© JanJaap Rypkema

Blusschuim: een chemische tijdbom die Nederland neerlegt bij de buren

Brandblussers moeten regelmatig worden vervangen. Het probleem is: blusschuim zit vol PFAS. Chemische verbindingen, met grote risico’s voor de volksgezondheid en het milieu, die heel moeilijk – en alleen tegen hoge kosten – zijn op te ruimen. In Europa wacht zeker 210.000 ton oud blusschuim op een veilig en definitief einde. Samen met televisieprogramma De Monitor onderzoeken we de laatste gang van een overjarige brandblusser.

Aan een tussenmuur in het kantoor van Follow the Money hangt een knalrode brandblusser. ‘6 liter blusschuim’, staat er in grote letters op. Zo tussen de planten en het boekenkastje is het ding al jaren onderdeel van het alledaagse decor. Waarschijnlijk moet hij binnenkort worden vervangen. De houdbaarheid van het blusschuim is maar vijf jaar, dan wordt de cilinder hervuld of in zijn geheel afgedankt. Vanaf dat moment is het geen brandblusser meer, maar chemisch afval. 

Jaarlijks bereiken in Nederland naar schatting 200.000 tot 300.000 brandblussers het eind van hun levensduur. Maar waar gaan afgekeurde blussers – en het afgedankte blusschuim – naartoe? 

In alle oude schuimblussers zitten zogenaamde poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) die moeilijk afbreekbaar en giftig zijn. Dát schuim zomaar in het riool gooien, is dus een no-go. Bij het blussen van een brand kunnen er natuurlijk ook PFAS het riool ingaan, maar precies daarom moet worden voorkomen dat er – onnodig – nog meer giftige schuimresten in het milieu terechtkomen.

Wat zijn PFAS en waarom zijn ze zo handig?

PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) zijn een familie van ruim vierduizend soorten chemische stoffen die bestaan uit variaties op fluorkoolstofverbindingen. De bekendste familieleden zijn PFOS (perfluoroctaansulfonaten), PFOA (perfluoroctaanzuur) en GenX-stoffen, drie verbindingen met heel handige eigenschappen: ze maken producten vet- of waterafstotend. Dat komt van pas in tapijten, maar bijvoorbeeld ook in make-up en zonnecrème, in regenjassen, cupcakevormpjes, fastfoodverpakkingen, speelgoed en glijmiddelen. 

En dus ook in blusschuim. PFAS hebben bijzondere kwaliteiten die enorm van pas komen bij het blussen. Ze leggen een film over de vlammen waardoor het schuim, volgens de brandblusserbranche, zeker twee keer zo effectief is als blusmateriaal zonder PFAS.

Maar PFAS hebben ook een groot nadeel: aan het begin van deze eeuw werd door wetenschappers vastgesteld dat ze persistent, bioaccumulatief en toxisch zijn. Oftewel: ze zijn lastig af te breken, ze stapelen zich op in het lichaam, en ze zijn giftig. PFAS kunnen ook hormoonverstorend werken: een publicatie in het Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism toonde in 2018 aan dat ze bij mannen kunnen leiden tot kleinere penissen en minder zaadproductie. Van enkele verbindingen in de familie, PFOA bijvoorbeeld, is door middel van epidemiologisch onderzoek vastgesteld dat ze waarschijnlijk kankerverwekkend zijn. 

In Europa is de toepassing van sommige PFAS vrijwel verboden: perfluoroctaansulfonaten al sinds 2011 en perfluoroctaanzuur sinds dit jaar. Maar er zijn veel meer PFAS-verbindingen die wel zijn toegestaan.

Lees verder Inklappen

Brandblussers, ook de onze, worden regelmatig gecontroleerd door een onderhoudsbedrijf. Dat stuurt een monteur die de blusser hervult of zo nodig vervangt. Velco Brandveiligheid in Oldenzaal in Overijssel is zo’n onderhoudsbedrijf. Eigenaar Robbert Veltkamp importeert zijn blussers uit landen als Frankrijk of China. Blussers die hij in onderhoud heeft, krijgen in een vulstation nieuw schuim. Het oude gaat in jerrycans. Als ook het omhulsel vervangen moet worden, na een jaar of tien, neemt Velco dat eveneens in. 

‘Rechtstreeks naar het riool’

Met duizenden tegelijk gaan de ingenomen blussers en de jerrycans vol afgedankt schuim daarna naar een gespecialiseerde afvalverwerker. Althans, als het onderhoudsbedrijf zich aan de regels houdt. Veltkamp heeft zo’n vermoeden dat er ook zaken zijn die het niet zo nauw nemen met regels rond oud PFAS-houdend schuim. ‘Dan is de laatste reis bijzonder kort, namelijk rechtstreeks naar het riool.’

De reis van onze blusser leidt eerst naar Vos Demontage, inkoper van metalen en oude brandblussers, in Wijchen. Daar halen werknemers hem uit elkaar. IJzer bij het ijzer, spuitslang bij het rubber en schuim bij het schuim. Dat schuim wordt vervolgens ingedampt: het overtollige vocht wordt verdampt zodat er een geconcentreerd goedje overblijft – met PFAS, want die worden door indamping niet afgebroken.

Maar Wijchen is niet het eindstation. Renewi, een van de grootste afvalverwerkers in Nederland, zamelt alle blusseronderdelen afzonderlijk in – het schuimconcentraat in grote ‘intermediaire bulkcontainers’ van ongeveer 1000 liter. Renewi heeft vestigingen in heel Nederland, maar waar ons schuimconcentraat precies naartoe gaat? Dit is wat het bedrijf erover wil zeggen: ‘Renewi neemt wel de inzameling voor haar rekening, maar de verdere verwerking ervan [wordt] uitbesteed aan een externe partner.’

Die externe partners blijken afvalverwerkers in Denemarken, Duitsland en Frankrijk. Uit exportvergunningen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in Den Haag wordt duidelijk dat Renewi vloeibaar afval exporteert naar zes bedrijven in deze landen. Bij navraag blijkt dat in elk geval twee Duitse bedrijven blusschuim uit Nederland verbranden: AVG-Abfallverwertung in Hamburg en Remondis Industrie Service in Bramsche. Bas Tieke van Remondis: ‘We hebben een gespecialiseerde oven die geschikt is. We kunnen de PFAS daardoor terugbrengen tot calciumfluoride, een stof die minder schadelijk is.’

Nederland exporteert zijn blusschuimprobleem naar het buitenland

Hoeveel blusschuim er jaarlijks wordt afgedankt en naar het buitenland verdwijnt, is onduidelijk. Het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen in Rijswijk zegt het niet te weten: blusschuim is een ‘substroom’ van alle ‘waterig vloeibaar afval dat gevaarlijke stoffen bevat’ net als bijvoorbeeld afvalwaterstromen die vrijkomen bij het schoonmaken van tanks of schepen. ‘Vermoedelijk is slechts een klein gedeelte [van alle waterig afval met gevaarlijke stoffen, red.] daadwerkelijk bluswater.’ Wel weet het Meldpunt dat in 2018 de afvalstroom van alle blussers – dus ook die met bluspoeder en CO2 of ‘koolzuursneeuw’ – een massa had van ongeveer 1,65 kiloton

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zegt ook geen zicht te hebben op de hoeveelheid afgedankt blusschuim, maar dat afvalverwerkers altijd moeten melden waar ze afval naartoe brengen. Voor export naar het buitenland is een aparte vergunning nodig. Ook informeert de Inspectie het bevoegd gezag in het land van bestemming: ‘Dit is evenwel voldoende om te monitoren of blusschuim naar verwerkers gaat waar verantwoorde verwerking plaatsvindt en die voor de verwerking van dit soort afval vergund zijn.’

Oftewel: Nederland exporteert zijn blusschuimprobleem naar het buitenland.

FTM onderzoekt de ins en outs van de bodemwereld. Hoeveel geld kan er worden verdiend met grondhandel, en vooral met de handel in verontreinigde grond? Hoe wordt er gesjoemeld met grondverzet van verontreinigde grond, en hoe is het toezicht?

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Er is dan ook geen echt duurzame oplossing om PFAS af te breken. De fluorkoolstofverbindingen zijn buitengewoon stabiel en kunnen pas worden verbrand op een temperatuur vanaf ongeveer 1100 of 1400 graden. Dat kost enorm veel energie en levert nieuwe risico’s op. In de Verenigde Staten zijn bijvoorbeeld in de omgeving van een verbrandingsoven verhoogde concentraties PFAS gevonden. 

Forever chemicals

Ook in Europa wordt blusschuimconcentraat vrijwel altijd verbrand. Het Europese Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) ziet verbranding bij hoge temperaturen als een gebruikelijke oplossing om van schuim af te komen, maar plaatst een kanttekening: de uitstoot is onvoldoende onderzocht en zou ‘gevaarlijk’ kunnen zijn wanneer de stoffen niet lang genoeg, of op een te lage temperatuur, worden verbrand. Beter onderzoek naar deze emissies is daarom hoognodig, concludeert het agentschap. 

Helaas zijn er naast verbranding niet veel andere mogelijkheden om van de giftige fluorkoolstofverbindingen af te komen. Ze worden niet voor niets forever chemicals genoemd. Bij elke andere methode dan verbranding zullen na verwerking altijd PFAS overblijven. Eeuwig opslaan is geen optie, stortplaatsen voor PFAS-houdende grond worden schaarser doordat de giftige stoffen op steeds meer plekken opduiken en regels rond opslag strenger worden. 

Het Europese Agentschap voor chemische stoffen schat dat we de komende jaren te maken hebben met tussen de 210.000 en 435.000 ton aan zogenoemd legacy foam, ‘geërfd’ PFAS-houdend schuim dat liefst op een veilige manier moet worden weggewerkt – iets dat vooralsnog dus buitengewoon lastig is.

Europa krijgt te maken met tussen de 210.000 en 435.000 ton aan zogenoemd legacy foam

De Europese Unie wil het gebruik van PFAS-houdend blusschuim daarom zo snel mogelijk aan banden te leggen. De verbindingen PFOS en PFOA zijn al grotendeels verboden, maar om bijvoorbeeld brandende vloeistoffen te blussen mag nog wel PFOA-houdend blusschuim worden gebruikt. 

Er zijn al wel alternatieven op de markt (zie kader), en het Nederlandse beleid is erop gericht om vooral zo min mogelijk nieuwe PFAS in het milieu te brengen.

PFAS-vrije alternatieven

Waarom dan niet gewoon overstappen op PFAS-vrij blusschuim? Dat is nog niet zo eenvoudig. Saval Brandbeveiliging in Breda, de enige blusschuimproducent in Nederland, begon al in 2011 met het ontwikkelen van een fluorvrije variant. Dat kostte veel moeite, maar voor de ‘gewone’, kleine blussers is er nu een alternatief. 

Ook Velco, het onderhoudsbedrijf voor brandblussers in Oldenzaal, brengt sinds 2019 PFAS-vrije schuimblussers op de markt. Eigenaar Robbert Veltkamp koopt ze in bij de grote Franse speler Eurofeu. Er zitten wel twee nadelen aan: het schuim is duurder om te produceren, en het is minder effectief dan PFAS-houdend schuim. Voor kleine branden maakt dat niet uit, maar bij grote chemische branden telt elke seconde. 

Wim Kwakkenbos, manager productontwikkeling van schuimproducent Saval, denkt dat PFAS-vrij schuim in ‘gewone’ blussers maar het begin zijn. ‘Voor 80 procent van de toepassingen hebben we nu een alternatief dat gelijkwaardig is aan de fluorhoudende schuimen. Voor de andere 20 procent vinden we ook een oplossing, desnoods een grotere hoeveelheid schuim dan we tot nu toe gewend waren.’

Maar zelfs grote bedrijven die potentieel veel blusschuim nodig hebben, beginnen langzamerhand na te denken over alternatieven. Onlangs zijn ook Schiphol en Lelystad Airport overgestapt op PFAS-vrij schuim.

In Nederland wordt echter nergens gecontroleerd of er ook echt geen PFAS meer in het blusschuim zitten. Zowel bij de keuring door de overheid (het Rijkstypekeur) als bij de keuring door Milieukeur wordt het schuim niet getest op PFAS. De werking van de apparaten wordt wel getoetst, en ook of de inhoud uit een homogene vloeistof bestaat. Maar er wordt niet gekeken of die vloeistof PFAS bevat. Volgens Wim Kwakkenbos van Savel is dat een kwestie van proportionaliteit: ‘Dat blusschuim hangt vaak afgesloten aan de muur, en wordt niet vaak gebruikt. PFAS zitten ook gewoon nog in allerlei voedselverpakkingen en meubelsprays, dat is veel gevaarlijker.’

Lees verder Inklappen

Alle PFAS-houdend blusschuim moet uiteindelijk door verbranding worden weggewerkt. Dat is niet goedkoop. Volgens het Europese Agentschap voor chemische stoffen hangt daar voor Europa een prijskaartje aan van ongeveer 320 miljoen euro. Daar komt nog eens circa 1 miljard euro bij voor het opruimen van productie- en opslagterreinen en voor het aanschaffen van nieuwe blussers. Dat is veel geld, maar als niet nu wordt ingegrepen, komen er nog meer PFAS in het milieu terecht en wordt opruimen op een later moment nog duurder, zo redeneert het Agentschap. 

Lekkende vaten

Als alle beschikbare 808 verbrandingsovens in Europa meedoen – 24/7 en op volle kracht – duurt het verbranden van alle PFAS-schuim tussen de tien en 900 dagen. Dat is afhankelijk van de capaciteit van de ovens, en of ze er überhaupt voor geschikt zijn. Volgens Nigel Holmes, strategisch adviseur risicomanagement van de provincie Queensland in Australië, is er maar één soort oven – de cementoven – die PFAS kan verbranden zonder schadelijke uitstoot en restanten. Bij alle andere ovens kunnen er volgens hem schadelijke overblijfselen in het milieu terechtkomen. Het is daarom zaak de route van PFAS-houdend schuim apart van ander afval te volgen en te controleren, waarschuwt Holmes. Zodat men zeker weet dat het uiteindelijk op de juiste manier wordt verbrand. Maar in Nederland gelden PFAS-houdende schuimresten als een ‘substroom’ van ‘afvalwater met gevaarlijke stoffen’ – niemand volgt of controleert de route van alleen het schuim.

En omdat in Nederland PFAS-houdend blusschuim niet veilig kan worden verbrand, gaat het de grens over naar landen waar afvalverwerkers dat wel kunnen – althans, als het netjes volgens de regels wordt afgevoerd. 

Dat geldt zeker niet voor alle blusschuimrestanten. In Doetinchem stuiten we op een bedrijventerrein vol grote, lekkende vaten. Meer dan een miljoen liter giftig PFAS-schuim dreigt daar langzaam de grond in te sijpelen. Maandag publiceren we samen met televisieprogramma De Monitor het verhaal over hoe het in Doetinchem zo ver heeft kunnen komen.

De uitzending van De Monitor is maandag 12 oktober om 22.15 uur op NPO2.

Birte Schohaus
Birte Schohaus
Academia-dissident en Groninger at heart. Schrijft over media, politiek en alles ertussen.
Gevolgd door 440 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Mira Sys
Mira Sys
Volgt voor FTM het gevecht om ons milieu, van bodemvervuiling tot milieuwetgeving.
Gevolgd door 2124 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren