Beduusd in Brussel

    Jessica de Vlieger toog naar Brussel en verbaasde zich een dag lang in de wandelgangen van het Europees Parlement. 'Hoeveel zin heeft het voor journalisten om hier te zitten?'

    Bijna een jaar geleden bezocht ik het Europees Parlement in Straatsburg. Ik schreef mijn ervaringen op in een dagboek. ‘Tegen dit soort vooringenomenheid is niets te ondernemen. En nog zwart rijden met tram ook. Haar soort scepsis past niet. Blijf dan lekker thuis.’ - Wim van de Camp. Europarlementariër van het CDA op Twitter. Oeps. Het is maandag 20 januari. Ik zit in de trein op weg naar Brussel. Een dagje op bezoek in het Europees Parlement. Uitgenodigd door, jawel, Wim van de Camp. We hebben de volgende dag om elf uur afgesproken. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten van de afspraak, wat we precies gaan doen. Ik ben vooral benieuwd naar het verschil met Straatsburg. In april vorig jaar ging ik naar Straatsburg om een seminar over de Capital Requirements Directive IV te bezoeken. Het werd gepresenteerd als een doorbraak. Eindelijk werden banken aan banden gelegd. Kapitaalratio’s omhoog, bonuslimieten, meer transparantie. Ik bezocht samen met collega Jesse Frederik het seminar, twee debatten en we spraken met twee Europarlementariërs. Het Europees parlement heeft twee zetels. Eenmaal per maand verhuist het voltallige parlement voor een week naar Straatsburg. Daar vinden de belangrijkste vergaderingen en stemmingen plaats. Deze maandelijkse verhuizingen kosten ongeveer 200 miljoen euro per jaar, maar Frankijk blokkeert de verdragswijziging omdat het land anders geen Europese zetel huisvest. Het Europees Parlement kost hoe dan ook veel geld, iets dat voor weerstand en kritiek zorgt. Een baantje als een van de 766 Europarlementariërs zou vooral een goed betaalde, en makkelijke, bijverdienste zijn. Want wat doen ze daar nou eigenlijk? Ik kreeg gemende reacties op mijn dagboek waarin ik mijn twee dagen Straatsburg beschreef. Het CDA gooide mij per abuis van de mailinglijst af. Aan de ene kant was er het kamp Wim van de Camp, waar ze leken te vinden dat ik anti-Europa was. Vooringenomen en bevooroordeeld. Aan de andere kant mensen die mijn ervaringen herkenden en onderschreven.

    Recht van spreken?

    De Europese Unie is ver weg. Dat vond ik en vind ik nog steeds. Natuurlijk weten we ongeveer wat er daar gebeurd en wat de EU doet, maar ik ken weinig mensen die mij kunnen uitleggen hoe ze in Brussel een wet maken of welke macht de EU precies heeft of niet heeft. Ik heb Europese Studies gestudeerd. Ik wilde mijn ‘hoofdstudie’ Bedrijfseconomie in een breder perspectief kunnen plaatsen. Ik vond het fantastisch. Politiek, cultuur, taal, economie en geschiedenis. Ik kan je vertellen wat de codecisieprocedure inhoudt, de jaartallen waarin elke lidstaat is toegetreden, uit welke vijftien republieken de Sovjet-Unie bestond, maar ook waarom Tacitus bepalend is geweest voor de Europese beeldvorming.
    Met die vraag ging ik naar Straatsburg, mijn eerste EU-bezoek, en ik kwam er een illusie armer van terug.
    Kortom, ik heb kennis opgedaan over de Europese Unie door colleges, studieboeken en onderzoeken. Maar ik begreep het nooit helemaal. Met die vraag ging ik naar Straatsburg, mijn eerste EU-bezoek, en ik kwam er een illusie armer van terug. Mijn ervaring was een parlement zonder bezieling, gekenmerkt door ambitie, gedrevenheid en kunde aan de ene kant, maar wanhoop en onmacht aan de andere kant. Ik vond het contrasterend dat er frustratie bestaat over het gebrek aan media-aandacht terwijl dat voor mij, op basis van mijn beperkte bezoek, niet erg verrassend was.

    De Mickey Mouse-bar

    Maar ik was nog nooit in Brussel geweest. In Brussel leeft het Europees parlement wel degelijk. Waar in Straatsburg in geen velden of wegen een EU-souvenir te bekennen was, kan de eurofiel in Brussel zich volledig uitleven. Koffiemokken, t-shirts, pennen, zelfs kurkentrekkers. Je vindt er winkels met namen als Eurostyle die volledig gevuld zijn met EU-producten. Dinsdagochtend. Ik trek een blauw shirt aan. Daar zal het niet aan liggen. Om elf uur heb ik afgesproken met de politiek assistent van Wim van de Camp voor de ingang van het parlement. Het is niet meteen duidelijk waar deze ingang is. Er staat enkel 'Altiero Spinelli' boven de deur. Spinelli was een Italiaanse communist en antifascist die droomde van een federaal Europa en daar zijn levenswerk van maakte. Het blijkt de hoofdingang te zijn.

    106384Het Europees Parlement in Brussel

    Ik heb Robert al in Nederland ontmoet en we gaan eerst koffie drinken. We komen in de bar. Weer zo’n hysterisch tafereel als de vliegtuigbar in Straatsburg, maar in Brussel maken ze er grappen over. De ‘Mickey Mouse-bar’ wordt het hier genoemd, vanwege de felgekleurde stoelen. En de oren, maar misschien zie ik dat alleen zo. Het schijnt wel design te zijn, maar iedereen hier vindt het spuuglelijk en ‘zou het zelf niet kopen.’ Het wordt al snel duidelijk dat ik een dagprogramma heb. Vroeg ik vanochtend nog aan de Nederlandse persvoorlichter een programma voor de plenaire sessies van de Europese Parlementaire Week, de weg naar de persruimte en waar ik hier in de buurt wat kon eten, blijkt het allemaal niet nodig te zijn.

    Lobbyisten op de koffie

    Vandaag loop ik mee met Wim van de Camp. Ik ben meteen enthousiast. Niets saaie, plenaire sessies zoals in Straatsburg, nee, ‘een dag uit het leven van een Europarlementariër.’ Ik vraag wat we gaan doen. Van de Camp heeft afspraken met lobbyisten. Ik gooi het programma van de Europese Parlementaire Week in de prullenbak. Wie is er geïnteresseerd in plenaire sessies over fiscaal toezicht, als je een inkijkje kan krijgen in de fascinerende lobby-wereld van Brussel? Ik breng de dag door in de Member’s Bar. Zittend naast Van de Camp luister ik naar lobbyisten uit allerlei verschillende gebieden. Van religie tot beveiligingssystemen van auto’s. Spraakmakende details zijn er niet, maar het geeft een inzicht in hoe wetten gemaakt worden. Van de Camp is verdiept in een wetsvoorstel over 'e-callsystemen', een kastje in auto's dat automatisch 112 belt in geval van nood. Uit de lastige, technische termen die hij rondstrooit, blijkt dat hij goed in het dossier zit. Ik vind het knap. Ik wist wel hoe een Europese wet tot stand kwam, maar dit is eigenlijk het eerste moment dat ik het echt snap. Zodra de Europese Commissie een voorstel heeft, gaat het naar het parlement. Vanuit de fractie wordt er dan gezocht naar een parlementariër die zich hier over wil buigen. Deze parlementariër overlegt vervolgens met alle belangengroepen om een zo goed (en haalbaar) mogelijk voorstel te maken. Natuurlijk moet het ook door het parlement komen, dus dat is ook een belangrijks aandachtspunt. Hoewel de Commissie dus inderdaad met het voorstel komt (het parlement heeft geen recht van initiatief) is de rol van de parlementariërs groter dan ik had verwacht. Zij nemen het voorstel door en formuleren wijzigingen, kritiekpunten en suggesties voor aanvullingen. Het mooiste vind ik de triloog. Dit is weergegeven in een tabel met alle amendementen. Drie kolommen, met daarin de reactie van de Raad (de ministers), de Commissie en het parlement op het amendement. Een jaar is kort hier in het parlement, zo vertelt Van de Camp me. Terwijl ik hier zit, ervaar ik wel een soort urgentiegevoel. Er gebeurt echt wel wat, realiseer ik me nu. Toegegeven, in het parlement ontspringen niet de wortels voor Europese wetgeving. Maar ze dragen wel degelijk veel bij en geven de wetten vorm.
    Hoeveel zin heeft het voor journalisten om hier te zitten?
    Toch is het dubbel. Hoeveel zin heeft het voor journalisten om hier te zitten? Het is allereerst onmogelijk om op de hoogte te zijn van alle lopende voorstellen. Het spectrum aan aandachtsgebieden is enorm, het proces duurt lang en sommige voorstellen worden nooit gerealiseerd. De discussie is interessant. De dynamiek tussen de Raad, de Commissie en het parlement. Alleen waar vind je die? Voordat er over een voorstel gestemd wordt, is er al relatief veel afstemming bereikt. Partijen lijken te weten waar ze aan toe zijn. Wanneer is het nieuws? En hoe geïnteresseerd zijn lezers in de dynamiek van het Europees Parlement? De meeste nationale berichtgeving bestaat uit concrete voorstellen met ofwel een impact voor de EU als geheel of voor Nederland. Maakt het ons uit als Europarlementariërs uit Malta, Kroatië of Slowakije dwarsliggen bij een regelgeving die er alsnog gaat komen? Of willen we vooral weten wat er gebeurt, of niet gebeurt?

    Waar blijven de journalisten?

    Met die vragen ga ik tussendoor richting Bas Eickhout, lijsttrekker van GroenLinks. Ik probeer in het enorme gebouw mijn weg te vinden. Overal zijn liften. Ik dacht gedurende de dag regelmatig dat ik de goede kant op liep, zelfs als ik terugging naar plekken waar ik eerder die dag was geweest. Om vervolgens te realiseren dat dit twee verdiepingen lager moest zijn, precies aan de andere kant. Maar het gebouw is licht, en druk. Er staat een stand van een pro-bont organisatie, inclusief een kledingrek met designjasjes, sjaals en tasjes die de interesse opwekken van de vrouwelijke voorbijgangers. Een Duitse groep uit Keulen is in carnaval kledij. Dat doen ze elk jaar, zo hoor ik. Traditie. Ik zie overal parlementariërs, journalisten en camera’s. Hier leeft het. Het is druk op straat, de restaurants zitten vol. Buiten staat een groep Koerdische demonstranten, vanwege het bezoek van de Turkse premier Erdogan. Eickhout heeft mijn Straatsburg stuk ook gelezen. Ik bespeur weinig enthousiasme. Ik vraag hem of het aan mij ligt. ‘Kan, maar ook aan de voorlichting die je hebt gekregen. Het debat waar je was, was natuurlijk geen echt debat. Er zijn wel degelijk echte debatten.’
    Veel speelt zich blijkbaar achter gesloten deuren af.
    Maar Eickhout snapt mijn vragen. Hij mist de vierde macht hier in Brussel, de democratische controle van de media. Je kunt namelijk niet alles vanuit Nederland volgen, dan mis je erg veel. Veel speelt zich blijkbaar achter gesloten deuren af. Ik zeg dat ik het wel kan begrijpen dat hier weinig journalisten zitten, laat staan als weinig zich in de openbaarheid voltrekt. Wanneer is het nieuws, wanneer schrijf je erover? Is het nieuws als de Commissie met een voorstel komt? Ja, maar ook niet want dan moet het nog goedgekeurd worden door het parlement en de Raad, toch? Is het nieuws als het parlement een wet heeft goedgekeurd? Maar dat is ook nog niet definitief, en dan is het voorstel eigenlijk al lang bekend? De media bezuinigt nu ook, ze moeten wel. Wat valt er -misschien logisch- snel af? De Brussel-correspondent. Eickhout print een artikel voor me uit. Geschreven door een journalist van RTL die kort gezegd stelt dat Brussel best vanuit Den Haag te volgen is. Het kenmerkt volgens Eickhout de visie op Brussel en de Europese Unie. Ik vraag mij af of hier een oplossing voor is. Het is natuurlijk belangrijk dat de media op de hoogte is van wat er gebeurt in Brussel, in Straatsburg en in Frankfurt. En dit gebeurt niet. Maar waar ligt dit aan en is het überhaupt te veranderen? Is het de moeite waard voor journalisten om hier full time te zitten? Ik ben er nog niet uit.

    In Straatsburg gebeurt het

    De dag eindigt in de Member’s Bar. Wim van de Camp vraagt mij wat ik van vandaag vond. Ik vertel hem mijn ervaringen. Brussel leeft, een scherp contrast met Straatsburg. Het lijkt alsof hier meer gebeurd, meer dynamiek bestaat. Van de Camp is het met mij oneens. Hij ziet het omgekeerd. In Straatsburg gebeurt het. Daar vinden de plenaire sessies plaats, daar worden de beslissingen genomen. Bovendien is Straatsburg efficiënt, want iedereen is daar en niemand gaat ‘s avonds naar huis. Simpelweg omdat ze niet weg kunnen. Dat weten ook de lobbyisten, die altijd in grote getale in Straatsburg zijn vertegenwoordigd. Elke Europarlementariër is er, want aanwezigheid is verplicht. En de stad is wat minder uitnodigend om een vergadering te ontduiken. Niet zoals hier zegt Van de Camp en hij wijst beschuldigend naar een collega-journalist die halverwege zijn bezoek aan het parlement naar een museum ging.
    Was ik vorig jaar in Straatsburg simpelweg op de verkeerde tijd en verkeerde plaats?
    Was ik vorig jaar in Straatsburg simpelweg op de verkeerde tijd en verkeerde plaats? Ik denk het niet. Wel ben ik wijzer geworden over de rol van Europarlementariërs. Commissie-voorstellen zijn meer dan een hamerstuk, parlementariërs zitten er bovenop en geven voorstellen vorm. Mijn ervaringen met het gebrek aan media-aandacht staan niet op zichzelf, zijn niet incidenteel. Feit blijft dat de urgentie regelmatig mist en het onduidelijk is wanneer Europese beslissingen nieuwswaardig zijn. Toch is het belangrijk dat media ook in Europa, ondanks alle belemmeringen, de bureaucratische hindernissen en het technocratische rookgordijn, blijven controleren, vragen en onderzoeken wat er gebeurt. Wij als journalisten moeten misschien daarom juist meer onderzoek doen. Niet minder of helemaal wegblijven uit Brussel, omdat het nou eenmaal moeizaam gaat, niet zo urgent lijkt of soms zelfs saai is.  Er is namelijk nog genoeg wat we niet weten over de Europese Unie, het parlement, de invloed van alle partijen en de lobbyistencultuur. De vraag is alleen hoe.
    Over de auteur

    Jessica de Vlieger

    Er zijn maar weinig meisjes die een voorliefde voor prosecco en jurkjes weten te combineren met een passie voor rekenkundige...

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid