Bij een demonstratie van Melkveehouders in Brussel werd het kantoorgebouw van de Raad van de Europese Unie ondergespoten met een ton melkpoeder.

Bij een demonstratie van Melkveehouders in Brussel werd het kantoorgebouw van de Raad van de Europese Unie ondergespoten met een ton melkpoeder. © Stephanie Lecocq / EPA

Boerenlobby misleidt achterban over gevolgen EU-duurzaamheidsplannen

De boerenlobby zet de eigen achterban op het verkeerde been over de ingrijpende hervormingen die in Brussel op tafel liggen. Er wordt gedaan alsof agrariërs daar zwaar de dupe van worden. In werkelijkheid gaan de inkomsten voor velen juist omhoog. Die valse voorstelling van zaken ondermijnt de zoektocht naar een duurzaam voedselsysteem.

Dit stuk in 1 minuut
  • Vandaag wordt er gestemd over de Brusselse toekomstvisie voor het Europese voedselsysteem, de zogeheten Farm to Fork-strategie. Een zeer gevoelig onderwerp binnen de agrarische sector, die een grote systeemwijziging in de hele voedselketen vereist. De vraag is, zo toont wetenschappelijk onderzoek aan, of die strategie wel de klimaatwinst zal opleveren die Eurocommissaris Frans Timmermans ons voorspiegelt.
  • De boerenlobby gebruikt die academische studies om de plannen van de Europese Commissie naar de prullenbak te verwijzen. Maar daarbij verzwijgen de belangenorganisaties één belangrijk aspect: dat Farm to Fork juist economische kansen biedt voor de boeren die nu worstelen met lage marges. Gemiddeld genomen zou de sector er zelfs op vooruit kunnen gaan. 
  • Follow the Money’s Bureau Brussel onderzocht samen met Lighthouse Reports en andere Europese media het speelveld rondom de agrarische belangenvertegenwoordiging, sprak met de door de lobby betaalde wetenschappers en ontdekte waarom het telkens de boeren zijn die aan het kortste eind trekken, terwijl de grootste en rijkste spelers in de voedselketen profiteren.
  • Of de strijd gestreden zal zijn als het Europees Parlement fiat geeft aan de Farm to Fork-visie van de Europese Commissie, is maar zeer de vraag. De strategie moet nu eerst worden uitgewerkt in concrete voorstellen die stuk voor stuk weer voor goedkeuring langs de lidstaten en het Europees Parlement moeten.
Lees verder

In de loop van september verschijnen plotseling alarmerende berichten in de Europese pers. ‘Vernietigende analyse klimaatplan Timmermans: amper klimaatwinst’, kopt De Telegraaf. Onderwerp van het artikel is een studie uitgevoerd door de Universiteit van Kiel (Duitsland), in opdracht van de graanindustrie. De resultaten tonen de impact van de Brusselse plannen op het Europese voedselsysteem, waarover vandaag wordt gestemd in het Europees Parlement: de zogeheten ‘Farm to Fork’-strategie.

Binnen de agrarische sector is dit een zeer gevoelig onderwerp. Het visiestuk van de Europese Commissie beoogt de duurzaamheidsdoelen uit de Green Deal te vertalen naar de landbouw- en voedselsector. Ook in dit deel van de economie zal de negatieve impact op klimaat en milieu moeten worden teruggedrongen. Dat vraagt om een grote systeemwijziging die doorwerkt in de hele voedselketen. Zo worden er plafonds gesteld aan het gebruik van pesticiden en de verspreiding van vervuilende stoffen in de agrarische sector, maar ook de aanpak van voedselverspilling is een belangrijk onderdeel van de plannen.

Ook in dit deel van de economie zal de negatieve impact op klimaat en milieu moeten worden teruggedrongen

De studie van de Universiteit van Kiel laat evenwel zien dat de potentiële gevolgen enorm zijn. Niet alleen worden rundvlees- en melkproducten tientallen procenten duurder, ook zullen de prijzen voor groente en fruit stijgen. Bovendien blijkt dat Timmermans’ ambities onvoldoende rekening houden met ‘weglekeffecten’. De veranderingen in de agrarische productie zorgen weliswaar voor minder uitstoot van broeikasgassen, maar die uitstoot neemt door dezelfde beleidsmaatregelen vervolgens elders toe – hetgeen de klimaatwinst van Farm to Fork teniet doet.

Lobbykrachten

Het is voor de agrarische sector een dankbare stok om mee te slaan. Zwaaiend met de academische bevindingen maken de grote Europese boerenbelangenorganisaties momenteel korte metten met de Brusselse visie. ‘Het is de consument die opdraait voor deze plannen,’ foetert Sjaak van der Tak, voorzitter van agrarische belangenorganisatie Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) in het Telegraaf-artikel. ‘Of de boer wordt nog verder uitgeknepen.’ 

Zijn collega’s van de Europese boerenkoepel Copa Cogeca hebben ook al een persbericht de deur uit gedaan. ‘Opnieuw een rapport dat bevestigt wat de massieve consequenties kunnen zijn van deze vlaggenschipstrategie van de Europese Commissie op onze EU-voedselproductie, onze boerderijen en de samenhang van onze plattelandsgebieden,’ valt in de inleiding te lezen. Om in datzelfde bericht te concluderen: ‘De Europese Commissie of het Europees Parlement kunnen dit soort publicaties en hun sociale, economische en milieu-consequenties niet negeren. We kunnen geen contraproductieve, doelgerichte benadering van Farm to Fork accepteren.’

Met Farm to Fork is de vleesboer spekkoper

Maar één bevinding van de Universiteit van Kiel wordt intussen tactisch verzwegen, door zowel LTO als Copa Cogeca. In precies hetzelfde rapport waarmee de agrarische lobbyisten stampij maken, staat immers óók duidelijk uitgelegd dat het juist de boeren zijn die met de Brusselse plannen gemiddeld méér gaan verdienen. Met name de worstelende veehouders zullen hun inkomsten met maar liefst honderden euro’s per dier zien stijgen, omdat minder productie zorgt voor meer schaarste en dus hogere prijzen. Of beter gezegd: met Farm to Fork is de vleesboer spekkoper.

Dossier

Blijf op de hoogte

Wil je alle verhalen van Bureau Brussel in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Volg Bureau Brussel

Het Europese voedselsysteem

Hoe dit kan, heeft alles te maken met de verkniptheid van het huidige Europese voedselbeleid. Dat blijkt uit onderzoek van Follow the Money’s Bureau Brussel, in samenwerking met het internationale onderzoeksplatform Lighthouse Reports en andere Europese media, zoals Mediapart in Frankrijk, IRPI in Italië en Deutsche Welle.

Ondanks de tientallen miljarden euro’s belastinggeld die Brussel al decennia jaarlijks spendeert aan de agrarische sector, moeten veel boeren zich nog altijd diep in de schulden steken om het hoofd boven water te houden. Of ze geven hun zaak op: volgens officiële cijfers is tussen 2005 en 2016 het aantal boeren in de EU afgenomen van 14,5 miljoen naar 10,3 miljoen. Met name binnen de vlees- en zuivelsector is de concurrentie groot. Daar liep het aantal boeren in diezelfde periode terug met 3,4 miljoen, naar een totaal van 5,6 miljoen. Steeds minder agrariërs runnen steeds grootschaliger bedrijven.

‘Een ratrace’, noemt Jeroen Candel, universitair hoofddocent Landbouw- en Voedselbeleid aan de Wageningen University & Research (WUR), dit systeem. ‘Voor een individuele boer kan het aantrekkelijk zijn om meer te produceren. Maar als alle boeren dat doen, komen de prijzen verder onder druk te staan. Wat dus voor één boer rationeel lijkt, is funest in termen van het collectieve verdienmodel.’

"Het Europese landbouwbeleid is ooit opgezet om productie te stimuleren en voedselzekerheid te verschaffen"

Winnaars en verliezers

Zo gaat de sector in feite ten onder aan het eigen succes. Het Europese landbouwbeleid is ooit opgezet om productie te stimuleren en voedselzekerheid te verschaffen, maar dat liep al snel zo goed dat er overproducties ontstonden, zoals de bekende boterbergen uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Sindsdien zijn de spelregels stapsgewijs aangepast. Maar nog steeds is het Europese beleid erop gericht om productiviteit te verbeteren – terwijl het erin faalt een eerlijke beloning voor de boeren te bewerkstelligen en de schade voor het milieu wordt slecht aangepakt.

Toch kent het systeem ook duidelijke winnaars. Zoals de consument, die voor de boodschappen goedkoop uit is. Maar bovenal profiteren de grootste spelers in de voedselketens van de gesubsidieerde en efficiënte productie van de Europese boeren, die ze wereldwijd vermarkten. Dat zijn de voedselverwerkers en -verhandelaars zoals Unilever en FrieslandCampina, alsook grootgrondbezitters, zaadveredelaars, veevoerleveranciers, producenten van diergeneesmiddelen en de supermarkten.

Binnen de boerengemeenschap zelf plukt slechts een rijke minderheid de vruchten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Europese Unie. Pakweg 80 procent van de subsidies, gaat naar de 20 procent meest welvarende boeren, in plaats van de kleinere familiebedrijven waaraan de lobby in haar narratieven zo graag refereert. Of liever gezegd: naar grootgrondbezitters, oligarchen en zelfs corrupte bestuurders.

Pakweg 80 procent van de subsidies, gaat naar de 20 procent meest welvarende boeren

Dat het huidige systeem dus behouden moet worden omdat dat goed zou zijn voor de boeren, kent op zijn zachtst gezegd nogal wat haken en ogen. Laat staan dat het milieu, het klimaat, de dieren en de uitgebuite arbeidsmigranten ermee gediend zijn. De samenleving draait intussen op voor de kosten voor de vervuiling, het verlies aan biodiversiteit, de gevolgen van de opwarming van de aarde en de gezondheidsconsequenties van intensieve veehouderij en van overconsumptie – nog los van het subsidiegeld dat Europeanen kwijt zijn aan het landbouwbeleid.

Recente pogingen zulke maatschappelijke kosten op waarde te schatten, komen erop uit dat met name vleesproducten al gauw in prijs moeten verdriedubbelen om de verliezen te compenseren. De kosten voor de samenleving zijn dus een stuk hoger dan de economische baten.

Belangenspel

Desondanks zijn het juist de machtige agrarische lobby’s, die moeten opkomen voor de belangen van de boeren, die helpen dit omstreden systeem in stand te houden. Een belangrijke reden daarvoor is dat koersbepalende belangenbehartigers óók de grote en rijke agrofood-spelers onder hun leden hebben. En die houden er zo hun eigen agenda op na.

De European Livestock Voice is daarvan een goed voorbeeld. Deze invloedrijke Brusselse lobbyclub – met ook de Europese boerenkoepel Copa Cogeca als partner – zegt op te komen voor de belangen van de boerenbedrijven. Een slimme voorstelling van zaken, want veel politici dragen die doelgroep een warm hart toe. Maar in de praktijk wordt deze organisatie voor een belangrijk deel gefinancierd door de diergeneesmiddelenindustrie, vleesverwerkers, veevoerfabrikanten en vleesexporteurs. Hun belang is het om zoveel mogelijk productie te genereren tegen zo laag mogelijk kosten – precies het mechanisme wat de marktprijzen voor de boeren omlaag duwt. De European Livestock Voice geeft daaraan gehoor en verzet zich momenteel fel tegen Farm to Fork.

SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen: ‘We hebben behoefte aan gezond verstand.’

SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen liep jarenlang als ambtenaar rond op het ministerie van Landbouw, waar hij zich vooral bezig hield met Europees landbouwbeleid. Volgens hem zijn de Farm to Fork-plannen ‘niet haalbaar voor de boer en niet betaalbaar voor de consument’. 

Aan Follow the Money legt Ruissen uit wat er in zijn ogen aan schort. ‘Dat de inkomsten voor de boeren stijgen, is zeer de vraag. Het hangt er maar net vanaf welke onderzoeker je spreekt. De rapporten die ik heb gelezen baren mij alleen maar zorgen, vooral vanwege de daling in productie.’ 

Door de maatregelen verschuift die immers deels naar andere werelddelen, aldus Ruissen. ‘Bovendien zal per saldo meer landbouwgrond nodig zijn om duurzamer te produceren. Dat zorgt voor weglekeffecten. Het is daarom prematuur voor het Europees Parlement om zich nu al op die strategie vast te pinnen. Daarvoor moet er eerst een gedegen impact-assessment worden gedaan.’

Het liefst ziet de SGP’er dat de visie van Timmermans grondig wordt herzien. ‘Die strategie biedt geen toekomstperspectief. We hebben behoefte aan gezond verstand. Natuurlijk moeten de emissies omlaag, natuurlijk moeten we biologische landbouw bevorderen. Maar de vraag is: zijn de doelen realistisch en haalbaar? Als het beleid te hard voor de boeren uit marcheert, vrees ik dat er velen zullen afvallen.’

Zelf vermoedt Ruissen dat intensivering juist een oplossing kan bieden voor de lage marges van de boeren. ‘Ik zie geen tegenstrijdigheid tussen voldoende produceren en een goed inkomen voor de boeren. We moeten vooral inzetten op efficiency: met zo weinig mogelijk input zoveel mogelijk output genereren. De wereld moet immers worden gevoed. Dat kan dankzij slimme, moderne landbouw die efficiënte productie mogelijk maakt.’

Gevraagd naar onderzoeken die zijn visie onderbouwen wijst Ruissen erop dat de Nederlandse landbouw erom bekend staat zeer efficiënt te produceren, waardoor de relatieve milieu-afdruk laag blijft. ‘Daar mag best meer aandacht voor zijn.’

Desalniettemin is de Europarlementariër er geen voorstander van om concrete doelen in de Brusselse beleidsplannen op te nemen, voor bijvoorbeeld een vermindering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met 50 procent in 9 jaar tijd. En het vervolgens aan de sector zelf te laten om – bijvoorbeeld met innovaties – die doelen te bereiken. ‘Het gaat mis zodra je dat soort doelen in onhaalbare wetgeving giet,’ vindt Ruissen. ‘Als dan die deadline nadert, moeten boeren opeens allemaal trucs uithalen om eraan te kunnen voldoen.’

Lees verder Inklappen

Het is niet voor het eerst dat dit belangenspel voor frictie zorgt. Twee in het oog springende momenten in het afgelopen decennium waren het loslaten van de melkquota en de onderhandelingen voor het transatlantische handelsverdrag TTIP. Copa Cogeca – waaronder ook het Nederlandse LTO valt – was voorstander van deze liberaliserende ingrepen, ondanks protesten uit de eigen achterban. De organisatie negeerde onderzoeken die voorspelden dat meer handel en meer productie de winsten voor de boeren zouden drukken. Schaalvergroting moest daarop het antwoord zijn, teleurstelling was het resultaat.

En nu is een van de dringendste vraagstukken wie er gaat opdraaien voor de verduurzamingskosten in de agrarische sector. Ook daarin maakt de lobby opmerkelijke sprongen. Ideeën van de TAPP Coalitie – om met een extra taks de vleesprijs te verhogen en het extra geld door te sluizen naar de boeren zodat ze meer financiële armslag hebben – sabelen de LTO en haar Europese koepelorganisatie Copa Cogeca steevast neer. Het argument is dat zo’n systematiek moeilijk goed is op te zetten. Ook leeft bij de achterban dat wat de overheid vandaag neerzet als presentje, de volgende dag weer net zo makkelijk wordt afgepakt.

Wat de overheid vandaag neerzet als presentje, wordt de volgende dag weer net zo makkelijk afgepakt

Tegelijkertijd zit er een rare tegenstrijdigheid in die opstelling van LTO. De ene keer is de organisatie kritisch op hogere vleesprijzen (zoals ook in het stuk in De Telegraaf), maar op andere momenten vindt LTO juist dat supermarkten én consumenten de portemonnee moeten trekken voor de kosten die de boeren maken. ‘De lat wordt steeds hoger gelegd en daarmee stijgt ook de kostprijs,’ sprak LTO-voorman Van der Tak bijvoorbeeld nog eerder dit jaar uit tegen vakblad Nieuwe Oogst. ‘Consumenten en supermarkten zullen mee moeten betalen aan de vergroening.’

Hoe het ook zij: zolang de overheid niet tussenbeide komt, blijft het wensdenken dat boeren meer betaald gaan krijgen voor hun werk. Uit recent onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt blijkt immers eens te meer dat consumenten niet uit zichzelf meer geld gaan neertellen voor voedsel. Het is dus de politiek die moet beslissen aan welke knoppen er gedraaid gaat worden om agrariërs te compenseren voor hun duurzaamheidsinspanningen.

Melkveeboer Peter Gille: ‘Het staat of valt met de consumentenprijs.’

Melkveehouder Peter Gille maakt zich zorgen over de agrarische sector. De lage marges en alsmaar stijgende kosten, door verduurzaming én technologische ontwikkelingen, maken het voor veel boeren moeilijk om hun bedrijf toekomst te geven. Zelf heeft hij een aantal nevenactiviteiten ontwikkeld om zijn inkomsten te verhogen: een kinderdagverblijf, een agrarische winkel, een camping en een restaurant. Daarmee probeert hij de verduurzamingsslagen te financiëren. Maar wat hem betreft moet het systeem grondig herzien worden, vertelt hij aan Follow the Money.

‘Als agrarisch ondernemer bevind je je in nogal een breed en complex speelveld. Als er ergens aan één wieltje wordt gedraaid, gaan er twintig andere wieltjes draaien. Op dit moment loont het als individuele boer nog om te intensiveren, omdat je dan je vaste kosten kunt uitsmeren over meer kilo’s aardappelen of meer liters melk. Zelf ben ik in tien jaar van zestig koeien naar 140 koeien gegaan. In onze sector behoor je dan tot de extreme groeiers.’

Liever zou Gille evenwel zien dat er minder focus komt op productie en export, en meer op kwaliteit. ‘De Nederlandse landbouwsector is extreem export-gerelateerd. Dat is de grootste weeffout in ons systeem. We zijn daardoor superefficiënt en per kilo product niet zo vervuilend, maar intussen blijven onze inkomens klein.’

Een eerlijker prijs voor de boerenproducten lijkt hem ‘fantastisch’. Maar: wie gaat dat betalen? ‘Het staat of valt met de consumentenprijs. De macht ligt bij de handel, maar die gebruikt die niet om meer geld voor de producten te vragen. En op het moment dat voedsel duurder wordt, zal de politiek zeggen dat de lage inkomens dat niet kunnen betalen. Dan zie je dat de overheid weer moet bijpassen, omdat de consument het niet kan of niet wíl betalen. Maar die maakt zich vervolgens wel weer buitenproportioneel zorgen over de varkenshouderij. Ook dát is polarisatie.’

Gille vindt daarom een herziening van het systeem noodzakelijk. ‘Om telkens alles met overheidsgeld te repareren is een doodlopende weg. En je maakt mij niet wijs dat het wel mogelijk is om hogere accijns op benzine te vragen, maar niet op voedsel.’

Zelf denkt Gille dat er niets verandert doordat de grote organisaties ‘waarin de Vions, de Friesland Campina’s, Forfarmers en De Heus’ zitten, met hun enorme lobbycircuits’, toch het mainstream geluid laten horen. ‘Ook de kunstmestindustrie heeft zeer grote lobbykracht en is verantwoordelijk voor veel CO2-uitstoot. We hebben ze echter nodig om de productie te vergroten en te verbeteren. Strooien van kunstmest kan namelijk altijd financieel uit. Zo worden we gemangeld door het grove geweld van iedereen moet produceren en intensiveren. Als eenpitter kun je niks met dat krachtenveld. Ik geloof in een combinatie van technische innovatie én biologische landbouw. Daar zit de toekomst.’

Lees verder Inklappen

Strijd tegen Farm to Fork

De boerenorganisaties zijn zich hiervan intussen heus wel bewust. Achter de schermen in Brussel wordt dan ook de werkelijke lobby zichtbaar om boeren van meer inkomsten te voorzien: in plaats van een doelmatiger besteding van de Europese geldstromen, is de inzet om simpelweg met nóg meer subsidies de agrarische sector te ondersteunen. Dat blijkt uit de tekstsuggesties die Copa Cogeca begin dit jaar al deed bij Europarlementariërs als toevoeging op de Farm to Fork-visie van Timmermans.

Op dat moment was die strategie overigens nog niet doorgerekend op mogelijke effecten op de Europese landbouwsector. Timmermans had weliswaar reeds een impactanalyse laten uitvoeren, maar liet die vervolgens een half jaar op de plank liggen, tot grote ergernis van de lobby. Daarmee liet de Eurocommissaris het terrein braak liggen voor onderzoeken op eigen initiatief van de belangenorganisaties, zoals het in september verschenen rapport van de Universiteit van Kiel (in opdracht van de graanindustrie), alsook de door Croplife Europe en andere agrofoodsectoren betaalde studie van de Wageningse universiteit die vorige week verscheen.

De resultaten van die studies liegen er inderdaad niet om. De productie van met name vlees zou in alle doorrekeningen flink dalen, terwijl de prijzen voor de consumenten stijgen. Dat komt vooral doordat de Europese Commissie er met Farm to Fork op inzet de naleving van de stikstoflimieten harder af te dwingen, wat – zoals de situatie nu is – alleen bereikt kan worden als de veestapel krimpt. Bovendien stijgen volgens het onderzoek van de Universiteit van Kiel de boereninkomsten door de band genomen wel, maar dreigen er ook verliezen voor specifieke sectoren, zoals voor de graanindustrie en voor fruit- en groentetelers.

De productie van met name vlees zou in alle doorrekeningen flink dalen, terwijl de prijzen voor de consumenten stijgen

Dat is dan ook waar Copa Cogeca op wijst, gevraagd naar de aversie jegens Timmermans’ plannen. ‘De studies laten zien dat de Farm to Fork-doelen een immense impact zullen hebben met mogelijk negatieve uitkomsten voor boeren of consumenten, met amper milieuwinst,’ aldus hun persvoorlichter. ‘Dat toont duidelijk aan dat we zorgvuldige afwegingen moeten maken voordat we beslissen om de doelen te implementeren, en dat het cruciaal is om daarvan de impact te evalueren zodat we kunnen inschatten of ze geschikt zijn.’

Met andere woorden: wat Copa Cogeca betreft moet de Europese Commissie terug naar de tekentafel.

Wetenschappelijke blik

Maar wat zeggen de betrokken academici zelf, die de door de lobby bekostigde studies hebben uitgevoerd? Opmerkelijk genoeg trekken zij heel andere conclusies over Farm to Fork. Christian Henning bijvoorbeeld, de hoogleraar die het geruchtmakende onderzoek van de Universiteit van Kiel leidde, meent dat hun studie laat zien dat de Farm to Fork-strategie in feite de juiste afslag neemt, waar zowel boeren als de rest van de samenleving beter van worden. Volgens de methodiek die hij gebruikte, zullen met name veehouders flink meer inkomsten kunnen verwerven, juist dankzij de restricties in productie. ‘De Green Deal is potentieel een win-win-situatie voor de maatschappij, omdat de voordelen zwaarder wegen dan de verliezen die worden geleden door verminderde conventionele agrarische productie,’ licht hij desgevraagd toe.

Wel wijst Henning erop dat er nog extra slagen gemaakt moeten worden om tot zo gunstig mogelijke resultaten te komen voor alle betrokkenen, en om de weglekeffecten te ondervangen. ‘Niet alle boeren en agrarische onderneming zullen het vermogen hebben zich aan die dynamiek aan te passen,’ erkent de hoogleraar. Toch denkt Henning dat de boeren voor de plannen te winnen zijn. ‘Zij kunnen redelijk makkelijk gecompenseerd worden. Ik realiseer me echter dat het grotere probleem zit bij handel en agribusiness. Die zullen de verliezers zijn. Hoewel ik tegelijkertijd denk dat ook in die bedrijfstak de duurzame bedrijven winners kunnen worden mits ze het slim aanpakken.’

‘Het grotere probleem zit bij handel en agribusiness. Die zullen de verliezers zijn’

Ook Roel Jongeneel (WUR), die voor Copa Cogeca een impactstudie uitvoerde, stelt zich genuanceerder op dan zijn opdrachtgever. Hij vindt de gevolgen voor de inkomens van de boeren op basis van de huidige informatie nog moeilijk te voorspellen. Veel hangt volgens hem af van de vertaling van de Brusselse visies naar concreet beleid. ‘De eerste analyses laten zien dat veel van de milieu- en klimaatdoelen te halen zijn en tonen de kansen en knelpunten aan,’ reageert Jongeneel desgevraagd. ‘Het beleid moet daar goed op inspelen.’

Zijn collega Candel, eveneens werkzaam aan de Wageningse landbouwuniversiteit, verwacht bovendien dat duidelijke langetermijndoelen tot de nodige innovaties zullen leiden. ‘Het probleem van de recente impactanalyses is dat die hiermee geen rekening houden. Ze gaan uit van de status quo. Maar net als in eerdere landbouwrevoluties kennen we ook nu de oplossingen van morgen nog niet.’

Politiek

Deze week geeft het Europees Parlement naar verwachting een klap op de Farm to Fork-visie van de Europese Commissie. Maar daarmee is de strijd nog niet gestreden. De strategie moet nu worden uitgewerkt in concrete voorstellen. Die moeten stuk voor stuk weer voor goedkeuring langs de lidstaten en het Europees Parlement.

‘Ook consumenten, supermarkten en de industrie zullen hun gedrag moeten aanpassen’

Vooral de lidstaten zullen proberen de voorstellen van de Commissie af te zwakken, vermoedt Candel, terwijl er juist op nationaal niveau meer dient te gebeuren om een duurzamer voedselsysteem te realiseren. ‘Boeren klagen terecht dat alle opgaven en kosten van de transitie bij hen worden neergelegd. Ook consumenten, supermarkten en de industrie zullen hun gedrag moeten aanpassen. Over die spelers heeft de EU echter veel minder zeggenschap.’

Candel besluit daarom: ‘Voor echt effectieve interventies, zoals de beprijzing van niet-duurzame producten, moet de Farm to Fork worden aangevuld met ambitieus beleid op nationaal niveau.’

Kortom, de Europese hoofdsteden zijn aan zet.