Eind juni berichtte FTM over het project InnovationAIR bij de Nederlandse Luchtmacht, dat was bedoeld om het innovatief vermogen van dit krijgsmachtonderdeel te vergroten. Het artikel leidde tot Kamervragen, onder andere over het detail dat als onderdeel van het project in een van de liften enige tijd een wc-pot zou hebben gestaan. Uit de beantwoording van die vragen blijkt nu dat dit detail niet klopte: het was geen wc-pot maar een douche. FTM analyseert de antwoorden van Defensie.

    Jasper van Dijk, Tweede-Kamerlid namens de SP, diende op 6 juli Kamervragen in naar aanleiding van het artikel ‘Hoe de Luchtmacht geld door de plee spoelt,’ dat op 25 juni was gepubliceerd op FTM. Het artikel ging over InnovationAIR, een project binnen de Luchtmacht dat zich in tijden van nijpende tekorten bij Defensie dure sprekers en managementgoeroes veroorlooft. De antwoorden op de Kamervragen kwamen bijna zes weken later binnen, op een tijdstip dat in Defensie-kringen bekend staat als de aanvang van ‘Operatie Stofwolk,’ oftewel: vrijdagmiddag 16:00 uur. De antwoorden op de Kamervragen zijn uitgebreid en gedetailleerd, en laten zien dat goede bedoelingen niet altijd even goed uitpakken.

    Ondoorgrondelijk taalgebruik

    Het taalgebruik doet vermoeden dat de Kamervragen zijn beantwoord door degenen over wie de vragen gaan. Ze lezen eerder als een existentiële verdediging waarin InnovationAIR haar raison d’être bepleit dan als een ministeriële verantwoording voor de inzet van bepaalde financiële middelen. Zo staat de tekst bol van InnovationAIR’s marketing buzzwords als ‘militaire cloud oplossingen,’ ‘innovatie challenge,’ ‘inspirerend’ en worden vragen over ondoorgrondelijk management-taalgebruik beantwoord met, jawel, ondoorgrondelijk management-taalgebruik. Zo wordt bijvoorbeeld de vraag over wat InnovationAIR precies bedoelt met ‘kleine autonome innovatie-cellen’ als volgt beantwoord: ‘[het is] een beproefd concept waarbij één innovatiethema de volle aandacht krijgt. Door afstand te nemen van de dagelijkse gang van zaken en de deskundigheid in de groep toe te spitsen op het onderwerp, kan een innovatiecel zich richten op veranderingen. Hierbij wordt steeds de lange termijn in het oog gehouden.’ Het blijft vooralsnog onduidelijk wat deze ‘cellen’ precies inhouden, in hoeverre het een ‘beproefd concept’ is, op basis van welke empirische bevindingen, en of het niet gewoon neerkomt op ‘werkgroepjes’.

    Het taalgebruik doet vermoeden dat de Kamervragen zijn beantwoord door degenen over wie de vragen gaan

    Los van het wollige managementconcept waarin het project wordt gegoten, laat de daaropvolgende uitleg over deze ‘innovatiecellen’ zien dat er wel degelijk wordt gezocht naar een adequate inzet van beschikbare middelen. Het is niet meer dan logisch dat er binnen de Luchtmacht wordt geïnvesteerd in projecten waarin medewerkers aan de slag gaan met beschikbare data (over bijvoorbeeld logistieke ketens) om te kijken waar ruimte voor verbetering is. Afgaand op de Facebook-pagina van InnovationAIR wordt er namelijk gewerkt met fuzzy inference modellering, wat een manier is om bijvoorbeeld prestatieparameters van bepaalde systemen in te schatten. De vele toepassingen die hiermee kunnen worden gedaan binnen de Luchtmacht spreken voor zich. Ook is er weinig fantasie voor nodig om te zien dat het kwantificeren en vervolgens analyseren van vluchtgegevens een bijdrage kan leveren aan het verhogen van de effectiviteit. Los van de bijdrage op de werkvloer, dragen deze bij aan de datarevolutie, iets waar Defensie zijn voordeel mee kan doen. Bij geen enkel ander departement is echter op voorhand vast te stellen dat dergelijke projecten een zeer hoog rendement kunnen behalen. Zo ligt er op de diverse kazernes een schat aan data (bijvoorbeeld verstopt in stoffige rapportages) die helaas zelden is gedigitaliseerd in bruikbare datasets. Digitalisering zou uitgaan van kennis die reeds in huis is, zou deze kwantificeren en daarmee feitelijk de datarevolutie-handschoen oppakken. De hamvraag is echter: wat is het budget van InnovationAIR en waar wordt dit aan besteed?

    Correcties

    Precies hier wringt de schoen. Zo is te lezen in het antwoord op de Kamervragen:

    AIR beschikt sinds 2015 over een eigen budget. De totale uitgaven over 2015 en 2016 bedragen € 800.000. Het grootste deel van dit bedrag is besteed aan defensiebrede projecten zoals lezingen en symposia. Het CLSK heeft in 2015 en 2016 aan sprekers in totaal € 445.450 uitgegeven. De sprekers zijn uitgenodigd vanwege hun inzichten op het gebied van bedrijfsvoering, leiderschap, technologie en besluitvorming.

    Het grootste deel van het bedrag is dus niet besteed aan eerder genoemde initiatieven, die medewerkers op de werkvloer in staat zouden stellen om het maximale uit beschikbare middelen te halen, maar aan ‘lezingen en symposia’. Wat sprekers over ‘innovatie,’ ‘creativiteit’ en ‘niet-kinetische beïnvloeding’ precies hebben bijgedragen, hoe zij medewerkers in staat hebben gesteld beter of efficiënter te werken, waar zij over hebben gesproken, maar ook wie deze sprekers waren en wat hun achtergrond, geloofsbrieven en accreditaties zijn — het is allemaal volstrekt onduidelijk.

    "Het grootste deel van het geld is niet besteed aan initiatieven die medewerkers in staat stellen het maximale uit beschikbare middelen te halen, maar aan lezingen en symposia"

    Wat het gekost heeft is wel bekend. Zo kostte een spreker ‘creativiteit’ 10.500 euro, ‘innovatie’ 8900 euro, ‘niet-kinetische beïnvloeding’ 4500 euro. Elf sprekers voor een symposium ‘Singularity University’ (inhoud onbekend) kwamen blijkbaar hun bed pas uit voor een (on)kostenplaatje van gemiddeld 33.000 euro per spreker. Hierbij dienen wij de Amerikaanse generaal McChrystal niet te vergeten, die ook kwam opdraven voor 33.000 euro, in tegenstelling tot het bedrag van 60.000 euro dat werd genoemd in het eerdere artikel over InnovationAIR op basis van berichten in Amerikaanse media.

    Een tweede correctie op het eerdere artikel is op zijn plaats inzake de wc-pot die in de lift van het Commando Luchtstrijdkrachten te Breda zou hebben gestaan. Want, zo is te lezen in de antwoorden op de Kamervragen, wegens ‘de campagne voor een luchtmachtbrede innovatie challenge zijn, enkele uren, een douchekop en douchegordijn in een lift geplaatst. Dit in het kader van denken buiten de geijkte kaders.’

    Hoewel een douche in een lift niet minder bizar lijkt dan een wc-pot in een lift, had het eerste artikel over InnovationAIR niet in deze vorm gepubliceerd mogen worden. FTM heeft de anekdote over de wc-pot voor commentaar voorgelegd aan InnovationAIR en bij die gelegenheid gevraagd of er wellicht sprake was van een ’mogelijke bedrijfsroddel’. Het luchtmachtonderdeel wilde het verhaal bevestigen noch ontkennen. Aansluitend heeft FTM onvoldoende grondig gecontroleerd of het was gebaseerd op ’hear say’.

    Bolletjes wol

    Over de vraag in hoeverre een douchekop en -gordijn, maar ook een doctrinaire COIN-adept als generaal McChrystal bijdragen aan innovatie, blijft Defensie vaag. Zo valt er in de antwoorden te lezen dat McChrystal ‘op inspirerende wijze tal van onderwerpen [heeft] besproken,’ maar blijft onduidelijk tot welke nieuw toepasbare inzichten dit heeft geleid. Hoe het er aan toe gaat op dergelijke ‘lezingen en symposia’ is onder meer te zien in een tweet waar te zien is dat militairen elkaar bolletjes wol toewerpen want ‘bouwen aan een netwerk is leuk en geeft energie’.

    Hoewel het eruit ziet als een dolle boel, dringt zich wel de vraag op of dergelijke bijeenkomsten — waarvan is aangetoond dat ze het grootste deel van het budget voor InnovationAIR hebben opgesoupeerd — niet beter hadden kunnen worden besteed aan projecten waar in één oogopslag de nut en noodzaak van is in te zien. Projecten die wél kwantificeerbare (en dus aantoonbare) succesvolle output genereren. Projecten die medewerkers uitdagen het beste uit zichzelf en de organisatie te halen, in plaats van ludiek bolletjes wol in een symposium-zaal naar elkaar te gooien.

    Had het geld niet beter kunnen worden besteed aan projecten waar in één oogopslag nut en noodzaak van is in te zien?

    De antwoorden op de Kamervragen laten zien hoe (technische) vernieuwing en kleinschalige projecten die voor aantoonbare verbetering op de werkvloer zorgen,  zowel financieel als retorisch volledig ondergesneeuwd zijn geraakt door HR-hypes en dubieuze concepten van managementgoeroes. Daarbij moet niet worden vergeten dat de Luchtmacht een uitvoerend tactisch krijgsmachtsonderdeel is. Hierdoor is zij niet afhankelijk van interne innovatie, maar heeft ze vaak de luxe om innovatie ‘van de plank’ te kopen. Zo kan de Nederlandse Luchtmacht op sommige terreinen innoveren tot zij een ons weegt, maar zal ze hier niet altijd iets aan hebben. Zo zal de Luchtmacht bijvoorbeeld nooit zelf de software aanleveren (of eigenhandig aanpassen) voor bijvoorbeeld een F-16, F-35, Apache of welk zogeheten foreign military sales-apparaat dan ook. Dergelijke producten aanpassen zou neerkomen op contractbreuk en gigantische financiële gevolgen hebben voor de Nederlandse staat. Daarom is het juíst voor de Luchtmacht in tijden van budgettaire beperkingen zaak om met een kritisch oog te blijven kijken naar nut en noodzaak van bepaalde investeringen in innovatie. Want met 8 ton koop je immers ook een samenwerkingsverband tussen Nederlandse en Duitse militaire politie, of 50 mariniers op koopvaardijschepen die in gevaarlijke wateren varen. Zeker wanneer het gaat om publieke middelen, mag de burger verwachten dat afwegingen zorgvuldig worden gemaakt en zonder al te veel moeite te verantwoorden zijn.

    Handelen naar nieuwe inzichten?

    De vraag is in hoeverre InnovationAIR bereid is om te gaan met de noodzakelijke trial and error. Niet zelden worden aannames achterhaald door nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen. Sterker nog: dit voortschrijdend inzicht is de kern van innovatie. Een goed voorbeeld hiervan voor InnovationAIR is de Inspire Room: een open werkplek volledig ingericht naar de populaire HR-doctrine van ‘het nieuwe werken’. Nu wetenschappelijk onderzoek in toenemende mate uitwijst dat innovatieve kantoorconcepten niet werken, is de vraag of de Luchtmacht bereid is om, als organisatie die er prat op gaat te zijn voor innovatie, te handelen naar deze inzichten. Is InnovationAIR bereid om continu kritisch te blijven kijken naar meetbare output en effectiviteit van bepaalde methodes? Dat is nog maar de vraag. Zo wordt in de laatste zin van de antwoorden op de Kamervragen kritiek feitelijk afgedaan als angst voor verandering: ‘Zoals bij veranderingen in organisaties kennen verbeteringen en vernieuwingen zowel critici als supporters.’ Wellicht is een kritische her-evaluatie van de eigen aannames — en het besef dat bevraging van een aanname niet gelijk staat aan bevraging van het ego — nog iets te veel van het goede.

    Wordt — met interesse — gevolgd.

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Kaalslag bij Defensie

    Sinds het einde van Koude Oorlog heeft Nederland fors gesneden in Defensie. De opeenvolgende kabinetten gebruikten de kaassch...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid