In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Lees meer

Het bekendste geval is Vestia, dat door gerommel met derivaten voor bijna 2 miljard euro moest afboeken. De overige corporaties draaiden op voor de schade en berekenden de kosten door aan de huurders. Ook het Rotterdamse Woonbron en het Amsterdamse Rochdale kwamen in het nieuws door schandalen omtrent risicovolle investeringen en graaiende bestuurders. Peter Hendriks volgt het dossier en doet op FTM regelmatig verslag van de ontwikkelingen in deze sector.

177 artikelen

Bank Nederlandse Gemeenten start spookfonds voor duurzame corporaties

5 Connecties

Relaties

Beleggers Duurzaamheid

Organisaties

Milieudefensie BNG Bank

Werkvelden

Woningmarkt
19 Bijdragen

Bank Nederlandse Gemeenten heeft na onderzoek op 92 corporaties het label 'duurzaam' geplakt. Zo kan BNG een miljard euro van duurzame beleggers bij die groep plaatsen. De corporaties krijgen geen rentevoordeel en Milieudefensie beoordeelt een deel van de 92 juist negatief. Hoe duurzaam is deze operatie eigenlijk?

De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) komt met iets nieuws: een speciale pot met geld waaruit woningcorporaties die aan hoge duurzaamheidsnormen voldoen, kunnen lenen. De bank heeft een miljard euro aangetrokken via een zogeheten social bond. De obligaties van dit programma zijn geplaatst bij partijen die willen beleggen in duurzaam opererende organisaties. BNG garandeert de duurzaamheid van de geselecteerde corporaties.

Duurzaamheid in bredere zin

Dat garanderen gebeurt met medewerking van Telos, het centrum voor duurzame ontwikkeling van de universiteit van Tilburg. Dit centrum heeft een methodiek ontwikkeld om tot een oordeel over de duurzaamheid van corporaties te komen. Daarbij gaat het overigens om duurzaamheid in bredere zin. In het persbericht wordt die als volgt omschreven:

BNG garandeert de duurzaamheid van de geselecteerde corporaties

‘De basis van de door Telos ontwikkelde methodiek vormt de brede definitie van duurzaamheid, zoals in 1987 door de Commissie Brundtland geïntroduceerd in het VN-rapport Our Common Future. Hierin staan de drie kapitalen, People, Planet en Profit centraal. Deze sociale, ecologische en economische kapitalen worden bij deze duurzame obligatie voor woningcorporaties aangevuld met een vierde, namelijk de interne bedrijfsvoering.’

Dat klinkt allemaal goed doordacht. Telos heeft van de 360 corporaties er 339 onderzocht. Daarvan zijn er dus 92 door de selectie gekomen. Daaronder zitten heel veel kleintjes, maar ook een paar grotere clubs, zoals het Utrechtse Mitros, het Amsterdamse De Key en Woonbron uit Rotterdam.

Broeikasgas

Daar dient zich meteen een probleem aan. Het rapport van Telos is gepubliceerd in mei van dit jaar. In diezelfde maand publiceerde ook Milieudefensie een rapport over woningcorporaties. Deze organisatie bekeek 26 grotere corporaties op zaken als uitstoot van broeikasgassen en energiezuinigheid van de verhuurde woningen.

Drie grote corporaties komen netjes door keuring van Telos. Bij Milieudefensie staan de drie in de categorie rood

Het is niet zo raar dat een milieubeweging een strakkere definitie van duurzaamheid hanteert dan Telos. Toch zullen duurzame beleggers een grote mate van overeenkomst in de uitkomsten van de twee verwachten. Als je de twee rapporten naast elkaar legt, blijkt dat Mitros, De Key en Woonbron volgens de Telos-methodiek netjes door de keuring komen. Bij Milieudefensie staan ze echter in de categorie rood en dat staat voor ‘slecht’. Tussen rood en groen zit bij Milieudefensie ook nog oranje, dus je kunt niet spreken van grensgevalletjes.

Over Talis uit Nijmegen en Goede Stede uit Almere zijn de twee het weer wel eens. Die hebben volgens de beide rapporten de zaken goed voor elkaar. De Alliantie (Amsterdam), Bo-Ex (Utrecht), Habion (Houten), Nijestee (Groningen), Woonstad (Rotterdam) en Portaal (Utrecht) zitten in de categorie groen bij Milieudefensie, maar komen niet voor op de lijst van 92 van Telos.

Compenseren

Het kan natuurlijk dat Mitros, De Key en Woonbron op de niet-milieu gerelateerde punten zo goed scoren, dat ze volgens de Telos-methodiek hun matige milieubeleid volledig compenseren. Professor Bastiaan Zoeteman, die verantwoordelijk is voor het Telos-rapport, legt uit hoe belangrijk de meer maatschappelijke aspecten van zijn model zijn: ‘We hebben om te beginnen een voorselectie gemaakt, waarbij alle corporaties die te weinig investeren in oude wijken meteen werden geschrapt. In onze benadering behoort dat soort activiteiten tot de kernopdracht van een corporatie.’

Telos probeert met zijn methodiek zaken die geen samenhang vertonen bij elkaar te vegen 

Dat neemt niet weg, dat die duurzame beleggers in bredere zin, waarschijnlijk toch ook willen dat een corporatie goed scoort op harde milieucriteria. Die garantie lijkt Telos niet zonder meer te kunnen geven voor de corporaties op de lijst.

Telos probeert met zijn methodiek zaken die niet met elkaar samenhangen onder één noemer te brengen. Die noemer is duurzaamheid. Een opsplitsing in vier deelcategorieën was veel beter geweest. Wat heeft veel bouwen in achterstandswijken te maken met de uitstoot van broeikasgassen?


 

Wat heeft veel bouwen in achterstandswijken te maken met de uitstoot van broeikasgassen?

De verschillen in uitkomst vormen wel een groot manco. Het is te vergelijken met een situatie waarin kredietwaardigheidsbureau S&P de kredietwaardigheid van een bedrijf op AA handhaaft, terwijl concurrent Moody’s besluit het oordeel tot junk te degraderen. Op die manier werk je in de hand dat geen van beide oordelen serieus wordt genomen.

Stimulans

Die vergelijking met oordelen over kredietwaardigheid brengt ons meteen bij het volgende punt. Van een belegger die hard op zoek is naar goudgerande duurzame beleggingen, verwacht je dat die - analoog aan de credit rating-systhematiek – bereid is om een duurzame corporatie goedkoper geld te lenen, dan aan een branchegenoot die er met de pet naar gooit. BNG lijkt dat in het persbericht aanvankelijk ook te suggereren: ‘Met deze obligatie geeft BNG een stimulans aan duurzaamheid in de corporatiesector.’ Stimulans betekent in bankiersjargon normaal gesproken een financiële prikkel.

De 92 corporaties bleken niet eens te weten dat ze op die lijst stonden

Maar verderop in het bericht blijkt zo'n stimulans er helemaal niet te zijn. BNG schrijft namelijk, dat het geld dat is opgehaald voor die duurzame corporaties, tegen precies dezelfde rente en voorwaarden wordt geplaatst als geld dat aan andere corporaties wordt geleend. Die groep van 92 merkt dus niet eens dat er zo’n speciale pot met geld voor hen klaar staat. Sterker nog, een belrondje maakt duidelijk dat ze niet eens wisten dat ze op die lijst stonden. Al het onderzoek is in stilte en op basis van openbare gegevens verricht.

Liquiditeit

Bij BNG gooien ze het over de boeg van meer liquiditeit die beschikbaar komt voor de sector. Het geld dat nu is opgehaald, komt volgens de bank grotendeels bij een geheel nieuwe groep beleggers vandaan. Maar is meer liquiditeit organiseren voor de corporatiesector iets wat BNG moet nastreven? Absoluut niet! Toen kort na de Lehman-crisis werkelijk niemand meer kon lenen, kon BNG Bank zijn loket voor corporatieleningen gewoon openhouden. De spreads waren wat groter, maar iedere corporatie kon aan geld komen.

Dat was ook logisch, want corporatieleningen worden in laatste instantie gegarandeerd door de Nederlandse staat met zijn triple A-kredietwaardigheid. Daarmee is een corporatielening eigenlijk een kleine Nederlandse staatslening, waarvoor de kredietverstrekker - afhankelijk van de marktomstandigheden - tussen de 35 en 75 basispunten meer rente ontvangt. Er moeten vreselijke drama’s gebeuren, voordat dergelijke leningen niet meer in een handomdraai geplaatst kunnen worden.

Marktaandeel

BNG legt in feite nergens echt goed uit waarom is besloten om dat miljard aan duurzame beleggingen op te halen. Vermoedelijk is de bank bang om nog meer marktaandeel te verliezen in het segment duurzame beleggingen. European Investment Bank (EIB) - een bank van de EU en een nieuwe speler in de corporatiesector - heeft eind 2015 een kredietfaciliteit van 200 miljoen euro opgetuigd voor de grote, in Utrecht gevestigde corporatie Portaal. Het geld mag door Portaal alleen worden ingezet voor het energiezuinig maken van de woningvoorraad. Dat zijn dus typisch investeringen in de categorie duurzaamheid.

Vermoedelijk is de bank bang om nog meer marktaandeel te verliezen in het segment duurzame beleggingen

EIB leende in februari van dit jaar ook 400 miljoen euro aan Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank), om door te plaatsen naar kleinere corporaties. Volgens NWB Bank konden ze dat geld van EIB 10 tot 15 basispunten goedkoper krijgen dan op de kapitaalmarkt. Ook dat geld is uitsluitend bedoeld voor het energiezuinig maken van de woningvoorraad. EIB maakt in feite gebruikt van NWB Banks klantrelaties binnen de corporatiesector. NWB Banks kan als vergoeding extra marge pakken op dat geld.

Tegenzet

BNG zag opeens het tandem EIB/NWB Bank, een belangrijk deel van de duurzaamheidsmarkt naar zich toetrekken en zal op een tegenzet zijn gaan broeden. Met het selecteren van die 92 duurzame corporaties, is BNG opeens een fijne optie voor institutionele beleggers die statutair verplicht zijn om (deels) duurzaam te beleggen. Ze kunnen de uitvoering nu neerleggen bij BNG, op een vergelijkbare manier als EIB dat doet bij NWB Bank. Om de tafel gaan zitten met reeksen kleine corporaties zou ze veel tijd hebben gekost.

Voor de corporaties is deze zet van BNG minder gunstig. Ze hebben al heel lang het gevoel dat ze door de dominante positie van BNG en NWB Bank eigenlijk een te hoge marge betalen op hun leningen. Voor hen betekent zaken doen met meer partijen, meer concurrentie en betere prijzen. Met deze actie haalt BNG een aantal van die alternatieve partijen uit de markt.

Voor corporaties betekent zaken doen met meer partijen, meer concurrentie en betere prijzen

Vanuit BNG’s gezichtspunt is het heel logisch om die duurzame 92 corporaties geen lagere rente te bieden. Ze stoppen het eventuele margevoordeel nu in eigen zak. Als de corporaties direct zaken hadden gedaan met die beleggers hadden ze zelf dat voordeel gehad.

Conclusie: ook bestuurders van overheidsbanken zijn gewoon bankiers. Het belang van de klant staat natuurlijk centraal, maar het belang van de aandeelhouder, in dit geval het Ministerie van Financiën, staat nog veel centraler.