© CC0 (Publiek domein)

Belasting ontwijken? Koop een kamerplant

    Wat hebben Russische en Oekraïense miljardairs met kamerplanten? Meer dan je zou denken. FTM ging op stap met een financieel journalist die zijn werkterrein heeft gemaakt van brievenbusfirma's en kreeg een absurdistisch inkijkje in de dagelijkse praktijk van belastingontwijking.

    Vrijdagmiddag 3 uur, de Dam in Amsterdam. Vlak naast het nationaal monument verzamelt een klein gezelschap zich voor een wonderlijke fietstocht door de stad. Hun gids is Arno Wellens, een voormalig Quote-journalist die zich heeft gespecialiseerd in één specifiek onderdeel van de financieel-economische journalistiek: brievenbusfirma’s.

    Terzijde gestaan door de kunstenares Katinka Simonse — beter bekend onder haar artiestennaam Tinkebell — geeft hij zijn publiek een rondleiding langs verschillende locaties in de stad waar brievenbusfirma’s gevestigd zijn. Daarnaast bevindt zich in het programma ook één bank, die de miljarden beheert van talrijke Russische en Oekraïense oligarchen. Het centrale thema van de rondleiding: kamerplanten.

    Geen enkele activiteit

    Kamerplant Tours, zo heet het initiatief. Het is geen commerciële onderneming, maar een kunstproject van Tinkebell waarin ze samenwerkt met Wellens. De naam is ontleend aan het vestigingsbeleid dat de Nederlandse Belastingdienst hanteert voor buitenlandse bedrijven. Wil een bedrijf in ons land als bedrijf erkend worden, dan dient het niet alleen te beschikken over een kantooradres, maar moet het ook voldoen aan enige eisen met betrekking tot de meubilering. Zo moet er op z’n minst een bureau staan, een stoel, en… een kamerplant.

    "Zolang ze maar een kamerplant aanschaffen, komen dubieuze buitenlandse partijen een heel eind"

    De bepaling is vooral bedoeld voor bedrijven die in werkelijkheid helemaal geen bedrijven zijn, omdat er geen mensen werken en omdat ze uitsluitend zijn opgericht voor het papieren beheer van de assets. Voor zulke bedrijven bestaat een naam: brievenbusfirma’s. Kort door de bocht uitgelegd: door de activiteiten in het buitenland uit te voeren en het geld door te sluizen naar Nederland, hoeft er in geen van beide landen belasting te worden betaald. 

    Natuurlijk, de werkelijkheid zit iets ingewikkelder in elkaar, en in de praktijk gooit de Nederlandse overheid het regelmatig met zulke bedrijven op een akkoordje. Toch maken de geldende regels het voor dubieuze buitenlandse partijen vrij simpel om formeel kantoor te houden in Nederland, terwijl ze hier feitelijk geen enkele activiteit uitoefenen. Zolang ze maar niet vergeten een kamerplant aan te schaffen, komen ze al een heel eind.

    Wellens heeft zelf geen fiets ter beschikking, omdat die bij het depot staat

    Op de bagagedrager

    De rondleiding is een typisch Amsterdamse aangelegenheid. Journalist Wellens vertelt dat hij zelf geen fiets ter beschikking heeft, omdat die in beslag is genomen en bij het depot staat. Hij rijdt op de fiets van Tinkebell; de kunstenares zit achterop.

    Al even Amsterdams als de omstandigheden waaronder Wellens zijn fiets is kwijtgeraakt, is zijn totale gebrek aan ontzag voor rode stoplichten — iets waar hij zijn toehoorders bij het begin van de tour overigens wel netjes voor waarschuwt. En al binnen een kilometer rijdt de gids lek, waardoor er een herschikking moet plaatsvinden van fietsers en bijrijders. Wellens leent de fiets van een vrouwelijke deelnemer, die de tour vervolgt op haar eigen bagagedrager. Tinkebell zet haar gehavende fiets op slot en gaat achterop bij een andere deelnemer.

    Korte tijd later bereikt het gezelschap de eerste bezienswaardigheid van de rondleiding:  de Amsterdam Trade Bank, gevestigd in de Gouden Bocht van de Herengracht. Deze bank, waar FTM eerder al over schreef, is volgens Wellens de eindbestemming van veel van het via corruptie en criminaliteit verkregen geld dat vanuit Rusland en Oekraïne naar Nederland vloeit. Ook de huidige president van Oekraïne, Petro Poroshenko, heeft er volgens de journalist een fortuin aan fout geld gestald.

    Mijnwerkers in een grachtenpand

    De volgende stop op de tour is een brug over de Leidsegracht. Wijzend naar een grachtenpand van vrij bescheiden proporties, vertelt Wellens dat daar officieel 986 mensen werken. Er is namelijk een Portugees mijnbouwbedrijf gevestigd dat actief is in Angola. Uiteraard is de mijn zelf de eigenlijke werkplek van de bijna duizend personeelsleden. 

    In een grachtenpand van vrij bescheiden proporties werken officieel 986 mensen

    De oprichter van dit mijnbouwbedrijf, zo zegt Wellens, is een zekere Ricardo Espírito Santo: een telg uit een oud Portugees bankiersgeslacht dat na de revolutie uitweek naar het buitenland. Eind jaren ’80 wist Ricardo de bank Espírito Santo in handen te krijgen, die uitgroeide tot de grootste van Portugal — en uiteindelijk met miljarden euro’s moest worden gered. Omdat het door Espírito Santo opgerichte mijnbouwbedrijf in Angola is vrijgesteld van winstbelasting — een concessie van de Angolese staat om investeerders uit rijke landen te trekken — en er in Nederland een deelnemingsvrijstelling geldt, betaalt het bedrijf noch in Angola, noch in Nederland belasting.

    Ook in Portugal, waar het geld vanuit Nederland naar wordt doorgesluisd, hoeft geen belasting te worden afgedragen. Het geld is in Angola namelijk al ‘belast’ en er mag geen dubbele belasting worden geheven. 

    Rechtsomkeert

    Of er een kamerplant staat in het pand aan de Leidsegracht kunnen we niet controleren, maar dat is anders op de laatste locatie van de tour: de Zuidas. Hier, dichtbij Schiphol, is het gros van de brievenbusfirma’s gevestigd. De Belastingdienst heeft namelijk bepaald, zo vertelt Wellens, dat een buitenlands bedrijf dat formeel in Nederland is gevestigd, meerdere keren per jaar op locatie een aandeelhoudersvergadering dient te beleggen. 

    Om aan deze aanwezigheidsplicht te voldoen vliegen de buitenlandse aandeelhouders naar Nederland; de meesten willen hier echter geen minuut langer blijven dan nodig is. Zodra ze zich op de vergadering hebben gemeld, maken ze dus weer rechtsomkeert om met hetzelfde vliegtuig te vertrekken waarmee ze gekomen zijn.

    "Zodra de aandeelhouders zich op de vergadering hebben gemeld, vertrekken ze met hetzelfde vliegtuig"

    Saillant detail is overigens dat deze meldplicht ook door mensen wordt geëerbiedigd — Wellens noemt met name Oekraïners — die officieel Nederland niet in mogen omdat ze als ongewenste vreemdeling staan geregistreerd. Kennelijk belet het verbod om voet te zetten op Nederlandse bodem deze personen in de praktijk niet om in ons land officieel de aandeelhoudersvergaderingen van hun ‘bedrijven’ bij te wonen.

    Indringers

    Op de Zuidas gaan de deelnemers zonder hun gids op pad. Zelf kan Wellens niet mee, legt hij uit, want in het kantoorpand waar de Oekraïense brievenbusfirma Metinvest zich bevindt kent men zijn gezicht zo langzamerhand. Zodra de bewaking hem in de smiezen krijgt zal hij dus direct worden weggestuurd. De kunst is om het gebouw binnen te lopen en net te doen alsof je weet waar je moet zijn. Dan laten de receptionist en de beveiligers je wel met rust.

    En zo gaat het inderdaad. Op vrijdagmiddag is niemand erg verdacht op indringers; de deelnemers bereiken twee aan twee de liften zonder te worden tegengehouden. Op de vijftiende verdieping van het pand vinden ze inderdaad Metinvest, een holding die formeel eigenaar is van het Russische staalbedrijf Azovstal. De huidige eigenaar van Azovstal en Metinvest is de Oekraïense miljardair Rinat Achmetov; hij bezit onder andere ook de voetbalclub Sjachtar Donetsk.

    Het kantoor van Metinvest is totaal verlaten; er brandt zelfs geen licht. Door het glas is één detail echter duidelijk zichtbaar: de kamerplant. Dit is dus naar de maatstaven van de Nederlandse Belastingdienst een echt bedrijf.

    Een kamerplant als fiscaal toetsingscriterium — het is zó absurd dat je het niet kunt verzinnen. Je ziet zo’n belastingambtenaar denken: als er een kamerplant staat, moet er ook iemand zijn die dat ding water geeft en dat betekent dat er gewerkt wordt. En als er gewerkt wordt, is het dus een echt bedrijf.

    Cash verdacht, aandelen niet

    Wellens legt uit dat Metinvest in staat is geweest om het eigendom van Azovstal over te hevelen naar Nederland omdat het een miljardentransactie in aandelen betrof, in plaats van in geld. Hij laat de balans van Metinvest zien: daarop staat inderdaad dat tussen 4 oktober en 30 december 2013 de fixed financial assets van Metinvest zijn gegroeid van 0 euro naar 2.183.271.014 euro.

    Je ziet zo’n belastingambtenaar denken: als er een kamerplant staat, moet er ook iemand zijn die dat ding water geeft 

    ‘Financiële transacties kunnen vanaf 15.000 euro al als verdacht worden aangemerkt,’ aldus Wellens, ‘maar als er een waardeoverdracht van miljarden euro’s in aandelen plaatsvindt, is er geen haan die ernaar kraait. Bovendien is de controle op die financiële transacties ook problematisch, want als je 30.000 euro aan crimineel geld wilt verplaatsen, spreid je dat bedrag gewoon over drie transacties in plaats van het in één keer over te maken.’ Het laat nog maar eens zien dat er in Nederland op z’n zachtst gezegd het nodige schort aan het toezicht op financiële transacties en op geld- en kapitaalstromen.

    Als slot van de tour dirigeert Wellens zijn publiek nog naar een andere brievenbusfirma: D.tek, gevestigd in het World Trade Center. In deze holding, eveneens eigendom van Achmetov, zijn de Oekraïense nutsbedrijven ondergebracht. Dat maakt D.tek tot een miljardenorganisatie. Ook bij het kantoor van deze firma, pal naast een vestiging van Saxo Bank, zien we het geijkte beeld: een verlaten kantoor met een goed onderhouden kamerplant.

    De ambtenaar van de Belastingdienst die hier eventueel ooit controle komt doen, zal ongetwijfeld tevreden knikken.

    Over de auteur

    Take Ligteringen

    Take (Amsterdam, 1969) verrichte zijn eerste journalistieke arbeid in 1993, toen hij als student geschiedenis het ultieme stu...

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid