Na een faillissement wordt regelmatig de bestuurder op de korrel genomen door de curator. Soms terecht, maar vaak ook onterecht. Het verwijt van ‘onbehoorlijk bestuur’ wordt vaak opgelost met een schikking; Follow the Money dook in deze schimmige praktijk. ‘Ze gebruiken het als een schot hagel.’

    Het mag dan een doordeweekse dag zijn, het kantoor van de 65-jarige handelaar Frans Severin is helemaal leeg. De witte wandklok tikt niet meer; aan de gevel van het pand — geleden op het bedrijventerrein Gouwepark in Moordrecht — hangt een ‘Te Koop’-bord.

    Nog niet zo lang geleden leek Severin met zijn handelsbedrijf rustig op de pensioengerechtigde leeftijd af te stomen. Een faillissement gooide echter roet in het eten. En hoewel hij met een bijna afgelost huis zijn pensioen veilig dacht te hebben, dreigt de curator daar nu ook een streep door te zetten. Severin wordt onbehoorlijk bestuur verweten en is daarom als bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld voor álle resterende schulden in het faillissement van zijn bedrijf. Daarmee hangt een privéschuld van bijna 800 duizend euro boven zijn hoofd.

    Severin is bij lange na niet de enige in deze situatie. Follow the Money dook in de kwesties rondom bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissementen en de vele schikkingen die daaruit voortvloeien. Wat blijkt: curatoren ontwaren wel heel snel onbehoorlijk bestuur, in de hoop een schikking te forceren. Bij een schikking zijn ze immers direct verzekerd van uitbetaling van hun eigen salaris.

    Goede boterham

    ‘Mijn spaargeld is inmiddels opgesoupeerd aan juridische kosten, kosten voor levensonderhoud en aflossingen van kortetermijnkredieten en leningen van vrienden en familie,’ zegt Severin, gezeten aan de zwarte glazen vergadertafel in zijn showroom. Op de tafel staat nog oude handelswaar: een pak witte Calvin Klein-onderbroeken, maatje M.

    ‘Ik slaap nog steeds met een golfclub naast mijn bed vanwege dat foute partijtje’

    Elders in de showroom zijn meer restanten van Severin’s ooit bloeiende handel in luxeproducten. De wandrekken zijn gevuld met parfums van Yves Saint Laurent; naast de meters brede spiegelwand is kinderspeelgoed uitgestald, waaronder een felrood schaalmodel van de bekende Coca-Cola-trucks. Even verderop staat een kledingrek gevuld met blauwe voetbaltenues. Severin: ‘Dat is nog een restpartijtje Asics. Ik kocht zulke partijen van tien- á twintigduizend euro direct in bij de fabrikant of een importeur. Het waren meestal partijen die uit de collectie zijn genomen.’

    Het is een soms wat schimmige handel waar wanbetalers en foute handelspartijen op de loer liggen. Zo ontving Severin bedreigingen nadat hij bij zijn tegenpartij klaagde over een geleverde partij nepkleding: ‘Ik slaap nog steeds met een golfclub naast mijn bed vanwege dat foute partijtje,’ verzucht hij.

    De partijen kleding, parfums en speelgoed verkocht Severin veelal direct weer door aan andere handelaren. Soms leverde hij ze daarnaast ook aan de bekende televisiewinkel Tell Sell of aan de Telegraaf Media Group, Metro en Veronica. ‘Ik leverde dan bijvoorbeeld merkparfums en merktextiel met grote korting, voor een lezersactie van de Veronica Gids,’ zegt Severin. Hij vertelt dat hij in goede jaren zo’n zes ton omzet draaide: ‘Ik maakte goede marges, variërend van 15 tot 40 procent. Ik heb altijd een goede boterham kunnen verdienen.’

    Althans, tot in juni 2015 één van zijn handelsbedrijven, Stella Gioia BV, failliet ging. Hierbij belandde Severin in een hoogoplopend conflict met zijn curator, de Haagse Wieneke Lisman. Zij stak de afgelopen jaren al bijna 500 uur in de moeizame afwikkeling van het faillissement.

    Wat is er aan de hand bij Severins bedrijf?

    De kern van het conflict tussen Severin en curator Lisman draait om bestuurdersaansprakelijkheid. In het meest recente curatorenverslag en dagvaarding komt naar voren dat de curator Severin meerdere dingen verwijt. De belangrijkste: het te laat deponeren van jaarrekeningen van Stella Gioia BV (2013), het niet voldoen aan de boekhoudplicht en het benadelen van schuldeisers.

    Severin was in meerdere juridische conflicten verwikkeld met het Duitse groothandelshuis Expo Börse en DTM. Hij had nog onbetaalde vorderingen en vice versa. De zakelijke conflicten eisten hun tol – qua kosten – en Severin besloot in 2010 (‘op advies van mijn advocaat’) om het procesrisico af te splitsen van zijn lopende handelsbedrijf.

    Hij liet Stella Gioia BV als lege huls achter: vanuit het bedrijf werden alleen nog de tienduizenden euro’s aan advocaatkosten betaald. De (juridisch betwiste) vorderingen van ruim vier ton droeg hij over aan zijn beheersmaatschappij. Deze ‘overdracht om niet’ (tegen nul euro) wordt Severin vijf jaar later bij het faillissement zeer kwalijk genomen door de curator van Stella Gioia.

    Lees verder Inklappen

    Omkering bewijslast

    In 2016 doet het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onderzoek naar faillissementsprocedures in Nederland. Uit het onderzoeksrapport komt naar voren dat aan eenderde van de in 2015 beëindigde faillissementen van een Besloten Vennootschap (BV) een ‘luchtje’ hangt. De curatoren hebben in die gevallen vermoedens dat een bestuurder verwijtbaar heeft gehandeld. 

    Maar wanneer is er sprake van de zogeheten aansprakelijkheid van bestuurders bij een faillissement? In de wet wordt verwezen naar twee belangrijke gronden: het niet voeren van een deugdelijke boekhouding, en het te laat deponeren van de jaarrekening. Zo moet een bestuurder binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening deponeren bij de Kamer van Koophandel. Als in de drie jaar voorafgaande aan het faillissement niet aan deze zogeheten publicatieplicht is voldaan, dan kan de curator vaststellen dat de bestuurder zijn of haar taak onbehoorlijk heeft vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

    Zo’n besluit heeft verstrekkende gevolgen, want er vindt ten eerste een omkering plaats van de bewijslast: de ondernemer moet maar bewijzen dat de oorzaak van het faillissement buiten diens schuld ligt. Daarnaast heeft het grote financiële gevolgen: de bestuurder wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het hele boedeltekort. Alle overgebleven schulden in de gefailleerde onderneming dus — inclusief het salaris van de curator, dat vanwege het basistarief van 212 euro per uur hard kan aantikken. Met een beetje pech loopt een bestuurder die slordig is geweest met deponeren en belastingaangiften zomaar de rechtbank uit met een privéschuld van vijf ton aan de broek. 

    1-0 voorsprong

    Severin kan erover meepraten: hij leverde de jaarrekening van 2013 te laat in. Het is één van de verwijten die curator Lisman hem maakt. Met verzachtende omstandigheden wordt geen rekening gehouden: ‘Mijn accountant, die al 20 jaar de boekhouding en de deponering van de jaarstukken bij de Kamer van Koophandel verzorgde, werd meer dood dan levend achter zijn bureau vandaan gehaald vanwege hartfalen. Zelf werd ik op dat moment in het Erasmus Ziekenhuis in Rotterdam behandeld voor een agressieve vorm van prostaatkanker en ondervond mijn echtgenote zeer veel last van een chronische ziekte van Lyme. Ik krijg nu het verwijt dat ik dan maar een andere accountant had moeten zoeken,’ zegt Severin. 


    Georg van Daal

    "Op iedere sofa zit wel een vlek. Als een curator gaat zoeken, dan vindt hij altijd wel wat"

    Het wetboek maakt geen uitzonderingen: een jaarrekening te laat deponeren betekent ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’, dat ‘vermoedelijk ook de oorzaak is van het faillissement’. Dit worst case scenario ligt voor veel ondernemers al snel op de loer: uit navraag van website Das Kapital bleek begin dit jaar dat van ruim 280 duizend BV’s de jaarrekening 2015 niet of te laat is gedeponeerd. Als deze bedrijven dit jaar failliet zouden gaan, dan levert dat serieuze problemen op voor de ondernemers: door een te late deponering van de jaarrekening verschuift de bewijslast immers naar de ondernemer. Daarmee staat de curator in feite 1-0 voor.

    Schot hagel

    Uit jurisprudentie blijkt evenwel dat alleen het te laat deponeren van een jaarrekening onvoldoende is om een bestuurder persoonlijk aansprakelijk te stellen: er moet meer aan de hand zijn. Wel zijn er genoeg valkuilen. Als de bestuurder bijvoorbeeld voorafgaande aan het faillissement slordig is geweest met het bijhouden van de boekhouding of de crediteurenadministratie, dan is het foute boel: de curator kan dan met het wetboek artikel 2:10 de bestuurdersaansprakelijkheid verder onderbouwen.

    De kans op zo’n tweede misstap is groot: ‘Op iedere sofa zit wel een vlek. Als een curator gaat zoeken, dan vindt hij altijd wel wat,’ zegt advocaat Georg van Daal. Als ex-curator staat Van Daal veel ondernemers bij die een faillissementsprocedure doorlopen. Van Daal: ‘Ze zien eerst een te late jaarrekening, en vervolgens dat er in de rekening-courantverhoudingen iets niet goed is geboekt, of dat er een selectieve betaling heeft plaatsgevonden. Ze gebruiken het als een schot hagel.’

    Van Daal legt uit hoe er vervolgens te werk wordt gegaan: ‘Ze sturen dan een brief van anderhalf kantje waarin ze aangeven dat ze onderzoek hebben gedaan en dat ze mogelijk onrechtmatige daden en gronden voor bestuurdersaansprakelijkheid hebben geconstateerd. Ze geven daarbij ook aan dat ze overwegen om de bestuurder aansprakelijk te stellen. Dit is altijd een brulbrief die ze schrijven, met het oog op een schikking,’

    ‘Als een curator er keihard in gaat, dan voelt dat heel onrechtvaardig’

    Hij krijgt bijval van zijn kantoorgenoot Annemiek Vermeijden, die gespecialiseerd is in bestuurdersaansprakelijkheid. Ze vertelt: ‘Curatoren mogen de bestuurdersaansprakelijkheid niet gebruiken als drukmiddel, maar dat gebeurt wel. Het wordt ingezet als koevoet om te schikken.’

    Het duo krijgt ook bijval van een voormalige curator die werkzaam was bij een groot advocatenkantoor en alleen op basis van anonimiteit een boekje open wil doen: ‘Je zoekt als curator naar bewijsvermoedens voor bestuurdersaansprakelijkheid. Als daar aanleiding voor is, dan wordt daar vrij snel een pittige brief over gestuurd. Er is natuurlijk altijd wel iets op een bestuurder aan te merken, maar is dat ook de oorzaak van het faillissement? Ik probeerde daar altijd reëel in te blijven, maar ik ken curatoren die met hagel schoten, wetende dat bestuurders vaak wel openstaan voor een schikking.’

    De ex-curator trad ook regelmatig op als advocaat van een bestuurder die aansprakelijk werd gesteld: ‘Zo’n aansprakelijkstelling en de bijkomende schuld trekt een enorme wissel op het leven van een persoon. Als een curator er keihard in gaat, dan voelt dat heel onrechtvaardig.’

    De vijftig tinten grijs van het selectief betalen

    Een veelvoorkomend verwijt van curatoren aan het adres van bestuurders is dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan zogeheten ‘selectief betalen’. Dat is geen probleem zolang het goed gaat met de onderneming: een bestuurder mag rustig haar management fee uitkeren terwijl de factuur voor het kopieerpapier nog onbetaald blijft.

    Maar bestuurders gaan in de fout als zij redelijkerwijs hadden moeten vermóeden dat het bedrijf afstevende op een faillissement. Vanaf dat punt, zeg maar doomsday, moet de ondernemer alle betalingen doen in de rangorde van een faillissement: eerst ‘preferente schuldeisers’, zoals de Belastingdienst en het UWV, en daarna leveranciers. Deze maatregel moet voorkomen dat bestuurders in het zicht van de faillissementsuitspraak nog snel de bedrijfsrekening leeg trekken door een bevriende leverancier af te betalen of zichzelf een superdividend uit te keren.

    Maar wanneer is die doomsday precies? Wanneer had een bestuurder moeten weten dat er geen redden meer aan was?

    Jan Adriaanse, hoogleraar Turnaround Management aan de Universiteit Leiden en partner bij BFI Global, wordt regelmatig door curatoren ingehuurd om het oorzakenonderzoek van een faillissement te ondersteunen. Hij vertelt: ‘Je ziet vaak bij familiebedrijven dat alles moet wijken om die onderneming maar overeind te houden. Ze keren zich dan al lange tijd geen management fees meer uit, maar op een gegeven moment moeten thuis ook de rekeningen betaald worden. Als je dan die management fee uitkeert dan wordt dat vaak gezien als een selectieve betaling. Ik wil maar zeggen; er zijn meerdere tinten grijs waardoor een curator ook naar de omstandigheden moet kijken.’

    Adriaanse benadrukt dat curatoren de handelingen van een bestuurder, zoals selectieve betalingen, in een bredere context moeten plaatsen. ‘Want misschien had de bestuurder op het moment van een betaling helemaal niet door dat het een selectieve betaling was en dacht hij: Als ik deze crediteur betaal, dan kan ik net einde van de maand halen waarop de nieuwe investeerder met een cash-injectie komt. En red ik de werkgelegenheid van 500 medewerkers. Hij had het misschien moeten weten, maar de context moet meegenomen worden. Wellicht is het dan “gezien de feiten en omstandigheden” niet fair om de bestuurder verantwoordelijk te houden voor het gehele boedeltekort.’

    Adriaanse hanteert bij zijn opdrachtgevers echter een andere methode. ‘We maak eerst een feitenreconstructie door alle data uit te lezen. Net zoals een zwarte doos bij een vliegtuig. We verzamelen alle emails over wat er is gecommuniceerd tussen bestuurders, commissarissen en adviseurs. We verzamelen ook de financiële data en houden interviews en soms surveys met medewerkers. Vervolgens maken we een bedrijfseconomische weging van deze feiten. Heeft het faillissement een interne of externe oorzaak of een combinatie daarvan? In stap drie wordt gekeken naar het wetboek, voor eventuele bestuurdersaansprakelijkheid. Dit laten wij altijd aan curatoren zelf: hiermee minimaliseren wij de kans op bias.’

    Lees verder Inklappen

    Koevoet

    Follow the Money kreeg zo’n ‘pittige’ email in handen. Het is gericht aan een ondernemer die drie jaar vóór het faillissement een jaarrekening drie weken te laat heeft gediend. Tel hier een paar selectieve betalingen bij op, en de email staat bol van termen als ‘ernstig verwijtbaar handelen’ en ‘onbehoorlijk bestuur’. Ook refereert de curator subtiel aan het totale boedeltekort van enkele tonnen — een bedrag waarvoor de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld kan worden.

    Het tekort loopt nog steeds op, want het aantal uren van deze curator gaat bij dit relatief eenvoudige faillissement al richting de 500 uur. Alleen de rekening van de curator bedraagt daardoor al een ton — een bedrag dat óf door de boedel, óf door een schikking moet worden opgehoest.

    De email is bij de ondernemer hard aangekomen: ‘In het begin had ik heel goed en vriendelijk contact met de curator, maar opeens zou ik niet meer integer zijn. Dat raakt mij heel erg. En een schuld van deze omvang raakt ook mijn kinderen.’ De ondernemer is dan ook geneigd om in de eigen buidel te tasten: ‘Hoe oneerlijk ook, liever schikken dan voor de hele boedelschuld opdraaien. Daarnaast wil ik ook echt geen onbehoorlijk bestuur of aansprakelijkheid achter mijn naam hebben staan.’

    ‘De dagvaarding is eigenlijk niets meer dan een chantagemiddel’

    Bedrijfsadviseur Huib Sacré, die de afgelopen jaren tientallen MKB-ers begeleidde in hun faillissement, kijkt er niet van op: ‘Bestuurdersaansprakelijkheid wordt gebruikt als pressiemiddel richting de bestuurder. Hij hoeft maar iets verkeerds gedaan te hebben en dan gaat de curator hem al aansprakelijk stellen voor het boedeltekort.’ Sacré checkt daarom altijd of de curator niet bluft: ‘Als een curator een dagvaarding heeft uitgevaardigd, dan controleer ik altijd bij de rechtbank of de griffierechten zijn betaald. Dat is al snel vijfduizend euro die voor rekening van de curator komt. Zolang dat nog niet betaald is, doet de rechter niets. De dagvaarding is dan eigenlijk niets meer dan een chantagemiddel.’

    Ongelijke strijd

    Geld speelt een cruciale rol in de bestuurdersaansprakelijkheid. Zodra de boedel gevuld is, bevindt de curator zich in een riante positie: deze kan immers procederen ten laste van de boedel. De positie van de bestuurder is minder comfortabel: na eerst baan en bedrijf te zijn kwijtgeraakt, zal zij nu ook haar eigen verdediging zelf moeten financieren. ‘Het gaat om stapels dossiers. Als er geprocedeerd moet worden, dan ben je met een hoger beroep al snel 50 duizend euro kwijt. Bestuurdersaansprakelijkheid is daardoor echt een unequality of arms,’ zegt Van Daal.

    De vooruitzichten bij een rechtszaak zijn bovendien niet al te rooskleurig, zo achterhaalde Thy Pham, universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden. Ze promoveerde vorig jaar op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid en hield daarvoor ruim 50 interviews met bestuurders, commissarissen, bedrijfsjuristen en verzekeraars. Ze analyseerde verder 158 bestuurdersaansprakelijkheids-uitspraken gewezen tussen 2003 en 2013 die voor de rechter zijn uitgevochten en waarover de rechter heeft beslist. Wat bleek: in tweederde van de onderzochte rechtszaken werden bestuurders aansprakelijk gehouden.

    In de meeste gevallen, 57 procent, oordeelde de rechter dat de bestuurder de vennootschap of derden opzettelijk had benadeeld, vertelt Pham. Maar in de andere bestuurdersaansprakelijkheidsgevallen, 43 procent, is er géén sprake van opzet: de bestuurder had bijvoorbeeld simpelweg niet voldaan aan de administratieplicht. Pham heeft hier haar twijfels bij: ‘Ik kan mij voorstellen dat het doel van bestuurdersaansprakelijkheid er eigenlijk is om de echte boeven te pakken — degenen die bewust de vennootschap of crediteuren benadelen.’ 

    "Er zijn heel goede curatoren in het veld, maar er kunnen ook echt rotte appels tussen zitten"

    Pham schept door haar onderzoek een beetje licht op de bestuurdersaansprakelijkheid maar het grootste deel blijft een zwart gat. De zaken die voor de rechter komen zijn marginaal; het gros wordt geschikt. Meerdere ingewijden die Follow the Money voor dit artikel sprak, schatten het op 90 tot 95 procent van de gevallen.

    Helaas ontbreken harde cijfers: als de aansprakelijkheid niet wordt uitgevochten voor de rechter, dan zal deze ook niet via openbare uitspraken op op rechtspraak.nl verschijnen. De schikkingen komen eveneens niet in de openbaarheid vanwege clausules in de schikkingsdocumenten. Zo vertelt Severin: ‘In het schikkingsvoorstel had ze [de curator, red.] ook een voorwaarde opgenomen dat ik geen klachten en procedures tegen haar en haar kantoorgenoten mocht beginnen. Daar ga ik niet mee akkoord.’

    Door dergelijke geheimhoudingsclausules wordt de handelswijze van curatoren ook aan het zicht onttrokken. Pham: ‘Er zijn heel goede curatoren in het veld, maar er kunnen ook echt rotte appels tussen zitten. De schikkingsvoorstellen en de gronden waarop een curator zijn voorstel baseert, wordt niet door een rechter getoetst – ik ken die zaken niet. De ontoelaatbaarheid van de gedragingen van de curator valt daarom buiten het zicht van de rechter.’

    Koehandel

    In dit grote grijze gebied zijn er geen richtlijnen. Flip Schreurs, voorzitter van de beroepsvereniging van curatoren Insolad, verwijst naar de praktijkregels. Daarin is onder meer opgenomen dat ‘de curator slechts dan tot aansprakelijkstelling overgaat als hij er na deugdelijk onderzoek van overtuigd is dat er inderdaad sprake is van een harde claim.’ Specifieke Insolad-richtlijnen over de rapportage over de inzet en de hoogte van de schikking, zijn er volgens Schreurs niet.

    ‘Het is koehandel,’ zegt Sacré. ‘Het is puur van: hoeveel kan de bestuurder privé betalen? Wat is de hoogte van de totale schulden? En hoeveel wil de curator zelf overhouden aan het faillissement?’ Sacré kan in de praktijk geen rode draad ontwaren: ‘Soms zie ik dat er wordt geschikt op 10 of 20 procent van de totale schuld, maar ik zie ook soms 70 procent voorbijkomen. De enige controle vindt plaats door de rechter-commissaris die het schikkingsvoorstel moet goedkeuren.’ 

    ‘Als er te weinig boedelactief is, dan krijgt de curator in veel gevallen niet zijn gehele loon uitgekeerd,’ zegt Pham. ‘De bestuurdersaansprakelijkheid en het schikkingsvoorstel kunnen dan ook een manier zijn om het boedelactief te vergroten. Mijn assumptie is dan ook dat er een financiële prikkel bestaat om te schikken.’

    ‘Ze heeft werkelijk overal beslag op gelegd’

    Volgens ex-curator Van Daal is ‘geld’ het leidmotief: ‘Het eerste dat curatoren vragen bij een faillissement, is of er een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is,’ zegt Van Daal. ‘Het is vaak een verzekering voor als de zon schijnt, maar als er dekking mogelijk is door uitloop van de polis na een faillissement dan weet een curator dat er wat te halen is. Als ze wat vinden, kunnen ze een claim neerleggen bij de verzekeraar en dan weet hij dat zijn salaris wordt gedekt. Daardoor wordt dus de verzekering die je afsluit tegen een risico, gek genoeg de motor die claims genereert.’

    Doorwerken

    Ondernemer Severin heeft geen bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering: ‘Ik ben overal voor verzekerd, maar niet voor bestuursaansprakelijkheid. Had ik dat maar gedaan, dan had ik nu rustig met pensioen kunnen gaan. Het is het domste dat ik gedaan heb,’ zegt Severin.

    Hij heeft de afgelopen jaren al op de blaren moeten zitten: zijn aansprakelijkstelling door de curator leidde ertoe dat er voor bijna 800 duizend euro beslag is gelegd, ook op zijn privébezit. ‘Ze heeft werkelijk overal beslag op gelegd: van mijn bedrijfspand en woning, tot zelfs de door mij geopende spaarrekening voor mijn kleindochter,’ zegt Severin. Hij wist het maandenlange beslag uiteindelijk op te heffen.  

    Vervolgens belandde Severin in een mediation-traject. Hij kreeg een schikkingsaanbod aangeboden van de curator: ‘slechts’ 135 duizend euro. ‘Ik heb dat aanbod met pijn in mijn maag overwogen,’ zegt Severin; uiteindelijk wees hij de schikking af. ‘Mijn accountant heeft schriftelijk verklaard dat er met de boekhouding niks mis was en dat hij sterk de indruk had dat de curator spijkers op laag water aan het zoeken was. Vóór 31 maart had ik 135 duizend euro moeten betalen aan de curator, met als onderpand mijn huis — zodat ze dat kan veilen als het mij niet lukt om dat bedrag bij elkaar te krijgen. Maar mijn huis is mijn zorgvuldig opgebouwde pensioen. Dat wil ik niet weggeven aan de curator, want dan kan zij het voor een schijntje verkopen.’

    De kans is groot dat Severin voor de rechter wordt gesleept; hij zal dan zelf moeten opdraaien voor alle kosten. Ten eerste zal hij moeten reageren op de dagvaarding van 41 pagina’s. ‘Ik schat dat dat al tienduizend euro gaat kosten, want het gaat om twee ordners en een heel lange dagvaarding waar punt voor punt op gereageerd moet worden. De kosten voor juridische bijstand bedragen al meer dan vijftigduizend euro.’

    Severin kan voorlopig dus nog niet met pensioen en moet nog doorhandelen om financiering voor het juridische gevecht bij elkaar te krijgen. Na het interview stapt hij in een zwarte Mercedes E200 om naar een afspraak te gaan: ‘Ik heb deze een dag gehuurd bij Sixt, want ik moet naar een klant in Duitsland. Daar geldt de regel: “Auto scheisse, handel scheisse”.’

    Curator Wieneke Lisman is om een reactie gevraagd, maar ze geeft aan dat ze niet op de kwestie in kan gaan vanwege de gerechtelijke procedure.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 685 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    In de greep van de curator

    Gevolgd door 501 leden

    In 2014 gingen er bijna 10 duizend bedrijven en personen failliet. De gevolgen zijn vaak groot: toeleveranciers moeten nog ma...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier