Het volgende bankschandaal staat voor de deur: de praktijken van de afdelingen bijzonder beheer. In deze kerkers van de bank leveren duizenden MKB-ondernemingen een verloren strijd. 'Als je er eenmaal in zit, kom je er nooit meer uit.'

    Het is druk in de donkere kerkers van de bank. Duizenden MKB-ondernemers vechten op de afdeling bijzonder beheer voor hun voortbestaan en velen gaan er kopje onder. De afdeling die ondernemingen terug zou moeten leiden naar financiële gezondheid, heeft tegenwoordig een heel andere – bijzondere – opvatting van beheer. Want banken schrikken er niet voor terug levensvatbare bedrijven toch richting faillissement te duwen, zo blijkt uit verhalen van ondernemers en de adviseurs die hen bijstaan. Hoe ernstig dat ook, toch blijft het stil vanuit de kerkers. De harde praktijken van bijzonder beheer – of 'intensief beheer' – blijven een goed bewaard geheim. Slechts een enkeling durft zijn mond open te doen en zich publiekelijk te verzetten tegen een onnodig faillissement, zoals de hovenier Gerwald van Noordenburg, over wie FTM eerder dit jaar schreef en tv-programma EenVandaag een reportage maakte. 'De angst om bij de banken uit de gratie te raken is erg groot', zegt Hans Biesheuvel, voorzitter van Ondernemend Nederland (ONL). Hij kent veel ondernemers, die een periode in de kerkers niet overleven. 'Niemand kan je vertellen hoe je weer uit bijzonder beheer komt. Als er eenmaal in zit, kom je er meestal niet meer uit. Het is vaak heel vernederend wat banken doen. Ze komen met groot geweld binnen en doen dat heel bot. Alles wordt tegen het licht gehouden, op kosten van de ondernemer.'
    'Als je uit eigen beweging wilt stoppen dan gaat de bank je met argwaan bekijken'
    Biesheuvel heeft dus wel begrip voor die angst voor de bank, ook omdat ondernemers geen kant op kunnen. 'Als je uit eigen beweging wilt stoppen dan gaat de bank je met argwaan bekijken, komt de afdeling Bijzonder Beheer bij je op bezoek. Als je bij een andere bank aanklopt, ontstaat daar de argwaan: er zal wel iets aan de hand zijn en niet kloppen.' Zo zijn ondernemers onderworpen aan de grillen van de bank, die hen opeens heel anders behandelt dan voor de crisis. Volgens oud-bankier en adviseur Folkert Fennema, die thans 21 ondernemers in bijzonder beheer bijstaat, is er een slachting gaande, die onnodig veel schade aanricht. 'Ik heb sterk het idee dat de bank de onderneming wil afbouwen, terwijl dat niet nodig is. Ik heb zelden meegemaakt dat een ondernemer ook weer uit bijzonder beheer komt. Het is de doodssteek.' Ook financieel adviseur Jelle Hendrickx, die ondernemers helpt bij herfinanciering, ziet dezelfde tendens. 'Ik heb nu al een paar keer meegemaakt dat banken bewust afstevenen op een faillissement van de onderneming, terwijl dat niet nodig is. De schade is enorm. Dit is een groter schandaal dan de affaire rondom rentederivaten.'
    'Als de dekking goed is, heeft bank er belang bij geld terug te halen. Dan is er dus reële kans dat stekker eruit gaat'
    Waarom komen ondernemingen zelden weer uit bijzonder beheer? Uit het verhaal van Van Noordenburg en de ervaring van Fennema blijkt dat banken de onderneming direct op grote kosten jagen zo gauw ze in bijzonder beheer zijn. Zo wordt de rente vaak verhoogd omdat het risico volgens de bank is toegenomen en eist de bank opeens extra aflossing. 'Bovendien', zegt Fennema, 'heeft de bank opeens een grote informatiebehoefte. Ze willen bijvoorbeeld accountantsrapporten en schakelen externe bureaus in om het bedrijf door te lichten – allemaal op kosten van de ondernemer. Dat kost vaak tienduizenden euro's. Maar die ondernemers kunnen zich dat op dat moment niet permitteren.' Ondertussen staat bijvoorbeeld Rabobank zich toe om de rekening van de ondernemer in bijzonder beheer stil te leggen. Alleen de bank kan nog transacties verrichten, waardoor in het geval van Van Noordenburg toeleveranciers en personeel niet meer of te laat betaald werden. Met andere woorden: de kans dat een onderneming weer herstelt, neemt door de maatregelen van bijzonder beheer juist af. Het is een self fulfilling prophecy, zeggen de adviseurs. Wat oud-bankier Fennema ook opvalt is dat de bank vooral hard optreedt tegen bedrijven die voldoende onderpand – bijvoorbeeld een bedrijfspand – op de leningen hebben gegeven. Waarom? 'Als de dekking goed is, heeft de bank er belang bij het geld terug te halen. Dan is er dus een reële kans dat de stekker eruit gaat. Het meest mild is de bank als er niks te halen valt. Je kunt beter heel dik in de schulden zitten, dan zal de bank vaak zelfs bijfinancieren zodat ze niet hoeven af te schrijven op de lening.'

    Rapport in Groot-Britannië hakt erin

    In de Groot-Brittannië schijnt inmiddels wel licht in de kerkers. Eind november publiceerde de geslaagde ondernemer en adviseur van het Ministerie van Economische Zaken, Lawrence Tomlinson een rapport over de werkwijze van de Global Restructuring Group van de Royal Bank of Scotland, dat nationale aandacht kreeg. De praktijken die Tomlinson beschrijft lijken sterk op de bij FTM bekende dossiers en de ervaring van Fennema. Op basis van zijn onderzoek constateert de Brit dat bedrijven die eenmaal bij de speciale afdeling terecht komen, daar nooit meer uitkomen. De bank stuurt met verscheidene middelen aan op verkoop van allerlei onderdelen en vaak ook op een faillissement. Wat hem daarbij opviel was dat lang niet alle bedrijven op de pijnbank thuishoren. Als RBS tot de conclusie kwam dat het onderpand goed is, kwam het vaak tot een (verplichte) hertaxatie die tot een veel lagere waardering kwam van het onderpand. Gevolg is dat de zogeheten loan to value (waarde van onderpand ten opzichte van de lening) onder de norm van de bank zakte, wat voor de bank weer reden is de onderneming in bijzonder beheer te nemen om zo aan te sturen op verkoop van het onderpand. In meerdere gevallen bleek de bank het bedrijfspand zelf voor een spotprijs op te kopen en weer met winst te verkopen voor een prijs ver boven (her)taxatiewaarde.

    Hoe lang blijven ondernemers zwijgen?

    Voor advocaat Marjorie Sinke was het Britse rapport aanleiding voor een ingezonden brief in Het Fnancieele Dagblad vorige week. Daarin stelde ze dat Nederlandse banken zich aan dezelfde zaken schuldig maken. 'Al voordat […] bedrijven niet meer aan hun leenvoorwaarden voldoen, komen ze in actie, zogenaamd in het kader van hun zorgplicht, maar in feite vooral om er zelf beter van te worden.' Ze beschrijft dezelfde truc van hertaxatie, 'waarna de klant onder druk wordt gezet en zich onder dreiging van executieverkoop gedwongen voelt het voor deze veel te lage waarde te verkopen.' Vraag is nu hoe lang ondernemers nog blijven zwijgen. Hoe lang nog laten zij zich willoos naar de slachtbank leiden? Pas als de misstanden aan het licht komen, zal er wat veranderen. Bijzonder beheer vraagt om bijzondere aandacht. ---------------- Als u te maken heeft met bijzonder beheer of te maken heeft gehad, komen we graag met u in contact om meer onderzoek te doen naar werkwijze van banken. U kunt ons bereiken op info@ftm.nl. Wanneer u anoniem wilt reageren kan dat via onze tippagina of via Publeaks.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid