesprekken te publiceren:

  • Wanneer ze ‘rapporteur’ zijn in een dossier. Een rapporteur schrijft namens het parlement een conceptversie van een resolutie of wetgeving. In geval van wetgeving gaat de rapporteur in onderhandeling met de Europese Commissie en de Raad van de EU om de wensen van het Europees Parlement te verdedigen.
  • Wanneer een Europarlementariër ‘schaduwrapporteur’ is. Dat is iemand die namens een Europese fractie het dossier volgt, met de rapporteur overlegt en meegaat naar de onderhandelingen met Commissie en de Raad.
  • Wanneer ze voorzitter zijn van een commissie. Er zijn 22 commissies; geen daarvan heeft momenteel een Nederlander als voorzitter.

Follow the Money is van alle Nederlandse Europarlementariërs nagegaan of ze (schaduw)rapporteur zijn en zo ja, of ze melding maken van lobbygesprekken. Vrijwel alle Nederlandse Europarlementariërs op wie dat eerste van toepassing is, lijken zich aan de regels te houden. Degenen die geen lobbyafspraken hebben geregistreerd, hebben er naar eigen zeggen ook geen gehad — althans, niet over de dossiers waar ze (schaduw)rapporteur voor zijn. Alleen van Derk-Jan Eppink (Forum voor Democratie) is onduidelijk of hij de regels heeft gevolgd, Eppink heeft geen afspraken gepubliceerd en reageerde niet op vragen van Follow the Money.

Lees verder Inklappen

Het systeem gaat uit van de goede intenties van de Europarlementariërs. Een woordvoerder van het Europees Parlement laat weten dat het secretariaat Europarlementariërs wel aan de regels en mogelijkheden herinnert, maar dat er geen controles zijn. Europarlementariërs zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze invullen. De mogelijkheid om meer dan alleen de strikt noodzakelijke gesprekken te melden, wordt zelfs binnen partijen verschillend ingevuld.

Het aandeel Nederlandse Europarlementariërs dat minstens één lobbyafspraak openbaar maakte, is vergeleken met andere EU-lidstaten hoog. Dat blijkt uit een overzicht van de website Integrity Watch, een initiatief van Transparency International EU. Zo’n 65 procent van de Nederlandse leden publiceerde minstens één afspraak. Alleen leden uit Zweden (90 procent), Luxemburg (83 procent) en Finland (71 procent) publiceerden vaker één of meer afspraken.

De in totaal 29 Nederlandse Europarlementariërs maakten het afgelopen jaar samen zo’n vijfhonderd lobbygesprekken openbaar. Het gros daarvan werd geregistreerd door een handvol Europarlementariërs: vijf Europarlementariërs waren verantwoordelijk voor de publicatie van 61 procent van de gesprekken. Zeven Europarlementariërs hebben geen enkele lobbygesprekken gepubliceerd. Één Europarlementariër, Samira Rafaela (D66), publiceerde één afspraak, maar stelde haar volledige gesprekkenoverzicht wel persoonlijk beschikbaar aan Follow the Money.

VNO-NCW lobbyt vanaf dag één

De grote verschillen tussen Europarlementariërs maken dat de beschikbare gegevens slechts een benadering zijn van de werkelijke ontmoetingen die de Nederlandse leden van het EP hebben met lobbyisten. Toch biedt de data voor het eerst een aardig beeld van welke belangenbehartigers het vaakst op gesprek komen bij onze volksvertegenwoordigers in Brussel en Straatsburg.

Ook in het Europees Parlement blijkt VNO-NCW succesvol in het regelen van afspraken. Europarlementariërs hadden maar liefst 17 keer afspraken met een vertegenwoordiger van de Nederlandse werkgeversorganisatie; VNO-NCW sprak met zeker twaalf Europarlementariërs van vijf partijen. Geen enkele andere organisatie komt zo vaak voor in de data.

Al op 2 juli 2019, de eerste dag dat het Europees Parlement weer bijeenkwam na de verkiezingen vorig jaar, had lobbyist Winand Quaedvlieg van VNO-NCW in Straatsburg een afspraak met twee Nederlandse leden: de pas verkozen Europarlementariërs Tom Berendsen (CDA) en de eerder genoemde Samira Rafaela (D66).

De werkgeversorganisatie wordt met enige afstand gevolgd door vakbond FNV. De hoge notering (acht gesprekken) is echter voornamelijk te danken aan het regelmatige contact met PvdA-politicus Agnes Jongerius. Jongerius — van 1990 tot 2012 bestuurder van FNV — sprak het afgelopen jaar zes keer met iemand van de organisatie.

De vereniging van woningcorporaties Aedes sprak zeven keer met Europarlementariërs, waarvan drie keer met Kim van Sparrentak (GroenLinks). De milieuorganisatie Transport & Environment (T&E) is, wat aantallen opgegeven gesprekken betreft, de succesvolste ngo. T&E kon zes keer langskomen, waarvan vier keer bij Bas Eickhout (GroenLinks). 

CDA ontvangt bedrijven, PvdA vakbonden

Bij welke partijen staat de deur het verst open voor bedrijven? En hoe staat het met die verdeling tussen behartigers van het privaat belang en publiek belang?

Vanwege de beperkte hoeveelheid data bij sommige partijen is ook hier voorzichtigheid geboden, maar in het algemeen lijken ngo’s vaker langs te komen bij (centrum)links en bedrijven bij (centrum)rechts. 

Van de geregistreerde gesprekken met Europarlementariërs van het CDA was 64 procent met het bedrijfsleven en 5 procent met een ngo. Dat verrast Vicky Cann van Corporate Europe Observatory allerminst: ‘Als er één groep in het Europees Parlement een vriend is van het bedrijfsleven, dan is het de EVP.’ De Europese Volkspartij, waar CDA-leden onderdeel van zijn, is de grootste fractie in het Parlement.

De VVD heeft een nog hoger aandeel van gesprekken met bedrijfsleven (69 procent), maar hierbij moet aangetekend worden dat dit is gebaseerd op slechts 13 openbaar gemaakte gesprekken. D66, GroenLinks en PvdA hebben een veel lager aandeel gesprekken met het bedrijfsleven. Europarlementariërs van die partijen praten gemiddeld vaker met het maatschappelijk middenveld, waarbij vooral de PvdA contacten heeft met vakbonden. 

Sommige Europarlementariërs zeggen nooit met bedrijven te spreken, bijvoorbeeld omdat ze zich richten op onderwerpen waar bedrijven weinig belangen hebben. Kati Piri (PvdA) houdt zich bijvoorbeeld vooral bezig met mensenrechten en buitenlands beleid. ‘Ik heb met geen enkele bedrijfslobbyist een afspraak gehad het afgelopen jaar’, zegt ze. ‘Vandaar dat er ook geen afspraken vermeld staan in het register.’ ‘Ik word zelden benaderd om af te spreken met lobbyisten uit het bedrijfsleven,’ zegt ook Anja Hazekamp (Partij voor de Dieren). ‘Waarschijnlijk omdat de meeste wel weten dat ze bij de Partij voor de Dieren aan het verkeerde adres zijn.’

De data over gesprekken van Peter van Dalen (ChristenUnie) vertegenwoordigen dan weer een ander uiterste: hij liet het afgelopen jaar twaalf afspraken registreren. De overgrote meerderheid van zijn gesprekspartners waren vertegenwoordigers van de visserijsector. Van Dalen, die werkt aan een dossier over windmolenparken op zee, sprak ook met Vattenfall, WindEurope en Van Oord, maar had nog geen enkele ngo over de vloer.

In een verklaring zegt Van Dalen dat hij daar nog niet aan toe was gekomen: door de coronacrisis konden veel gesprekken niet plaatshebben. ‘Wij willen een evenwichtig onderzoek en daarom willen we ook vertegenwoordigers van alle belanghebbenden die op de een of andere manier te maken hebben met het onderwerp “windmolenparken op zee” spreken. Dat zijn vertegenwoordigers van: de visserijsector, de windindustrie, bouwbedrijven, ngo’s en wetenschappers,’ aldus Van Dalen.

‘Uiteraard gaan we meer organisaties spreken. Mijn teamleden zijn overigens al in contact geweest met milieuorganisaties zoals het Wereld Natuur Fonds en Birdlife, maar daar was ik toen zelf niet bij aanwezig.’

Inderdaad zijn Europarlementariërs lang niet altijd zelf aanwezig bij gesprekken met lobbyisten. Wie in het pre-coronatijdeperk in het Europees Parlement in Brussel de verschillende koffiebarretjes bezocht, trof daar dagelijks lobbyisten in gesprek met parlementaire assistenten.

Soms zijn die assistenten zelfs vaker gesprekspartner voor lobbyisten dan Europarlementariërs. Dat blijkt uit de opgaven van Europarlementariërs van het CDA. Zij meldden niet alleen gesprekken die ze zelf met lobbyisten voerden, maar ook lobbyafspraken met hun assistenten

Legislative footprint

Wat zegt deze data nu? Het idee achter het melden van gesprekken met (schaduw)rapporteurs is dat er zo een zogenaamde legislative footprint ontstaat, die de mogelijke invloed van lobbyisten op beleid laat zien.

Daar is niet iedereen het mee eens. Sophie in ‘t Veld (D66) vindt dat een overzicht van lobbyafspraken alleen ‘fake transparantie’ oplevert: ‘Er wordt de indruk gewekt dat er invloed is,’ zegt In ‘t Veld, terwijl een bijeenkomst an sich dat helemaal niet garandeert.

Een lijst van welke lobbyisten op gesprek zijn gekomen is volgens haar ‘nietszeggend’, omdat het geen beeld geeft van de inhoud van het gesprek. ‘Ik heb zelfs wel eens een lobbyist op bezoek gehad die huilend mijn kantoor verliet omdat ‘ie mij niet kon overtuigen,’ zegt In ‘t Veld. 

Ander voorbeeld: de in 2016 aangenomen algemene verordening persoonsgegevens (AVG), die burgers allerlei nieuwe rechten geeft op het gebied van online privacy. In ‘t Veld was schaduwrapporteur namens de liberale fractie. ‘Ik heb toen honderden lobbyisten ontmoet vanuit het bedrijfsleven. Ik denk niet dat al die lobbyisten blij zijn geweest met de uitkomst.’

Vicky Cann van CEO erkent dat een afspraak een bedrijf nog geen garantie biedt op een gunstige uitkomst. Toch biedt een afspraak de lobbyist wel een kans op succes: ‘Er zou niet worden gelobbyd als het niet nuttig was,’ zegt ze.

In ‘t Veld heeft nog een ander bezwaar, dat te maken heeft met het zogenaamde ‘vrije mandaat’ van volksvertegenwoordigers. Europarlementariërs zouden zich volgens In ‘t Veld vrij moeten voelen om ontmoetingen te hebben met wie ze willen. ‘We zijn geen ambtenaren en niet neutraal,’ zegt ze. ‘De Europese Commissie, dat vind ik wat anders.’ 

Timmermans

Voor de Europese Commissie gelden van alle EU-instellingen inderdaad de strengste regels omtrent lobbygesprekken. De vorige voorzitter, Jean-Claude Juncker, bepaalde in 2014 dat Eurocommissarissen, hun kabinetsleden en de hoogste ambtenaren (directeurs-generaal) alle gesprekken met lobbyisten openbaar moesten maken. Die regels gelden nog steeds.

Dat betekent overigens nog niet dat daarmee de deuren voor het bedrijfsleven werden dichtgeslagen: tijdens de vijfjarige termijn van de Commissie-Juncker was 71 procent van de lobbygesprekken met het bedrijfsleven en 17 procent met ngo’s. Onder zijn opvolger Ursula von der Leyen is dat, tot nu toe, 62 procent bedrijfsleven tegenover 27 procent met ngo’s.

Het Nederlandse lid van de Commissie, Frans Timmermans, maakte echter een ontwikkeling in tegenovergestelde richting door. Onder Juncker was 56 procent van de 237 gesprekken die Timmermans voerde met een ngo; het bedrijfsleven vertegenwoordigde 37 procent van de gesprekken. Maar sinds 1 december 2019, toen Timmermans onder de nieuwe voorzitter Ursula von der Leyen verantwoordelijk werd voor de European Green Deal, is de balans de andere kant opgeslagen. Hij liet al 105 gesprekken registreren; daarvan was 70 procent met het bedrijfsleven en 23 procent met ngo’s. Zelfs zijn rechterhand, voormalig Greenpeace-activist Diederik Samsom, spreekt veel vaker met bedrijfslobbyisten dan met ngo’s.

De percentages zeggen lang niet alles. Als meer dan 70 procent van de lobbygesprekken met het bedrijfsleven zijn, dan is dat ‘hoog’ zegt Cann, maar ze kan niet zeggen welk percentage wel acceptabel zou zijn. Cann: ‘Het gaat niet alleen over getallen. Het gaat ook over de kwaliteit van de toegang. We zien bijvoorbeeld een trend waarbij ngo’s genoegen moeten nemen met een plaats aan een rondetafelgesprek, terwijl grote bedrijven een-op-eengesprekken krijgen, soms ook met hogergeplaatsten.’ 

Voor Cann is het vaststellen van de percentages dan ook slechts een eerste stap. ‘De volgende stap is je afvragen: zorgen we er echt voor dat we genoeg stemmen met verschillende belangen horen?’

Een woordvoerder van de Europese Commissie gaat in een reactie niet in op vragen over de verhoudingen en de kritiek dat het aantal gesprekken met bedrijven nu te hoog zou zijn. Een medewerker van de Commissie geeft op voorwaarde van anonimiteit wel een verklaring: Timmermans wisselde van portefeuille. Onder Juncker hield Timmermans zich meer bezig met bijvoorbeeld de rechtstaat in Polen. ‘Op onderwerpen als rechtstaat en migratie zijn meer ngo’s dan bedrijven actief, en dus zijn gesprekken die je op deze onderwerpen voert vaak ook met ngo’s of andere maatschappelijke organisaties,’ zegt ze. Dat Timmermans meer met bedrijven praat sinds hij verantwoordelijk is voor de Europese Green Deal, komt volgens haar onder meer omdat juist het bedrijfsleven de behoefte meer over de klimaatstrategie van de Commissie te weten.

‘Dat sinds het verschijnen van de Green Deal op 11 december juist veel bedrijven en sectororganisaties vragen hebben willen stellen over wat dit voor hun activiteiten gaat betekenen is begrijpelijk: zij gaan de transitie moeten doormaken,’ zegt de Commissiemedewerker, die er ook op wijst dat Timmermans ook met bedrijven spreekt die juist ‘actief pleiten vóór de Green Deal’. 

Reacties Nederlandse PV en Europese Commissie

Reactie Nederlandse PV

Follow the Money heeft een conceptversie van dit artikel voorgelegd aan de PV en aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een woordvoerder van de permanente vertegenwoordiging in Nederland schrijft in een reactie: ‘Europese wetgeving is relevant voor velen in Nederland. Daartoe onderhoudt de Permanente Vertegenwoordiging een uitgebreid netwerk met de Europese instellingen. Veruit de meeste gesprekken die de Nederlandse regering in Brussel voert, zijn met deze Europese instellingen. Daarnaast wordt gesproken met belanghebbenden voor wie deze regelgeving relevant is zoals maatschappelijke organisaties, medeoverheden, vakorganisaties, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Vanwege de maatschappelijke interesse in de rol van het bedrijfsleven is in 2018 bij wijze van experiment begonnen met het bijhouden van een lijst met bezoekers. Deze lijst is inmiddels duurzaam operationeel. In een volgende fase wordt bekeken of en hoe openbaarheid kan worden gegeven aan bezoeken van andere belanghebbenden. De Nederlandse regering blijft zich in Brussel inzetten voor transparantie.’

Reactie Europese Commissie

Een woordvoerder van de Europese Commissie schrijft: ‘Eurocommissarissen en Commissieambtenaren hebben veelvuldig ontmoetingen met externe stakeholders op wie ons beleid invloed heeft, om de potentiële consequenties van onze besluiten te begrijpen. Ontmoetingen met stakeholders dienen ook om onze beleidsplannen uit te leggen en stakeholders te overtuigen onze klimaatambities te steunen en maatregelen te treffen ze uit te voeren. Uitvoerend vice-president Timmermans en zijn team spreken met een breed scala aan verschillende belanghebbenden, waaronder ngo’s, brancheorganisaties, consumentenverenigingen en individuele bedrijven. Bedrijven moeten bijdragen aan de overgang van Europa naar klimaatneutraliteit en een groeiend aantal ondersteunt actief de Green Deal. Alle beleidsbeslissingen van de Commissie worden genomen door het college van commissarissen, in het algemeen Europees belang. Alle wetgevingsvoorstellen worden besproken en gewijzigd door zowel het Europees Parlement als de Raad voordat ze worden aangenomen.’

Lees verder Inklappen
Peter Teffer
Peter Teffer
Onderzoekt voor FTM hoe EU-geld in Nederland wordt besteed.
Gevolgd door 530 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren