Op kosten van de brouwindustrie doen – soms gerenommeerde – wetenschappers onderzoek naar de positieve gevolgen van bier op gezondheid. Waarom doen ze dit en hoe betrouwbaar zijn ze? We gingen op de koffie bij het Kennisinstituut Bier in Wageningen en bezochten het European Beer and Health Symposium in Brussel.

    Wist u dat het nuttigen van een paar biertjes per dag een preventieve werking heeft op onder meer hart- en vaatziekten, diabetes, verschillende soorten kanker, dementie en nierstenen? En dat uw levensverwachting erdoor toeneemt? En dan hebben we het nog niet eens over de sociale en geestelijke voordelen van een vers getapt biertje. ‘Be happy and drink beer,’ zegt professor Arne Astrup van de Universiteit van Kopenhagen. 

    We bevinden ons op de European Beer and Health Conference in Brussel, waar wetenschappers, lobbyisten en vertegenwoordigers uit de industrie eens per drie jaar samenkomen om elkaar op de hoogte te brengen van recente en oudere inzichten op het gebied van bier en gezondheid. Dit jaar vindt de bijeenkomst plaats op een steenworp afstand van het Europees Parlement, in het Museum voor Natuurwetenschappen. 

    Een pilsje tegen Alzheimer

    Vandaag komen er uitsluitend positieve gevolgen van gematigde bierconsumptie ter sprake. Dat heeft alles te maken met de organisator: The Brewers of Europe, een lobbygroep van bierbrouwers. Ook een groot deel van het onderzoek wordt gefinancierd door de industrie. Volgens de betrokken wetenschappers heeft dat echter geen invloed op hun bevindingen. Sommigen vertegenwoordigen gerenommeerde universiteiten, tot Harvard aan toe. Zo vertelt Kjeld Hermansen (Aarhus University Hospital) over de positieve gevolgen van bier op type 2 diabetes en suggereert María José González Muñoz (Universidad de Alcalá in Madrid) dat een pilsje op zijn tijd je hersenen kan beschermen tegen de ziekte van Alzheimer. 

    FTM vraagt zich af wat er waar is van de beweringen van deze wetenschappers, en waarom de biersector zo’n bijeenkomst nodig heeft. De verkoop mag in West-Europa dan stagneren, de waarde van de bierplas neemt nog steeds toe: consumenten drinken steeds meer dure speciaalbiertjes. Van strenge regelgeving, hoge accijns of drastische verkoopbeperkingen is vooralsnog evenmin sprake. Waarom dan dit initiatief? 


    Carl Kins van de European Beer Consumers Union

    "De mannen van UKIP komen graag naar onze recepties"

    Waakzaamheid is geboden

    Tussen de sessies door wil lobbyist Carl Kins van de European Beer Consumers Union zich wel aan een antwoord wagen. Terwijl hij een flinke slok neemt van zijn amberkleurige bier, waarschuwt hij voor ‘neo-prohibitionisten’, ‘zogenaamde dieetgoeroes’ en andere ‘zeloten’ die vinden dat elke druppel er één te veel is. ‘We moeten niet lijdzaam toezien hoe zij hun boodschap verspreiden en aan invloed winnen,’ zegt hij.

    In zijn eigen land België lijkt het weliswaar niet zo’n vaart te lopen – jongeren mogen hier nog steeds vanaf hun zestiende drinken en in de stationsautomaat is dag en nacht bier te koop – maar dat verandert voor Kins niets aan de zaak. Waakzaamheid is geboden. Pogingen om Europese volksvertegenwoordigers aan zijn zijde te scharen, vinden volgens hemzelf vooral weerklank bij de UK Independence Party. ‘De mannen van UKIP komen graag naar onze recepties, waar altijd goed bier wordt geschonken.’  

    Cees-Jan Adema van de brancheorganisatie Nederlandse Brouwers wijst erop dat de Gezondheidsraad in Den Haag de strengste richtlijn ter wereld hanteert: drink geen alcohol — en als je het toch doet, dan hooguit één glas per dag. ‘In veel andere landen geldt een advies van maximaal twee glazen voor mannen en één voor vrouwen. Zij baseren zich voor zover ik weet op dezelfde kennis,’ zegt hij. (We vroegen de Gezondheidsraad om een interview voor dit artikel, maar dat werd ‘niet zinvol’ geacht. Een uitleg bij de richtlijn staat hier.)

    De boodschap van de bierproducenten: gematigd drankgebruik heeft voor je gezondheid meer voor- dan nadelen

    Tijdens een paneldiscussie voegt Frans Kok van het Nederlandse Kennisinstituut Bier daaraan toe dat ook de Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties in zijn ogen steeds meer op een actiegroep begint te lijken, die almaar strengere richtlijnen voor alcohol propageert. Tijd dus voor een tegenoffensief, vinden de brouwers, met in het achterhoofd ongetwijfeld de paria-status die de tabaksindustrie in relatief korte tijd verwierf. De boodschap van de bierproducenten: gematigd drankgebruik heeft voor je gezondheid meer voor- dan nadelen. 

    Veelvuldig komt de zogenoemde J-curve ter sprake. Deze grafiek zet de dagelijkse alcoholconsumptie af tegen de levensverwachting, waardoor een liggende J verschijnt. Het zou betekenen dat gematigde, reguliere drinkers langer leven dan niet-drinkers. Wel slaat de winst vanaf twee of drie drankjes per dag om in een verlies: bij vijf glazen per dag gaat de gemiddelde levensverwachting beduidend omlaag.

    Geniet met mate

    Sommige sprekers schuwen geen boude uitspraken. Zo verzet Helena Conibear van de Britse lobbygroep Alcohol in Moderation zich tegen het advies van een aantal Europese gezondheidsorganisaties enkele dagen per week geen alcohol te drinken: ‘Voor zware drinkers is dat wijze raad, maar de meeste mensen drinken matig en voor hen geldt dat ze het meest profiteren van gezondheidsvoordelen als ze weinig en vaak drinken.’ Bepaalde preventieve effecten van alcohol zijn volgens haar na 24 uur uitgewerkt, waarna een nieuwe inname dus noodzakelijk zou zijn.

    Af en toe komen ook ‘opponenten’ ter sprake: wetenschappers uit de gezondheidswereld die meestal onderzoek doen met publiek geld. Doorgaans komen zij tot tegengestelde conclusies: ook gematigde consumptie is schadelijk. Conibear omschrijft hen als ‘een klein aantal auteurs, zeer luidruchtig en uiterst invloedrijk, dat publiceert in een klein aantal wetenschappelijke tijdschriften.’

    Fabels en onzin

    In een anoniem grijswit kantoorgebouw in Wageningen, niet ver van de campus van de plaatselijke universiteit die zich specialiseert in landbouw en voeding, huist het Kennisinstituut Bier. Het is een van de drijvende krachten achter de ‘bier is gezond’-beweging en een medeorganisator van de conferentie in Brussel. Achter een houten tafel, beschilderd met merklogo’s van Amstel, Brand en Gulpener, vertellen directeur Aafje Sierksma en voorzitter Frans Kok dat het instituut vooral een context wil bieden, die in discussies over bier vaak zou ontbreken.

    'Voor sommigen is het bijna een religie dat elke druppel gevaarlijk voor je is'

    Kok: ‘Door miscommunicatie wordt er een hoop onzin verkondigd, bijvoorbeeld over het risico op kanker.’

    Welke onzin dan, wil FTM weten. 

    Sierksma: ‘Nou ja, geen onzin. Maar als je hoort: “alcohol kan kanker veroorzaken”, is het belangrijk dat in een perspectief te plaatsen. Er zijn veel risicofactoren: overgewicht, ongezonde voeding, roken – en alcohol. Over welke vormen van kanker gaat het? Wat zegt het als alcohol het gevaar op borstkanker met 10 procent verhoogt? Als je dat zo in de krant zet, denkt iedereen: jeetje, wat veel. Dat is ook veel, maar hoe groot is het risico op borstkanker werkelijk? Wij willen het verhaal eromheen duidelijk maken.’

    ‘Het is de duiding,’ vult Kok aan. ‘Er loopt op dit moment een grootschalig, langdurend onderzoek in de Verenigde Staten. Na afloop daarvan kun je harde conclusies trekken over de invloed van alcohol op kanker, hartziekten en beroertes. Maar het duurt nog heel lang voordat je voldoende mensen hebt die daaraan zijn overleden, waardoor alle verbanden zichtbaar worden. Tot die tijd baseren we ons op observationele studies met bevindingen. En die moeten geduid worden.’

    Maar voorziet het Kennisinstituut Bier niet louter negatieve bevindingen van ‘duiding’, terwijl positief nieuws enthousiast wordt omarmd? 

    Kok: ‘Ja, dat is zo, maar onze tegenstanders hebben dezelfde houding. Voor sommigen is het bijna een religie dat elke druppel gevaarlijk voor je is. Met het Kennisinstituut Bier proberen we geloofwaardigheid op te bouwen door feiten en inzichten zo goed mogelijk te presenteren en te interpreteren.’ 


    Martijn Katan, emeritus hoogleraar Voedingsleer

    "Ik vroeg: Frans, moet je dit nu wel doen? Ze gebruiken je om bier te verkopen. Hiervoor zijn wij toch niet de wetenschap ingegaan?"

    Ideetje van Heineken

    De organisatie heeft daartoe een bescheiden budget ter beschikking: een kleine drie ton in 2016, waarvan iets meer dan 15 duizend euro bestemd was voor onderzoek. Sierksma: ‘We proberen op allerlei creatieve manieren subsidie te vinden. We hebben twee keer financiering gekregen van het European Fund for Alcohol Research [volgens de eigen website een onafhankelijk fonds, maar wel gefinancierd door The Brewers of Europe, red.] En we proberen studenten warm te maken voor onderzoek. We zitten natuurlijk niet voor niets in Wageningen.’

    Het instituut bestaat inmiddels acht jaar en werd opgericht op initiatief van de toenmalige topman van Heineken Nederland. Kok: ‘Philip de Ridder heeft mij benaderd samen met iemand van de Nederlandse Brouwers. We constateerden dat er veel misvattingen en fabels over bier bestonden, die van invloed waren op diëtisten en gezondheidswerkers. Ze vroegen me of ik hen kon helpen dit op te zetten. Ik heb ze toen scherp in de ogen gekeken en gezegd dat het wetenschappelijk verantwoord moest zijn en dat we ons niet direct tot het grote publiek zouden richten.’

    Bier voor je plezier

    Martijn Katan, emeritus hoogleraar Voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam en auteur van Voedingsmythes, herinnert zich de opening nog goed. Zijn kritische vragen aan oud-collega Kok werden destijds matig op prijs gesteld. ‘Ik ben met hem de tuin in gewandeld en vroeg: “Frans, moet je dit nu wel doen? Ze gebruiken je om bier te verkopen en reclame te maken. Hiervoor zijn wij toch niet de wetenschap ingegaan?” Dat viel niet in goede aarde, het werd een hele scène. Hij nam het me ook zeer kwalijk dat ik kritiek uitte op de directeur-generaal van het ministerie van Landbouw, dat de officiële opening verrichtte.’ 

    'Voor onze regering ben je als wetenschapper een loser als je niet samenwerkt met de industrie’

    Zelf is Katan in het verleden ook weleens door het bedrijfsleven gefinancierd. Zijn ervaring leert hem dat geld altijd een rol speelt bij onderzoek: ‘Er zijn sociaal-psychologische effecten  die je soms zelf niet eens doorhebt, maar die je toch beïnvloeden. En je werkt met een organisatie: als je niet steeds geld binnenhaalt, moet je mensen ontslaan.’ Hij betreurt het dan ook dat de overheid de samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven juist zo sterk aanmoedigt en de betrokkenheid van een private speler vaak als voorwaarde stelt voor publieke financiering. ‘Voor onze regering ben je als wetenschapper een loser als je niet samenwerkt met de industrie.’

    Katan benadrukt dat er weliswaar aanwijzingen waren dat alcohol de kans op hartinfarcten verlaagt, maar dat die steeds zwakker worden. En zelfs als het zou werken, dan gaan de onderzoekers volgens hem voorbij aan het feit dat alcohol een harddrug is met verslavende werking en dat ook matig drinken de kans op borstkanker vergroot. ‘De risico’s zijn veel groter dan de eventuele voordelen. Stel dat de kans op hart- en vaatziekten inderdaad afneemt door matig alcoholgebruik, dan bestaan er alsnog allerhande ongevaarlijke alternatieven. Ik zou nooit iemand aanraden met dat doel bier te drinken. Je drinkt voor je plezier, niet voor je gezondheid.’

    De J-curve staat volgens Martijn Katan ook al enige tijd op losse schroeven. Critici wijzen erop dat de groep geheelonthouders voor een deel zou bestaan uit ex-alcoholisten en anderen met gezondheidsproblemen, terwijl matige drinkers een gezonder leefpatroon hebben. Uiteindelijk is volgens hen onduidelijk is of het verschil in levensverwachting aan het dagelijkse drankje ligt of aan andere factoren. Gesponsorde wetenschappers zeggen dat dergelijke factoren eruit zijn gefilterd.

    ‘Ik ben altijd tegen het bierinstituut geweest. Het is een zuivere lobby’

    Katan neemt de bierindustrie niets kwalijk: ‘Bier is legaal en zij mogen er reclame voor maken. Het probleem ligt bij de wetenschappers die zich hiervoor laten gebruiken. Zelfs als de overheid ons onder druk zet om mee te doen, zouden wij zelf beter moeten weten.’

    Zelfs in de brouwindustrie klinken kritische geluiden. Een bron binnen Heineken, inmiddels met pensioen (naam bekend bij de redactie): ‘Ik ben altijd tegen het bierinstituut geweest. Het is een zuivere lobby, die gebruikmaakt van medische onderzoeksresultaten. Die zijn echter gebaseerd op epidemiologische studies. Die lijken weliswaar goed uitgevoerd te zijn, met een groot aantal deelnemers en door gerenommeerde wetenschappers, maar de causale verbanden zijn nog steeds totaal onbekend. Er dient voorzichtig mee omgegaan te worden en om dit als marketinginstrument te gebruiken, vind ik fout. Je hebt een groep van 5 à 9 procent van de drinkers die niet met alcohol kan omgaan. Ik vind aandacht daarvoor belangrijker.’

    Intussen in Nigeria

    Sinds 2014 organiseert Heineken een jaarlijks Beer and Health Symposium in de Nigeriaanse stad Lagos, een spin-off van het Europese evenement. Een groot verschil is dat het Nigeriaanse evenement niet door een overkoepelende organisatie wordt georganiseerd, maar direct door Nigerian Breweries, de lokale dochteronderneming van Heineken. Er wordt ook reclame gemaakt voor het lokale biermerk Star, wat in Brussel niet het geval is. ‘Wij zijn daar geen voorstander van’, zegt Frans Kok van het Kennisinstituut Bier.

    Het evenement vindt plaats in een luxehotel en het publiek bestaat niet uit wetenschappers en lobbyisten, maar uit sterren uit de showbusiness en succesvolle zakenlieden (influencers in marketingtaal). Journalisten zijn ook van harte welkom en schrijven uitbundig over ‘feiten die het nu eindelijk winnen van fictie’ (aldus de Nigeriaanse krant The Independent). 

    Heineken maakt in Afrika, net als de voornaamste concurrenten, graag gebruik van gezondheidsclaims. Het industriële bier zou beter zijn dan de lokale brouwsels, die van wisselende kwaliteit zijn en soms veel alcohol bevatten. Hoewel dergelijke drankjes zeker bestaan, is het grootste deel van de traditionele drankjes echter juist gezonder dan industrieel bier. Ze bevatten doorgaans minder alcohol, meer vitaminen en zijn voedzamer, blijkt uit een onderzoek van de universiteiten van Luik, Leuven en Rwanda.

    Lees verder Inklappen

    A pint of beer a day...

    Hoe zit het met de kleine groep opponenten, ‘luidruchtig en zeer invloedrijk’, die op het symposium in Brussel met enige minachting ter sprake kwam? In werkelijkheid gaat het om een heterogeen gezelschap wetenschappers, onder wie bijvoorbeeld Anya Topiwala van de Universiteit van Oxford. Alleen al in het afgelopen jaar publiceerde dit groepje verschillende kritische artikelen in verschillende prestigieuze tijdschriften zoals het British Medical Journal. Zij concluderen dat ook gematigde alcoholconsumptie het risico verhoogt op hersenschade en cognitieve functies, borstkanker en hartritmestoornissen.

    En het voornemen van het Kennisinstituut Bier om het grote publiek niet aan te sporen bier te drinken omdat het gezond zou zijn? Uiteindelijk komt hun informatie via de media alsnog bij de consument terecht — vaak ontdaan van elke context of kanttekening. Vooral tabloids en luchtige nieuwssites smullen van ‘opmerkelijke’ onderzoeksresultaten. ‘De wetenschap heeft aangetoond dat het drinken van bier verschillende verrassende gezondheidsvoordelen met zich mee brengt. Het is aan jou om daar weer je voordeel uit te halen’, zo lees je bijvoorbeeld in Men’s Health. De ruim twee miljoen lezers van Bild kregen liefst 23 redenen voorgeschoteld om vaker bier te drinken, onder meer omdat je er gezond en knap van wordt. ‘A pint of beer a day keeps the doctor away’, kopte ook The Daily Telegraph. En op een Zwitserse site wordt dezelfde boodschap geïllustreerd door rondborstige Beierse dames met literpullen.

    ‘Dat is niet wat wij willen,’ reageert Sierksma van het bierinstituut. ‘Wij zijn zelf ook niet actief met media bezig.’ Maar het heeft er alle schijn van dat het juist precies is wat de ‘bier is gezond’-beweging wel wil. Het past binnen een strategie waarin verwarring wordt gecreëerd: consumenten krijgen het beeld mee dat de ene groep wetenschappers zegt dat gematigd bier drinken slecht voor je is, terwijl de ander beweert dat het onderdeel is van een gezonde levensstijl. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen, denkt de bierdrinker. Die neemt er voor de zekerheid nog eentje.

    Reactie van Kennisinstituut Bier

    Het Kennisinstituut Bier liet ons weten zich niet te herkennen in dit artikel. Wat volgt is een verkorte versie; de volledige reactie is hier te lezen.

    ‘Kennisinstituut Bier is geen 'bier is gezond'-beweging, zoals de schrijver suggereert. Het instituut is opgericht door de brouwers om onderzoek te doen naar de gezondheidseffecten van gematigde alcoholconsumptie en daarover te communiceren. In onze ogen is er maar één soort wetenschap, geverifieerd, transparant en in dialoog, op zoek naar nieuwe kennis. Daarin past het niet om elkaar op voorhand uit te sluiten, bijvoorbeeld om redenen als financiering door bedrijfsleven, overheidsorganen, NGO’s of welke organisatie dan ook.’ 

    Lees verder Inklappen
    Over de auteur

    Olivier van Beemen

    Olivier van Beemen was correspondent in Frankrijk en is auteur van het boek Heineken in Afrika

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Wetenschap op bestelling

    Gevolgd door 185 leden

    Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwonge...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid