© Peter Hilz / Hollandse Hoogte

Belastingdienst discrimineerde jarenlang bij de aanvraag van kinderopvangtoeslag

3 Connecties
81 Bijdragen

Bij aanvragen van kinderopvangtoeslag keek de Belastingdienst jarenlang extra kritisch naar aanvragen van niet-Nederlanders. Dat blijkt uit een conceptrapport van de Auditdienst Rijk, ingezien door Follow the Money, dat donderdag in definitieve vorm verschijnt. ‘Dit is in strijd met het discriminatieverbod.’ Tot nu toe ontkende de Belastingdienst praktijken van etnisch profileren.

Ook ingezetenen met een geldige verblijfstitel en burgers van de Europese Unie hebben in Nederland recht op kinderopvangtoeslag. Als zij daarvoor een aanvraag doen, moeten ze hetzelfde worden behandeld als Nederlanders. De Belastingdienst mag op grond van de wet niet discrimineren.

Maar tussen 2014 en 2018 woog de Belastingdienst wel mee welk paspoort aanvragers van een toeslag hadden, blijkt uit een conceptrapport van de Auditdienst Rijk (ADR). De ADR concludeert: ‘Het risicoselectiemodel [..] dat wordt gebruikt in de reguliere aanvraagprocedure bepaalt (automatisch) of aanvragen van toeslagen een hoog risico op fouten bevatten. Het wel of niet hebben van de Nederlandse nationaliteit is één van de indicatoren die gebruikt is in de periode 18 april 2014 tot 22 oktober 2018 bij de risicokwalificatie van de aanvraag van kinderopvangtoeslag. [..] De risicokwalificatie is van invloed op de intensiteit van de beoordeling van een aanvraag.’

‘Een overheid mag geen onderscheid maken tussen nationaliteiten, tenzij daar zwaarwegende redenen voor zijn’

Met andere woorden: wanneer je als in Nederland verblijvende Duitser een aanvraag voor kinderopvangtoeslag deed, had je een verhoogde kans dat de Belastingdienst je aanvraag extra kritisch onder de loep nam. Alleen al dat je Duitser was, betekende volgens de Belastingdienst automatisch dat je aanvraag een hoger risico had op ‘fouten’. Dat kon bijvoorbeeld betekenen dat de Belastingdienst extra stukken opvroeg bij de indiener van de aanvraag. Een betrokkene bevestigt dat deze bevinding van de ADR correct is.   

‘Dit is voor risicoselectie veel te grofmazig,’ oordeelt Peter Rodrigues, hoogleraar Immigratierecht aan de Universiteit Leiden en specialist op gebied van discriminatie en gelijke behandeling. ‘Een overheid mag geen onderscheid maken tussen nationaliteiten, tenzij daar zwaarwegende redenen voor zijn.’ Rodrigues kan zich alleen voorstellen dat er onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlanders en een specifieke andere nationaliteit, wanneer voor die groep als geheel sterke aanwijzingen van fraude zijn. ‘Maar voor een onderscheid tussen Nederlanders en niet-Nederlanders is geen rechtvaardiging te vinden. Dit is onzorgvuldig.’

Daarom is het zogeheten risicoselectiemodel van de Belastingdienst volgens Rodrigues op dit punt strijdig met art. 1 van de Grondwet en art. 14 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook het recht van de Europese Unie verzet zich tegen zulke ongelijke behandeling waar het ‘Unieburgers’ betreft, stelt de hoogleraar.

Etnisch profileren versus onmachtige software

Bronnen binnen de Belastingdienst stellen dat het niet de intentie was om te discrimineren, en dat het risicomodel alleen werd gebruikt om te voorkomen dat mensen zonder geldige verblijfsvergunning kinderopvangtoeslag krijgen. Die hebben daar namelijk geen recht op. Informatie over de verblijfsvergunning staat weliswaar in de zogeheten Basisregistratie Personen (BRP), maar het systeem van de dienst is technisch niet in staat om de goede informatie uit dit BRP te halen. Aanpassen zou te kostbaar zijn geweest. Daarom nam de dienst zijn toevlucht tot selectie op basis van nationaliteit.

Dankzij publicaties van RTL Nieuws en Trouw in mei vorig jaar was al eerder het vermoeden gerezen dat mensen met een tweede nationaliteit op grote schaal slachtoffer werden van ‘etnisch profileren’ bij fraudeonderzoek door de Afdeling Toeslagen. Daar ging het dus om profilering bij toezicht (handhaving). De maand daarop stuurde voormalig staatssecretaris Menno Snel van Financiën een brief aan de Kamer waarin hij stelde dat de Belastingdienst risicoselectie op basis van ‘Nederlanderschap / niet-Nederlanderschap’ toepast bij het ‘toezicht op individuele toeslaggerechtigden’ – achteraf dus, na toekenning.

Wat de staatssecretaris echter niet meldde, is dat de Belastingdienst in de praktijk verder ging

Verder, schreef Snel, wordt ‘nationaliteit gebruikt om het recht op toeslagen vast te stellen’. Logisch, want dat is noodzakelijk om te voorkomen dat bijvoorbeeld een illegaal of niet-ingezetene toeslag kan aanvragen. 

Wat de staatssecretaris echter niet meldde, is dat de Belastingdienst in de praktijk verder ging. De ADR concludeert immers dat geen Nederlands paspoort hebben, kon leiden tot een verscherpte controle op de aanvraag: ‘De risicokwalificatie is van invloed op de intensiteit van de beoordeling van een aanvraag.’ Om bij het eerdere voorbeeld te blijven: Duitser zijn werd als verzwaard risico aangemerkt, terwijl de Belastingdienst vooral wilde verhinderen dat mensen zonder verblijfsvergunning kinderopvangtoeslag zouden krijgen.

‘We zijn hierover niet geïnformeerd,’ zegt Kamerlid Renske Leijten (SP) die dit dossier kritisch volgt. ‘Dit is tegen de wet.’ Ook Kamerlid Steven van Weyenberg (D66) is verbaasd. ‘Dat nationaliteit werd benut voor het vaststellen van het recht op uitkering is iets anders dan het ook gebruiken als risico-indicator, zoals de ADR schrijft. Dat is voor mij nieuw en dan lijkt er sprake te zijn geweest van etnisch profileren. Dat is ernstig.’ 

In mei vorig jaar, nadat RTL Nieuws en Trouw onthulden dat er sprake was van etnisch profileren, publiceerde de Belastingdienst nog een bericht waarin zulke praktijken stellig werd ontkend: ‘Belastingdienst Toeslagen heeft de pers laten weten dat nationaliteit of etnische achtergrond geen rol spelen bij het toekennen van toeslagen noch bij de weging van vermoedens van (georganiseerd) misbruik.’ 

Screenshot pagina Belastingdienst

Onterecht, zo blijkt uit het conceptrapport van de ADR. Nationaliteit werd bij de toekenning in het ‘reguliere aanvraagproces’ wel degelijk gezien als een risicofactor en betrof automatisch alle aanvragen. ‘Dat de risicoselectie op basis van nationaliteit bij de beoordeling van aanvragen is gebruikt, gaat nog verder dan gebruik ervan bij fraude-onderzoek na de toekenning van een aanvraag,’ zegt hoogleraar Rodrigues.

Donderdag publiceren de ADR en de Adviescommissie Uitvoering Toeslagen (commissie-Donner) hun rapporten, die opnieuw veel stof zullen doen opwaaien. De vraag is waarom de staatssecretaris de Kamer niet heeft geïnformeerd over de wijze waarop nationaliteit een rol speelde bij de (automatische) beoordeling van aanvragen van kinderopvangtoeslag, en waarom de Belastingdienst heeft besloten om in 2014 de risicoselectie uit te breiden met nationaliteit en daar in 2018 weer mee op te houden. Wist de Belastingdienst toen dat het model in strijd was met het discriminatieverbod?      

Het ministerie van Financiën heeft laten weten niet te kunnen reageren totdat het ADR-rapport en de kabinetsreactie beschikbaar zijn.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jan-Hein Strop

Gevolgd door 1451 leden

Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren