Best of Class: de 10 van Graafsma

    Woekerpolisexpert René Graafsma heeft een lijst van aanbevelingen gemaakt waar een deugdelijke compensatieregeling voor woekerpolissen aan zou moeten voldoen.

    De Minister van Financiën, Jan Kees de Jager, wil de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de diverse compensatieregelingen voor beleggingspolishouders met elkaar laten vergelijken. Dat moet nog voor de zomer leiden tot één algemeen advies aan verzekeraars waarin de beste elementen van alle regelingen bijeen zijn gebracht. Het CDA-kamerlid mevrouw Blanksma heeft een dergelijke algemene regeling een "best of class-regeling" genoemd. De best of class regeling zou een einde moeten maken aan de zogenaamde woekerpolisaffaire. Het sinds het jaar 2006 onder die naam bekende verschijnsel (dat vele jaren eerder al is ontstaan) dat levensverzekeringen (beleggingsverzekeringen in het bijzonder), los van de beleggingsresultaten, onmogelijk de spaardoelstellingen kunnen bereiken door niet transparante te hoge risicopremies en kosten.
    Naar verwachting zal de minister met de uitslag van het AFM-onderzoek in de hand straks in overleg treden met de verzekeraars en de consumentenstichtingen. Dit doet hij min of meer als een soort coach. Hij waakt er voor "partij te worden" in de woekerpolisaffaire. Het blijft een privaatrechtelijk geschil. De overheid moet het probleem niet naar zich toehalen.

    De 10 van Graafsma

    In het boek ‘Woekerpolis, hoe kom ik er van af?’ neem ik samen met Eric Smit de gebreken van het levensverzekeringsproduct, en de gebreken bij het tot stand komen van de  overeenkomst, onder de loep. De minister ziet het goed, het is een privaatrechtelijk geschil waarbij de gang van zaken rond het tot stand komen van de verzekeringsovereenkomst van groot belang is. Iedere polishouder helpt zich zelf enorm als hij of zij zich met behulp van het boek ‘Woekerpolis, hoe kom ik er van af?’ met de juiste kennis verrijkt. Het boek bevat de informatie, voorbeelden en een stappenplan daartoe. Het helpt de polishouder de juiste vragen te gaan stellen. Omdat het een privaatrechtelijk geschil is zal hij of zij ook zelf voor de eigen rechten moeten opkomen. Het is helaas niet anders.


    Ik heb een tiental aandachtspunten bepaald, in de lijn van het boek, waarmee een best of class-regeling kan worden beoordeeld. Een algemene regeling in een privaatrechtelijk geschil tussen een polishouder en een verzekeraar kan niet bindend zijn. Mijn aanbevelingen, die ik maar even de ’10-van Graafsma’ noem, zijn daarom ook een basis voor een beoordeling van de uitkomsten van het AFM-onderzoek straks door de polishouder zelf.

    1)    De schikking vindt direct plaats, niet uitgesteld tot de einddatum. Bij afkoop of premievrijmaking worden geen kosten voor de klant berekend.


    2)    Het schikkingsvoorstel is volledig transparant opgesteld, dat wil zeggen dat het ook voor de leek in de bedoeling en werking duidelijk is. De overeenkomsten met verzekeraars worden in het geheel, met alle mogelijke bijlagen, gepubliceerd.


    3)    De berekening van de schikking wordt nominaal gepresenteerd. De kostengrens voor compensatie wordt in euro’s uitgedrukt.


    4)    De grondslagen voor de schikking zijn verbonden met de oorspronkelijke overeenkomst: de door de klant ingekochte dienst bij de verzekeraar is vermogensbeheer en polisadministratie. De waarde van het product zelf blijft buiten beschouwing. Deze waarde en het rendement daarover zijn van de klant.


    5)    De berekende kosten voor de diensten van de verzekeraar en de tussenpersoon zijn passend, voldoen aan de inducement standaarden. De normen voor de toekomst mogen hier de normen voor het verleden zijn.


    6)    De schikking omvat ook een compensatie voor het verleden, tot aan de berekeningsdatum / schikkingsdatum. De berekeningsdatum mag de schikkingsdatum zijn en is dus niet meer vast 1 januari 2008. Er komt wel een uiterlijke berekeningsdatum / schikkingsdatum. Bij overschrijding van de uiterlijke berekeningsdatum wordt de schadevergoeding met een bedrag per maand overschrijding verhoogd. Het compensatiebedrag kan wel direct aan de waarde van de polis worden toegevoegd en uitkeren, inclusief rendement over het compensatiebedrag, op de oorspronkelijke einddatum.


    7)    De schikking mag voor de tussenpersoon compenserende vergoedingen bevatten die door de verzekeraar aan de tussenpersoon mogen worden voldaan. Zowel voor het adviesgesprek als de feitelijke aanpassing van het product. Voorwaarde is dat de klant voor de kennisname hiervan een handtekening zet. De tussenpersoon stelt tevens een advies op waarin wordt uitgelegd aan de klant waarom er een aanpassing plaatsvindt naar het gekozen product, met een minimale product(en)vergelijking. Ook dit advies wordt ter bevestiging van de kennisname medeondertekend door de klant.


    8)    Risicodekkingen staan met het schikkingsvoorstel verder los van het spaarproduct. Inteer- en hefboomeffecten worden uitgesloten. Omzettingen kunnen zonder medische waarborgen.


    9)    De best of class schikking kent geen bancair karakter. De oplossing is ook herkenbaar door de toegevoegde waarde van het sparen bij een verzekeraar en niet bij een bank.


    10)    De Wabeke-Aanbeveling is geen norm. Het is een aanbeveling die oneigenlijk en met eenzijdige kenmerken tot stand is gekomen. De best of class schikking neemt daar afstand van en krijgt een positieve waardering, naar de uitgangspunten en doelstellingen, van de NMa.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    René Graafsma

    René is opgegroeid in het assurantievak. De eerste jaren was hij werkzaam in de particuliere praktijk op een kantoor met een...

    Volg René Graafsma
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren