Protesterende boeren breken door een afzetting van de politie bij het huis van minister van der Wal op 28 juni 2022.

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

20 artikelen

Protesterende boeren breken door een afzetting van de politie bij het huis van minister van der Wal op 28 juni 2022. © Persbureau Heitink / ANP

Meer verdienen met minder vee? Het kan, als de boer het wil

De melkprijs is hoger dan ooit. Hierdoor staan melkveehouders voor een interessante keuze. Gaan ze verduurzamen en komen ze tegemoet aan de stikstofregels van de overheid? Of gaan ze voor intensivering en breiden ze nog snel uit? Grote zuivelproducenten als A-ware zetten vol in op behoud van de status quo. En dat klinkt ook door in de steeds gewelddadiger boerenprotesten.

0:00

Vorige week was melkveehouder en SGP-raadslid Floor de Jong zó boos, dat hij besloot enkele tientallen knotwilgen te vernielen. 

Een paar dagen eerder protesteerden boeren op het land van melkveehouder Gert-Jan Brouwer in het Gelderse Stroe. De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid kon er de veiligheid van Kamerleden als Tjeerd de Groot (D66), Derk Boswijk (CDA), Laura Bromet (GroenLinks) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) niet garanderen. 

Melkveehouder Geert Leusink stond bij de minister voor stikstof Christianne van der Wal (VVD) op de stoep. Initiatiefnemer van die intimidatie was Wim Bonestroo, actief lid van het CDA en melkveehouder. En ook de blokkade van de ijsfabriek van Kamerlid Romke de Jong (D66) werd geleid door een melkveehouder; Wubbo de Jong ditmaal. 

Subsidie is de kurk waarop veel boeren drijven

Subsidie is voor melkveehouders een belangrijke inkomstenbron. Onlangs liet Follow the Money zien dat geen sector in Nederland zoveel Europese landbouwsubsidie kreeg toegeschoven als de melkvee-industrie. De bedrijven van Floor de Jong, Brouwer, Leusink, Bonestroo en Wubbo de Jong ontvingen sinds 2014 respectievelijk 434.000, 212.000, 202.000, 270.000 en 560.000 euro, zo blijkt uit onze database

Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat inkomenssteun bij melkveehouders gemiddeld ruim 30 procent beslaat van het inkomen uit de bedrijfsvoering. Bij andere boeren is dit nog meer: zetmeelaardappelbedrijven halen bijvoorbeeld ruim 75 procent van hun inkomen uit subsidie. 

Het rapport van de Algemene Rekenkamer wordt sinds de boerenprotesten veel geciteerd door mensen die iets willen zeggen over het inkomen van boeren. Daarbij moet worden aangetekend dat het hier inkomens uit 2014 betreft. Over het jaarinkomen van een boer kan vaak pas na enkele jaren een definitieve uitspraak gedaan worden. Bijvoorbeeld omdat bepaalde Europese subsidies met terugwerkende kracht kunnen worden aangevraagd. Volgens de onderzoekers zijn de inkomens uit 2014 daarom de recentste die voorhanden zijn.

Lees verder Inklappen

De prominente rol van de melkveehouders bij het boerengeweld komt op een opvallend moment. De prijs die zij voor hun product krijgen is de afgelopen maanden namelijk enorm gestegen. Ten opzichte van vorig jaar knalde de prijs voor een liter melk met bijna tweederde de lucht in. Nooit eerder stond de melkprijs zo hoog. Terwijl de boerenprotesten steeds gewelddadiger worden, verdienen melkveehouders meer dan ooit.

Eerder becijferde Follow the Money dat melk de afgelopen jaren steeds goedkoper werd. In december 1995 kreeg een boer voor een liter melk omgerekend 36 eurocent. In december 2019, bijna een kwart eeuw later, was dat nog steeds: 36 eurocent. Let wel: de inflatie tussen 1995 en 2019 was volgens het CBS ruim 58 procent. In een kwart eeuw is de reële waarde van de melk dus meer dan gehalveerd.

Dit jaar stijgen de prijzen maandelijks tot een nieuwe recordhoogte. Van 45 euro in februari via ruim 50 euro in mei naar maar liefst 60 euro per 100 kilo vandaag. Niet alleen FrieslandCampina betaalt steeds meer, ook bij zuivelverwerkers als Arla en A-ware knalt de melkprijs momenteel door het dak. 

Hoe kan dat? Hoe kan de melkprijs, die decennialang onder druk stond was, plots het ene na het andere record breken? En hoe beïnvloedt die prijs de boerenprotesten?

Koeienkrimp

Het aantal koeien in Nederland daalt al jaren. Midden jaren ’80 liepen er in ons land ruim 2,5 miljoen koeien rond. Nadat de Europese Unie in 1984 de melkquota vaststelde, die een einde moesten maken aan onverkoopbare melkplassen en boterbergen, daalde dat aantal koeien gestaag. 

Nadat Europa in 2007 bekendmaakte dat deze quota zouden verdwijnen, steeg het aantal koeien in Nederland weer. Tot Nederland in 2015 het stelsel met fosfaatrechten aankondigde: melkveehouders die willen uitbreiden moeten daarvoor van een andere melkveehouder de fosfaatrechten kopen. Sindsdien daalde het aantal melkkoeien naar ongeveer 1,6 miljoen. 

Deze melkveestapel is nog altijd groot, en komt bovenop de ongeveer 12 miljoen varkens en 105 miljoen kippen die hier rondlopen. Gezamenlijk produceren deze dieren veel mest, waardoor veel stikstof weglekt. Nederlandse natuurgebieden kunnen dit niet hebben: kwetsbare soorten worden overwoekerd door brandnetels en bramen, de biodiversiteit holt achteruit. 

Hierdoor ligt Nederland op ramkoers met de Europese regels. Alle Europese landen hebben afgesproken om hun kwetsbare natuurgebieden te beschermen. Nederland voldoet daar al jaren niet aan. 

In plaats daarvan stemde de Tweede Kamer in 2014 in met het Programma Aanpak Stikstof. Daardoor mochten provincies en het ministerie voor Landbouw natuurvergunningen verlenen op basis van toekomstige, nog niet gerealiseerde vermindering van stikstofuitstoot. 

Dit politieke geitenpaadje was juridisch onhoudbaar; de Europese Habitatrichtlijn staat niet toe nu de natuur schade toe te brengen in de hoop dat in de toekomst de schade zal worden beperkt. Dit was in 2014 ook al duidelijk: onder meer de Commissie voor de milieueffectrapportage en de Commissie Versnelling en Verbetering Besluitvorming Infrastructuur kwamen tot die conclusie. 

De Nederlandse melkveestapel krimpt en dat betekent ‘een achterblijvende aanvoer van boerderijmelk’ 

Uiteindelijk duurde het nog tot 2019 voordat de Raad van State, de hoogste algemene bestuursrechter van het land, een streep zette door vergunningen die op basis van de PAS-route verleend waren. Direct moest de maximumsnelheid op snelwegen omlaag, kwamen woningbouwprojecten stil te liggen en liepen investeringen in de industrie vertraging op. 

Pas als de uitstoot van stikstof omlaag gaat, valt hier iets aan te doen. De agrarische sector speelt hierin een bepalende rol: de sector is goed voor 61 procent van de totale stikstofuitstoot in Nederland. Bijna de helft van die uitstoot komt van runderen. Met andere woorden: koeien zijn in Nederland met afstand de grootste stikstofbron van allemaal.

Om de stikstofcrisis te bezweren, heeft de overheid inmiddels een enorme zak geld klaar staan. In het regeerakkoord is afgesproken dat hier 25 miljard euro voor wordt uitgetrokken. Met dit geld wil minister Van der Wal onder meer boeren en fabrieken verleiden om te verduurzamen. Doen ze dat niet, dan kan ze de boeren uitkopen of zelfs onteigenen.

Kortom: peak-koe ligt achter ons. De Nederlandse melkveestapel krimpt, en zal dat blijven doen. Dat betekent ‘een achterblijvende aanvoer van boerderijmelk,’ aldus een woordvoerder van FrieslandCampina. Dit slinkende aanbod kan ook niet zomaar door productie uit andere Europese landen opgevangen worden.  

Liever een graanschuur dan een stal

Sinds Vladimir Poetin Oekraïne binnenviel, van oudsher een belangrijke graanproducent, breekt de graanprijs alle records. Drie jaar geleden kostte een ton graan nog minder dan 163 euro, vlak voor de Russische inval in Oekraïne was dat een kleine 344 euro, en inmiddels kost een ton graan bijna 500 euro. 

De gestegen graanprijs raakt de zuivelindustrie indirect. Het wordt voor boeren immers aantrekkelijker om afscheid te nemen van de productie van zuivel en over te stappen op het verbouwen van graan. Dat laatste is doorgaans veel minder arbeidsintensief. Bij een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf ligt de inzet van arbeid ongeveer 30 procent hoger dan bij een gemiddeld Nederlands akkerbouwbedrijf, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen

Daar komt bij dat niet alleen Nederland, maar heel Europa te maken heeft met een krappe arbeidsmarkt. Hierdoor wordt arbeid duurder, wat het verbouwen van graan nog aantrekkelijker maakt ten opzichte van het houden van melkkoeien. 

Bovendien is er sinds de oorlog in Oekraïne sprake van politieke druk op de agrarische sector om meer graan te verbouwen. Afgelopen voorjaar was er bijvoorbeeld al een oproep aan de landbouwministers van de G7 om de productie van voedsel op te voeren. Minder melk en meer graan produceren sluit daarbij aan, aangezien graan per hectare meer voedsel oplevert dan gras, dat door koeien eerst moet worden omgezet in melk. 

Niet overal kan je grasland zomaar omzetten in graanakkers. Maar waar boeren wel die keuze hebben, wordt het aantrekkelijker om weides in te ruilen voor akkers. Dit jaar stijgt volgens onderzoeksinstituut S&P alleen al in Frankrijk, de grootste graanproducent van Europa, het areaal waarop graan wordt verbouwd met 18 procent. Voor komend jaar verwacht de Europese Commissie dat het areaal waarop zomertarwe en zomergerst verbouwd wordt, met respectievelijk 10 en 8 procent stijgt.

De productie van zuivel laat juist een tegenovergestelde beweging zien. In Duitsland, Frankrijk en Nederland – de drie grootste zuivelproducenten van Europa – neemt de melkproductie volgens de Europese Commissie af. Dat wordt deels gecompenseerd door een stijgende zuivelproductie in Oost-Europa, maar niet volledig. Voor het eerst sinds het opheffen van de melkquota in 2015 stagneert in Europa de productie van melk. 

Voor het klimaat lijkt dit goed nieuws. Natuurlijk gaat ook akkerbouw gepaard met uitstoot van broeikasgassen: tractoren verbranden diesel en kunstmest wordt van aardgas gemaakt. Niettemin is het in de strijd tegen klimaatverandering wenselijk als mensen overstappen op een veganistisch(er) dieet. Dat er vanuit de productieketen een beweging richting plantaardig voedsel wordt ingezet draagt daar aan bij.

Gigantische investeringen

De Nederlandse zuivelindustrie staat hierdoor op een tweesprong. FrieslandCampina reorganiseerde fors: de zuivelcoöperatie sloot fabrieken en voegde andere samen. 

Zuivelgigant A-ware zet juist in op meer productie, blijkt uit een vergunningsaanvraag die het Friesch Dagblad eind vorig jaar inzag. Hieruit blijkt dat A-ware, eigendom van Quote 500-miljonair Jan Anker, in zijn fabriek in Heerenveen jaarlijks 100.000 ton kaas extra wil produceren. Ook Arla Foods trok enkele jaren geleden 527 miljoen euro uit ‘om zo weer dichterbij de groeiambities te komen’. 

Met een gestegen zuivelconsumptie in Europa hebben deze investeringen overigens niet zoveel te maken: die is al jaren nagenoeg vlak. De Nederlandse zuivelgiganten zoeken actief naar afzetgebieden elders. FrieslandCampina boort met haar merk Dutch Lady bijvoorbeeld marktaandeel in Zuidoost-Azië aan, terwijl Arla over zijn investeringen schrijft dat ze zijn ‘gericht op het verhogen van de omzet [...] buiten Europa. De snelst groeiende strategische markten van de onderneming zijn het Midden-Oosten en Noord-Afrika, China en Zuidoost-Azië, Sub-Sahara Afrika en de Verenigde Staten.’

De prijs voor ‘melk‘ is zelfs zo gestegen, dat die de prijs voor biologische melk nauwelijks nog ontloopt

Deze investeringen verdienen zich alleen terug als de zuivelgiganten jaarlijks enorme stromen melk kunnen verwerken. Dus doen ze er momenteel alles aan om te voorkomen dat melkboeren overstappen op een ander product of gaan samenwerken met een concurrent. Met record-melkprijzen tot gevolg. 

De prijs voor ‘melk‘ is zelfs zo gestegen, dat die de prijs voor biologische melk nauwelijks nog ontloopt. FrieslandCampina betaalt momenteel 60 euro voor 100 kilo gewone en 62,75 euro voor biologische melk. 

Dit is inmiddels ook terug te zien in de prijs die consumenten betalen voor zuivelproducten. Uit cijfers van het CBS blijkt dat die momenteel harder stijgt dan de inflatie. De prijs in de supermarkt voor boter steeg sinds vorig jaar ruim 18 procent, de prijs voor kaas en kwark ging met ruim 11 procent omhoog. In sommige supermarkten is de prijs voor biologische zuivelproducten nu zelfs lager dan die van ‘gewone’. 

Natuurlijk kunnen melkveehouders de stijging van de melkprijs niet volledig in eigen zak steken. Ze hebben te maken met gestegen kosten: ook veevoer en kunstmest zijn bijvoorbeeld flink duurder geworden. Niettemin is duidelijk dat de melkveehouder dit jaar onder de streep meer overhoudt dan ooit tevoren. ‘Veel boeren krijgen door de gestegen melkprijs eindelijk weer vaste grond onder de voeten,’ zegt melkveehouder Dirk-Jan Schoonman. 

Vette jaren voor een overstap

De zuivelverwerkende industrie spreekt met regelmaat steun uit voor de boerenprotesten. Met name A-ware, het bedrijf van zuivelmiljonair Jan Anker, is een van de drijvende krachten achter de steeds gewelddadiger boerenbeweging. A-ware financierde bijvoorbeeld Agri Facts, een stichting met erg korte lijntjes met de Nederlandse landbouwlobby. 

A-ware noemt de stikstofplannen van het kabinet ‘onrealistisch, onnodig en onacceptabel’ en stelt ten onrechte dat er ‘discussie is’ over de bijdrage van de landbouwsector aan de stikstofcrisis. Ook FrieslandCampina meent dat boeren in Nederland ‘wat meer steun mogen krijgen’.

Duidelijk is dat veel melkveehouders die woorden ter harte nemen. Nederland is al weken in de ban van hun protest, waarbij een deel van de boeren radicaliseert, snelwegen blokkeert en politici bedreigt. 

Dirk-Jan Schoonman, melkveehouder

"Als wij de eerlijke prijs voor ons product krijgen, zijn de transities die de maatschappij van ons vraagt binnen vijf jaar gerealiseerd"

Maar de hoge melkprijzen maken het voor melkveeboeren makkelijker dan ooit om over te stappen op een extensievere, duurzame melkveehouderij. Bestuurslid Annette Harberink van Caring Farmers, een organisatie die natuurinclusieve kringlooplandbouw beijvert: ‘Slimme boeren gebruiken de vette jaren om over te stappen. De hoge melkprijs maakt die overstap minder zwaar, dus dit is hét moment.’ Melkveehouder Schoonman is het met haar eens: ‘Als wij de eerlijke prijs voor ons product krijgen, dan zijn de transities die de maatschappij van ons vraagt binnen vijf jaar gerealiseerd.’ 

Die transitie wordt evenwel bemoeilijkt doordat de prijs voor biologische en gewone melk nu dichtbij elkaar liggen. Biologisch melkveehouder Rick Huis in ’t Veld: ‘Wie extensief boert, produceert minder melk per hectare. Normaal gesproken wordt dat deels gecompenseerd door een hogere opbrengst voor biologische melk. Door de gestegen prijs voor gangbare melk is het verschil nu echter heel klein.’ 

Niettemin adviseert hij boeren nu toch over te stappen: ‘Nu kun je de omschakelkosten betalen. Over twee jaar kan de gangbare melkprijs weer een stuk lager zijn, terwijl de prijs voor biologische melk behoorlijk stabiel is.’

Niet iedere melkveehouder wil overstappen. ‘Een deel van de melkveehouders ziet niets in een duurzamer model,’ zegt Harberink. ‘Zij reageren heel anders op de stijging van de melkprijs: ze zetten in op uitbreiding.’

Dat is terug te zien in de prijs voor fosfaatrechten. Sinds 2018 moeten boeren die willen groeien fosfaatrechten bijkopen. Nu de overheid heeft aangekondigd dat de melkveestapel moet krimpen, ligt daling van die prijs in de lijn der verwachting. Veel ruimte voor groei van de melkveestapel is er niet meer. Het tegendeel is echter het geval: fosfaatrechten worden momenteel fors duurder. Ten opzichte van begin dit jaar is de prijs met 16 procent gestegen. Bewijs dat een aantal melkveehouders inzet op een zo groot mogelijk aantal koeien; niet op krimp. 

Zo kan het momenteel twee kanten op met de Nederlandse melkveehouderij. Voor boeren die willen overstappen op een duurzamer bedrijfsmodel heeft de overheid tientallen miljarden gereserveerd. Door de fors gestegen melkprijs kunnen boeren rondkomen met minder koeien en kunstmest per hectare. 

Boeren die sowieso al niet veel op hebben met een duurzamer bedrijfsmodel, zien in de gestegen melkprijs alle reden om alles bij het oude te laten, of sterker nog: te intensiveren. Zeker nu het verschil tussen gangbare en biologische melk zo klein is.

Daarmee is het boerengeweld van de afgelopen weken meer dan een reactie van ‘de’ melkveehouderij op het stikstofbeleid van de overheid. De verschillen zijn simpelweg groot. Bij een deel van de boeren gaat het niet om de vraag of ze aan de regels kunnen voldoen door te verduurzamen. Het is de vraag of ze dat willen.