Bommen en granaten onder offshore windparken

3 Connecties

De Duitsers schroeven hun ambities terug, de Britten bouwen nieuwe kerncentrales en nu vinden zelfs de Denen hun duurzame energie-aspiraties te groot en te duur. De twijfel over de zin van offshore windparken neemt toe.

In de discussie over de toekomst van duurzame energie voeren de voorstanders van een snelle energietransitie in Nederland steevast twee landen op als lichtend voorbeeld. Het ene is Duitsland, dat met zijn radicale Energiewende in rap tempo zijn centrales vervangt door duurzame energie. Een razend complex project, in technisch, planologische en politiek opzicht. Dat heeft het direct betrokken Nederlandse netwerkbedrijf Tennet aan den lijve mogen ervaren.

In 2013 werd 24,7 procent van de Duitse stroomconsumptie duurzaam opgewekt. Duitsland was tot voor kort in absolute termen de grootste producent van door windenergie opgewekte elektriciteit, maar is op dat terrein inmiddels voorbijgestreefd door de China en de VS. Omgerekend naar geïnstalleerd duurzaam vermogen per hoofd van de bevolking staat het met zonne-energie op de eerste plaats. En de Energiewende is nog maar net begonnen. Tegelijk is de realiteit dat Duitsland, samen met Tsjechië en Polen, het Europese land is dat het meest afhankelijk is van bruin-en steenkool voor zijn energievoorziening. In 2013 werd 46 procent van de elektriciteitsproductie opgewekt in kolencentrales.

Het andere voorbeeld is Denemarken. Het kleine Scandinavische land is een reus op het gebied van varkens en windenergie. Op dagen dat het lekker waait genereren de Deense windturbines meer elektriciteit dan de binnenlandse vraag. In sommige gemeentes is windenergie altijd goed voor meer dan 100 procent van de stroomconsumptie. Het overschot wordt opgeslagen, omgezet in warmte of verkocht.

Denemarken voert een consistente energiepolitiek die er op is gericht om de uitstoot van CO2 snel te verlagen en de energievoorziening veilig te stellen. Het beleid gaat ver. Zo is het sinds 2013  bijvoorbeeld niet meer toegestaan om gas- of olieverwarming in nieuwbouw te plaatsen. Het doel is even simpel als helder: in 2050 moet 100 procent van alle benodigde energie duurzaam zijn. Van over de hele wereld komen er delegaties om het Deense windwonder van nabij gade te kunnen slaan.

Bommen

In het SER-Energieakkoord dat vorig jaar werd gesloten door talloze (m.i. teveel) belanghebbenden speelt windenergie een belangrijke rol, zowel op land als op zee. Wind op land moet in 2020 een vermogen staan van 6 gigawatt. Op zee (nu 1000 megawatt geïnstalleerd of in voorbereiding) wordt er 3450 megawatt bij geplaatst.

Eindelijk, de zee op, verzuchtte een deel van de duurzame energiesector. Maar juist in de landen die daar ervaring mee hebben ingezet nemen de twijfels erover toe. Aan de aanleg van grootschalige windparken op volle zee kleven de nodige nadelen. Zeker, voordelen zijn er ook: geen klagende buren, het waait meer dan op land en dus is het rendement hoger. Dus waren er ook investeerders voor te vinden, meestal consortia van bedrijven uit verschillende sectoren, zoals bouw, techniek en energie.

Maar daarmee houden de voordelen wel op. Projecten in de Noordzee bijvoorbeeld worden niet alleen gehinderd door milieubezwaren ten aanzien van zeldzame vogels en vissen, maar ook door de aanwezigheid van explosieven uit WO II. De Noordzee bodem ligt bezaaid met zo'n 300.000 bommen, gezonken mijnen en torpedo's. Door de inwerking van het zeewater staan ze nogal eens op scherp. Aan explosieve kracht hebben ze nog niet ingeboet, zelfs de gifgasgranaten uit WOI maken de Belgische kust nog onveilig.

Dat heeft bijvoorbeeld de aansluiting van windpark Riffgat (15 km vanaf de kust van het waddeneiland Borkum) op het Duitse elektriciteitsnet, waarvoor Tennet verantwoordelijk is, ernstig vertraagd. Hoewel het windpark al klaar is sinds de zomer van 2013, kon het niet worden aangesloten. Netwerkbedrijf Tennet heeft naar eigen zeggen eerst 30 ton bommen en granaten moeten ruimen voordat het 'stopcontact' kon worden aangesloten. De kosten voor het windpark zijn 100 miljoen euro hoger dan begroot. En volgens eigenaar energiebedrijf EWE moet Tennet daarvoor opdraaien. In het halve jaar dat de windturbines hun stroom niet konden kwijt konden, moesten ze ook nog eens met walmende dieselaggregaten in beweging worden gehouden.

Riffgat: gehinderd door WOII Riffgat: gehinderd door WOII

 

 Hoge kosten en burgerprotest

De offshore windindustrie heeft er nog steeds de grootste moeite mee om de kosten voor de aanleg van windparken omlaag te brengen. Terwijl een kostenreductie van 40 procent wel een van de voorwaarden is in het Nederlandse Energieakkoord. Door technologische vooruitgang en innovatie kan de prijs per kilowattuur voor de turbinetechniek zelf nog veel verder omlaag, maar de aanleg op volle zee blijft een prijzige zaak. Hoe verder uit de kust, hoe duurder het wordt. Om over het onderhoud en de nog onzekere levensduur in het agressieve zoute zeemilieu maar niet te spreken.

Dat gegeven is een van de redenen dat de nieuwe Duitse regering de ambitie met betrekking tot offshore windenergie heeft teruggeschroefd van 10 gigawatt naar 6,5 gigawatt in 2020. In 2030 moeten er volgens de Duitse plannen voor 15 gigawatt vermogen in de Noord-en Oostzee zijn geplaatst. Dat zijn ongeveer 6000 turbines.

Maar wie gaat dat betalen? De energiemaatschappijen zijn niet meer in staat de aanleg van nieuwe windparken te financieren. De consument betaalt op dit moment via een opslagsysteem (6,24 cent per Kilowattuur, de zogenoemde EEG-Umlage) waardoor de Duitse consumentenstroomprijs nu de hoogste is van Europa. Grootverbruikers zoals de kolen- en staalindustrie zijn zo goed als vrijgesteld van de opslag. Dat wil de Europese Commissie weer niet omdat het zorgt voor onterecht concurrentievoordeel van grote Duitse industriële ondernemingen.Tegelijk neemt ook de kritiek op het hoge gegarandeerde levertarief voor offshore windparken toe. De regering wil die nu verlagen van 19ct nu naar 17ct in 2019. Dat maakt het investeren in dergelijke windparken er niet aantrekkelijker op.

En dan is er nog een andere heikele kwestie: hoe transporteer je de overvloed aan goedkope en duurzame stroom van het winderige Noord-Duitsland naar het energiehongerige industriële Zuid-Duitsland? Door middel van een nieuw aan te leggen en dus peperdure 'Stromautobahn'. Technisch kan het, maar het burgerlijk verzet tegen de aanleg van nieuwe hoogspanningsmasten van de Südlink neemt toe. Vanwege het landschap, maar ook vanwege de angst voor elektromagnetische straling. De Bürgerinitiative tegen de komst van een hoogspanningskabel boven hun hoofd vormen een reële bedreiging voor het succes van de Energiewende. De stroom moet gewoon van noord naar zuid worden gebracht, anders staan die windparken er voor niets. Van de geplande 1855 km hoogspanningsleiding is echter slechts 268 km aangelegd. Dat hindert niet alleen de Duitse, maar uiteindelijk de gehele Europese energiemarkt.

Duurzame Denen mokken

Nergens in Europa wordt meer duurzame energie opgewekt dan in Denemarken. Het land heeft een sterk windenergiecluster opgebouwd. In Vestas beschikt het over een van de grootste producenten van turbines ter wereld. Het staatsenergiebedrijf Dong is de grootste exploitant van windparken ter wereld. Dat bedrijf wordt overigens binnenkort geprivatiseerd: zeer tegen de zin van veel Denen neemt Goldman Sachs een belang in Dong. Het staatsbedrijf kampt met geldtekort en ook molenfabrikant Vestas moest de afgelopen jaren duizenden banen schrappen.

Onmiskenbaar hebben de Denen successen geboekt, maar tegen een te hoge prijs. Althans, dat vindt Det Miljøøkonomiske Råd. De commissie komt de komende week met de – voor velen verrassende – conclusie dat de Deense klimaatpolitiek te ambitieus en te duur is. De Deense concurrentiepositie wordt erdoor verzwakt, de stroomprijzen zijn veel te hoog. Dat zal ten koste gaan van de welvaart in Denemarken, constateert de commissie. En dan nog is het de vraag hoe effectief de energiepolitiek in werkelijkheid is.

Denemarken heeft zichzelf ten doel gesteld om in 2020 35 procent van zijn elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken. Dat is 15 procent meer dan de 20 procentsdoelstelling van de EU, maar op de totale uitstoot van CO2 is de Deense inspanning de spreekwoordelijke druppel op de gloeiende plaat.

 Nationaal energieproject

Nederlandse politici en beleidsmakers doen er goed aan de Duitse en Deense ontwikkelingen nauwgezet in de gaten te houden en nog eens goed na te denken over ons eigen energiebeleid. Is de 18 miljard euro die de komende 15 jaar in de aanleg van offshore windparken gaat worden gestoken in de vorm van SDE+ subsidies  – en die vooral ten goede komt aan consortia van bestaande energiebedrijven en bouwondernemingen  – écht de beste investering voor het doel? Kan het zijn dat een combinatie van isolatie en decentrale opwekking, aangemoedigd door een redelijke terugleververgoeding voor particulieren en energiecollectieven, wellicht goedkoper en efficiënter zijn om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen?

Of: waarom steken we die 18 miljard niet in de ontwikkeling van kernfusie? Of thorium-reactoren? Nu zijn politieke carrière toch bezig lijkt te stranden, zou PvdA-lijsttrekker en kernfysicus Diederik Samson de ideale man kunnen zijn om een ambitieus en uiterst innovatief nationaal energieproject te leiden.

Lobby

Daarmee wil ik niet zeggen dat de plannen voor de ontwikkeling van windenergie (al dan niet offshore) volledig onzinnig zijn, zoals sommige commentatoren roepen. De lobbymachines draaien op hogere toeren dan de windmolens zelf en dat betekent dat het met de feiten niet al te nauw wordt genomen. Telegraaf-columnisten Willem Vermeend en Rick van der Ploeg weten zich op dat punt in negatieve zin te onderscheiden.

Twijfelachtig onderzoek krijgt veel aandacht in de media. Zoals onlangs bijvoorbeeld het rapport dat Buck Consultants International maakte in opdracht van kuststeden. Het stelde dat windmolenparken voor de kust slecht zouden zijn voor het toerisme en dat ze maar liefst 3000 banen zouden kosten. Een nogal boude conclusie, waarop het nodige valt af te dingen. Het toerisme in Denemarken en Groot-Brittannië heeft niet geleden onder de aanwezigheid van windmolens. Een slimme ondernemer zou van de windparken zelfs een toeristische attractie kunnen maken.  (Lees hier de genuanceerde analyse van Henri Bontenbal van onder meer dit onderzoek en andere beweringen over offshore windenergie).

Afgelopen zondag heb ik nog eens de proef op de som genomen voor de kust bij Bergen aan Zee, waar het Prinses Amalia windpark ligt. Hieronder de foto. Het park (23 km uit de kust) is met het blote oog inderdaad goed zichtbaar, maar het lijkt me sterk dat er om die reden deze zomer geen files richting het strand zullen staan. Maar de Waddenvereniging heeft natuurlijk helemaal gelijk met haar pleidooi dat er áls er windparken worden aangelegd er één samenhangend beleid moet komen.

Drieduizend banen weg door windparken aan de horizon. Wie gelooft het?

  In tegenstelling tot wat wordt beweerd (bijv. door Vermeend e.a.) zijn noch de Denen, noch de Duitsers, noch de Amerikanen 'gestopt' met investeren in windenergie. Wel zijn ze behoedzamer geworden en worden er meer kanttekeningen geplaatst, ook door voorstanders.

Nadenken

Nederland is een gasland en loopt achterop met het aandeel duurzame energie in zijn totale energiemix. Maar dat kan nu een voordeel zijn: we zitten nog niet vastgenageld aan windenergie.

Het staat intussen vast dat klimaatverandering voor het grootste deel wordt veroorzaakt door een toenemend percentage broeikasgas (waaronder CO2) in de atmosfeer. Ook vast staat dat die verandering ons geld gaat kosten. De Britten in de overstroomde gebieden betalen er deze winter al voor. Nederland heeft uiteindelijk een direct financieel belang bij CO2-reductie. Maar dat is niet het enige argument om te investeren in niet-fossiele energie.

We moeten er rekening mee houden dat de eigen voorraden winbaar aardgas sneller uitgeput kunnen raken dan voorzien. De onverwachte toename van het aantal krachtige aardbevingen in het Noorden van Nederland dwingen nu al tot beperking van de winning. Het is ook prettig om niet afhankelijk te zijn van Russisch gas. Windparken op zee zullen aardgas nooit helemaal vervangen, maar in de totale energiemix zouden ze een noodzakelijk element kunnen zijn, bijvoorbeeld om aardgas te sparen en de uitstoot van CO2 te beperken. Maar gezien de vele twijfels over offshore windenergie vraag ik me af of we juist daarin de komende jaren 18 miljard euro subsidie moeten steken. 

Het bestaan van een Energieakkoord mag geen verbod zijn om alsnog eens wat dieper na te denken over de keuzes die we maken. De 18 miljard euro die nu hoofdzakelijk in de zakken van consortia van energie- en bouwbedrijven belandt kun je maar een keer uitgeven.

Een energietransitie is hoe dan ook onvermijdelijk. De vraag is vooral hoe. Als de conclusie is dat in het Energieakkoord niet de beste keuzes zijn gemaakt, dan kan het maar beter zo snel mogelijk worden opengebroken.