Een deel van het natuurgebied Nieuwkoopse Plassen

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

26 artikelen

Een deel van het natuurgebied Nieuwkoopse Plassen © Freek van den Bergh

Stoppen en hun grond verkopen aan de overheid voelt als ‘verraad’ voor deze boeren

5 Connecties
31 Bijdragen

Er hangt onheil boven boeren bij natuurgebieden. Ze moeten er weg of enorm investeren, hetzij in meer grond voor dezelfde hoeveelheid dieren, hetzij in technologie om hun stikstofuitstoot te verkleinen. Follow the Money maakte een rondreis langs de Nieuwkoopse Plassen, waar de stikstofcrisis elke melkveehouder op de een of andere manier raakt. En waar de overheid alle vertrouwen lijkt te hebben verspeeld.

Dit stuk in 1 minuut
  • De provincies moeten in juli hun plannen klaar hebben om de stikstofneerslag van veehouderijen op natuurgebieden aan te pakken en daarmee natuurherstel, woningbouw en infrastructuurprojecten vlot te trekken.
  • Eén gebied waar de belangen van de overheid, natuurorganisaties en de boeren op elkaar botsen is het beschermde natuurgebied Nieuwkoopse Plassen. Zo’n tweehonderd boeren, vooral melkveehouders, zijn er actief.
  • Hoewel zij vaak wel beseffen dat boeren vlak bij een natuurgebied moeilijk is geworden, is maar een enkeling tot stoppen bereid, blijkt uit een rondgang van Follow The Money. Dat komt omdat de subsidieregelingen van de overheid tot nu toe onaantrekkelijk waren. Grond verkopen aan de provincie of Natuurmonumenten zien veel boeren als ‘verraad’.
  • Een grote groep boeren gelooft in een technologische uitweg: investeren in nieuwe stalsystemen die stikstof reduceren, gefinancierd door bedrijven of de Rotterdamse haven die zo ruimte kunnen kopen om zelf stikstof uit te stoten. Anderen zoeken het in natuurvriendelijk boeren, met weinig vee per hectare en lagere kosten. Maar ook onder die boeren, die perfect passen in de gewilde verduurzaming van de landbouw, zijn de frustraties groot.
  • Afgelopen zaterdag publiceerde Follow the Money ‘De zeven brandende kwesties’, met een overzicht van de hindernissen die een oplossing van de stikstofcrisis in de weg staan.
Lees verder

‘Over dertig jaar boert hier niemand meer,’ verzucht Harrold Liebeton (55). Hij is melkveehouder in Zevenhoven, een dorp in het Groene Hart, een veenweidegebied in de driehoek Leiden, Utrecht, Rotterdam. Sinds twee maanden zit hij met zijn bedrijf op deze nieuwe plek, die behalve betere kleigrond en meer ruimte ook een zogeheten Landwinkel en vakantieappartementen te bieden heeft. 

En, het belangrijkste, die plek is een paar kilometer verder verwijderd van een Natura 2000-gebied dan zijn vorige boerderij in Noordse Dorp. Daar zag hij op ‘twintig meter afstand’ het wuivende riet van de Nieuwkoopse Plassen. ‘Ik zat vlak bij het meest stikstofgevoelige stukje Nederland. Dan ben je al gauw piekbelaster.’

Dat hij moest verkassen, was hem al sinds 2016 duidelijk. ‘Ik had het aardig voor elkaar op mijn oude boerderij, met nieuwe stallen en een mooi woonhuis op de plek waar mijn vader in de jaren ’50 was begonnen. Toen kwam er een dame van de milieudienst met een computer, om me uitleggen dat de regelgeving was veranderd en ik de eerste tien meter van mijn stal niet meer mocht gebruiken. De stankcirkel van mijn bedrijf raakte de woning van de buren, die een uitbouw hadden gemaakt.’

Toen de Raad van State in 2019 het stikstofbeleid van de overheid illegaal verklaarde en de uitstoot in de nabijheid van natuurgebieden verder aan banden werd gelegd, zag Liebeton in dat verzet zinloos was. 

‘Mijn vrouw en ik wilden opnieuw beginnen, maar niet te ver uit de buurt. We wilden ook betere grond dan de veengrond die we hadden – dat is gelukt, we hebben nu klei waardoor ik ook mais, aardappels en bieten kan telen. En we zochten naar een tweede tak – logies en horeca – zodat mijn zoon ook thuis kon komen en we drie volwaardige inkomens uit het bedrijf konden halen.’

Liebeton is niet ontevreden met de uitkomst, hij had rond de nieuwe boerderij al landerijen in bezit en heeft zijn riante honderd hectare nu dicht bij elkaar. 

De verplaatsing met 120 koeien en zestig stuks jongvee was een hele operatie. ‘Als jij van Amsterdam naar Utrecht verhuist, heeft dat heel wat voeten in de aarde. Bedenk maar eens wat erbij komt kijken als je een melkveehouderij moet verplaatsen.’ Daar kwam bij dat hij zijn moderne stallen en een comfortabel huis moest inruilen voor verouderde stallen en een huis waarin hij opnieuw moet beginnen met isoleren. 

De Rabobank financiert zijn verhuizing, maar hij hoopt op een bijdrage van de overheid nu hij verder weg van een Natura 2000-gebied opnieuw begint. ‘Ik hoor [minister] Christianne van der Wal nog zeggen dat ze voor de eerste boeren die wilden verhuizen met ‘een woest aantrekkelijk bod’ zou komen. Nou, ze moet nóg komen.’ En of hij hier ‘veilig’ zit en niet weer als piekbelaster kan worden aangemerkt, weet niemand.

Warme contacten

De stikstofcrisis raakt niet alleen boeren rond bekende grote natuurgebieden als de Veluwe en het Dwingelderveld. Maar ook hier, onder de rook van de Randstad, zien zo’n tweehonderd melkveehouders het voortbestaan van hun bedrijf bedreigd.

Hoe stikstofverbindingen tot een crisis konden leiden

Stikstofcrisis is een verzamelterm voor een reeks economische, juridische en maatschappelijke dilemma's als gevolg van een overmaat aan voedingsstoffen die bedreigend is voor planten en dieren. 

Ammoniak (NH3) is een vorm van stikstof die vrijkomt bij de veehouderij, uit het samenkomen van de mest en urine van dieren. Stikstofoxiden (NOx) komen vooral in de lucht door het verkeer (uitlaatgassen), de industrie en huishoudens. Op ongeveer 75 procent van het Nederlandse grondoppervlak komt te veel stikstof neer.

Ter bescherming van natuurgebieden zijn in 1991 in Europa speciale zones aangewezen, in Nederland heten die vanaf deze eeuw Natura 2000-gebieden. Daar moet worden gestreefd naar een ‘gunstige staat van instandhouding’ en mag niet meer stikstof neerslaan dan een vastgestelde hoeveelheid, de ‘kritische stikstofdepositiewaarde'.

In 2015 lanceerde de overheid het Programma Aanpak Stikstof (PAS) met de bedoeling af te komen van de nog altijd bestaande overmaat aan stikstofverbindingen in Natura 2000-gebieden. Maar in 2019 bepaalde de Raad van State dat dit programma in strijd was met de Europese regels. Sindsdien mogen nieuwe stikstof uitstotende activiteiten – in de landbouw, woningbouw of wegenaanleg – alleen zonder vergunning van start gaan als op geen enkel Natura 2000-gebied meer stikstof neerslaat dan 0,00 mol per hectare per jaar. Elke extra hoeveelheid, hoe klein ook, is zodoende al te veel. De bouw kwam hierdoor stil te liggen en boeren mochten hun bedrijven niet meer uitbreiden.

Vanaf 2019 leidden de problemen tot hevig en soms gewelddadig verzet van boeren en bedrijven die afhankelijk zijn van landbouw en veeteelt. Oud-minister Johan Remkes werd vorig jaar door het kabinet aangesteld als ‘stikstofbemiddelaar’. Op basis van zijn rapport Niet alles kan discussieert het zogeheten Landbouwberaad (vertegenwoordigers van de boeren, agro-industrie, supermarkten, banken, provincies en het kabinet) zeker tot maart 2023 over manieren om uit de crisis te komen en boeren perspectief te bieden.

Lees verder Inklappen

Sommige boeren, onder wie Harrold Liebeton, kiezen voor een vlucht naar voren. Ze vormen in 2019 de Stikstofcoöperatie, een samenwerkingsverband van boeren rond de Nieuwkoopse Plassen die met elkaar een oplossing denken te hebben ‘voor de vergunningencrisis van de BV Nederland, de biodiversiteitscrisis van de natuur en de financieringscrisis van de landbouw’. 

Dankzij Liebetons warme contacten met VVD-partijgenoten belanden ze op het Catshuis voor een lunch met premier Mark Rutte en de toenmalige landbouwminister Carola Schouten. Daar presenteren ze hun idee: investeren in stallen waar poep en urine meteen worden gescheiden en er minder ammoniak ontstaat. 

De tonnen euro’s die daarvoor nodig zijn, moeten worden opgebracht door de Rotterdamse haven of de zware industrie. Want die kunnen daardoor van de coöperatie de overblijvende emissieruimte leasen voor bedrijfsactiviteiten waarmee zij stikstofneerslag in de natuur veroorzaken. 44 procent van de stikstofwinst gaat naar de natuur, meer dan de 30 procent van de ‘normale’ stikstofhandel

Stikstofkoepel

Hier geld voor uit trekken is veel beter dan investeren in subsidieregelingen voor landbouwbedrijven die ermee willen stoppen, vinden de boeren in de coöperatie. Liebeton: ‘Het geld verdwijnt dan met de stoppers mee naar het bejaardenhuis, de belastingdienst of het buitenland.’

Het lijkt een geslaagde zet. Er komt uitgebreide media-aandacht (‘Nieuwkoopse boeren scheiden poep en pies voor stikstoflease’), minister Schouten komt langs en de provincie Zuid-Holland geeft 3 ton subsidie om het idee in de praktijk te brengen. Op één voorwaarde: er komt een zogenaamde ‘stikstofkoepel’ om de Nieuwkoopse Plassen met een diameter van een kilometer. Bedrijven in die koepel mogen niet in stikstofrechten handelen. Dit plan wordt het Nieuwkoopse Model gedoopt.

De stiekeme stikstofhonger van Schiphol

De Nieuwkoopse Plassen zijn het toneel geworden van de jacht op stikstofruimte door Schiphol. De luchthaven wil extra emissierechten verwerven zodat ze kan voldoen aan de voorwaarden voor natuurvergunningen voor Schiphol zelf en Lelystad Airport. 

‘Ik sprak gisteren nog iemand van Schiphol, die zei dat hij met vijf boeren hier in de buurt in gesprek is,’ zegt melkveehouder Harrold Liebeton. ‘Een jaar geleden hielden ze nog bij hoog en bij laag vol dat ze geen boeren gingen uitkopen.’ 

De stikstofjacht door Schiphol is zeer tegen de zin van de Tweede Kamer, die het kwalijk vindt dat vrijkomende stikstofruimte niet gaat naar de zogenaamde PAS-melders, of naar woningbouw en natuur, maar terechtkomt bij de luchthaven met rammelende geldbuidel. 

‘Het is geen sportieve handel,’ constateert agrarisch makelaar Albert de Koning in Waarder (tussen Bodegraven en Woerden). Hij bemiddelt ook in de verkoop van stikstofrechten, op zijn website is te lezen dat hij ruim 3500 kilo NH3 (ammoniakuitstoot) in de aanbieding heeft.

‘Ik kan me de verontwaardiging hierover best voorstellen, want Schiphol kan altijd meer bieden dan een collega-boer. Het is wildwest geworden in de stikstofhandel. Maar ook ik ben Schiphol ter wille geweest.’ Details over de transacties kan De Koning niet geven, omdat tussen de partijen geheimhouding is afgesproken. Ook de verkopende boeren zitten niet op publiciteit te wachten.

Handel direct rond de Nieuwkoopse Plassen is niet mogelijk, vanwege de ‘stikstofkoepel’ met een diameter van één kilometer die is afgesproken met de provincie. Maar in de Nieuwkoopse Stikstofcoöperatie is leasen aan Schiphol wel besproken, zegt melkveehouder Harrold Liebeton. ‘Het is misschien ook wel iets voor mij. Ik heb hier een vergunning voor 180 koeien en houd er nu honderd, dus daar zit nog wel wat ruimte.’

Lees verder Inklappen

Drie jaar na de Catshuis-lunch is de stemming onder de Nieuwkoopse coöperatieleden minder euforisch. Follow the Money woont op een late maandagavond in september een verhit overleg bij dat uitmondt in een klaagzang over ‘de onbetrouwbare overheid en de media’ en over het ‘theoretische’ probleem van stikstofneerslag in de Plassen, waar het volgens de leden juist hartstikke goed mee gaat. 

Roestig broodmes

Er is chagrijn over de Raad van State die net bekendmaakte te twijfelen aan de kwaliteit van zogeheten emissiearme melkveestallen, terwijl zekerheid over hun effectiviteit volgens de Europese natuurbeschermingsregels een vereiste is. Ze haalt daarmee ook een streep door vergunningen van drie boeren met zo’n emissiearme stal. 

Eén boer windt zich zo op dat hij het overleg voortijdig verlaat. ‘De spanning was te snijden met een roestig broodmes,’ zegt melkveehouder Jeroen Groot – de enige van de vijf aanwezige coöperatieleden die Follow the Money daarna op zijn erf wil ontvangen

In de voorbije jaren hapten de industrie en de Rotterdamse haven nog niet toe, uit huiver voor de met onzekerheden omgeven stikstoflease. Er is dus ook nog geen zicht op de tonnen euro’s waarmee de boeren in emissiearme stallen wilden investeren.

Jeroen Groot (46) wachtte die financiering niet af en kocht een ‘Gazoo stikstofkraker’. ‘Ik mag graag voorop lopen, en doe graag iets anders dan de rest.’ Daarmee bewandelt hij een van de wegen die stikstofbemiddelaar Johan Remkes in oktober schetste. Naast stoppen of verplaatsen zouden bedrijven vlak bij Natura 2000-gebieden ook kunnen ‘extensiveren’ – minder vee op dezelfde hoeveelheid land – of kunnen ‘innoveren’: met technische oplossingen hun ammoniakuitstoot drastisch verlagen.

De Groots reusachtige groengekleurde stikstofkraker staat in de polder van Aarlanderveen, aan de westkant van de Plassen, en is zeker innovatief. De installatie scheidt de koeienmest in een ‘separator’ in een dun en dik gedeelte. Het dikke, fosfaatrijke deel is geschikt als compost en gaat naar een bloemenkweker in de buurt. Het dunne deel zit vol ammoniak, stikstof, die eruit verdampt. Met het overblijvende restwater spoelt een robot de mestkelder schoon.

Koeien in de stal

In de stikstofkraker wordt aan de ammoniak een zuur toegevoegd waardoor vloeibare kunstmest ontstaat. Die rijdt Groot uit over zijn land, en wat hij overhoudt verkoopt hij als kunstmest.

‘Ik was een intensieve boer met weinig land in verhouding tot het aantal koeien – 125 melkkoeien op 32 hectare. Ik moest dus veel mest afvoeren. Dit is voor mijn bedrijf een perfecte oplossing. Ik bespaar op de mestafzet, reduceer 60 procent van de ammoniakuitstoot in de stal en op het veld, en stoot ook minder methaan uit. En dan maak ik ook nog eens kunstmest met veel minder CO₂ dan de kunstmestfabriek.’

Het Gazoo-systeem van fabrikant JOZ lijkt op de Lely Sphere. Dat is een ammoniak-afzuiger annex kunstmestvervanger die het in Maassluis gevestigde agro-technologische bedrijf Lely in augustus met een stevig media-offensief als oplossing voor de stikstofcrisis presenteerde. 

De ceo van JOZ in Westwoud spreekt in vakblad Boerderij vergelijkbare woorden over de Gazoo: ‘Met deze toepassing hoeven we de sector niet te halveren.’

Cruciaal voor de stikstofkraker is wel dat alle mest in de stal blijft – de koeien komen dus niet buiten. Jeroen Groot: ‘Dat is mijn keuze als vrije ondernemer. Landelijk is de trend dat koeien steeds meer de wei ingaan, dat weet ik. Maar mijn koeien hebben het prima naar hun zin binnen. Ze hebben een moderne, lichte serre-stal met loopruimte, stro en gordijnen tegen kou en hitte.’

Geen zorgen

Aan politieke aandacht voor de kraker, waarvan er inmiddels vier in Nederland draaien, geen gebrek. Groot ontving aan de Hogedijk in Aarlanderveen al de VVD-Statenfractie Zuid-Holland, burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwkoop, en een delegatie van de gemeente Wijdemeren. Bij al die politici en bestuurders leeft de hoop dat dit de emissiearme stal 2.0 wordt, die de beloofde emissiereductie wel waarmaakt en die het oordeel van de rechter wel overleeft.

Groot denkt de investeringen – een kleine 2 ton voor de kraker, plus aanpassingen in de stal – er met ‘een jaar of zes’ uit te hebben. Ook dankzij de Subsidie brongerichte verduurzaming van stallen (Sbv), waarvoor de Rijksoverheid tot 2030 172 miljoen euro ter beschikking stelt. ‘Dat geeft ook aan dat de overheid er vertrouwen in heeft, anders zouden ze die subsidie niet uitdelen. Ook zonder de subsidie had ik het gedaan, trouwens. Dan had ik er wat langer over gedaan om ’m terug te verdienen. Ik maak me geen zorgen over mijn toekomst hier.’

Griezelig

Omdat rond de Nieuwkoopse Plassen zo’n veertig landbouwbedrijven deelnemen aan de Stikstofcoöperatie lijkt het bijna of alle boeren er hun heil zoeken in innovatie. 

Maar er zijn ook sceptici, die liever minder vertrouwen hebben in technologie en geloven in ‘boeren met de natuur’. 

‘Ik vind het heel goed dat boeren zich inzetten om perspectief te vinden voor de sector, zoals in de Stikstofcoöperatie gebeurt,’ zegt melkveehouder Hugo Spruit (40). ‘Maar ik vind het griezelig dat je je helemaal op theoretisch terrein begeeft. Wat doe je als je systeem niet blijkt te doen wat het voorspiegelt? Ik blijf liever weg van het domein van de juristen, agrarisch adviseurs en ambtenaren. Laat ik het maar met mijn kwaliteiten in de praktijk goed doen.’ 

Spruit gaat Follow the Money voor op wat hij ‘ons eigen paradijs’ noemt: een lommerrijk laantje tussen zijn weilanden, waar hij naast de bestaande bomen en struiken nieuwe aanplant zette die noten en vruchten op moet leveren, zoals de hazelaar en de krentenboom. 

Zijn boerderij is het thuis van een keur aan (zang)vogels en Spruit zegt er sporen te vinden van de vos, en van de otter die oversteekt vanuit de Nieuwkoopse Plassen. ‘Ik wil op mijn manier verduurzamen en kijken of ik naast dierlijk voedsel ook plantaardige gewassen kan produceren. En experimenteer dus met meerjarige planten die het op deze vochtige veengrond goed doen.’

Smakelijk gras

Boeren met de natuur betekent voor Spruit zijn zestig koeien lang buiten laten staan (3000 uur per jaar, terwijl 720 uur de norm is om melk te mogen verkopen als ‘weidemelk’), en natuurlijk bemesten. Op de acht hectare die hij van Natuurmonumenten pacht, mag hij sowieso geen mest gebruiken, maar ook op de andere 35 hectare komt alleen nog maar mest van zijn eigen koeien.

‘Ik benut de mest zo goed dat kunstmest niet nodig is. De kwaliteit van het gras is het beste als je telkens een beetje mest toedient. Ik begin pas te geven als de natuur tot leven komt en het licht regent. Dan groeit het iets minder hard, maar krijg je wel heel smakelijk gras. Mijn gras heeft een laag eiwitgehalte, waardoor je minder stikstof uitstoot. Maar het bevat zo veel energie in de vorm van suikers dat de koeien het extra lekker vinden en er meer van eten, en dus toch aan hun eiwitten komen.’

‘Ik ben voor stikstofreductie, maar de manier waarop de overheid met ons omgaat deugt niet’

Spruit probeert het ‘op alle terreinen goed te doen’: zorg voor de bodem, de biodiversiteit, het klimaat, het gras en de weidegang. Een topinkomen levert dat niet op, maar omdat hij geen kunstmest gebruikt en weinig krachtvoer, heeft hij ook lage kosten. 

Zichzelf en zijn gezin gunt hij een sober inkomen. Spruit heeft het bedrijf samen met de 83-jarige IJsbrand Bol, die geen opvolger heeft en zijn deel op termijn aan hem wil overdragen. ‘Wij doen het thuis met 2000 euro in de maand. Dat zouden de meeste mensen te beperkt vinden, maar het is voor ons genoeg. Met de rest bouw ik vermogen op om te zijner tijd het bedrijf van Bol over te nemen. Hoe langer IJsbrand leeft, hoe gunstiger voor mij.’

Boerenzakdoek

Zijn horizon is vijftig jaar, zegt hij. ‘Ik wil op een houdbare manier voedsel produceren, waarbij ik meer CO₂ in de bodem en gewassen vastleg dan ik uitstoot. Om tegen die tijd hier nog te kunnen boeren, moeten we ook af van fossiele brandstoffen. Ik heb al geïnvesteerd in een elektrische shovel en een windmolentje, heb thuis een warmtepomp en rijd in een elektrische auto.’

Zijn bedrijfsvoering vanuit de kringloopgedachte (koe levert mest, daarmee voed je het gras, waarmee je de koe weer te eten geeft) lijkt naadloos aan te sluiten bij de gewenste verduurzaming van de landbouw. Toch heeft Spruit een omgekeerde vlag hangen en wappert er een boerenzakdoek uit zijn tweedehands Nissan Leaf. ‘Ik ben voor stikstofreductie, maar de manier waarop de overheid met ons omgaat deugt niet.’

Hij laat een, onbeantwoorde, ‘Valentijnsbrief’ zien die hij 14 februari 2022 naar stikstofminister Van der Wal stuurde om te getuigen van zijn liefde voor de boerderij en het werken in en met de natuur. ‘Maar ook om mijn zorgen bij u neer te leggen’. 

Op tweehonderd meter afstand van zijn bedrijf beginnen de weilanden van Natuurmonumenten. En daarop, aldus de brief, wil de natuurorganisatie zestig hectare veengrond afplaggen om schraal en nat blauwgrasland mogelijk te maken.

Kwetsbare natuur

De Nieuwkoopse Plassen horen tot de oudste veenontginningen van Europa en hebben daarmee een cultuurhistorische waarde. Bijzonder is dat natuur en recreatie vanaf de 16e eeuw hun gang konden gaan, en het door de Randstad omsloten gebied niet droog gepolderd is. Daardoor kon het een belangrijk natuurgebied worden met veel moerasvogels en orchideeën. 

Natuurmonumenten bezit er inmiddels ruim 1400 van de 2000 hectare, deels plassen, moeras en rietlanden, deels natte graslanden waarop nog kleinschalige veehouderij mogelijk is. Sinds de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen van einde vorige eeuw moeten de flora en fauna van de Plassen een ‘gunstige staat van instandhouding’ vertonen, en sinds de aanwijzing als Natura-gebied in 2013 worden er ‘instandhoudingsdoelstellingen’ gehanteerd. 

Die doelstellingen zijn cruciaal geworden in de stikstofcrisis. De provincie Zuid-Holland heeft bepaald dat ze noodzakelijk zijn voor ‘een gezond investerings- en vestigingsklimaat’.

In de Nieuwkoopse Plassen is de waterkwaliteit de afgelopen jaren verbeterd en doen een aantal vogel- en plantensoorten het goed, zoals de purperreiger en vochtige heide. Maar stikstofgevoelige ‘habitats’ als trilveen, blauwgrasland en veenmosrietland hebben het moeilijk. Trilveen is zelfs bijna geheel verdwenen.

Natuurmonumenten benadrukt dat het in de Nieuwkoopse Plassen niet alleen gaat om de stikstofneerslag, maar ook om de gevolgen van klimaatverandering en de waterkwaliteit, die alle belanghebbenden samen aan moeten pakken, onder regie van de provincie. ‘De stikstofopgave is dus niet het enige waarop gefocust moet worden, daarmee houd je de bewoners voor de gek,’ zegt woordvoerder Willemijn Nagel.

Lees verder Inklappen

In zijn brief aan Van der Wal schrijft Spruit: ‘Als deze plannen echt uitgevoerd gaan worden, komt uit de berekening dat wij straks piekbelaster van stikstof zijn op de nieuwe ‘wensnatuur’ zonder dat ik er iets zinvols aan kan doen. Alleen minder koeien gaan houden dan onze zestig of een voor ons niet te betalen stalvloer installeren die de emissie niet blijkt te reduceren.’

Spruit begrijpt er weinig van, zegt hij. ‘Bij afplaggen komt juist CO₂ vrij. En ze doen dit om hier meer weidevogels naartoe lokken, maar de grutto’s komen juist al in onze weilanden hun voedsel halen.’ 

Tegelijkertijd wordt hij straks als ‘piekbelaster’ mogelijk gevraagd de nieuwe natuurgebieden te beheren. ‘Zo jagen ze de boeren weg en is er straks niemand meer om die weilanden te onderhouden.’

Het sentiment bij de Nieuwkoopse boeren is dermate anti-Den Haag en anti-Natuurmonumenten dat stoppen amper wordt overwogen. Als er iemand stopt, verkoopt die liever aan een collega dan aan de overheid – dat laatste wordt als verraad beschouwd. 

Daar komt bij dat het eerste deel van de stoppersregeling (Maatregel Gerichte Aankoop en beëindiging veehouderijen) een beroepsverbod inhield: de boer mocht niet elders opnieuw beginnen. Harrold Liebeton, de melkveehouder in Zevenhuizen, zag er daarom van af: ‘Daar gaat ook geen enkele jonge boer aan meedoen.’ 

Drie vlaggen

Uit woede over de bestaande regelingen heeft ook Liebeton drie omgekeerde vlaggen op zijn land geplaatst – hoewel hij in een app-groep zit met partijgenoten Mark Rutte, Thom van Campen (Tweede Kamer-woordvoerder), Christianne van der Wal en Jeannette Baljeu (lid van Gedeputeerde Staten in Zuid-Holland en belast met stikstof). ‘Ze weten wel hoe ik erover denk, ja.’

Ook op de 120 procent bedrijfswaarde die het kabinet zou beloven aan piekbelasters die zich door de overheid laten uitkopen, reageert hij schamper. ‘120 procent van wat? Hier vang je wellicht 60.000 euro per hectare. Maar als je naar Flevoland wilt verkassen, moet je misschien wel 160.000 euro betalen voor diezelfde hectare.’

Het roemruchte en inmiddels ingetrokken ‘blauwe stikstofkaartje’ van minister Van der Wal deed er ook geen goed aan, zegt hij. Boeren in veenweidegebieden moesten binnen acht jaar 47 procent stikstofuitstoot reduceren, in een straal van een kilometer rond een Natura 2000-gebied zelfs 95 procent. Liebeton: ‘Ik heb geluk gehad dat ik mijn huiskavel van 26 hectare verkocht in april. In juni kwam het kaartje en was je grond ineens nog maar de helft waard.’

De provincie Zuid-Holland, zo laat een woordvoerder weten, voerde verschillende gesprekken om negen Nieuwkoopse piekbelasters tot stoppen te bewegen, maar zonder resultaat. 

Daarnaast constateerde de provincie dat bedrijven die wel willen stoppen na verkoop van hun landbouwgrond ‘kunnen achterblijven met een woon- en bedrijfskavel dat in waarde is gedaald’ en met kosten voor stallen en installaties die gesloopt moesten worden. Het eerste deel van de Maatregel Gerichte Aankoop voorzag niet in compensatie voor zulke verliezen.

Niks verkeerd 

Via een omweg verwierf de provincie toch nog grond van een boer die bereid was zijn bedrijf op te geven. 

Theo Kemp (62) verkocht vorig jaar zijn veeteeltbedrijf aan het riviertje De Meije, tegen het natuurgebied de Nieuwkoopse Plassen. Hij had een bloeiende boerderij, zegt hij, 43 hectare eigen grond met zeventig koeien, en 32 hectare gepachte grond van Natuurmonumenten. En Kemp was bezig om minder intensief te boeren, zegt hij. ‘Begin van de eeuw had ik nog honderd koeien, maar ik zag aankomen dat het rond de natuur de extensieve kant op zou gaan.’

Hij was blij met de pacht, en had ook weinig moeite met de eisen die Natuurmonumenten stelde – geen kunstmest strooien, en pas na 15 juni maaien om de grutto-jongen een kans te geven. ‘In het voorjaar, als er veel en goed gras was, liet ik er 1,5 koe per hectare grazen, in de zomer, met schraal gras, krap een koe. Ik deed eigenlijk niks verkeerd, en was een van hun beste pachters, zeiden ze.’

Tot Natuurmonumenten in 2018 ‘ineens’ de pacht opzegde. Kemp wijt dat aan zijn activiteiten als ‘vergaderboer’, namens LTO Noord meepraten in ‘gebiedsprocessen’ over de inrichting van Bodegraven-Noord en opkomen voor het belang van de boeren. ‘Ik ben niet te beroerd om dan mijn mening te geven.’ Natuurmonumenten ontkent overigens dat Kemps activisme iets met de opzegging te maken had.

Emotioneel

Door het opzeggen van de pacht moest hij dertig koeien wegdoen. ‘Toen stond ik voor het blok.’

Zijn kinderen wilden de boerderij niet overnemen. ‘Mijn dochter heeft de landbouwhogeschool in Dronten gedaan. Maar ze zag hoeveel tijd ik in belangenbehartiging moest steken om ook mijn eigen bedrijf in de benen te houden. “Dat ga ik niet doen, da’s niet normaal,” zei ze. Ik kon daar emotioneel over worden, als vijfde-generatie-boer op deze plek, maar ik begreep het.’

‘Na de verkoop begonnen ze onmiddellijk met verschralen van de grond, om er natuur van te maken’

Kemp overwoog nog te innoveren, maar op zijn leeftijd had een investering in een stikstofkraker, met zes jaar terugverdientijd, geen zin meer. Dus besloot hij te verkopen, en zijn bedrijf aan te bieden in de Stikstofcoöperatie die hij had helpen opzetten. ‘Ons motto was vanaf het begin: zonder stoppers geen blijvers. En ik wilde de grond en stikstof door mijn collega’s over laten nemen voor een zachte prijs – liever dan door de overheid, ik heb een agrarisch hart.’ Maar een bedrijf onder elkaar opdelen, zo dicht op het Natura 2000-gebied, durfde de coöperatie niet aan.

Kemps boerderij ging naar een projectontwikkelaar. Die wilde het woonhuis hebben, en had, zo zegt Kemp, ‘op de achtergrond een financier voor de grond’. Dat bleek de provincie Zuid-Holland te zijn. ‘Ik verkocht in januari en zou mijn bedrijf stoppen per 1 april. De mest uit de kelder mocht ik al niet meer op het land brengen, die werd per vrachtwagen afgevoerd. Ze begonnen onmiddellijk met verschralen van de grond, om er natuur van te maken.’

Hij had het woonhuis, fraai gelegen aan De Meije, aan kunnen houden. Nu huurt Theo Kemp woonruimte bij een melkveehouder in de buurt van Oudewater en doet hij klussen bij het transportbedrijf van zijn oudste zoon. ‘Het heeft me niet veel moeite gekost om bij De Meije te vertrekken. Als je blijft, zie je hoe ze het waterpeil verhogen en hoe je weiland, waar je al die jaren koeien hebt gemolken, langzamerhand verandert in natuurgebied. Dat hoef ik niet te zien.’