Bijzonder Beheer: actieve euthanasie ligt op de loer

    Michiel Werkman laat zien hoe de afdelingen Bijzonder Beheer van banken hun zorgplicht niet waarmaken. 'Het is een veldhospitaal. En soms een slachthuis.'

    winnenAls ze in de ‘ziekenboeg’ van de banken snel of zonder verdoving gaan snijden, zijn ondernemers ontevreden. Wanneer de verplegers de verkeerde medicijnen toedienen, is het ook niet goed. Een foute diagnose of behandeling is snel fataal. Maar, nog afgezien van verkeerde zorg ligt actieve euthanasie op de loer. Heeft een bank dan haar zorgplicht geschaad? Een praktijkvoorbeeld. Een kleine aannemer (laten we hem omwille van zijn privacy zzp’er Jan noemen) krijgt met tegenslag te maken. Hij komt in Bijzonder Beheer terecht en dreigt nu het loodje te leggen. Eigen schuld, dikke bult? Jan is nu 57 jaar oud. Hij is zo’n typische zzp’er waarvan er in ons land vele duizenden zijn. Hardwerkend maar zonder veel financieel economisch inzicht en/of kennis van zaken rondom financieren. Zijn Rabobank heeft onlangs aangekondigd dat hij tot februari a.s. de tijd krijgt om zijn 400.000 euro resterende bankschuld af te lossen. Lukt hem dat niet, dan gaat de Rabobank over tot executie van zijn bedrijfsruimte met bovenwoning. Jan is boos en verzet zich hevig. Hij stelt ‘nog nooit verlies te hebben geleden’ en ‘altijd op tijd rente en aflossing aan de Rabobank te hebben betaald’. Hij zoekt op aanraden van zijn boekhouder een andere bankfinanciering. Hij wil tijd winnen en zijn advocaat bereidt een kort geding tegen Rabobank voor.

    Wat vooraf ging

    Het is 2008. Jan is 50 jaar oud en krijgt rugproblemen. Hij kan zijn beroep geruime tijd niet meer uitoefenen. Jan blijkt onvoldoende verzekerd en al zijn inkomsten vallen weg. In korte tijd stapelen de schulden zich op. Jan zet daarom zijn pand te koop voor 800.000 euro. Middenin de crisis zijn er voor die prijs echter geen gegadigden. Jan komt steeds krapper bij kas te zitten, maar zonder zicht op continuïteit van voldoende inkomen wil Rabobank hem bovenop zijn toen tot 470.000 euro opgelopen schuld geen extra krediet meer verlenen. Wanneer Jan in 2009 weer aan de slag gaat, weet hij bij de ING Bank toch nog een extra bedrijfskrediet van 100.000 euro los te peuteren. Zeven jaar later is de mogelijke verkoopopbrengst van het pand van Jan gezakt van 800.000 naar 470.000 euro. De executiewaarde bedraagt in 2015 circa 400.000 euro. In zijn eenmanszaak werkt Jan sinds 2008 met een negatief eigen vermogen. Dat schommelt al zeven jaar rond een bedrag van -/- 110.000 euro. Bij zijn leveranciers is het nog openstaande bedrag tot 70.000 euro gestegen en 80 procent daarvan is al langer dan zes maanden achterstallig. Anno 2015 is de totale schuld opgelopen tot 570.000 euro.
    Jan heeft gelijk als hij zegt jaarlijks winst te maken, maar zijn betalingscapaciteit is nihil
    Jan heeft gelijk als hij zegt jaarlijks winst in zijn eenmanszaak te maken. Hij realiseert daarmee de afgelopen zeven jaar ook telkens een positieve cashflow van gemiddeld 30.000 euro. Daarvan moet hij wel 10.000 op zijn hypotheek aflossen, en privé heeft hij 20.000 nodig. Zijn jaarlijkse betalingscapaciteit om op de totale schuld in te kunnen lopen is dus nihil. Uitzicht op verbetering of groei is er niet of nauwelijks. De afgelopen jaren heeft Jan tegenvallers en het nóg verder oplopen van zijn schuld opgevangen met de verkoopopbrengst van een auto en door de afkoop van een spaarverzekering. De consequentie is dat hij over tien jaar slechts nog AOW tegemoet kan zien. Zonder maatregelen zal de schuld zal op zijn 67e hoogstwaarschijnlijk nog steeds 470.000 euro of meer zijn. Jan is een optimist. Hij denkt jaarlijks 15.000 euro extra te kunnen gaan aflossen uit eventuele verhuur van zijn woning en/of bedrijfsruimte. Als hem dat lukt kan hij zijn Rabo-hypotheek wellicht nog verlagen. Maar zelfs dan bedraagt de totale schuld op zijn 67e nog minimaal 320.000 euro. Omdat er tot aan zijn AOW geen ruimte meer is voor het opvangen van tegenvallers of (her)investeringen is het zelfs waarschijnlijk dat zijn schuld t.z.t. aanmerkelijk hoger zal blijken te zijn. Jan moet het pand verkopen om zijn schulden af te lossen, maar heeft dan niets opgebouwd. Als de verkoop mislukt, zit hij vast aan een restschuld waarvan hij de lasten met alleen zijn AOW niet kan dragen.

    Opzegging van de hypotheek

    Medio 2015 ontvangt de Rabobank de jaarcijfers van Jan over 2014. Zijn openstaande schuld is vanaf 2008 met de jaarlijkse aflossing van 7 keer 10.000 euro gedaald. Precies tot aan de huidige executiewaarde van 400.000 euro. Op dat niveau wordt, in combinatie met de structureel ontoereikende betalingscapaciteit, het oplopen van schulden bij derden en de onzekere vooruitzichten, een signaalpunt bij de bank bereikt. De bank zegt de financiering op. Doet de Rabobank daarmee iets wat ze formeel niet mag? Ze stelt vast dat het er niet naar uitziet dat Jan het gaat redden. Ze ziet dat ze er als bank op dit moment waarschijnlijk goed uitspringt en minimaal quitte speelt. Langer uitstel is risicoverhogend. Verhuurinkomsten zijn geen garantie dat Jan niet door een andere schuldeiser omver getrokken zal worden. Akkoord gaan met verhuur van het pand doet de dekkingswaarde voor de bank alleen maar afnemen. Ze stelt nu haar positie veilig.
    Voor Jan komt de opzegging als een donderslag bij heldere hemel
    Voor Jan komt deze boodschap van de bank als een donderslag bij heldere hemel. Hij realiseert zich niet dat hij de rente en aflossing aan de Rabobank alleen nog maar heeft kúnnen betalen met het laten oplopen van zijn schulden bij de ING bank en leveranciers. Bank en boekhouder hebben hem daar de afgelopen jaren niet op gewezen. De boekhouder geeft Jan zelfs nu nog de hoop dat hij met zijn resultaten kans maakt op een totale herfinanciering bij een andere bank. Dom en kansloos. Wanneer Jan zijn pand tijdig zelf voor de huidige marktwaarde van 470.000 euro weet te verkopen kan de Rabo-hypotheek volledig worden afgelost. Bij ING en leveranciers resteert dan nog wel de schuld van 100.000 euro. Daar zal hij een oplossing voor moeten regelen. Laat Jan het echter op een veiling aankomen dan zal zijn probleem rond 170.000 euro liggen.

    Zorgplicht bank

    Is Jan nu terecht boos op de Rabobank? Ja en nee. Ik vind dat hij tot op zekere hoogte wel een punt heeft. Vooropgesteld. Jan heeft heel opportunistisch bewust risico’s genomen toen hij geen goede arbeidsongeschiktheidsverzekering regelde. Hij is ook tegen beter weten in doorgegaan met zijn structureel onvoldoende rendabele activiteit. Hij is extra schulden aangegaan waarvan het hoogst onzeker was of hij die ooit zou kunnen terugbetalen. Hij heeft daarover weliswaar ruggespraak gehouden met zijn boekhouder, maar het blijven zijn eigen beslissingen waarvoor hij als ondernemer volledig de verantwoordelijkheid draagt. Er is absoluut sprake van een hoog eigen-schuld-dikke-bultkarakter. Daarover geen discussie. Maar. Dit verhaal van Jan is ook exemplarisch voor vele duizenden kwetsbare klein zakelijke mkb’ers en zzp’ers in ons land. En de banken weten dat. Als geen ander.
    De ‘ziekenboeg’ van de Rabobank heeft zonder diagnose afgezien van behandeling
    Toch heeft de ‘ziekenboeg’ van de Rabobank van Jan zonder diagnose afgezien van behandeling. Na 2009 hebben ze hem gewoon laten bungelen. Ondanks hun comfortabele hypothecaire dekking hebben ze hem jarenlang wel extra risico-opslagen laten betalen maar geen assistentie verleend. De schuld was te klein om er energie in te steken. De ‘coöperatieve’ Rabobank heeft haar reclameslogan ‘Een aandeel in elkaar’ niet waargemaakt. Het klantbelang is ook niet centraal gesteld. De artsen van de ziekenboeg hadden hun vak serieus moeten nemen! Zij konden Jan in 2010 al voorspellen dat zijn bedrijfje terminaal ziek was. Dat er alleen met een drastische ingreep kans op overleven was. Ze hadden hem actief horen te begeleiden. In 2010 was zijn totale schuld nog lang geen 570.000 euro. Als ze Jan in 2010 hadden geconfronteerd met een twaalfmaandsopzegging dan had hem dat wellicht de ogen geopend. Hij had kunnen proberen eerder van zijn pand af te komen. In elk geval was er sprake geweest van een lagere restschuld en mogelijk zelfs minder maatschappelijke gevolgschade. Op zijn 52e hadden Jan ook meer jaren geresteerd om te proberen tot aan zijn AOW alsnog orde op zaken te stellen. En hij zou zijn spaarpolis niet hebben hoeven aanspreken. Dit soort kleinzakelijke ondernemers wordt door de banken genegeerd. Vooral bij voldoende zekerheden wordt domweg geen energie gestoken in relatiebeheer, diagnose en behandeling. Er is geen tijd en geen geld meer voor. Ondernemers worden wel op kosten gejaagd, maar verder aan hun lot overgelaten. Zodra het de bank uitkomt, stelt die slechts haar eigen positie veilig. Klantbelang is dan geen issue. Het voorbeeld van Jan spreekt boekdelen. Zijn lot treft duizenden onvoldoende financieel onderlegde, en door incapabele boekhouders ondersteunde, ondernemers. Er wordt door de banken geen energie meer in ze gestoken om ze op de rails te krijgen. Zo wordt invulling gegeven aan de zorgplicht. Bijzonder Beheer maakt zijn door de banken en NVB geafficheerde rol als ziekenboeg absoluut niet waar. Het is een veldhospitaal. En soms een slachthuis.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Michiel Werkman

    Gevolgd door 118 leden

    Michiel is voormalig zakelijk bankier en een van de initiatiefnemers van FinTech-startup CompanyWatch.

    Volg Michiel Werkman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren