Ferd Grapperhaus
© ANP / Koen van Weel

Minister Grapperhaus bemoeit zich met corruptiezaak Shell

Vier ngo’s hebben Shell aangeklaagd vanwege een groot corruptieschandaal waarin het oliebedrijf de hoofdrol speelt. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak al enige tijd in onderzoek, en constateerde in maart 2019 dat er sprake was van strafbare feiten. De onbeantwoorde vraag: zou het uitdraaien op schikken, of op vervolging? De zaak komt op scherp te staan: enerzijds lijkt de minister van Justitie zich er vrij intensief mee te hebben bemoeid, en vorige week stelde Shell dat van een schikking geen sprake kan zijn.

Bij zijn allereerste begrotingsbehandeling zei minister Ferd Grapperhaus, altijd goed voor een bon mot, dat hij bij zijn geboorte ‘in de ketel van rechtsstatelijkheid’ was gevallen. En vlak voordat hij minister werd, schreef Grapperhaus het boek Rafels aan de Rechtsstaat, waarin hij de financiële dominantie van multinationals hekelde omdat die gemeenschapszin zou afbreken. Doordat de multinationals zoveel geld hebben, worden ze bevoorrecht, en daarmee  wordt de slagkracht van de gemeenschap beperkt. Dat moest anders, vond Grapperhaus. 

Mooie woorden, maar maakt Grapperhaus ze ook waar? Als je kijkt naar zijn optreden in de OPL 245-zaak kan je daar vraagtekens bij zetten. In deze zaak is Shell verstrikt in misschien wel het grootste corruptieschandaal ooit. 

Via de derdenrekening

Nog even in herinnering roepen waar die kwestie ook alweer over ging: in Nigeria aasden het Nederlands-Britse Shell en het Italiaanse ENI op een gigantisch olieveld (OPL 245) voor de kust van het Afrikaanse land. Dat was in handen van een corrupte ex-olieminister. Met die man wilden ze geen zaken doen, maar ze wilden wél de rechten op het stuk zee verwerven. En dus bedachten juristen op het hoofdkantoor van Shell in Den Haag een constructie. Op een zogenoemde derdenrekening zou geld worden gestort ten name van de Nigeriaanse Federale Staat, die het weer zou doorsluizen naar de corrupte ex-minister. Zo geschiedde. Over deze zaak schreef ik eerder een uitgebreide terugblik.

Dat de affaire naar buiten kwam, is te danken aan twee handlangers die, ondanks eerdere beloften van de ex-olieminister, konden fluiten naar tientallen miljoenen dollars bemiddelingsgeld. De ene stapte naar de FBI om zijn beklag te doen, de andere deed zijn verhaal bij een Britse rechter.

Sindsdien is de zaak gaan rollen. Inmiddels lopen er verschillende rechtszaken, eentje in Nigeria en een in Italië. Een voormalig minister van Justitie van Nigeria die in de zaak een sleutelrol vervulde, is onlangs door Dubai uitgeleverd aan dat land. In de Italiaanse zaak zijn al twee mensen veroordeeld; ook hoge Shell-functionarissen staan daar terecht. En onlangs is de Nigeriaanse zakenman Aliyuh Abubakr opgeroepen als verdachte; in Nigeria heeft hij de bijnaam ‘mr. Corruption’. 

De grote vraag is of er in Nederland ook een rechtszaak komt. 

De voorliefde voor schikking

Vier maatschappelijke organisaties uit Nigeria, Groot-Brittannië en Italië deden in december 2017 aangifte tegen Shell en tegen individuele vertegenwoordigers van dat bedrijf, waaronder de huidige ceo Ben van Beurden. Het Openbaar Ministerie nam de zaak in onderzoek. In januari 2019, ruim een jaar later, informeerden de vier ngo’s bij Grapperhaus hoe het met dat onderzoek ging. Ze hadden namelijk ‘uit verschillende bronnen’ vernomen dat het tot een schikking zou komen. En dat was niet zo vreemd: in Nederland is het de gewoonte om met grote bedrijven die het niet zo nauw nemen met de regels een deal te sluiten. Dat gebeurde de afgelopen jaren onder meer met SBM Offshore, met de Rabobank, Vimpelcom en met de ING.

‘Ik vind het geen goede beslissing om dit buiten de rechter om af te doen. Dit is niet zomaar een willekeurige fraude’

Die gewoonte om zaken te schikken, leidt tot veel kritiek. In een rapport bepleitte Transparancy International in 2017 terughoudendheid wat betreft onderhandse regelingen, en stelde de organisatie een rechterlijke toets voor bij schikkingen. In 2014 zei oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens in Buitenhof dat er ‘grenzen moesten worden gesteld’ aan het aantal zaken waarin wordt geschikt, omdat zulke zaken zo worden weggehouden bij de rechter en dus bij het grotere publiek. Hij pleitte er tevens voor om bij schikkingen van enkele tienduizenden euro of meer een rechter mee te laten kijken, zodat ook als het niet tot een langdurige rechtszaak komt, er toch enige controle is door de onafhankelijke rechter. 

Maar veel veranderde er niet.

In september 2018 liepen de gemoederen hoog op toen in de ING-zaak toch werd geschikt, voor maar liefst 775 miljoen, nadat de bank op grote schaal witwaspraktijken had gefaciliteerd. Het Openbaar Ministerie stelde toen dat ‘velen verantwoordelijk zijn voor verwijtbaar gedrag’, maar dat de strafbare feiten niet aan individuele personen waren toe te rekenen, ook niet aan de leiding van de ING.

Corsten, de voormalige president van de Hoge Raad, werd weer om commentaar gevraagd. Hij bleef in Nieuwsuur bij zijn standpunt uit 2014: ‘Ik vind het geen goede beslissing om dit buiten de rechter om af te doen. Dit zijn nu typisch zaken die zó groot zijn, dat is niet zomaar een willekeurige fraude. Een enorme fraude als deze had aan de rechter moeten worden voorgelegd.’ 

Wat die zaak extra pikant maakte, was dat minister Grapperhaus tot aan zijn ministerschap de ING als advocaat had bijgestaan, namens het Zuidas-kantoor Allen & Overy in arbeidsrechtelijke zaken. In diezelfde periode voerde zijn collega Hendrik Jan Biemond onderhandelingen over de schikking met de staat. Dus toen Grapperhaus de leiding kreeg over het ministerie, zaten zijn ambtenaren samen met zijn voormalige collega aan de onderhandelingstafel. Bij Allen & Overy weten ze overigens alles van grote schikkingen. Want een andere collega van Grapperhaus, Sietze Hepkema, stapte over naar SBM Offshore waar hij nauw betrokken was bij de megaschikking die dat bedrijf na zijn komst in 2014 trof met het Openbaar Ministerie.

Veel beloftes

Na de ING-schikking was de verontwaardiging in de Tweede Kamer groot. Een meerderheid vond dat moest worden onderzocht, precies zoals Corstens suggereerde, hoe de rechter voortaan kon meekijken bij zulke zogenaamde Hoge Transacties. Minister Grapperhaus zei toen dat hij hierover ‘graag open-minded de discussie wilde aangaan’. Een motie over deze kwestie raadde hij af, maar die werd desondanks aangenomen. Dat was op 22 november 2018. Een jaar later, op 19 december 2019, liet de minister de Kamer weten ‘de regeling van rechterlijke betrokkenheid [..] te overwegen’.

Daarna werd het stil.

Wel kwam er in maart 2019 opeens beweging aan het Nigeria-front. Het Openbaar Ministerie liet weten dat op basis van het lopende onderzoek sprake was van vervolgbare strafbare feiten. Of het tot schikking dan wel tot vervolging zou komen, lieten de justitiële autoriteiten naar buiten toe in het midden. 

Daarna werd het ook daar stil. 

Volg de Shell papers

FTM en Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) onderzoeken de verwevenheid van Shell en de Nederlandse overheid door middel van 17 Wob-verzoeken naar meerdere ministeries, provincies en gemeentes. Op het Wob-dashboard vind je een overzicht van alle procedures:

Lees verder Inklappen
wob-dashboard

Advocaat slaat aan het wobben

De advocaat van de vier ngo’s die de aanklacht tegen Shell hadden ingediend, Barbara van Straaten van Prakke D’Oliviera, vond het ondertussen wel erg lang duren. En dus vroeg ze, met een beroep op de Wet openbaarheid bestuur, bij de ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken alle interne stukken op die betrekking hadden op de zaak. NRC Handelsblad publiceerde op 30 januari van dit jaar als eerste over de zo verkregen stukken, onder de raak gekozen kop ‘Minister wilde alles weten over mogelijke schikking Shell’.

De stukken laten zien dat Grapperhaus al in een vroeg stadium en op eigen verzoek nauw bij de zaak betrokken werd. Op 2 juli 2018 – dus ruim voor het OM naar buiten kwam met de mededeling dat vervolging van Shell een optie was – zat Grapperhaus met de top van het Openbaar Ministerie om de tafel om over het dossier OPL 245 te spreken. Vrij snel volgden op zijn verzoek nóg twee bijeenkomsten over wat ‘een gevoelig onderwerp’ werd genoemd. Een ambtenaar schreef in een stuk dat ‘media-aandacht gekoppeld aan het beleid rond Hoge Transacties’ in acht moest worden genomen. 

In totaal werden drie gesprekken gevoerd, in bijzijn van de voorzitter van het college van procureurs-generaal, de toenmalige hoofdofficier van het landelijk parket en de waarnemend hoofdofficier van het functioneel parket. Uit de gewobde stukken blijkt alleen wanneer en met wie de minister gesproken heeft, niet wat hij of de andere aanwezigen hebben gezegd. Wel heeft de minister deze week, in antwoord op Kamervragen die de D66-leden Sneller en Groothuizen stelden naar aanleiding van de publicatie in NRC Handelsblad, laten weten dat hij niet heeft gevraagd om een schikking te treffen met Shell en ook zijn ambtenaren daar niet op hebben aangedrongen. De goede lezer kan daaruit afleiden dat het idee om te schikken van het OM afkomstig is, maar dat er nog geen besluit over is genomen.

Terwijl het overleg tussen de minister en het OM liep en er al was gesproken over een mogelijke schikking, meldden de vier ngo’s zich als gezegd in januari 2019 om te vragen hoe het met het strafrechtelijk onderzoek stond. Over de vertrouwelijke gesprekken met de top van het OM zei de minister niets in zijn antwoord. Integendeel; hij meldde wat hooghartig dat in Nederland de scheiding der machten gold volgens de leer van de trias politica, en dat de beslissing om te vervolgen dus bij het OM lag. Dat had hem geïnformeerd dat het onderzoek nog liep, meer kon hij niet zeggen. ‘Gezien de bovengenoemde scheiding der machten is het niet gewenst dat ik op dit moment enige betrokkenheid heb of enige observatie deel over deze zaak,’ zo besloot de minister zijn brief.

Geen ‘bemoeienis mijnerzijds’

Na openbaarmaking van de gewobde stukken probeerde Grapperhaus de zaak meteen te sussen. In een briefje aan de Tweede Kamer stelde de minister dat hij was geïnformeerd door het OM, zodat hij zijn politieke verantwoordelijkheid kon nemen, indien daar aanleiding voor bestond. In een Kamerdebat stelde hij toe dat het OM hem slechts informatie had verschaft en dat zulks iets anders was dan ‘bemoeienis mijnerzijds’. In antwoorden op Kamervragen verklaarde hij dat gesprekken over ‘gevoelige strafzaken’ zowel op initiatief van het OM als van hemzelf konden plaatsvinden.

De minister probeert nu dan wel te doen alsof alles volgens het boek je gelopen, toch blijven er vragen. Want op grond van de geldende ‘aanwijzing hoge en bijzondere transacties’ wordt de minister pas in het allerlaatste stadium bij een voorstel tot transactie betrokken. En dus niet, zoals in de zaak OPL 245 is gebeurd, al in een veel vroeger stadium. Waarom heeft het OM al in een zo vroeg bij de minister aangeklopt, en is het niet vreemd dat de minister daarna zelf aandrong op vervolggesprekken? Was meer afstand niet vereist? 

Inmiddels is er alweer een nieuwe situatie ontstaan. 

Shell liet afgelopen week in een kort persbericht weten ‘vanwege Kamervragen en een veronderstelde discussie’ duidelijkheid te willen verschaffen. Het bedrijf stelde dat van een schikking geen sprake kon zijn. Immers, dan zou het verplicht schuld toegeven ‘en dat is voor ons nooit een optie geweest’. Ook meldt het bedrijf cryptisch dat ‘nooit is gevraagd aan het Openbaar Ministerie in gesprek te gaan over een mogelijke schikking’.

De vraag is niet langer om al dan niet te schikken. De keuze is nu: seponeren of vervolgen

Dit soort korte persberichtjes zijn altijd door de handen van een batterij juristen gegaan, en dus moet je goed opletten. Want er blijven vragen: zijn er bijeenkomsten geweest tussen Shell en het OM? Zijn er contacten geweest tussen Shell en de minister? En zo ja, wie heeft dan contact opgenomen? En waarover is gesproken? Hoe dan ook, Shell blijft bij het standpunt dat het al jaren uitdraagt: dat er een ‘volledig legale transactie was met de federale regering van Nigeria’. 

En zo kantelde de hele zaak opnieuw, en zit het Openbaar Ministerie en uiteindelijk ook Grapperhaus met een kersvers dilemma. De vraag is niet langer om al dan niet te schikken. De keuze is nu: seponeren of vervolgen. Seponeren zou zeer ongeloofwaardig zijn, aangezien het OM eerder vaststelde dat Shell strafbare feiten heeft gepleegd. De grote vraag is nu: durft het OM (en durft Grapperhaus) het aan om het grootste bedrijf van Nederland strafrechtelijk te vervolgen? 

Kamerlid Van Nispen heeft op 30 januari een debat aangevraagd over OPL 245; dat zal nog wel even op zich laten wachten door de overvolle agenda van de Tweede Kamer.

Harm Ede Botje
Harm Ede Botje
Onderzoeksjournalist. Volgt voor FTM het corruptieschandaal rondom olieveld OPL 245 in Nigeria.
Gevolgd door 339 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren