© ANP / Maria R. Bastone

Waarom ook deze beurscrash een storm in een glas water is

    We hadden al een tijdje geen crash meer gezien, dus vroeg of laat moest het ervan komen: afgelopen week gingen de aandelenbeurzen onderuit. Maar hoe ontstaan dit soort crashes eigenlijk? En gaat er écht iets van waarde verloren? Voor Apache beschreef Koen Smets de cognitieve kronkels die de koers omhoog of omlaag duwen.

    Net als de markt op uw nabije marktplein of zelfs uw supermarkt is ook de aandelenmarkt onderhevig aan de verhouding tussen vraag en aanbod. Als de vraag voor een bepaald goed het aanbod overstijgt, dan gaan de prijzen omhoog; in het omgekeerde geval dalen ze.

    (Geen) intrinsieke waarde

    Maar er is een belangrijk verschil tussen aandelen, en bananen, ondergoed of meubilair. Die drie categorieën hebben een intrinsieke waarde: we kopen bananen om te eten, ondergoed om te dragen en stoelen om op te zitten. Aandelen kopen we als belegging, met als bedoeling ze op een bepaald moment weer te verkopen zodat we dan bananen, ondergoed of stoelen kunnen kopen – zaken die inherent nut hebben voor ons.

    De ‘koers’ van een banaan, een onderbroek of een keukenstoel wordt dus vooral bepaald door de waarde die ze hebben in de ogen van ons, de gebruikers. Er zijn weinig redenen waarom de waarde van een stoel plots zou gaan dalen: onze nood aan iets om op te zitten varieert niet zo veel, en het aanbod is dus ook eerder stabiel.

    "Aandelenkoersen zijn in hoge mate de speelbal van veronderstellingen, speculatie en emotie"

    Maar een aandeel kun je niet eten, dragen of erop gaan zitten. Wanneer je vandaag een aandeel koopt, is het omdat je hoopt dat het je in de toekomst meer zal opbrengen (door dividenden en de uiteindelijke verkoop) dan je ervoor hebt betaald.

    Het werkwoord ‘hopen’ doet hierin het zware werk: niemand weet met zekerheid wat de koers van een aandeel morgen gaat doen. De koers wordt dus uiteindelijk bepaald door de collectieve hoop (of vrees) van de beleggers. Er zijn weliswaar harde feiten over de prestaties van de economie in het algemeen, of van bepaalde sectoren daarin, die de beeldvorming beïnvloeden van wat de toekomst zal brengen. Stijgt of daalt de werkloosheid? Stijgen de lonen sneller dan de consumptieprijzen? Hoe evolueert de langetermijnrente? Gegevens als deze spelen een rol in de talloze beslissingen die bedrijven en huishoudens voortdurend nemen, en die uiteindelijk leiden tot de groei en de winstgevendheid van de firma’s waarvan de aandelen op de beurs worden verhandeld.

    Aandelenkoersen en beursindices worden dus beschouwd als een indicator van hoe het gaat met de economie. Maar geen van die gegevens is echt bepalend; het complexe samenspel van deze factoren is niet echt voorspelbaar. Aandelenkoersen zijn dus ook in hoge mate de speelbal van veronderstellingen, speculatie en emotie.

    Cognitieve kronkels

    En dat verklaart waarom beurscrashes zelden het directe gevolg zijn van een onverwachte gebeurtenis die tot een diepgaande verstoring van de economie leidt. Wikipedia toont een lijst van beurscrashes die teruggaat tot in de 17de eeuw, en daarin valt recent enkel de scherpe daling na de terreuraanvallen van 11 september 2001 op als duidelijk het gevolg van een externe schok. Het is dus vooral de combinatie van menselijke emoties met het feit dat aandelenkoersen zowel oorzaak als gevolg zijn van de transacties op de beurs die aan de basis ligt van (soms extreme) fluctuaties van die koersen.

    Zo’n crash komt meestal na een relatief lange stijging van de koersen, een zogenaamde bull market. Onderliggend daaraan is een situatie waarin de vraag het aanbod overstijgt: mensen hebben geld om te beleggen, en er is slechts een beperkte hoeveelheid aandelen beschikbaar, dus stijgen de prijzen. Zo’n stijgende markt zie je dus vooral wanneer de besteedbare inkomens toenemen, wanneer we met zijn allen meer gaan verdienen.

    Maar er zijn natuurlijk diverse andere beleggingsmogelijkheden. Waarom krijgen aandelen dan de voorkeur in vergelijking met bijvoorbeeld obligaties? Bij het beantwoorden van deze vraag treffen we flink wat cognitieve biases aan, denkfouten die de koele logica in de luren leggen.

    Aanhoudend stijgende beurskoersen krijgen flink wat aandacht in de media, terwijl je maar zelden hoort hoe het met de obligatierente is gesteld. En hoe meer je hoort over die toenemende waarde, hoe groter de aantrekkingskracht om (meer) in aandelen te gaan beleggen. Dit fenomeen, dat bekend staat als de saliency bias of het saliency effect, zagen we recent nog uitvergroot met de sterke stijging van de waarde van de Bitcoin.

    Zij die middelen hebben om te beleggen, worden meegesleept door een cocktail van cognitieve kronkels

    Verwant hiermee is het herding effect (dat in het Nederlands, als ‘kuddegeest’, net iets minder respectvol klinkt): als je je vrienden, collega’s en familieleden in de aandelenmarkt ziet stappen, dan lijkt het al gauw alsof je toch eigenlijk ook mee moet doen.

    Bovendien wil je natuurlijk de toekomstige spijt vermijden wanneer iedereen rondom jou rijk is geworden, en jij niet, omdat je naliet ook je vermogen in aandelen te beleggen (dat noemt men regret aversion) ook is er een flinke dosis optimism bias, die ons de illusie geeft dat het alleen maar goed kan gaan, en wishful thinking, waarbij we ons al levendig het zeiljacht of de Lamborghini voor de geest halen die we ons met onze superwinsten zullen aanschaffen.

    Dankzij zo’n cocktail van cognitieve kronkels worden zij die middelen hebben om te beleggen dus gemakkelijk meegesleept in een stijgend beursklimaat. En dat draagt op zijn beurt bij tot een stijging van de vraag naar aandelen, die de prijs weer omhoog jaagt — enzovoort. En voor je het weet zit je met een zeepbel.

    Er wordt dan wel gewaarschuwd dat de ‘fundamentals’, de onderliggende waarde van de aandelen, gebaseerd op de activa en de voorspelde bedrijfswinsten, de koersen niet rechtvaardigen, maar who cares? Zolang iemand bereid is morgen nóg meer te betalen – of liever, zolang genoeg mensen denken dat morgen iemand bereid is om nóg meer te betalen – blijft de molen ronddraaien.

    Stijgende loonkost

    Althans, tot er om de één of andere reden een kentering komt. Soms is dat een economisch gegeven: deze keer wordt de plotse ommekeer toegeschreven aan de stijgende loonkost in de VS. Dat zou op termijn tot meer inflatie kunnen leiden, en dus tot een stijging van de basisrente, waardoor minder riskante beleggingen interessanter worden in vergelijking met aandelen.

    Vooral bij dalingen wordt nogal wat dramatische symboliek gehanteerd

    Maar als het dat niet was, dan zou het een ander gegeven zijn geweest, misschien morgen, of volgende donderdag. Zoals bij een onderkoelde vloeistof een willekeurige kleine verstoring het plotse stollen kan veroorzaken, zo kan ook bij een oververhitte beurs een relatief onbenullig gegeven een fikse koersdaling inzetten.

    Als het dan niet beperkt blijft tot een kleine correctie, dan is dat ook weer mede het gevolg van een collectie denkfouten. Prominent daarin is afkeer van verlies of loss aversion: zodra je ziet dat je belegging serieus aan waarde begint te verliezen, word je ongemakkelijk, en als – daar heb je het saliency-effect weer – de media dan in het lang en het breed berichten over een beurscrash, dan kies je liever het zekere voor het onzekere, en verkoop je voor je alles kwijt bent.

    Als je daaraan het fenomeen van overreactie toevoegt (alsook het kuddegedrag dat we op de weg naar boven al tegenkwamen), dan zie je meteen hoe vraag en aanbod tot een vicieuze cirkel leiden. Hoe sneller de prijs daalt, hoe meer aandelen te koop worden aangeboden, waardoor de prijs verder daalt, en zo verder.

    De beschikbaarheidsheuristiek speelt hier ook een grote rol: je wordt vooral meegesleept in de recente informatie over de daling. Stel dat je een aandeel twee jaar geleden kocht tegen 20 euro, en gisteren was het 45 euro waard. Vandaag is het gedaald tot 36 euro – dat is een val van 20 procent! Snel verkopen dus! Maar hou je er daarbij rekening mee dat het ondanks de daling van vandaag nog steeds 90 procent meer waard is dan twee jaar geleden?

    Bovendien wordt vooral bij dalingen nogal wat dramatische symboliek gehanteerd, die de situatie extra in de verf zet. We zijn nauwelijks in februari, maar de media berichtten al dat alle beurswinst “sedert het begin van het jaar” teniet was gegaan. Men heeft het over een recorddaling (de Dow Jones index daalde met bijna 1200 punten, de grootste val ooit) – maar dan wel in punten, en niet in procenten.


    Warren Buffett

    "Wat de krantenkoppen ook zeggen, de Amerikaanse economie zal het prima doen op lange termijn"

    De 4,6 procent daling figureert zelfs niet in de top-20 van koersdalingen (om daarin te komen is een daling nodig van meer dan 7 procent, en die dateert al van september 2008). Maar dit soort alarmistische boodschappen draagt uiteraard wel bij tot een stemming die aanzet tot verkopen. Koele logica is niet opgewassen tegen onze makkelijk te beïnvloeden emoties, en het achtbaangedrag van de beursindices is dus onvermijdelijk.

    Toch is er hoop, in de vorm van het advies van Richard Thaler, de gedragseconoom die vorig jaar de Nobelprijs ontving. Toen men hem vroeg wat je het beste zou doen wanneer je wakker wordt met het nieuws dat de beurskoers is gedaald met 3 procent, antwoordde hij: 'Verander van zender.'

    Wees een luie belegger, adviseert hij: zorg voor een gebalanceerde portefeuille, koop, en vergeet. En sla de beursinformatie in de krant over. Warren Buffett, wellicht de meest bekende belegger ter wereld, treedt die goede raad bij: 'Wat de krantenkoppen ook zeggen, de Amerikaanse economie zal het prima doen op lange termijn. Nu en dan raken we even van het juiste spoor met een zeepbel hier of daar, maar dat zal ons niet permanent doen ontsporen.'

    Over de auteur

    Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Apache

    Gevolgd door 215 leden

    Apache schrijft wat politici niet willen lezen. FTM en Apache werken samen en wisselen geregeld artikelen uit.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren