Vergroening en verduurzaming zijn nodig als klimaatoplossing. Pakken ze ook zo uit of zijn het nieuwe verdienmodellen? Lees meer

Terwijl de noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan evidenter is, bloeit de markt voor vergroening op. Wie verdient er aan de wens voor een groenere wereld? Follow the Money onderzoekt of vergroening en verduurzaming uitpakken zoals ze bedoeld zijn, of dat het enkel leidt tot nieuwe verdienmodellen.
 

15 artikelen

© Leon de Korte | Follow the Money

Larry Fink, de CEO van BlackRock, schrijft ieder jaar een brief waarin hij bedrijven aanmoedigt om te verduurzamen en investeerders waarschuwt voor de risico’s van klimaatverandering. Het levert ’s werelds grootste vermogensbeheerder een groen imago op, waaraan het goed verdient. Maar ondertussen zitten BlackRocks allergroenste fondsen vol met investeringen in grijze bedrijven.

Dit stuk in 1 minuut
  • Met zo’n 7500 miljard euro beheerd vermogen is BlackRock de grootste vermogensbeheerder ter wereld. De invloed die het bedrijf daarmee heeft zegt het te willen inzetten voor een duurzamere wereld.
  • Toch zitten BlackRocks meest duurzame (donkergroene) beleggingsfondsen vol met investeringen in kolen-, olie- en gasbedrijven en luchtvaartmaatschappijen. Geen enkele andere Europese fondsaanbieder investeert zo veel geld in de fossiele industrie.
  • Het uitsluiten van fossiele investeringen is volgens BlackRock moeilijk omdat het overgrote deel van het vermogen passief belegd wordt in indexfondsen die door andere partijen zijn samengesteld. Critici wijzen er echter op dat BlackRock zelf wel degelijk meer actie kan ondernemen om vervuilende bedrijven uit te sluiten.
  • BlackRock heeft ook zes donkergroene fondsen die het wel actief beheert. Dat wil zeggen dat het bedrijf de volle controle heeft over de beleggingen in die fondsen. Ook in deze fondsen zitten investeringen in kolen, olie en gas. Dat is in strijd met de geldende regelgeving.
  • Als ’s werelds grootste aandeelhouder kan BlackRock veel invloed uitoefenen op aandeelhoudersvergaderingen. Hoewel het bedrijf zegt die invloed te willen gebruiken voor verduurzaming, wijst BlackRocks stemgedrag op het tegenovergestelde. BlackRock steunde dit jaar veel minder klimaatresoluties dan vorig jaar.
Lees verder

Pling! In de mailbox van zo’n beetje alle CEO’s ter wereld verschijnt ieder jaar een brief. Afzender: Laurence ‘Larry’ Fink, oprichter en CEO van ’s werelds grootste vermogensbeheerder, BlackRock. Onderwerp: Wat BlackRock verwacht van de bedrijven waarin het investeert. 

De brief gaat naar meer dan 17 duizend bedrijven wereldwijd – van Apple tot Microsoft, van Tesla tot Volkswagen en van ExxonMobil tot First Solar. Dat Fink van zoveel CEO’s de mailadressen in zijn adresboekje heeft staan, heeft alles te maken met het enorme bedrag dat BlackRock beheert: 7.500 miljard (!) euro. Dat bedrag was eind 2021 nog flink hoger, toen BlackRock als eerste vermogensbeheerder ooit de grens van 10.000 miljard dollar passeerde (9.400 miljard euro). Door inflatie, stijgende rentes en wereldwijde beursdalingen verloor BlackRock in negen maanden tijd 1.9 biljoen euro (20 procent van zijn vermogen) – opnieuw een record. Toch is BlackRocks vermogen nog altijd bijna 1 biljoen euro groter dan dat van de nummer twee Vanguard.  

Iedere brief weer benadrukt Fink dat dat geld niet van BlackRock zelf is, maar van haar klanten: pensioenfondsen, verzekeraars en overheden, die BlackRock het mandaat geven hun vermogen voor hen te beleggen. En van particuliere beleggers, die geld stoppen in door BlackRock samengestelde beleggingsfondsen. Desondanks heeft Fink het vertrouwen dat de topmensen van al die beursgenoteerde ondernemingen geïnteresseerd zijn in wat híj te zeggen heeft. En dus schrijft hij jaar in, jaar uit die brief.

Hij deed dit voor het eerst in 2012. Dat jaar vroeg Fink aan de CEO’s om zich meer open te stellen voor gesprekken met aandeelhouders over de strategie van hun bedrijf. Twee jaar later vroeg hij ze om meer aandacht te hebben voor de lange termijn. De tekst van die eerste brieven was vaag en de publiciteit die het opleverde beperkt.  

Dat veranderde in 2018, toen Fink schreef dat bedrijven niet alleen winst moeten maken, maar ook een ‘maatschappelijk doel’ moeten dienen. Hij ontpopte zich tot voorvechter van het stakeholderkapitalisme. ‘Bedrijven moeten al hun stakeholders ten goede komen’, schreef hij. ‘Aandeelhouders, werknemers, klanten en omwonenden.’ Dat standpunt ging regelrecht in tegen de heersende visie van het aandeelhouderskapitalisme: dat bedrijven het maken van winst voor aandeelhouders moeten prioriteren boven al het andere. 

Forbes noemde de brief ‘revolutionair’, The New York Times een potentieel ‘watershed moment’ voor Wall Street. En financieel tijdschrift Barron’s plaatste Fink op de cover met bijschrift: ‘The new conscience of Wall Street.’ 

De brief baarde dus wereldwijd opzien. Dat kwam niet alleen door de boodschap, maar ook door de afzender: een vermogensbeheerder met de macht om bedrijven te dwingen tot verandering, die nog van plan leek die macht te gebruiken ook.

Fink belooft verantwoordelijkheid te nemen

Maar ondanks zijn status van ’s werelds grootste aandeelhouder, is het zelfs voor Larry Fink en BlackRock nog niet zo eenvoudig om verandering teweeg te brengen. BlackRock belegt namelijk voornamelijk passief. In tegenstelling tot het traditionele actieve beleggen, waarbij een fondsmanager aandelen en obligaties selecteert en zo probeert de markt te verslaan, is een passief beleggingsfonds volledig geautomatiseerd. Een algoritme beheert als het ware het fonds. Het koopt aandelen en obligaties op de beurs op zo’n manier dat de beleggingsportefeuille van het passieve fonds precies de samenstelling van een vooraf bepaalde groep bedrijven (een index) weerspiegelt. Dat kan zijn: alle bedrijven die genoteerd staan aan de Nederlandse AEX of de Amerikaanse S&P500. Of alle bedrijven in een bepaalde sector, zoals tech of energie. Het voordeel van zo’n indexfonds is dat het rendement gelijk is aan het gemiddelde van alle bedrijven die er deel van uitmaken. Dus als de AEX met 2 procent stijgt, dan stijgt de waarde van het aan de AEX gekoppelde BlackRock-fonds ook met 2 procent. En nog een voordeel: omdat niet een mens maar een computer het fonds beheert, zijn de kosten meestal lager. 

Al biedt BlackRock ook actief beheerde fondsen aan, het passief beleggen is wat de superinvesteerder groot heeft gemaakt (zie ook het profiel van BlackRock dat Follow the Money eerder schreef). Voor wel 61 procent van zijn institutionele klanten belegt BlackRock passief. Voor particuliere klanten die direct bij BlackRock beleggen, is dat ten minste 20 procent. Maar dat geeft een vertekend beeld. Ruim een derde van BlackRocks vermogen zit namelijk in exchange traded funds (ETF’s). Dat zijn passieve fondsen waarvan het eigenaarschap verhandelbaar is op de beurs. BlackRock beheert deze fondsen, oftewel het algoritme dat obligaties en aandelen aan- en verkoopt. Maar omdat de beleggers in deze fondsen steeds wisselen, weet BlackRock niet wie zijn klanten zijn. En dus ook niet of het om particuliere of institutionele beleggers gaat. In werkelijkheid is het aandeel bij beide type klanten dus nog groter. Van het totale vermogen belegt BlackRock maar liefst twee derde passief.

Al die passieve beleggingen maken het moeilijker om bedrijven tot verandering te dwingen. Fink zelf legde in zijn ‘revolutionaire’ brief van 2018 uit hoe dat zit: ‘Bij de [..] actieve fondsen die we beheren, kan BlackRock ervoor kiezen om de effecten van een bedrijf te verkopen als we twijfels hebben over de strategische richting of de groei op lange termijn. Maar bij het beheer van onze indexfondsen kan BlackRock zijn afkeuring niet uiten door de effecten van het bedrijf te verkopen zolang dat bedrijf in de relevante index blijft.’ Daarom beloofde Fink zijn invloed op een andere manier aan te wenden. ‘Als gevolg hiervan is onze verantwoordelijkheid om in gesprek te gaan met bedrijven en te stemmen [op aandeelhoudersvergaderingen] belangrijker dan ooit.’ 

Finks belofte om bedrijven verantwoordelijk te houden voor hun maatschappelijke impact zette de financiële sector op scherp. Vanaf dat moment werden zijn brieven ieder jaar uitgebreid besproken in de financiële pers. 

Daardoor viel het op toen in 2020 de toon van zijn brief opnieuw veranderde. Die zomer was Fink gaan vissen in de wildernis van Alaska bij Lake Iliamna, het grootste rode zalm reservoir ter wereld. Zijn vriendengroep maakt die trip ieder jaar, maar dat jaar viel Fink het absurd lage waterpeil op. En er was nog iets: in het gebied hing een rook, afkomstig uit het nabijgelegen Siberië, waar extreem hoge temperaturen tot bosbranden hadden geleid.

Door die aanblik ‘klikte’ er iets bij Fink, zouden zijn vrienden later vertellen aan de Financial Times. Fink realiseerde zich dat geen enkele vermogensbeheerder klimaatverandering zou moeten negeren – niet vanuit een risicoperspectief, maar zeker ook niet vanuit een winstperspectief. ‘Klimaatverandering is investeringsrisico’, schreef Fink onomwonden in zijn volgende brief aan de CEO’s. En het jaar daarop: ‘De klimaattransitie biedt een historische investeringskans.’ 

Sindsdien positioneert Fink BlackRock doelbewust als duurzame frontrunner. Aan BlackRocks klanten schreef hij, ook in 2021: ‘De wereld gaat naar netto nul [uitstoot] en BlackRock gelooft dat onze klanten het beste gediend zijn door voorop te lopen in die transitie.’ Hij beloofde hen te helpen hun portfolio’s te vergroenen door meer transparantie te bieden over de klimaatimpact van beleggingsproducten, door meer groene beleggingsfondsen te ontwikkelen én meer gebruik te maken van BlackRocks stemrecht bij resoluties over duurzaamheid. 

Met succes. Het leverde BlackRock een groen imago op, waaraan het goed verdient. Toen een journalist Fink vorig voorjaar vroeg of hij zich als vermogensbeheerder wel zo expliciet voor maatschappelijke onderwerpen als klimaatactie moet uitspreken, antwoordde Fink: ‘De afgelopen twaalf maanden hebben klanten ons 527 miljard dollar extra toevertrouwd. Wat ik uitdraag, resoneert bij onze klanten.’ 

Dit jaar trokken specifiek BlackRocks duurzame fondsen meer vermogen aan dan iedere andere vermogensbeheerder in Europa – afgelopen kwartaal zelfs ruim dubbel zo veel als de nummer twee, Deutsche Bank dochter DWS.   

Inmiddels zit er meer dan 460 miljard euro in BlackRocks duurzame beleggingsfondsen. De groene beloftes van Fink hebben, kortom, invloed. Dat roept de vraag op: Hoe groen is BlackRock nu echt?

BlackRock: de ideale vijand van anti-woke rechts

BlackRocks imago is inmiddels zó groen, dat het doelwit is geworden van een Republikeinse anti-woke beweging in de Verenigde Staten. Aanvoerder van die beweging is Ron DeSantis, de net herkozen gouverneur van Florida en waarschijnlijk Trumps belangrijkste rivaal bij de aankomende presidentsverkiezingen. ‘Wij vechten tegen “woke” in onze wetten, tegen “woke” in onze scholen, en tegen “woke” in het bedrijfsleven’ beloofde DeSantis zijn aanhang in zijn overwinningsspeech, afgelopen november. ‘Nooit zullen we ons overgeven aan de woke maffia. Florida is where “woke” goes to die! ’ 

DeSantis heeft het ook op BlackRock gemunt, omdat die informatie over milieu, mensenrechten en bestuursrisico’s – bekend als ESG – toepast bij het maken van investeringsbesluiten. Ondemocratisch, vindt DeSantis. Een krappe maand na de speech haalt Florida dan ook 2 miljard dollar weg bij BlackRock. In het persbericht over dat besluit haalt DeSantis uit naar BlackRock CEO Larry Fink: ‘Als Larry, of zijn vrienden op Wallstreet, de wereld willen veranderen, moeten ze zich maar kandidaat stellen voor het presidentschap.’ 

Eerder haalden andere Republikeinse staten West Virginia, Kentucky, Oklahoma, Texas en Louisiana gezamenlijk 1.72 miljard dollar weg bij de vermogensbeheerder. De penningmeester van Louisiana legt Fink in een brief uit waarom de staat zijn vermogen niet langer wil laten beheren door BlackRock. ‘Naar mijn mening is uw steun voor ESG-beleggen in strijd met de economische belangen en waarden van Louisiana. [..] Uw schaamteloze antifossiele brandstoffenbeleid zou de economie van Louisiana vernietigen.’ 

De radicale antiwokebeweging en BlackRocks duurzame beleggers hebben iets met elkaar gemeen. Beide zien niet dat BlackRock een stuk minder duurzaam is dan Fink ze vertelt.

Lees verder Inklappen

Investeren in luchtvaart en fossiel met ‘donkergroene’ fondsen

Helemaal niet groen, bleek eind november uit The Great Green Investment Investigation, een pan-Europees onderzoek naar Europa’s groenste beleggingsfondsen, geleid door Follow the Money en Investico. Die conclusie volgt uit analyse van de beleggingsfondsen die BlackRock (op peildatum 30 juni) zélf donkergroen noemde. 

In juni bood BlackRock in Europa 27 fondsen aan als donkergroen. 23 daarvan – met een gezamenlijke waarde van 30 miljard euro – kon Follow the Money analyseren. Zes van die 23 fondsen beheert BlackRock actief, oftewel: een fondsmanager bepaalt welke bedrijven deel uitmaken van het fonds. De overige zeventien fondsen zijn gekoppeld aan een index en beheert BlackRock dus passief.

Anders dan het imago van BlackRock doet vermoeden, zitten de fondsen vol met viezigheid. In 18 van de 23 donkergroene fondsen, oftewel 78 procent, zitten investeringen in fossiele bedrijven en de luchtvaart. Dat aandeel is veel groter dan bij BlackRocks concurrenten. In totaal zitten er in BlackRocks allerduurzaamste fondsen 229 grijze investeringen, ter waarde van 1,7 miljard euro. Geen enkele andere Europese fondsaanbieder investeert zo veel geld uit donkergroene fondsen in oliegiganten (BP en TotalEnergies), energieproducenten uit steenkool (FirstEnergy, Chubu Electric Power) en luchtvaartmaatschappijen (als Lufthansa en Easyjet).

Actief beleggen in kolen, olie en gas  

BlackRock biedt zes actief beheerde donkergroene fondsen aan die vermogensbeheerders van BlackRock zelf handmatig samenstellen. Uit The Great Green Investment Investigation blijkt dat in drie van die zes fondsen, de helft dus, investeringen in fossiele bedrijven of luchtvaartmaatschappijen zitten. Daarbij gaat het om veel geld. Zo stroomt er van de bijna 6 miljard euro die duurzame beleggers toevertrouwden aan BlackRocks Sustainable Energy Fund ruim 1 miljard naar de fossiele industrie (18,5 procent). 

Dat geld zit in aandelen van vier fossiele bedrijven: Nextera Energy, dat weliswaar veel windmolenparken beheert, maar de helft van haar stroom uit fossiele energie haalt; de Italiaanse energiemaatschappij Enel, die ruim 7 gigawatt aan kolencentrales exploiteert (ruim twee keer de capaciteit van alle Nederlandse kolencentrales samen); het Chinese Longyuan Power, dat ruim een vierde van zijn omzet uit kolen haalt en in het Duitse RWE, de op een na grootste CO2-uitstoter in de Europese energiesector. 

In reactie op vragen van Follow the Money zegt BlackRock: ‘De vier genoemde elektriciteitsbedrijven zijn leiders in de transformatie naar koolstofarme stroomopwekking. Ze besteden een aanzienlijk deel van hun kapitaal aan infrastructuur voor schone energie en het vergroten van hun geïnstalleerde capaciteit voor het opwekken van hernieuwbare energie. Alle beleggingen in het fonds [..] worden door BlackRock beschouwd als duurzame beleggingen conform de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR).’ 

Maar die regelgeving stelt nou juist dat het hebben van een positieve impact alleen – zoals bijdragen aan de transitie naar hernieuwbare energie – niet voldoende is. Het bedrijf waarin wordt geïnvesteerd mag daarnaast geen ‘significante schade’ doen aan het milieu. ESG-expert Ruud Winter: ‘Ik zie niet hoe je met investeringen in fossiele energie geen significante schade aan het milieu kunt toebrengen’. Volgens Sjors Vogelsang, die als jurist advies geeft over financieel toezichtrecht, zijn fondsbeheerders die een fonds donkergroen noemen, terwijl ze ook investeren in fossiele bedrijven ‘in overtreding’. Toch noemt BlackRock deze fondsen wél 'donkergroen'.

Je moet van de gemiddelde belegger niet willen verwachten dat ze zich verdiepen in de finesses van richtlijnen en classificaties.

Bovendien is BlackRock allesbehalve transparant over zijn fossiele beleggingen. Zo staat prominent op de website dat BlackRocks Sustainable Energy Fund ‘niet belegt in bedrijven die volgens de Global Industry Classification Standard (GICS) in de volgende sectoren zijn ingedeeld: steenkool en hulpstoffen, olie- en gasexploratie en -productie, en geïntegreerde olie- en gasbedrijven.’ 

Hoe is dat verenigbaar met investeringen in eerder genoemde fossiele bedrijven? Juridisch gezien klopt het wat BlackRock zegt. Nextera, Enel, RWE en het Chinese energiebedrijf worden door de GICS-standaard die BlackRock noemt – inderdaad niet als kolen- of oliebedrijf geclassificeerd.

Maar dat wil niet zeggen dat het geen fossiele bedrijven zijn, zegt Stefan Wollschied, onderzoeker bij de Duitse ngo Urgewald die jaarlijks een Global Coal Exit List en een Global Oil and Gas Exit List opstelt. ‘Omdat deze bedrijven niet exclusief fossiele brandstoffen gebruiken voor de opwekking van stroom geeft de GICS ze een algemener label mee. Neem RWE, dat meer dan een derde van hun energie uit kolen haalt. Van het GICS krijgt RWE de classificatie “Energieproducent en energiehandelaar”. Dat laat zien hoe belachelijk die categorieën zijn.’

Voor de consument is het dus allebehalve duidelijk dat dit fonds in kolen, olie en gas investeert. Joost Schmets van de Vereniging Effecten Bezitters (VEB): ‘Je moet van de gemiddelde belegger niet willen verwachten dat ze zich verdiepen in de finesses van richtlijnen en classificaties. BlackRock moet hierover gewoon duidelijkheid bieden in de communicatie.’

Van donker- naar lichtgroen

Hoe zit het dan met BlackRocks passieve fondsen – de fondsen die een index volgen? Hier wordt BlackRocks fossiele probleem nog pijnlijker. In bijna 90 procent (15 van de 17) van BlackRocks donkergroene passieve fondsen zitten investeringen in de luchtvaartsector en fossiele energie. Het gaat in totaal om maar liefst 222 verschillende ‘grijze’ investeringen. 

Dat die investeringen niet thuishoren in een donkergroen fonds realiseerde ook BlackRock zich onlangs. Op 11 november, enkele weken voor lancering van The Great Green Investment Investigation, besloot BlackRock 17 passieve fondsen van hun ‘donkergroene’ label te strippen, waaronder alle 15 passieve fondsen waarin Follow the Money grijze investeringen aantrof. Dat BlackRock de passieve fondsen fondsen nu lichtgroen noemt, betekent dat het niet langer belooft dat alle investeringen in deze fondsen duurzaam zijn. Nu hoeven de fondsen slechts ‘duurzame kenmerken’ te hebben. BlackRocks actieve fondsen – ook die met grijze investeringen – behouden wel hun donkergroene label. 

De herclassificatie van BlackRock past in een trend. Eerder degradeerden ook andere vermogensbeheerders als AXA, Robeco, Van Lanschot Kempen en NN Investment vele donkergroene fondsen naar lichtgroen. BlackRock zegt dat zijn actie het gevolg is van duidelijkere aanwijzingen van Europa over de voorwaarden waaraan de donkergroene fondsen moeten voldoen. Zo dacht BlackRock voorheen dat het zijn fondsen donkergroen kon noemen als die een speciale ‘duurzame’ index zouden volgen, een zogeheten climate transition of Paris-aligned benchmark. Dat zijn indexen die aan bepaalde reductiedoelstellingen moeten voldoen die de EU heeft opgesteld. Maar in juli maakte Europa duidelijk dat ook fondsen die gekoppeld zijn aan zo’n index nog steeds de voorwaarde geldt: alle investeringen moeten duurzaam zijn en mogen geen significante schade doen aan het milieu. 

Een andere reden voor de afwaardering van 17 fondsen naar lichtgroen, is dat er per 1 januari een nieuw stuk van de SFDR in werking treedt. Vanaf dan moeten vermogensbeheerders in detail uitleggen waarom investeringen in hun donkergroene fonds ‘geen significante schade’ doen aan het milieu. Dat BlackRock dat met zijn passieve fondsen niet aandurfde, is niet gek. Want de fondsen zitten vol met de meest controversiële fossiele bedrijven.

Geen fossiele uitsluiting

Zo investeert BlackRock in bedrijven als de Adani Groep die nieuwe kolencentrales bouwt in India en Australië, in oliegiganten als BP en TotalEnergies en in bedrijven die betrokken zijn bij de exploitatie van olie- en gas in het kwetsbare Amazonewoud (Sinopec en Gran Tierra Energy). Het Internationaal Energie Agentschap waarschuwde vorig jaar dat de exploitatie van nieuwe olie- en gasvelden moet stoppen en dat er geen nieuwe kolencentrales meer mogen worden gebouwd als de wereld binnen de grenzen van gevaarlijke klimaatverandering wil blijven. 

Ook controversieel is BlackRocks investering in het Chinese Xinjiang Zhongtai Chemical. Dat bedrijf produceerde volgens onderzoekers van de Sheffield Hallam University in 2021 ruim 7 miljoen ton kolen en zou betrokken zijn bij de dwangarbeid van duizenden Oeigoeren. 

‘Met een duurzaam fonds investeren in deze bedrijven is extreem problematisch,’ vindt Lara Cuvelier van Reclaim Finance, een Franse ngo die de financiële sector duurzamer wil maken. ‘Nieuwe kolen, olie en gasprojecten zijn niet verenigbaar met een 1,5-graden scenario. BlackRock zou überhaupt niet in fossiele bedrijven met uitbreidingsplannen moeten investeren, maar al helemaal niet met duurzame fondsen.’ 

Terwijl bij concurrenten als AXA, BNP Paribas en UBS het bouwen van nieuwe kolencentrales een absolute no-go is, is dat voor BlackRock geen punt. BlackRocks kolenbeleid kent slechts één criterium: Sinds 2020 investeert het bedrijf met zijn actieve fondsen niet meer in bedrijven die meer dan 25 procent van hun omzet uit steenkool halen. Voor wat betreft beleggingen in olie- en gasbedrijven: daarop voert BlackRock zelfs in het geheel geen beleid, in tegenstelling tot diezelfde concurrenten. 

‘BlackRock streeft niet naar het uitsluiten van sectoren en industrieën,’ legt een woordvoerder van het bedrijf per mail uit. ‘Dat BlackRock niet langer investeert in bedrijven die meer een kwart van hun omzet uit kolen halen, is het resultaat van een risico-rendement afweging. Onze actieve fondsmanagers zijn van mening dat bedrijven die meer dan 25 procent van hun inkomsten uit steenkool halen voor structurele uitdagingen staan, door veranderende technologieën en prijzen in de energiesector. Daarom beleggen ze niet meer in deze bedrijven.’ Met andere woorden: BlackRocks kolenbeleid is het resultaat van een puur economische afweging.  

Larry Fink claimt een klimaatleider te zijn, maar er is altijd weer een reden waarom BlackRock zijn macht niet gebruikt om klimaatactie te steunen.

Dat maakt het extra vreemd dat BlackRocks uitsluitingsbeleid níet van toepassing is op passieve fondsen. Met die fondsen blijft BlackRock ‘gewoon’ in kolen investeren, ondanks de grote economische risico’s. Cuvelier zegt daarover: ‘Voor klanten van BlackRocks passieve fondsen betekent dit dat ze ’s werelds allervervuilendste bedrijven steunen. En bovendien dat ze worden blootgesteld aan alle risico’s die dat met zich meebrengt.’ Een stevige boodschap, vooral voor klanten die bewust voor een duurzaam BlackRock-fonds hebben gekozen.

Tegen Follow the Money zegt BlackRock dat ze investeringen in kolen in passieve fondsen niet kunnen uitsluiten omdat die fondsen indexen van derden volgen. ‘We kunnen dus niet naar eigen goeddunken bedrijven verwijderen of uitsluiten,’ schrijft de woordvoerder. ‘Wel bieden we enkele ETF’s aan die niet in steenkool beleggen.’ 

Onzin, volgens Cuvelier. ‘BlackRock heeft de neiging om de impact die het kan hebben met passieve fondsen kleiner voor te stellen dan die is. Maar het kan wel degelijk zelf actie ondernemen. Ze zouden eigen filters kunnen toepassen op de indexen van derden of simpelweg geen nieuwe fondsen meer lanceren die gebaseerd zijn op indexen met kolenbedrijven erin. Andere vermogensbeheerders, zoals HSBC, zijn daar al mee begonnen. BlackRock niet.’

Macht op aandeelhoudersvergaderingen 

Fink beloofde in zijn ‘revolutionaire’ brief uit 2018 zijn verantwoordelijkheid op een andere manier te nemen: door op aandeelhoudersvergaderingen van zich te laten horen. Wat doet BlackRock in de praktijk met dit machtsmiddel? 

Niet zoveel, zo blijkt. Sterker nog: BlackRock is druk bezig die macht te verkleinen. Sinds vorig jaar geeft BlackRock investeerders namelijk de mogelijkheid zélf hun stemrecht uit te oefenen. Nu geldt dat alleen nog voor institutionele beleggers, maar in de toekomst wil BlackRock dat ‘iedere belegger – zelfs individuele beleggers – de mogelijkheid heeft deel te nemen aan het stemproces als ze dat willen.’ 

Joost Schmets van de Vereniging van Effecten Bezitters (VEB) vertelt: ‘BlackRock krijgt hierop veel kritiek. Het zou zijn handen wassen in onschuld en zijn verantwoordelijkheid niet nemen. Dat is iets te kort door de bocht. Wij zien het in principe als iets positiefs dat investeerders zelf hun stem kunnen uitbrengen. Laat de roep om verandering maar uit vele richtingen komen.’ 

Cuvelier voegt toe: ‘BlackRock heeft zelf de verantwoordelijkheid om in lijn met zijn eigen netto-nul uitstoot commitment te stemmen. Zeker nu klanten die niet achter de energietransitie staan, zelf een andere keuze kunnen maken. De vraag is dus vooral, wat doet BlackRock met de resterende stemmen?’ 

Kijkend naar het afgelopen jaar, is BlackRocks eigen stemgedrag niet duurzamer, maar juist een stuk minder duurzaam geworden. In 2021 stemde de vermogensbeheerder op aandeelhoudersvergaderingen wereldwijd nog in 47 procent van de gevallen vóór resoluties op het gebied van milieu en mensenrechten. Dit jaar: nog maar 22 procent

In zijn rapportage schrijft BlackRock dat dit komt doordat de Amerikaanse beurswaakhond, de SEC, een richtlijn uit het Trump-tijdperk terugtrok. Die richtlijn maakte het makkelijker voor bedrijven om resoluties van aandeelhouders tegen te houden. Onder het nieuwe beleid staat de SEC meer voorstellen toe met een ‘brede maatschappelijke impact.’ Volgens BlackRock zijn resoluties hierdoor dit jaar ‘dwingender’ geworden. Voorstellen over het vergroten van transparantie steunde de vermogensbeheerder. Maar zodra resoluties bedrijven daadwerkelijk tot verandering dwongen werd het de vermogensbeheerder te heet onder de voeten. Zo gingen resoluties over ‘de afschaffing van financiering en verzekeringen voor projecten op het gebied van fossiele brandstoffen’ of ‘het stopzetten van de exploratie en ontwikkeling van fossiele brandstoffen’ te ver. BlackRock steunde deze voorstellen niet.

Volgens Adèle Shraiman van de Amerikaanse NGO Sierra Club, is dit veelzeggend. ‘Larry Fink claimt een klimaatleider te zijn, maar op de een of andere manier is er altijd weer een nieuwe reden waarom BlackRock zijn macht niet kan gebruiken om betekenisvolle klimaatactie te steunen. BlackRock staat liever verstandige klimaatvoorstellen in de weg en laat grote vervuilers vrijuit gaan.’ 

Ook dit jaar zal de financiële sector Larry Finks jaarlijke brief weer nauwlettend lezen en zullen media wereldwijd de inhoud ervan bespreken. In zijn laatste brief, die van 2022, benadrukte Fink nog maar eens hoeveel geld er omgaat in duurzaam beleggen: ‘Twee jaar geleden schreef ik dat klimaatrisico investeringsrisico is. En in die korte periode hebben we een tektonische kapitaalverschuiving gezien. Inmiddels wordt 4 biljoen euro duurzaam belegd. En dit is slechts het begin!’ 

Om iets verderop gelijk de verwachtingen weer te temperen: ‘BlackRock is er niet op uit zijn investeringen in olie- en gasbedrijven af te stoten.’ Ondanks het geloof in een groene toekomst, is Fink niet van plan met zijn voeten te stemmen. Het tekent de vermogensbeheerder die als groen te boek wil staan, maar vooral ook ’s werelds grootste wil blijven.