Minister van Wonen Stef Blok heeft de voorstellen van de Aedes en de Woonbond voor gematigde huurstijgingen in zijn begroting opgenomen. Maar betekent dit dat op termijn ook de verhuurdersheffing wordt afgeschaft? Als die heffing gehandhaafd blijft, zijn die gematigde huurstijgingen namelijk moeilijk haalbaar.

    Wie de Rijksbegroting van 2016 goed leest, kan het vermoeden bekruipen dat het afschaffen van de, voor de corporatiesector loodzware, verhuurdersheffing aanstaande moet zijn. Aedes, de belangenbehartiger van de corporatiesector en minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst lijken met dit gevoelige dossier voortgang te boeken. Wat bracht mij tot dit vermoeden?

    Op 3 juni 2015 bereikten Aedes en de Woonbond een sociaal huurakkoord voor de periode 2016-2018. Het uitgangspunt was dat ze de betaalbaarheid wilden waarborgen. Volgens dat akkoord mag iedere corporatie jaarlijks zijn totale huursom slechts verhogen met inflatie plus 1 procent. De huursom is het totaal van alle huuropbrengsten van een corporatie.

    Die verhoging moet tot stand komen volgens de uitgangspunten van de huursombenadering. Dit is een methode waarmee via gedifferentieerde huurstijgingen de huren van te goedkope woningen geleidelijk meer in lijn worden gebracht met hun reële huurwaarde. Veel bewoners die al langer in hun woning zitten, wonen als gevolg van een lange reeks minimale huurverhogingen nu vaak te goedkoop als je de huurpunten als maatstaf neemt.

    Verhuurdersheffing

    Aedes en de Woonbond stelden dat bij deze gematigde verhoging van de huren, het afschaffen van de gewraakte verhuurdersheffing van groot belang is. Deze heffing werd in 2013 geïntroduceerd, omdat de regering met een gat in de begroting zat. Het betreft een geleidelijk oplopend bedrag, dat in 2017 1,7 miljard euro moet belopen. Dat komt neer op 66 euro per woning per maand. De gemiddelde corporatiehuur bedraagt tegen die tijd waarschijnlijk tegen de 500 euro per maand.

    Minister Stef Blok leek wel het zoet te accepteren, maar niet het zuur

    Hieronder de passage uit het persbericht van Aedes en de Woonbond, waaruit blijkt dat de twee vinden dat een gematigde huurontwikkeling niet goed samen gaat met de verhuurdersheffing:

    'Wij nemen daarin (matigen van het huurprijsbeleid, red. FTM) het voortouw, maar verwachten echter van het Rijk dat na de evaluatie de verhuurdersheffing wordt ingetrokken, om een duurzaam model te realiseren met een gematigd huurbeleid en voldoende mogelijkheden voor investeringen door corporaties.'

    Minister Stef Blok, van Wonen en Rijksdienst, bepaalt uiteindelijk de hoogte van de jaarlijkse huurverhogingen. Hij nam het voorstel in ontvangst en meldde dat hij het zou laten doorrekenen op het Ministerie. Zijn rekenmeesters vonden het blijkbaar een haalbaar plan, want op de derde dinsdag van september 2015 bleek het voorstel één op één te zijn overgenomen. Alleen over de dekking van het plan - het afschaffen van de verhuurdersheffing – viel geen woord te lezen. De minister leek wel het zoet te accepteren, maar niet het zuur.

    Vooruitwijzing

    Natuurlijk zijn ze op het Ministerie niet gek. Blok heeft er geen enkel belang bij om de corporaties op te zadelen met een onhoudbaar systeem. Het is juist zijn taak om de sector gezond te houden. In 2016 volgt de evaluatie van de verhuurdersheffing en dat is het moment waarop de heffing zou kunnen worden afgeschaft, verlaagd of geleidelijk afgebouwd.

    Belangenbehartiger Aedes heeft geen woord van protest laten horen over het selectieve shoppen in het plan door de minister

    De minister wil die geplande evaluatie vast niet zomaar negeren en zal dus nooit op dit moment het einde van de verhuurdersheffing aankondigen. Het feit dat de gematigde huurverhogingen van Aedes en de Woonbond zijn opgenomen in de Rijksbegroting, heeft echter veel weg van een vooruitwijzing. Opmerkelijk in dat verband is ook dat Aedes geen woord van protest heeft laten horen over het selectieve shoppen in het plan door de minister. Terwijl de belangenbehartiger heel goed weet dat op deze manier die gematigde huurverhogingen tot problemen kunnen gaan leiden. Aedes zegt ook, bij monde van de woordvoerder, er het volste vertrouwen in te hebben dat de heffing na de evaluatie van tafel gaat. Vanwaar deze overtuiging?

    Het ministerie wil weinig kwijt over de zaak. Een woordvoerder zegt er niet van overtuigd te zijn dat Aedes bedoelt dat beperkte huurverhogingen alleen haalbaar zijn als de verhuurdersheffing daadwerkelijk wordt afgeschaft. Maar een doorgewinterde politicus als Blok weet maar al te goed dat plannetjes zonder afdoende dekking kansloos zijn.

    Gunstige macro-effecten

    Maar de Rijksbegroting bevat nog een verwarrende passage. Zo wordt expliciet de wens geuit om de opbrengsten uit de verhuurdersheffing niet af te schaffen, maar te verhogen tot 2 miljard euro in 2018 en door te laten lopen in de jaren erna. Is dat niet een vreemd streven als er een evaluatie van die heffing staat gepland voor 2016? ‘Nee’ reageert de woordvoerder van de minister in een reactie op bovenstaande gedachte. ‘Dit  beleid vloeit voort uit de wet en dat er een evaluatie gepland staat, verandert daar niets aan. Er worden zoveel wetten na verloop van tijd geëvalueerd.’ De woordvoerder benadrukt wel dat uit de evaluatie nieuw beleid kan voortvloeien. Daarmee is de evaluatie wel het geëigende moment om de wet aan te passen.

    Als woningcorporatieS weer gaan investeren, zou dat een welkome impuls betekenen voor de bouwsector en daarmee de economische groei

    De heffing schrappen is overigens niet alleen ongunstig voor de regering. Het kabinet beseft maar al te goed dat er belangrijke gunstige macro-effecten zitten aan het beëindigen van de verhuurdersheffing. Het zou de corporaties ruimte bieden gematigde huurstijgingen door te voeren, waarmee de bestedingsruimte van de 2,4 miljoen gezinnen in corporatiewoningen zou worden vergroot.

    Ook kunnen corporaties weer meer investeren in nieuwbouw. Dat zou een welkome impuls betekenen voor de bouwsector en daarmee ook aan de economische groei. Bovendien zouden de corporaties meer woningzoekenden aan een huis kunnen helpen. Een nieuw probleem voor de corporaties is dat naar verwachting over 2015 zo’n 10 procent van alle vrijgekomen corporatiewoningen naar statushouders gaat. Dat gegeven zet het argument van de corporaties dat er weer gebouwd moet worden, kracht bij.

    Het probleem is natuurlijk wel dat als de heffing in 2018 opeens wegvalt, er een gat van 2 miljard euro in de begroting ontstaat en dat moet minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem weer aan Brussel uitleggen. In de ingeleverde begroting is die heffing immers wel opgenomen. Ministers van Financiën haten zulke tegenvallers. Desalniettemin lijkt de kans dat de heffing wordt beëindigd al met al wel groter geworden.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 1139 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Volg Peter Hendriks
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 1308 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Volg dossier