© CC0 (Publiek domein)

  • Verplichte kost voor iedere parlementariër!

In hoeverre houdt de natuur stand tegen de menselijke economische vooruitgang, vroeg Niko Roorda vorige week. Vandaag maakt hij een begin aan het antwoord.

Het was een stevige discussie! Naar aanleiding van de vorige aflevering is er door Hendrik-Jan, Lydia, Martin, Edward, Roem050, Mz59 en vele anderen flink nagedacht over de groei van de wereldbevolking. Dank aan allen voor je gedachten.

Uit de discussie komt nogal wat pessimisme naar voren. Misschien terecht, misschien niet. Er is geschreven over de noodzaak dat het aantal kinderen omlaag gaat, bijvoorbeeld in Afrika, waar een stevige babyboom aan de gang is. Bijvoorbeeld met behulp van voorbehoedsmiddelen, al dan niet toegepast door vrouwen of juist door mannen. Een van de conclusies is: dat mag wel wenselijk zijn, maar niemand kan dat gewenste gedrag oproepen. De enige weg is dat het spontaan opkomt, nadat en doordat de welvaart toeneemt. Wat dan weer de voetafdruk zal vergroten. Een ‘duivels dilemma’ werd het ironisch genoemd; behalve dan dat het geen dilemma is, want we hebben helemaal geen keuze om te maken. 

Toch is die bewering (er is geen keuze te maken) die ik in het forum zelf deed, in het vuur van de strijd, niet helemaal waar. Er is wel een keuze te maken, namelijk om krachtig bij te dragen aan verhoging van de welvaart in arme landen (en trouwens ook in arme subgroepen in rijke landen). Ik weet het: ontwikkelingshulp is momenteel niet erg in, vooral in de politiek. ‘Our nation first!’ lijkt menig land zo langzamerhand te roepen. Maar tegelijk worden er op veel plaatsen microkredieten verstrekt met vaak prachtige gevolgen.

Ik kom hier aan het eind van deze aflevering op terug. Eerst pak ik de draad weer op waar ik hem vorige week heb achterlaten. Voor je gemak herhaal ik eerst de afbeelding ‘De Vier Groeicurven’ (Figuur 3.17) van een paar weken geleden, zodat je niet de hele tijd heen en weer moet kijken. 

Verder herhaal ik de vraag waarmee ik vorige week eindigde. Namelijk:

De spannende vraag is dus: welke van de twee grafieken volgen wij als mensheid: C of D? Met andere woorden: zijn we, nu we de maximum capaciteit van onze planeet lelijk overschreden hebben, gezamenlijk nog in staat om tijdig en voldoende krachtig terug te veren naar de capaciteit die onze planeet aankan – wellicht mede door die capaciteit verder te vergroten – of is instorting inmiddels onvermijdelijk geworden?

Het antwoord op deze cruciale vraag hangt niet alleen af van de snelheid waarmee de omvang van de mensheid groeit. Er zijn twee andere factoren die mede bepalend zijn. De ene factor is de groei van de gemiddelde welvaart per persoon en het beslag op grondstoffen en milieu dat daaruit voortvloeit. Daarover volgt binnenkort meer. De andere factor is de veerkracht van de natuur, die in belangrijke mate bepalend is voor de biocapaciteit van de planeet. In hoeverre houdt de natuur stand?

En dan volgt nu het nieuwe gedeelte, waarin ik een begin maak met de beantwoording van deze vraag.

3.2.3.3. Biodiversiteit, antropodiversiteit

Niet zo goed, eerlijk gezegd. Want de biodiversiteit, de soortenrijkdom van de planeet, neemt in snel tempo af. Tal van soorten worden ernstig bedreigd. Dat geldt niet alleen voor planten en voor dieren. Het geldt of gold zelfs voor mensen, want ook de antropodiversiteit, de mensensoortenrijkdom, is lelijk verminderd: op zijn minst van 6 naar 1. Want wij, homo sapiens, hebben als enige homo de wereld in bezit genomen. Vanzelf ging dat allemaal niet, want er waren directe concurrenten. Honderdduizend jaar geleden waren er tegelijk met ons minstens vijf andere mensensoorten in de wereld. Naast de al genoemde homo neanderthalensis en homo denisova waren er ook homo ergaster, homo rudolfiensis en de 1 meter hoge homo floresiensis (waarover Yuval Noah Harari schreef): zie figuur 3.25.

Vooral de neanderthalers liepen ons nogal in de weg, want ze woonden waar wij ook graag wilden wonen. Toch was de relatie tussen de twee mensensoorten kennelijk niet altijd vijandig. Want in de chromosomen van hedendaagse niet-Afrikaanse mensen bevinden zich aardig wat genen van neanderthalers (variërend tussen 1 en 4% van ons DNA), waaruit blijkt dat de soorten genetisch nog voldoende op elkaar leken om met succes en hopelijk ook met genoegen nageslacht van gemengde paren te produceren, waar de meesten van ons nu nog van afstammen.

Maar afgezien van deze genenmix zijn alle mensensoorten nu uitgestorven. Op één na: wij. Homo sapiens. Wij hebben gewonnen.

Hoe dat precies verlopen is, is niet bekend. Met name de neanderthalers vormen wat dat betreft een raadsel, omdat ze, naar archeologische maatstaven, nog niet eens zo lang geleden zijn uitgestorven. Het moment van hun verdwijning werd lang geraamd op veertigduizend jaar geleden, maar lag volgens recentere schattingen rond 28 tot 25 duizend jaar voor nu. In vergelijking met de tijdsduur dat zij en onze eigen voorouders tegelijk bestaan hebben, misschien een half miljoen jaar, is dat bijna ‘gisteren’.

Er bestaan veel hypothesen over de oorzaak van hun uitsterven. Zijn ze op gewelddadige wijze uitgeroeid door homo sapiens, die wellicht beschikte over een geavanceerdere taal, betere wapens, oogwit, honden? Of nam hun aantal geleidelijk af doordat hun nieuwe generaties een fractie kleiner in omvang waren dan die van homo sapiens, waarna de laatsten van hen misschien zijn opgenomen in rondtrekkende groepen van onze voorouders? We weten het niet.

De laatste grote mensaap

Hoe dan ook: al onze naaste familieleden van de laatste honderd millennia zijn thans uitgestorven. De moderne mens is een eenzaam wezen geworden. En wordt binnenkort misschien nog wel meer eenzaam, want na het verdwijnen van onze ‘broeder- en zustersoorten’ zijn nu alle nog levende ‘neven en nichten’ in gevaar.

De chimpansee en de bonobo zijn bedreigd, volgens de classificatie van de Rode Lijst van bedreigde soorten van de International Union for Conservation of Nature (IUCN). De aantallen van beide soorten nemen af, als gevolg van stroperij, verlies van leefgebied en besmettelijke ziekten. 

Om dezelfde redenen, plus oorlog (tussen mensen), zijn de twee soorten gorilla’s – zowel de westelijke als de oostelijke gorilla – zelfs ernstig bedreigd (‘critically endangered’). Van de berggorilla, een ondersoort van de oostelijke gorilla, leven er nog maar 880 in het wild, een aantal dat de laatste jaren overigens heel langzaam toeneemt. Maar minder snel dan het aantal mensen, dat in één jaar tijd toenam met 8.466.536 exemplaren, volgens de World Population Clock

Alle drie de soorten van de enige andere grote mensaap, de orang-oetan, zijn eveneens ernstig bedreigd. Het is dus reëel mogelijk dat de mens door eigen toedoen in de loop van de 21e eeuw de enige overlevende van alle hominidae (grote mensapen) zal zijn.

En het zijn niet alleen mensapen die bedreigd worden met uitsterven. Miljoenen soorten dieren, planten, schimmels en andere organismen zijn in gevaar.

Op zichzelf is het niet uitzonderlijk dat er dier- en andere soorten verdwijnen. De geschiedenis van het Aardse leven is voortdurend een komen en gaan van soorten. Dat lijkt op ons eigen menselijk bestaan: individuele mensen worden geboren, leven een tijdje en overlijden dan. Zo worden ook soorten geboren, leven een tijdje en verdwijnen dan. Gemiddeld bestaat een soort 1 tot 10 miljoen jaar. Van alle soorten die de planeet hebben bewoond is minstens 99% verdwenen, de meeste al heel lang geleden.

Het tempo waarmee soorten in doorsnee-periodes uitsterven wordt het achtergrond-uitsterftempo (background rate of extinction) genoemd. Dat ‘basistempo’ wordt tegenwoordig geschat op 0,1 soort per miljoen soorten per jaar.

Zo nu en dan zijn er echter episodes geweest waarin het tempo opeens veel hoger lag dan normaal. Geologen herkennen ze aan fossiel materiaal dat het einde van een geologisch tijdperk kenmerkt, zoals Perm, Trias of Krijt.

De bekendste uitsterfgolf vond 66 miljoen jaar geleden plaats, aan het eind van het Krijt-tijdperk. Daarbij stierf 40% van alle planten- en diersoorten uit, waaronder alle dinosauriërs. Over de oorzaak daarvan bestaan sterke vermoedens: een meteorietinslag. De Chicxulub Krater, die grotendeels op de zeebodem ligt maar deels ook op het Mexicaanse schiereiland Yucatan, is er de zichtbare wond van. Opspattend puin als gevolg van de inslag is overal op de planeet te vinden in de vorm van een dun laagje iridium met gesmolten glaskorreltjes.

De hevigste uitsterfgolf vond al eerder plaats: 252 miljoen jaar geleden, aan het eind van het Perm. Daarbij verdween zo’n 80% van alle soorten op de planeet. Over de oorzaak wordt nog gespeculeerd, er wordt gedacht aan een meteorietinslag, aan vulkanisme of aan een uit de hand gelopen broeikaseffect als gevolg van grote hoeveelheden methaan die uit de oceaanbodem vrijkwamen. Zeker is dat de schade enorm was, en dat het tientallen miljoenen jaren duurde voordat de soortenrijkdom weer op peil was.

Tenslotte

De voorbije uitstervingsgolven tonen aan dat de natuur kwetsbaar is, zelfs op wereldwijde schaal. In de volgende aflevering trek ik de lijn door naar het heden, dat door verschillende auteurs gekenschetst wordt als de Zesde Uitsterving. 

Voordat ik daarover volgende week ga vertellen, vind ik het erg belangrijk om eerst de lezer een bescheiden hart onder de riem te steken. Want de verhalen die ik de laatste weken vertel zijn niet bepaald om vrolijk van te worden, en het lijkt er in het forum op dat er een aantal mensen zijn die concluderen: dit kan niet anders dan helemaal fout aflopen. Misschien werd dat juist ook wel – onbedoeld – door mij versterkt, toen ik in het forum schreef dat er helemaal geen dilemma is (zoals ik hierboven al schreef) omdat de bevolkingsgroei in onder meer Afrika gewoon zal doorgaan, ongeacht wat we doen. 

Om je als lezer een beetje te helpen om de moed erin te houden, vat ik nog eens even kort samen waarom ik dit boek eigenlijk schrijf. In de beginafleveringen van het dossier ‘Duurzame Economie’ (dit dossier dus) kun je het uitgebreider terugvinden, als je wilt.

1. Ik geloof erin dat we in staat zijn om de 21e eeuw niet alleen als mensheid te overleven, maar ook nog eens om dat op een mooie manier te doen: op een manier die leidt tot herstel van de leefomgeving en tot een goed leven voor alle mensen.

2.Ik ben ervan overtuigd dat het eerst op een aantal gebieden nog een stuk slechter zal gaan dan nu, voordat het beter wordt. Wij – jij en ik – hebben de pech dat we die verslechteringen meemaken en de daaropvolgende verbeteringen niet, tenzij je een stuk jonger bent dan ik. (Ik ben 63.) Daar staat tegenover dat wij de mazzel hebben dat we in West-Europa leven (naar ik vermoed, aangezien dit in het Nederlands verschijnt), en dat is nog steeds een eiland van rust en vrede in een kolkende wereld.

Tegelijk gebeurt er ook nu al veel goeds. Het lijkt misschien niet zo, maar de armoede daalt langzaam maar zeker, met ups en downs weliswaar. Er sterven minder mensen aan oorlog dan voorheen; eveneens met ups en down, maar de trend is er. Onderwijs voor allen komt dichterbij; en onderwijs (zeg ik als onderwijsman) is een zeer krachtig wapen. Kijk maar eens hier en hier

3.Ik weet natuurlijk niet zeker dat het in de loop van de 21e eeuw inderdaad beter gaat worden. Zoiets kan niemand zeker weten, want de toekomst is niet te voorspellen. Aan de andere kant: ook niemand kan zeker weten dat het in de loop van eeuw alleen maar bergafwaarts zal gaan. Ik zet in op: het kan wel.

4.Mijn streven is, om via mijn boek een weg te schetsen waarlangs we binnen enkele decennia bergopwaarts kunnen gaan. Ik ben ervan overtuigd dat die weg realistisch is. Moeilijk, maar zeker niet onmogelijk. Omdat ik erin geloof, schrijf ik het boek.

5. Die weg bestaat uit een aantal banen (of rijstroken, als je wilt). Namelijk:

a. Vergroten van de welvaart van de armen in de mondiale samenleving. Gevolg: betere gezondheidszorg voor allen; lagere kindersterfte; beter onderwijs voor allen; meer sociale zekerheid voor mensen van alle leeftijden; minder behoefte aan veel kinderen; sterk afnemende bevolkingsgroei, totdat er een evenwicht bereikt is waarna het aantal mensen wellicht op een prettige manier gaat afnemen. Dat zal geen ‘nette’ logistieke groei zijn zoals in grafiek B (zie bovenaan). Maar het hoeft ook geen instorting te zijn, zoals in grafiek D. Waar we op dienen te mikken is grafiek C.

b. Tegelijkertijd moet de ecologische voetafdruk per persoon enorm omlaag. Daarmee ‘kopen we tijd’! We stellen catastrofes uit, net zo lang tot we ze helemaal kunnen voorkomen.

Dat kan lukken, dankzij een combinatie van twee dingen: technologie en gedrag. Technologie leidt er bijvoorbeeld toe dat het gebruik van fossiele energie op den duur naar 0% gaat. Dat verkleint de voetafdruk enorm! Kijk maar eens naar de grafiek van Figuur 3.15.

Gedrag betekent onder meer dat we veel minder vlees gaan eten. Vlees heeft een grote impact, dus als we allemaal vegetariër worden, bereiken we heel wat. Het aardige is dat de technologie ons daarbij helpt. Nu al zijn de alternatieven (bijvoorbeeld de ’stuckjes’ van de ‘vegetarische slager’) behoorlijk goed. Het duurt vast niet lang meer voordat er vegetarisch ‘vlees’ in de winkel ligt dat niet van ‘echt’ te onderscheiden is en dat hopelijk tegelijk maar de helft kost van echt vlees; wellicht in het schap geplaatst pal naast kweekvlees (dat eveneens veel duurzamer is en geen dierenleed hoeft te veroorzaken). Zodra we dat punt bereiken, gaat het ouderwetse slachtvlees er pijlsnel uit, je zult het zien.

c. Doorberekenen van de echte prijs in de verkoopprijs. Dat geldt dus onder meer voor dat ouderwetse vlees en voor vliegreizen, ik schreef er al over: die moeten veel duurder worden. Dat is iets wat de politiek moet regelen. Kom op, politici van links en van rechts!

De punten a tot en met c zijn niet nieuw. Daar is al veel over geschreven, en je vindt het meeste ervan terug in de wereldwijd afgesproken SDG’s, de Sustainable Development Goals. Maar ik moet ze desondanks in mijn boek beschrijven (en dus ook op Follow the Money), om tot de wortels van het probleem te komen. De volgende punten zijn cruciaal, zij vormen de kern van mijn boek.

d. De tijd die we met de punten a tot en met c ‘kopen’, en het uitstel van de catastrofes dat we aldus verkrijgen, benutten we om de wereldwijde economie fundamenteel opnieuw te ontwerpen, deze keer op een duurzame manier. We erkennen daartoe dat die economie een complex systeem is. Beter: we erkennen dat het een (zogeheten) ‘aspectsysteem’ is van een groter complex systeem, waartoe ook de politiek, de cultuur en de natuur behoren. Om dat aspectsysteem te kunnen herontwerpen moeten we het eerst beter begrijpen. Voor dat doel moet eerst het huidige economische vakgebied, dat nog een protowetenschap is, een volwassen wetenschap worden. Hoe? Daar heb ik concrete voorstellen voor.

e. Met behulp van die volwassen wetenschap kunnen we een economisch systeem ontwerpen dat als vanzelf naar duurzaamheid toetrekt. In vaktermen: waarvan de diverse duurzaamheidseigenschappen samen fungeren als een set ‘attractoren’ van het complexe systeem, waardoor duurzaamheid ‘emergeert’, dat wil zeggen spontaan ontwikkelt: je staat erbij terwijl het gebeurt!

f. Via een brede maatschappelijk discussie bepalen we op een participerende democratische manier met ons allen, wat de gewenste duurzaamheidseigenschappen zijn. Met andere woorden: in wat voor wereld we eigenlijk willen wonen. De conclusies van dat zorgvuldig opgezette permanente gesprek vormen de randvoorwaarden voor het werk van de volwassen economische wetenschap: de opdracht die we de onderzoekers / ontwerpers meegeven. Het ‘programma van eisen’.

g. Ik geloof erin dat de punten d tot en met f uitvoerbaar zijn binnen de tijd die we ‘kopen’ met de punten a tot en met c. We kunnen dit.

En jij, lezer? Als je het niet met me eens bent, dan wil je misschien wel een ander voorstel doen voor een haalbare route naar een duurzame en veilige wereld. Als je dat niet wilt of kunt, dan heb je de keuze. Óf je gaat de rest van je leven in wanhoop doorbrengen; óf je ‘plukt de dag’ zolang het nog kan; óf je steunt het programma dat ik voorstel en probeert het tot een succes te maken. De beslissing is aan jou. Aan iedereen, individueel. Waar ga jij staan?

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 761 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 1409 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier