Economen hebben geen oog voor tekorten

    Door het dereguleren van de arbeidsmarkt en de geldmarkt heeft de overheid welbewust economische onbalans gecreëerd, schrijft econoom Ton Korver in zijn eerste bijdrage voor FTM. Veel van zijn vakgenoten hebben daar echter geen oog voor, constateert hij, omdat in hun professionele belevingswereld geen plaats is voor tekorten, maar enkel voor schaarste.

    Ik mag de economie graag vergelijken met een enigszins uit het lood geslagen schaakspel. Je kunt nog een heleboel stukken op het bord hebben staan en toch verliezen, omdat je er geen rekening mee hebt gehouden dat je tegenstander een tijdsvoordeel heeft opgebouwd. Ook al heeft hij  – de betere schaker – daarbij meer stukken prijsgegeven. Op een gegeven moment valt er in zo'n partij voor de slechte schaker gewoon niets meer te kiezen. Dat zie je ook in de economie. 

    Ik vergelijk economen graag met commentatoren die in dat spel wel de regel kennen van de schaarste (alles kan, maar niet alles tegelijk, en dus moeten we kiezen) en niet die van het tekort (wat er niet is, kun je ook niet kiezen). Wanneer er gerantsoeneerd moet worden of met wachtlijsten moet worden gewerkt, is er sprake van een tekort. Wanneer we de verdeling van goederen en diensten kunnen overlaten aan het prijsmechanisme, is er sprake van schaarste.

    Een economie zonder werkloosheid en zonder inflatie is een onwerkbare economie, zo orakelen de geleerden

    Alleen schaarste

    Economen zien echter geen tekort, zij zien alleen schaarste. Dat werkt natuurlijk niet, noch in de economie, noch in de bezweringenwereld der economen. Het belemmert de correcte identificatie van een tweetal cruciale markten: de arbeidsmarkt en de geldmarkt. In deze markten worden de aanbodkant restricties opgelegd die we niet tegenkomen aan de vraagkant. En wel omdat de aanbodkant wordt gehinderd. Dit zijn de restricties: het arbeidsaanbod moet altijd groter zijn dan de arbeidsvraag en het geldaanbod moet altijd groter zijn dan de geldvraag. Een economie zonder werkloosheid (de wachtlijst voor een baan) en zonder inflatie (de prikkel om je geld uit te geven en het niet ‘op te potten’) is een onwerkbare economie, zo orakelen de geleerden en herhalen de makers van het monetair beleid. Alle studenten economie leren dat markten naar evenwicht tenderen. Wat ze niet leren, is dat geldmarkten en arbeidsmarkten dat niet doen.

    Wat minder cryptisch: bij volledige werkgelegenheid werkt de arbeidsmarkt niet, omdat bij volledige werkgelegenheid het aanbod van arbeid minstens evenveel in de melk te brokkelen heeft als de vraag naar arbeid. De werkgever krijgt nog altijd nachtmerries bij de gedachte aan de jaren ’60 van de vorige eeuw, toen het er even op leek dat de volledige werkgelegenheid in het verschiet lag. Dat nooit weer. Met behulp van de politiek (het openstellen van de grenzen om ‘gastarbeiders’ uit te nodigen en daarmee de druk van de ketel te halen) werd de eerste nood gelenigd, en met behulp van monetair beleid de echte nood: het werd iedereen ingepeperd dat volledige werkgelegenheid niet alleen tot arbeidsonrust zou leiden, maar met name tot geldontwaarding. Dat zou tot elke prijs door politici en monetaire autoriteiten — bij voorkeur gezamenlijk — moeten worden bestreden door het arbeidsaanbod te vergroten en het aanbod van geld te reguleren.


    "Het werd iedereen ingepeperd dat volledige werkgelegenheid niet alleen tot arbeidsonrust zou leiden, maar met name tot geldontwaarding"

    Deregulering

    De geschiedenis na die gevaarlijke jaren illustreert dat het beleid om het arbeidsaanbod te vergroten een eclatant succes is geworden. Zozeer zelfs dat het bestrijden van werkloosheid meer op symboolpolitiek dan op effectief beleid lijkt. Het beleid om het geldaanbod te reguleren en het rente-instrument in te zetten om aanbod en inflatie te sturen, is daarentegen een enorme mislukking geworden. Beide, succes en mislukking, hebben een gemeenschappelijke bron: de deregulering van arbeidsmarkten en geldmarkten die het broze evenwicht op die markten in de periode tussen grofweg het einde van de Tweede Wereldoorlog en de jaren ’80 van de vorige eeuw ruw en opzettelijk verbrak.

    Het bestrijden van werkloosheid lijkt meer op symboolpolitiek dan op effectief beleid 

    Heeft de deregulering gewerkt? Van rust is geen sprake meer en van schokken des te meer, dus wie meent dat de mens lui wordt van rust en van storingen alert komt helemaal aan z’n trekken. Wie daarentegen meent dat mensen van rust opfrissen en gestresst raken door storingen, heeft van de 'economeneconomie' niets begrepen, die hoort bij alle overige commentatoren. Laten we hen ‘de gewone mensen’ noemen, een slag mensen dat door economen en politici niet serieus wordt genomen.

    Politici laten de oren hangen naar de economen – ‘is het wel doorgerekend door het CPB?’ – en zijn al opgelucht als er binnen de monocultuur van economen toch nog enige variatie te bespeuren valt. Alle economen zijn orthodox — daar zorgen de economie-opleidingen wel voor — maar niet alle economen zijn dogmatisch. Dat wil zeggen: de inhoud kan wel degelijk veranderen: als we nu het Monopoly-spel zouden mogen herschrijven, zouden we de Kalverstraat vervangen door, pak ’m beet, de Zuidas. Daarom vindt de één goed wat de ander hoogst afkeurenswaardig vindt.

    Zo valt er wat te kiezen, want hoewel alle wegen naar Rome leiden, kunnen we kiezen uit autowegen, fietspaden, wandelpaden, waterwegen en vliegroutes. Uiteindelijk is Rome een mooie stad, dus dat er geen ander richtpunt voor het reizen bestaat dan Rome moeten we zien als een zegen, niet als een tekort. Rome is het hoogste nut, een econoom streeft naar het hoogste nut, we streven in het woordenboek van de econoom allemaal naar het hoogste nut — dus hoe moeilijk kan het zijn? Wie het dan nog over een tekort wil hebben, is een spelbreker.

    Geloofwaardige verplichtingen

    Ik hoop bij gelegenheid uw spelbreker te mogen zijn door in te gaan op de betekenis van arbeidsafspraken als beloften om werk in opdracht van anderen te verrichten, en op de betekenis van geldafspraken als beloften om aangegane verplichtingen na te komen door betaling (het IOU van de debiteur). Twee keer beloften, twee keer verplichtingen. Belofte maakt schuld, toch? Niettemin, wie met wit speelt — wit begint altijd — geeft vanaf het begin van het spel het tempo aan: zolang geld met wit speelt en arbeid met zwart, heeft het geld tempovoordeel in het spel. In beide gevallen moet de belofte door de ander (de opdrachtgever, de debiteur) geloofwaardig genoeg worden bevonden om ermee in zee te willen gaan. Het gaat om geloofwaardige verplichtingen. Wanneer daar de klad in komt, gaat het met de beloften bergafwaarts en staat elke aangegane verplichting onder verdenking.

    Het monetair beleid is vleugellam en ongeloofwaardig, want het is in handen gegeven van de ‘financiële markten’

    Nu, deregulering zorgt voor kladwerk, voor gebroken beloften. Het monetair beleid is vleugellam en ongeloofwaardig, want het is in handen gegeven van de ‘financiële markten’. Het arbeidsbeleid is krachteloos en ongeloofwaardig, en zal pas weer tanden krijgen bij een radicale ombuiging van de sociale zekerheid naar een basisinkomen. Is het zo dat we een basisinkomen nodig hebben om de regie over het aanbod van geld weer op te eisen? Zodat daarna de ene keer het geld met wit speelt en de keer erop de arbeid, en het een eerlijk spel wordt? Ik kom er graag op terug.

     

    Over de auteur

    Ton Korver (1946) beschouwt zichzelf als een zowel verdwaald als afgedwaald econoom. Hij schrijft sinds een jaar of tien onder de naam Dagboekhouder stukjes op de site van Filosofie in Bedrijf (www.filosofieinbedrijf.nl). Het is vooraf nooit zeker of daarin het dagboek de boventoon voert of de boekhouder. Hij weet met vele anderen niet meer zo goed waar links en rechts in de politiek nog voor staan, maar hij is er heel zeker van dat hij links is. Hij is er sinds jaar en dag van overtuigd dat een linkse econoom zich beter met het aanbod van dan met de vraag naar arbeid kan inlaten, en hij weet (hij is er zelfs een beetje trots op) dat dit een enigszins ongebruikelijke vooringenomenheid is.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 296 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren