Beursgang ABNAmro is democratische beslissing

De ABN AMRO bestuurders ontberen wellicht een maatschappelijke antenne, maar zonder de steun van minister Dijsselbloem zouden ze hun salarisverhoging echt niet aan de orde hebben gesteld. Inmiddels keert de stemming zich tegen hen en verloopt ook het politieke tij voor de beursgang. Komt het er nog van? Rochus van der Weg heeft zo zijn twijfels.

Tot twee weken geleden bestond er geen twijfel aan de gefaseerde beursgang van staatsbank ABN AMRO. De datum voor het besluit van de ministerraad leek vast te liggen op 27 maart. Er leek een brede instemming met het terughalen een deel van de ‘staatssteun’ die de Nederlandse regering ten tijde van de kredietcrisis genoodzaakt was geweest te spenderen om deze ‘systeembank’ overeind te houden. Dan ineens de publieke aankondiging van een salarisverhoging van zes leden van de Raad van Bestuur en er ontstaat een onstuitbare dynamiek, die leidt tot het voorlopig ‘afblazen ’ van deze beursgang door minister Jeroen Dijsselbloem.

Gewijzigde 'stakeholder' dominantie

De privatisering van de bancaire sector, begonnen in 1986 met de overname van de ‘staats’-Postbank door de toenmalige Nederlandse Middenstands Bank, heeft twee decennia lang tot geen problemen geleid. De privatisering leek een ‘win win’ situatie voor alle stakeholders; aandeelhouders en klanten. De activiteitenportfolio diversifieerde weg van basale activiteiten als spaargeldbeheer en kredietverstrekking naar meer risicovolle activiteiten. Het begeleiden van een beursgang was oneindig veel interessanter en winstgevender dan het adviseren van de individuele klant en van het mkb. Trading won aan belangstelling, maar de notie dat trading een ‘zero sum game’ is werd terzijde geschoven.
De AEX steeg in die periode met meer dan 400 procent. Eurorie alom
De AEX steeg in die periode met meer dan 400 procent. Euforie alom. Private aandeelhouders werden de dominante ‘stakeholders’ en de grote winnaars.

Deprivatisering tijdens kredietcrisis

Tijdens de kredietcrisis bleek dat banken te grote risico’s hadden genomen. De solvabiliteit nam af tot onaanvaardbaar lage niveaus. Om faillissementen met enorme nadelen voor de gewone spaarder te voorkomen zijn banken zoals ABN AMRO en SNS genationaliseerd of wel de facto gedeprivatiseerd. Op Europese basis hebben vele grote banken dit zelfde lot ondergaan. De fundamentele vraag of banken in private of publieke handen moeten zijn is in Nederland –  evenmin als elders in de EU –  democratisch getoetst. Deze democratische toetsing is nu de centrale problematiek bij de beursgang – de hernieuwde privatisering – van ABN AMRO.

Salarisverhoging top ABN AMRO is alibi

De afspraak over de salarisverhoging tussen de Raad van Commissarissen en de directie van ABN AMRO was bekend bij de vertegenwoordiger van enige aandeelhouder zijnde Jeroen Dijsselbloem. Rik van Slingelandt als President Commissaris en Gerrit Zalm als ceo mogen dan niet altijd de goede sociale antennes hebben, ze hebben voldoende politieke ervaring en voldoende autoriteitsbesef om zo’n latent gevoelige salarisverhoging met de verantwoordelijke minister tijdig te toetsen en deze na te laten bij onvoldoende steun van deze minister. Als de minister deze steun niet expliciet heeft gegeven, moet worden verondersteld dat hij geen duidelijk bezwaar heeft gemaakt. De vraag is dan: waarom onthoudt Dijsselbloem nu zijn steun aan deze salarisverhoging en tracht hij impliciet de blaam bij Zalm en van Slingelandt neer te leggen en daarmee tevens ABN AMRO in diskrediet te brengen. De meest aannemelijke verklaring is dat Dijsselbloem de maatschappelijke commotie wil gebruiken om tijd te kopen om de maatschappelijke wenselijkheid van deze beursgang te heroverwegen. In deze heroverweging wordt hij gesteund door de snel groeiende en breed-maatschappelijke twijfel aan de wenselijkheid.

Verschuivende politieke panelen

Een aantal ontwikkelingen in de afgelopen maand beïnvloeden het klimaat voor de beursgang van ABNAMRO. In de eerste plaats de verkiezingen voor de Provinciale Staten annex Eerste Kamer. De PvdA leidt een gevoelig verlies. Nogmaals wordt bevestigd dat dat het voor de kiezer niet langer duidelijk is waar deze partij nu echt voor staat.
voor het eerst in geschiedenis is de SP de dominante sociaaldemocratische partij geworden. Een partij die mordicus tegen de privatisering van ABN AMRO is
Een ander resultaat van deze verkiezingen is ook dat voor het eerst in geschiedenis de SP de dominante sociaaldemocratische partij is geworden. Een partij die mordicus tegen de privatisering van ABN AMRO is. In de tweede plaats maakt Gerard van Olphen, bestuursvoorzitter van SNS Reaal, op 3 april in de Volkskrant bekend dat de SNS Bank niet zo nodig naar de beurs hoeft. Hij wijst een privatisering af en zegt hierover ‘We gaan niet voor maximalisatie van de winst voor de bank, maar voor de klant’ Nu wil het toeval dat in deze weken voorafgaande aan de geplande goedkeuring van de beursgang in de ministerraad een aantal calamiteiten boven ABN AMRO losbarsten. Naast de veelbesproken salarisverhoging komen nu de onregelmatigheden in Dubai en de zorgen van de DNB over de integriteitscontroles voor ABN AMRO bestuurders aan het licht. Het wantrouwen bij het brede publiek met betrekking tot de bancaire sector en bankiers in het bijzonder herleeft.  Een rechtvaardiging voor de PvdA en voor minister Dijsselbloem om tijd te winnen voor het heroverwegen van de beursgang. De zakelijke logica om in het huidige goede beursklimaat op basis van genoemde calamiteiten een beursgang uit te stellen ontbreekt nagenoeg volledig. De tegelwijsheid is ‘van uitstel komt afstel’. Een afstel dat niet alleen de PvdA maar waarschijnlijk ook een groot deel van het Nederlandse electoraat heel welgevallig zou zijn.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Rochus van der Weg

Rochus van der Weg heeft systeemtheorie gestudeerd in Groningen en in Toulouse en is vervolgens 20 jaar werkzaam geweest bij...