Belastingvoordeel en politieke inmenging: Heineken gaat nu ook naar Mozambique

    Nederland steunt investeringen van het eigen bedrijfsleven die arme landen meer welvaart moeten brengen, zoals een nieuwe Heineken-brouwerij die binnenkort opent in Mozambique. Dat klinkt aantrekkelijk, maar profiteert het gastland daar werkelijk van? Olivier van Beemen rapporteert uit Maputo, de hoofdstad van Mozambique.

    Nog voor de opening van een gloednieuwe brouwerij was Heineken deze zomer al voorpaginanieuws in Mozambique. Intern onderzoek als gevolg van onthullingen in het boek Bier voor Afrika had uitgewezen dat jonge vrouwen die in lokale barretjes het Nederlandse merk moesten aanprijzen, met seksueel misbruik te kampen hadden. De klachten waren dermate ernstig dat het bedrijf besloot de promotieactiviteiten per direct op te schorten. Aan welke handelingen de zogeheten promotiemeisjes waren blootgesteld, weigert de brouwer bekend te maken. Elders op het continent vindt Heineken ongewenste intimiteiten, prostitutie en gedwongen seks met superieuren onvoldoende reden om met de omstreden promotieactiviteiten te stoppen.

    Schandalen

    Het is niet het enige schandaal waarin Heineken in Afrika verwikkeld is. Zo is er een grootschalige fraudezaak in Nigeria, mogelijke medeplichtigheid bij genocide en oorlogsmisdaden in Rwanda en Congo, en grensoverschrijdend gedrag van topman Jean-François van Boxmeer, die in Afrika een relatie had met een promotiemeisje.

    Al deze kwesties vormen voor het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken geen beletsel om zich te blijven inzetten voor de belangen van de bierbrouwer. Onze regering toont zich volgens een recent rapport van de internationale organisatie Transparency International nauwelijks bereid tot vervolging van bedrijven die in het buitenland van omkoping en corruptie worden verdacht, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, Italië, het Verenigd Koninkrijk en de VS.

    Heineken-bestuursvoorzitter Jean-François van Boxmeer had in Afrika een relatie met een promotiemeisje.Heineken-bestuursvoorzitter Jean-François van Boxmeer had in Afrika een relatie met een promotiemeisje.

    Ook in Mozambique, waar de Amsterdamse multinational in 2016 een distributie- en verkoopmaatschappij begon, en binnenkort een nieuwe brouwerij opent, kan Heineken nog altijd rekenen op de volledige steun van Buitenlandse Zaken.

    Het bedrijf geldt in de ogen van het ministerie als een van de meest geslaagde voorbeelden van het gecombineerde beleid van hulp en handel dat minister Sigrid Kaag overnam van haar voorganger Lilianne Ploumen. Het is in feite een voortzetting van een aanpak die van midden jaren zestig tot eind jaren tachtig ook al in zwang was en bekend staat als ‘de zaak van welbegrepen eigenbelang’: ontwikkelingslanden kregen bilaterale hulp die zij verplicht uitgaven in het donorland. Tegenwoordig is het idee dat Nederlandse bedrijven bijdragen aan de ontwikkeling van Afrikaanse gastlanden en in ruil daarvoor worden bijgestaan door de Nederlandse regering, zowel in financiële als praktische zin. Hoe pakt dat in de praktijk uit?

    Pariastatus

    Voor Heineken is het niet de eerste kennismaking met Mozambique. De Amsterdamse brouwer bracht al kratjes bier naar de Afrikaanse oostkust toen het land nog een Portugese kolonie was. In interne reisverslagen van Heineken uit 1961 en 1964 lezen we dat het bedrijf na de dekolonisatiegolf van begin jaren zestig blij was met ‘de krachtige hand’ van de Portugese dictator Salazar, waardoor er ‘politieke rust’ heerste. Portugal zou ‘zijn koloniën niet makkelijk loslaten en [wilde] tezamen met Rhodesië, Zuid-Afrika en Angola een blok vormen tegen het opdringende zwarte ras’

    De Nederlanders betreurden het dat de kolonie geen officiële rassenscheiding kende in cafés

    Wel betreurden de Nederlanders het dat de kolonie geen officiële rassenscheiding kende in cafés. In hun reisverslagen schrijven ze: ‘Desalniettemin ziet men zelden negers in de Europese etablissementen. De bevolking is vrij achterlijk (gehouden) en bijzonder arm, zodat automatisch het financiële aspect de toch wel gewenste scheiding tot stand heeft gebracht.’ Destijds werd al veelvuldig geprotesteerd tegen apartheid, vooral na het bloedbad van Sharpeville in Zuid-Afrika in 1960. En in 1962 riepen de Verenigde Naties voor het eerst op tot een handelsboycot uit protest tegen de geïnstitutionaliseerde rassenscheiding in het buurland van Mozambique.

    Ruim een halve eeuw nadat medewerkers deze teksten opschreven, lijkt Heinekens houding tegenover Afrika nog weinig verbeterd. Zo komt de investering van honderd miljoen dollar in een nieuwe brouwerij juist terwijl Mozambique een internationale pariastatus geniet bij geldschieters en investeerders, vanwege een omvangrijk politiek-financieel schandaal, waarbij ongeveer een half miljard dollar als sneeuw voor de zon verdween. Het IMF, de EU en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank draaiden de geldkraan dicht en vrijwel alle buitenlandse investeerders schortten hun plannen op.

    Menigeen keek vorig jaar dan ook verbaasd op dat Nederland als eerste westerse natie de banden met Mozambique weer aanhaalde. In mei 2017 werd president Filipe Nyusi uitgenodigd voor een driedaags staatsbezoek in Den Haag en Amsterdam, waar hij met alle egards werd ontvangen door onder meer de koning, de premier en de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. ‘Waarom nu?’ vroeg onderzoeksjournalist Erik Charas zich af in NRC.

    Het antwoord, zo bleek al snel, was gelegen in de Nederlandse koopmansgeest. Heineken en Shell stonden te popelen om in Mozambique te investeren. Het land gold voor 2015 nog als een van de sterkste ‘Afrikaanse leeuwen’, landen met uitzonderlijke groeicijfers. Sinds de eeuwwisseling was de omvang van de economie elk jaar met gemiddeld 7 procent toegenomen en in 2010 bleek het land bovendien een van ’s werelds grootste gasvoorraden onder de grond te hebben. Het IMF voorspelde groeicijfers die konden oplopen tot 24 procent – per jaar.

    Nadruk op hulpprogramma’s

    Wat is er tijdens dat staatsbezoek precies gebeurd? Zeker is dat de president en Heineken-vertegenwoordigers elkaar uitvoerig hebben gesproken. Ook had de brouwer al enkele jaren verkennend onderzoek verricht, onder meer naar de watervoorziening.

    ‘Als je blij bent met de hulp, moet je ook openstaan voor onze bedrijven’

    Vanuit de Nederlandse ambassade werd er volgens verschillende bronnen tevens hard gelobbyd voor een vergunning om lokaal te kunnen brouwen. Daarbij legden diplomaten de nadruk op de hulpprogramma’s van Nederland, onder het motto: als je blij bent met de hulp, moet je ook openstaan voor onze bedrijven. ‘Beide werden wel erg uitdrukkelijk met elkaar verbonden,’ zegt Eduardo Sengo van de werkgeversvereniging CTA. Het ministerie van Buitenlandse Zaken erkent dat en schrijft in een reactie dat het daarbij vooral landbouwprojecten betrof die ertoe moeten leiden dat Heineken goedkoop lokaal graan kan inkopen.

    Volgens Sengo werd de komst van Heineken vooral vertraagd door hevige weerstand van de lokale brouwer Cervejas de Moçambique (CDM), onderdeel van de wereldwijde marktleider AB InBev. Andere bronnen bevestigen dat. CDM heeft nagenoeg het monopolie op de nationale biermarkt en investeerde recent veel geld in uitbreidingen.

    CDM geldt als een machtsfactor van betekenis in Mozambique. Niet alleen is het een van de grootste belastingbetalers, bestuursvoorzitter Tomaz Salomão is bovendien lid van de invloedrijke politieke commissie van Frelimo, de partij die het land sinds de onafhankelijkheid van 1975 regeert. Bovendien is zowel de staat als de investeringsmaatschappij van de regeringspartij aandeelhouder. Die partijen hebben dus alle belang bij goede resultaten.

    Sengo: ‘CDM heeft alles in het werk gesteld om de rivaal buiten te houden, maar op het hoofdkantoor van Heineken zijn ze er toch uitgekomen. Ik snap nog steeds niet hoe het ze is gelukt een vergunning te krijgen.’ Sengo acht dat uitsluitend mogelijk met steun van een invloedrijke lokale relatie met politieke connecties – vertegenwoordigers van de anti-corruptieorganisatie CIP en de vooraanstaande econoom Roberto Timbana delen die mening – maar Heineken claimt het volledig op eigen kracht te hebben klaargespeeld.

    Ambassade: Mozambique moet wetten veranderen

    Bovendien blijkt uit interne beleidsdocumenten en e-mails van ambassadeur Pascalle Grotenhuis dat de Nederlandse ambassade zich sterk heeft gemaakt voor nieuwe wetgeving in Mozambique. Heineken wil de investeringskosten uitsmeren over tien in plaats van vijf jaar, zodat het lokaal minder winstbelasting hoeft af te staan. En de multinational met een beurswaarde van bijna 50 miljard euro stelt voor een speciaal accijnstarief te creëren voor ‘kleine brouwerijen’, waarvoor het zelf in aanmerking wenst te komen.

    Voor zover we konden nagaan is dit speciale tarief (nog) niet ingevoerd, maar Heineken heeft in elk geval al een flinke accijnskorting bedongen voor de eerste drie jaar. Dat ontdekte de onderzoekskrant Verdade. Het eerste jaar betalen de Nederlanders slechts de helft, het tweede jaar krijgen ze 37,5 procent korting en het derde jaar 25 procent. Deze regel geldt alleen voor nieuwkomers, waardoor Cervejas de Moçambique het nakijken heeft. Om de rivaal van Heineken niet tegen de haren in te strijken, besloot de regering bier met een hoog percentage lokale ingrediënten eveneens fiscaal te ontzien. Die regeling geldt echter voor alle spelers, dus ook Heineken kan ervan profiteren.

    De multinational heeft handig gebruik gemaakt van de wanhoop van de regering

    De komst van de Nederlandse multinational leidt er zodoende toe dat de zo goed als failliete staat de komende jaren waarschijnlijk minder accijnsinkomsten uit bier zal ontvangen. Alleen wanneer de Mozambikanen dusdanig meer bier gaan drinken dat de belasting uit die extra consumptie de gederfde inkomsten overtreft, gaan de publieke financiën erop vooruit. Dat zou echter betekenen dat de bevolking een aanzienlijk groter deel van haar inkomen aan drank zou besteden, met waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de economische ontwikkeling en de gezondheidszorg. ‘Deze economie heeft buitenlandse investeringen en nieuwe banen hard nodig,’ oordeelt de Nederlandse ontwikkelingseconoom Jorrit Oppewal, die in de hoofdstad Maputo woont. ‘Maar een accijnsverlaging om Heineken binnen te halen vind ik schandalig.’

    Al deze voordelen zijn volgens econoom Timbana en andere bronnen in Maputo onnodig, zowel voor Heineken als voor de regering. Ze zijn ervan overtuigd dat Heineken na jaren van voorbereiding toch wel zou komen en wijzen erop dat de brouwer ook zonder fiscale cadeautjes prima zaken kan doen in een land met lage loonkosten en een enorm groeipotentieel. De multinational heeft volgens hen handig gebruik gemaakt van de wanhoop van de regering, die in een diepe crisis verkeert sinds het schandaal is losgebarsten. Daardoor was de onderhandelingspositie van de staat zwak en kon Heineken het onderste uit de kan halen.

    Heineken ziet dat anders. ‘De tijdelijke accijnsverlaging heeft wel degelijk grote invloed gehad op onze beslissing om in Mozambique te investeren, en de timing daarvan,’ meldt het bedrijf schriftelijk. ‘Heineken heeft verschillende opties om in (nieuwe) Afrikaanse markten te investeren en zal altijd de aantrekkelijkheid en het te behalen rendement van de ene investering vergelijken met de andere.’ Hiermee suggereert het bedrijf dat het landen tegen elkaar uitspeelt om zo gunstig mogelijke voorwaarden te bedingen, een fenomeen dat bekendstaat als the race to the bottom.

    Multinationals kosten geld

    Voor president Nyusi is de investering van groot belang, omdat hij zijn landgenoten wil laten zien dat zijn land onder zijn leiding nog steeds aantrekkelijk is voor buitenlandse bedrijven. Borghes Nhamire van de anti-corruptieorganisatie CIP laat ter illustratie een recente voorpagina van een krant zien, waarop een trotse minister staat afgebeeld onder de kop Wij trekken multinationals aan. Nhamire: ‘Het dient vooral als binnenlandse propaganda. De achterban moet de indruk krijgen dat het land goed wordt bestuurd en de komst van Heineken dient als bewijs daarvoor. Maar de doorsnee-Mozambikaan heeft geen idee onder welke voorwaarden zo’n bedrijf komt.’

    ActionAid berekende dat Mozambique jaarlijks ruim een half miljard dollar misloopt door gunstige belastingregelingen

    In Maputo wordt inmiddels in steeds bredere kring betwijfeld of investeringen zoals die van Heineken het land überhaupt iets opleveren, of dat ze juist geld kosten. De internationale ngo ActionAid berekende onlangs dat Mozambique jaarlijks ruim een half miljard dollar misloopt door gunstige belastingregelingen, en voegt daaraan toe dat minder dan een kwart van dat bedrag genoeg zou zijn om onderwijs te bieden aan alle kinderen in het land die nu niet naar school gaan.

    Volgens critici gebruiken regeringen al meer dan twintig jaar hetzelfde argument ter rechtvaardiging van de fiscale voordelen: we moeten bedrijven hierheen lokken met goede voorwaarden, dan volgen andere ook en profiteert de hele economie. ‘Maar zo werkt het niet, in elk geval hier niet,’ zegt corruptiebestrijder Fatima Mimbire. ‘We merken dat internationale miljoeneninvesteringen het lokale bedrijfsleven nauwelijks opdrachten opleveren en dat het aantal nieuwe banen zeer beperkt blijft. Het ontbreekt lokale bedrijven aan vakkennis, zodat voor vrijwel elke opdracht buitenlandse bedrijven worden ingeschakeld.’

    Zo ook bij Heineken. Het klinkt indrukwekkend dat Heineken honderd miljoen dollar investeert in Mozambique, maar het grootste deel van de uitgaven is bestemd voor de import van apparatuur en bouwmateriaal. Ook bijvoorbeeld flessen, vrachtwagens en transport komen uit het buitenland. Een oud-medewerker die betrokken was bij de aanleg van meerdere brouwerijen in Afrika, schat dat ‘hooguit 10 procent’ van de totale investering ten goede komt aan de lokale economie. ‘Het hangt ervan af of ze met lokale aannemers werken of niet, anders is het nog veel minder.’

    De investering in Mozambique is voor Heineken een uitgelezen kans om te laten zien dat het bedrijf heeft geleerd van de reeks wanpraktijken die voor het eerst aan het licht kwam in Heineken in Afrika (2015). De brouwer, die na de publicatie van dat boek ‘soul searching’ beloofde, zou opener en eerlijker kunnen communiceren en beter zijn best mogen doen om écht iets bij te dragen aan de lokale economie.

    Maar dat lijkt ijdele hoop. De multinational is gewoon op de oude voet verder gegaan.Derden wordt voorgehouden dat de brouwerij een fantastische investering is voor het land, maar in werkelijkheid profiteren vooral de eigen aandeelhouders. Intussen wordt de overheid van een straatarm land onder druk gezet om via belastingconstructies gul mee te betalen aan de bouw van een bierbrouwerij.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Olivier van Beemen

    Gevolgd door 163 leden

    Olivier van Beemen was correspondent in Frankrijk en deed de afgelopen jaren onderzoek naar Heineken in Afrika.

    Volg Olivier van Beemen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren