Als deurwaarders de wet overtreden, helpt de eigen beroepsorganisatie graag een handje mee

    De beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders stelde jarenlang alles in het werk om de fusie tussen de incassobedrijven van Das en twee grote deurwaarderskantoren in stand te houden. Vorige week oordeelde de tuchtrechter dat deze fusie in strijd is met de wet, omdat de onafhankelijkheid van deurwaarders op het spel staat. Het is niet de enige keer dat de beroepsorganisatie wettelijke regels aan haar laars lapt.

    Schuld bij de gemeente Den Haag? Na een aanmaning van incassobedrijf Cannock Chase – onderdeel van rechtsbijstandverzekeraar Das – staan de deurwaarders van Van Arkel aan de deur. Eerst met een dagvaarding, later ook met loonbeslag. Deurwaarders kosten geld, en dat brengen ze in rekening bij de schuldenaar. In Den Haag ging de winst die Van Arkel boekte naar het moederbedrijf: ook Das.

    Daarmee werden de deurwaarders loopjongens van de aandeelhouders van Das. En aangezien dat bedrijf alleen belang heeft bij winstmaximalisatie, ontstond een groter risico op harde executiemaatregelen. Dat wil zeggen: veelvuldig beslag leggen, zonder rekening te houden met de belangen van de schuldenaar. Geen fijne situatie voor armlastige Hagenaren die zo mogelijk verder in de schuldproblemen kwamen.

    Wat doet een deurwaarder bij het innen van schulden?

    Een gerechtsdeurwaarder is een ambtenaar in openbare dienst, benoemd door de Kroon. De deurwaarder heeft bijzondere wettelijke bevoegdheden om namens de schuldeiser schulden te innen na een vonnis van de rechter of een dwangbevel. Zo mag een deurwaarder beslag leggen op bijvoorbeeld loon, uitkering, huis of inboedel. Ook mag een deurwaarder overgaan tot executoriale verkoop van bijvoorbeeld huisraad. Dit zijn ‘ambtshandelingen’. De kosten voor deze ambtshandelingen brengt de deurwaarder in rekening bij de schuldenaar; de hoogte daarvan is wettelijk vastgesteld. In 2001 is marktwerking geïntroduceerd, waardoor vrije tariefafspraken tussen opdrachtgever en deurwaarder mogelijk zijn.

    Een deurwaarder dient vanwege zijn bijzondere positie onafhankelijk te zijn. Hij moet niet alleen de belangen dienen van zijn opdrachtgever, maar ook die van de schuldenaar. Een deurwaarder die zijn werk op een maatschappelijk verantwoorde manier wil uitvoeren, zal waar mogelijk maatwerk toepassen. Dat betekent bijvoorbeeld een betalingsregeling treffen, in plaats van loonbeslag leggen.

    Critici, waaronder veel deurwaarders, stellen dat de marktwerking voor uitwassen heeft gezorgd, die ten koste gaan van de schuldenaar. Bulkopdrachtgevers (zoals overheden) zouden de deurwaarders effectief tegen elkaar uitspelen, met als gevolg dat veel deurwaarders onder de kostprijs werken. Zeker bij de grote kantoren zou daarom geen ruimte meer zijn voor maatwerk.

    Lees verder Inklappen

    Deze situatie is niet alleen in strijd met de wet, maar ook met de eigen beroepsregels uit 2010. De tuchtrechter bekrachtigde die  in een geruchtmakende zaak vorige week nog: Das mag geen aandeelhouder zijn van een deurwaarderskantoor als Das ook opdrachten verstrekt aan dat kantoor. De aan Das gelieerde kantoren kregen een tik op de vingers, omdat hun onafhankelijkheid in het geding was gekomen. Al tijdens de procedure besloot Das zijn belang in de kantoren af te stoten.

    Voor veel deurwaarders was het onbegrijpelijk dat de KBvG dit ene bedrijf de hand boven het hoofd hield

    De uitspraak zelf is niet de reden voor al dat opwaaiend stof in deurwaardersland. Op de achtergrond speelt een ander verhaal: dat van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG), die hemel en aarde bewoog om Das te helpen bij het instandhouden van de illegale constructie. Deze koepel was tegelijkertijd ook wettelijk belast met toezicht op de integriteit van deurwaarders met een eigen tuchtrecht.

    Voor veel deurwaarders van kleinere kantoren was het onbegrijpelijk dat de KBvG, waar ze allemaal verplicht lid van zijn, dit ene bedrijf de hand boven het hoofd hield. Al sinds 2010 geldt voor deurwaarders een verbod op het hebben van een aandeelhouder die tevens opdrachtgever is, zoals een incassobureau. Talloze kantoren hebben sindsdien afscheid genomen van hun aandeelhouders, mede op aandringen van diezelfde KBvG.

    Volstrekte willekeur

    Twee kantoren bleven buiten schot: LAVG en Van Arkel, samen goed voor een marktaandeel van circa 20 procent. Als wettelijk toezichthouder op de beroepsgroep heeft de KBvG altijd geweigerd om de regels te handhaven. Voor een grote groep deurwaarders was het mede aanleiding de krachten te bundelen in een eigen belangenvereniging. Sinds 2014 drong die bij de KBvG meermaals aan een einde te maken aan deze in haar ogen oneerlijke situatie. Zonder resultaat.

    ‘Volstrekte willekeur’, noemt deurwaarder Oscar Boeder het beleid van zijn eigen beroepsorganisatie. Toen de KBvG in 2018 nog altijd op haar handen bleef zitten, startte Boeder namens de vereniging zelf de tuchtzaak, om een einde te maken aan ‘concurrentievervalsing’ en ‘rechtsongelijkheid’.

    Uit de stukken die beide partijen indienden, blijkt dat de KBvG veel verder ging dan het gedogen van een illegale constructie. Het bestuur heeft grote moeite gedaan om de regels aan te passen ten gunste van Das, tegen de wens van een groot deel van haar achterban en het Ministerie van Justitie. In 2012 kwam het bestuur met een nieuwe Verordening Onafhankelijkheid van de Gerechtsdeurwaarder die ter goedkeuring werd voorgelegd aan het ministerie.

    Dat goedkeurende stempel bleef uit, nu de staatssecretaris van oordeel was dat de onafhankelijkheid in gevaar zou komen. Al in 2010 had de minister immers al aangedrongen ‘op een duidelijker en gemakkelijker te handhaven regeling, door participatie in gerechtsdeurwaarderskantoren door anderen dan gerechtsdeurwaarders als hoofdregel uit te sluiten.Zo is het ook geregeld voor notarissen en advocaten – daar zijn externe aandeelhouders ook verboden vanwege het waarborgen van de onafhankelijkheid.

    Toch volhouden

    Niet zo gek dus dat veel deurwaarders verwachtten dat de KBvG zich in allerijl tot LAVG en Van Arkel zou wenden met het verzoek in overleg te treden met Das over de verkoop van de aandelen, op straffe van tuchtrechtelijke maatregelen.

    Zo ging het niet: de voorzitter van de KBvG, John Wisseborn, mailde in 2013 en 2014 meermalen naar Das dat het bedrijf zich geen zorgen hoefde te maken. Er was ‘terughoudend beleid’, waarmee de ledenraad unaniem had ingestemd – alsof de interne democratie een streepje voor heeft op de wetgever.

    Das zou afscheid moeten nemen van haar deurwaarders

    Tegelijkertijd ging de KBvG in beroep bij de rechtbank tegen het besluit van de staatssecretaris, tevergeefs doorprocederend tot de Raad van State. Na het verlies bij de Raad van State in 2016, was het voor iedereen evident dat het verbod van 2010 onverkort gold. Er kwam geen aangepaste regeling om de constructie te legaliseren. Das zou dus afscheid moeten nemen van haar deurwaarders.

    Voor Wilbert van de Donk, opvolger van Wissenborn, was de uitspraak echter geen reden een andere koers in te zetten. ‘Inhoudelijk staan we nog steeds achter de tweede verordening. Daar wordt mee gewerkt, dat is immers het beleid’, zegt Van de Donk tijdens de ledenraad van eind december 2017. Met andere woorden: ook al zegt de minister dat het niet mag en heeft de Raad van State geoordeeld dat de minister terecht zijn goedkeuring aan versoepeling van de regels heeft onthouden, toch houden we vol.

    Waarom? Deurwaarder Oscar Boeder kan er alleen naar gissen. ‘Bij advocaten en notarissen mag het ook niet. Waarom mag het dan wel bij deurwaarders die staatsmacht mogen uitoefenen? Nooit heeft iemand me dat kunnen uitleggen. Het kan ermee te maken hebben dat de grote kantoren meer waard zijn als er externe aandeelhouders zijn toegestaan.’ Deze grote clubs bepalen het beleid in het bestuur. 

    Juridisch eigengereid

    De huidige voorzitter van KBvG, Van de Donk, zegt desgevraagd dat het een ‘goede ontwikkeling’ is dat DAS zich heeft teruggetrokken als aandeelhouder. Dat er sprake was van willekeur ontkent hij. ‘De interne democratie binnen de KBvG bepaalt het beleid en hangende de procedure bij de Raad van State was nu eenmaal het beleid dat de Verordening uit 2013 werd aangehangen.’ Daarmee lijkt Van de Donk te vergeten dat ook na 2016, toen de hoogste rechter zich had uitgesproken, de KBvG volhardde in haar weigering om op te treden tegen de deurwaarders van Das.

    Ook juridisch eigengereid is het gedrag van de KBvG rondom e-Court, een private, digitale rechter waarvan de zorgverzekeraars gebruikt maakten. In polissen spraken de verzekeraars af met hun klanten dat ze bij wanbetaling niet naar de gewone rechter stappen, maar naar e-Court. Dat zou veel sneller gaan en kosten schelen.

    GGN had op grote schaal kosten in rekening gebracht bij verzekerden voor het oproepen voor procedures bij e-Court

    Vorig jaar bleek dat onder meer deurwaarderskantoor GGN op grote schaal kosten in rekening bracht bij verzekerden voor het oproepen (dagvaarden) voor procedures bij de digitale arbiter.

    Het uitbrengen van zo’n brief bij ‘exploot’ had GGN bestempeld als een zogeheten ‘ambtshandeling’. Daarvoor zou een deurwaarder de wettelijk geregelde kosten mogen rekenen. In totaal ging het om 33.000 exploten voor ongeveer 100 euro per stuk, ruim drie miljoen euro.

    Dat was een opmerkelijke uitkomst, nu een oproeping voor zo’n private rechtbank niet in de wet is opgenomen als ambtshandeling. De KBvG had daar wel op aangedrongen bij de minister, maar die had dat verzoek in 2015 afgewezen. Daar legde beroepsorganisatie zich niet bij neer en schreef een eigen notitie waarin het tot heel andere inzichten kwam dan de minister.

    Paar pagina’s met een nietje erdoor

    Voor GGN, waarvan directeur Rinus van Etten ook bestuurder is van de KBvG, was dat kennelijk voldoende om maling te hebben aan het wettelijk stelsel en de interpretatie van de minister. In de tuchtzaak die de Landelijke Organisatie van Sociaal Raadslieden (LOSR) aanspande, ging GGN onlangs volledig nat: die drie miljoen had GGN bij schuldenaren nooit in de maag mogen splitsen.

    ‘Dus niet de wetgever, maar een notitie van de KBvG vormt nu de basis voor het verrichten van een ambtshandeling? Het moet niet gekker worden’, lazen we in de pleitnota van de LOSR. ‘We hebben het hier niet over een verordening of een bestuursregel, maar een paar pagina’s tekst met een nietje erdoor.’

    KBvG-voorzitter Van de Donk verweerde zich eerder tegen de aantijgingen van LOSR door te stellen dat de kosten van het exploot (voor e-Court) nietin rekening gebracht worden bij de schuldenaar. ‘Daar is namelijk geen wettelijke basis voor. Die kosten worden in rekening gebracht bij de schuldeiser.’ De praktijk wees anders uit: GGN bracht de kosten juist niet in rekening bij de zorgverzekeraars maar bij hun klanten, zo bleek uit de uitspraak van de tuchtrechter. Dat wist de KBvG ook – Van Etten zat zoals gezegd in het bestuur – maar zag geen noodzaak om handhavend op te treden bij het ontbreken van een ‘wettelijke basis’.

    Nog altijd verdedigt Van de Donk de handelswijze van de KBvG. Dat de deurwaarders zelf voor wetgever spelen, is volgens de voorzitter nodig, omdat de minister een ‘wettelijke lacune’ heeft laten ontstaan.

    Het is niet verwonderlijk dat in 2016 het toezicht op de integriteit van deurwaarders is overgeheveld naar het Bureau Financieel Toezicht

    In het licht van dit alles is het niet verwonderlijk dat in 2016 het toezicht op de integriteit van deurwaarders is overgeheveld naar het Bureau Financieel Toezicht (BFT), een onafhankelijke organisatie. Sindsdien doet het BFT onderzoek en zegt geschrokken te zijn van de uitkomsten. In een interview met Follow the Money zei BFT-directeur Marijke Kaptein dat veel grote deurwaarderskantoren onwettige prijsafspraken maken met hun opdrachtgevers, en dat de KBvG die praktijk al jarenlang gedoogt.

    Sterker nog, de KBvG verzoekt Kaptein met klem vooral niet in te grijpen. ‘Ik krijg veel tegendruk van de KBvG die zegt: ‘Toezichthouder, maak pas op de plaats’,’ zei Kaptein. Van de Donk reageerde: ‘De KBvG dringt er bij het BFT op aan om niet over de grenzen van haar toezichthoudende bevoegdheden heen te stappen en zelfstandig normen in te kleuren.’

    Gevoel voor ironie kan de voorzitter in ieder geval niet ontzegd worden.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Gevolgd door 426 leden

    Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

    Volg Jan-Hein Strop
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren