Ministers Martin van Rijn en Hugo de Jonge, bij  een persconferentie in juni 2020

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Met het coronavirus is een crisis van historische proporties ontstaan, niet alleen medisch, maar ook economisch. In de vorm van steunfondsen en noodmaatregelpakketen werden bedrijven wereldwijd met vele miljarden op de been gehouden.

Waar met geld gesmeten wordt, liggen misbruik en fraude op de loer. Daarom volgt FTM de ontwikkelingen op de voet. Wie profiteert van de crisis? En welke oplossingen dienen welke belangen? 

210 artikelen

Ministers Martin van Rijn en Hugo de Jonge, bij een persconferentie in juni 2020 © Bart Maat / ANP

Den Haag lijkt niet geïnteresseerd in het pas verschenen rapport van Deloitte over de mondkapjesdeal. Er is geen Kamerdebat over ingepland, de betrokken politici leggen geen verantwoording af. Dit terwijl het rapport allerlei vragen oproept over het verantwoordelijke ministerie en de politieke leiding, die nu onbeantwoord blijven. Follow the Money brengt ze in kaart.

0:00

1,3 miljoen euro: zoveel kostte het Deloitte-rapport over de mondkapjesdeal die de overheid in april 2020 sloot met Sywert van Lienden en zijn compagnons. Het rapport is een minutieuze reconstructie van de uitgave van 100 miljoen euro belastinggeld aan mondkapjes die nooit zijn gebruikt.

Na de moeizame totstandkoming – onder meer veroorzaakt door spanningen tussen het ministerie van Volksgezondheid (VWS) en Deloitte – waren de verwachtingen hooggespannen. Op 16 september publiceerde VWS het lijvige stuk

Daarna werd het stil. Geen enkele partij heeft een debat erover aangevraagd.

Het CDA en de VVD hebben daar ook geen belang bij, vanwege de betrokkenheid van hun eigen ministers (Hugo de Jonge, CDA, en Conny Helder, VVD). Een woordvoerder van de D66-fractie in de Tweede Kamer zegt desgevraagd dat het onderwerp waarschijnlijk aan de orde komt in de parlementaire enquête over de coronacrisis. De fractie van de Christenunie reageerde überhaupt niet op vragen hierover. 

Bij oppositiepartij PvdA, die vorig jaar allerlei Kamervragen stelde over de affaire, staat het laag op de agenda. Fractievoorzitter Attje Kuiken zegt niet te weten of er een debat komt. ‘Dat moet ik uitzoeken.’ De minister die voor de deal verantwoordelijk was, is Martin van Rijn, een bestuurder van PvdA-huize.

Ook Kamerlid Nicky Pouw-Verweij (JA21) stelde eerder Kamervragen, maar zegt net als Kuiken geen idee te hebben of er een debat komt. Zelf is ze druk met de Tijdelijke Commissie Corona, die de parlementaire enquête over de aanpak van de pandemie voorbereidt.

Of deze commissie de mondkapjesdeal agendeert, is onduidelijk. De leden ervan hebben geheimhouding afgesproken. Daarmee lijkt die 1,3 miljoen euro voor Deloitte voorlopig weggegooid geld.

Geen bombshell

De oorzaak van de desinteresse kan gelegen zijn in het ontbreken van een bombshell. Zo bevat het rapport nauwelijks nieuwe informatie over de betrokkenheid van Hugo de Jonge. Het maakt kristalhelder dat hij de aanjager was van de deal, die zonder zijn betrokkenheid waarschijnlijk niet tot stand was gekomen. Maar dat wist iedereen al. 

De ambtenaren togen zelfs naar het kantoor van de inkopers om hen te dwingen de order in te voeren

Het feitenrelaas bevat geen wezenlijk nieuwe inzichten over de rol van VWS. Gedetailleerd wordt in kaart gebracht hoe ver een team ambtenaren van het department ging om de overeenkomst erdoor te drukken, ondanks protesten van professionele inkopers, die herhaaldelijk zeiden dat er al ruimschoots voldoende mondkapjes waren besteld. De ambtenaren gingen zelfs zo ver dat ze fysiek naar het kantoor van de inkopers togen om hen ter plekke te dwingen de order voor 40 miljoen mondkapjes in het systeem in te voeren.

Dat bevestigt de conclusie van Follow the Moneys boek Sywerts miljoenen: de deal is niet gesloten om schaarste te bestrijden, maar omdat Hugo de Jonge Sywert van Lienden als een politieke bedreiging zag.

Toch staan er na lezing nog enkele belangwekkende vragen open, die Deloitte niet heeft weten te beantwoorden.

Wie hakte de knoop door?

Formeel was de deal een overeenkomst tussen Mediq bv – dat namens VWS als inkoper optrad – en Relief Goods Alliance (RGA), de commerciële bv van Van Lienden en compagnons. Op 22 april 2020 stonden alle handtekeningen op de overeenkomst. Maar die van de overheid is nergens te bekennen. 

De verantwoordelijke topambtenaar Mark Frequin, tijdelijk ingevlogen om ambtelijk leiding te geven aan het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH), gaf slechts mondeling toestemming om 100 miljoen uit te geven. Voor de huisaccountant van Mediq was dat hiaat reden om in januari 2021 alarm te slaan. Daarna vroeg Mediq om (her)bevestiging van de bestelde goederen en ‘door VWS vastgestelde verkoopprijzen’. Frequin gaf daarop alsnog een schriftelijk akkoord voor de deal.

Gaf Frequin zijn fiat op eigen houtje? Bij een omstreden uitgave van 100 miljoen euro die was ingestoken door Hugo de Jonge, ligt dat niet voor de hand. Waarschijnlijker is dat Frequin overleg heeft gehad met zijn politieke bazen, waaronder Martin van Rijn. 

Elk spoor daarvan ontbreekt. 

Er lijken hierover geen e-mails, geen WhatsAppjes, geen andere schriftelijke stukken te zijn uitgewisseld tussen de ambtelijke top van VWS en de politieke leiding. Althans, die staan niet in Deloittes rapport. Dat suggereert dat Martin van Rijn niet aan het onderzoek heeft meegewerkt. Referenties aan een interview met hem ontbreken ook.

Kort na publicatie van het rapport van Deloitte, op 21 september, wilde Kamerlid Fleur Agema (PVV) van minister voor Langdurige Zorg Conny Helder (VVD) weten wie verantwoordelijk was voor de ‘doorslaggevende druk vanuit VWS – en vanaf welk niveau binnen VWS – om de mondkapjesdeal door te zetten’. 

Helder antwoordde op 10 oktober: ‘Het feitenrelaas geeft [..] geen concreet besluit weer van een betrokkene van VWS gericht op het aangaan van de overeenkomst met RGA. Het rapport laat zien dat verschillende functionarissen van VWS op verzoek van de politieke leiding van VWS om maximaal PBM in te kopen – volgend uit een politieke opdracht gezien het hierboven beschreven tijdsgewricht – hebben gehandeld om met Stichting Hulptroepen Alliantie (SHA)/RGA tot overeenstemming te komen.’

Geen concreet besluit

De enige manier om boven tafel te krijgen wie de knoop echt doorhakte, is een parlementaire enquête.

Waarom hield Hugo de Jonge vol dat er schaarste was?

Op 10 april 2020 stuurde een hooggeplaatste ambtenaar van VWS een WhatsAppje aan minister Martin van Rijn over haar zorgen dat het LCH nog steeds ‘koopt wat nodig lijkt, in plaats van voorraden aan te leggen’. Van Rijn bevestigde dat het LCH voorraden moet aanleggen, zo blijkt uit het Deloitte-rapport. 

Nog diezelfde dag verstuurde de ambtenaar een ‘Opdrachtmail inzake LCH’ aan Mark Frequin, met de minister in de cc. De formulering van de opdracht bevat de zinsnede ‘maximaal in te kopen’. De term ‘oversupply’ – ook wel ‘ijzeren voorraad’ genoemd – begint dan te circuleren.

Die dag meldde het LCH in zijn nieuwsbrief dat er 62 miljoen FFP2-mondkapjes onderweg waren naar Nederland. Meer orders zaten toen al in de pijplijn: op 16 april – zes dagen voor de deal met RGA – waren er 74 miljoen FFP2-mondkapjes en route; meer dan genoeg voor zes maanden bevoorrading van de zorg bij een blijvende piekvraag. Die cijfers kunnen VWS niet zijn ontgaan.

Op verzoek van De Jonge belde topambtenaar Bas van den Dungen nog diezelfde dag met Van Lienden om een en ander in gang te zetten

10 april was ook de dag waarop Sywert van Lienden laat in de middag een serie kritische tweets verstuurde om een ‘politiek deurtje’ te openen. Die tweets waren aanleiding voor Hugo de Jonge om zijn rechterhand Bart van den Brink aan te sporen onmiddellijk contact met Van Lienden op te nemen. Op verzoek van De Jonge belde topambtenaar Bas van den Dungen nog diezelfde dag met Van Lienden om een en ander in gang te zetten. 

Op 16 april meldde Hugo de Jonge tijdens een Kamerdebat dat er nog altijd ‘wereldwijde schaarste’ was aan beschermingsmiddelen. Zo bleef in de Kamer en in het land het idee leven dat we met een schrijnend tekort kampten.

Het roept de vraag op waarom De Jonge in de Kamer de zorgen over een tekort niet wegnam, maar ze juist versterkte. Intern was immers al sinds 10 april duidelijk dat er niet langer een tekort was, en de bewindslieden nu naar een ‘oversupply’ streefden.

Waarom gaf VWS Van Lienden een vrijbrief om de voorwaarden van de deal te dicteren?

Van Lienden en co kregen de gelegenheid zelf het inkooporderformulier van het LCH in te vullen. Volgens het LCH, blijkt uit het rapport, is RGA de enige leverancier geweest die dat zelf heeft gedaan. 

RGA nam daarin op dat de deal volledig werd voorgefinancierd: de eerste helft moest VWS direct betalen, de laatste helft vier dagen voor inspectie van de maskers in de fabriek. De bijlage bij de definitieve order bevatte dezelfde betalingscondities. 

Het gevolg: de oprichters van de Stichting Hulptroepen – in het leven geroepen om de zorg tegen kostprijs van mondkapjes te voorzien – hoefden geen cent voor te schieten. Het risico kwam geheel bij de overheid te liggen.

Het is onduidelijk of deze condities het resultaat zijn van onderhandelingen. Heeft Mark Frequin hiermee vooraf ingestemd? Zo ja, wist zijn minister dat? Uit de documentatie van het rapport van Deloitte wordt alleen duidelijk dat de voorwaarden afwijken van de standaardcondities van het LCH.

Een ambtenaar van VWS stuurde de door van Lienden ingevulde documenten door aan onder meer Mark Frequin en tekende daarbij aan: ‘Ik doe vooralsnog niets, en kom alleen in actie als een spanning op de lijn komt met LCH.’ Frequin vroeg zijn collega vervolgens een ‘vinger aan de pols’ te houden. De voorfinanciering lijkt geen onderwerp van discussie te zijn geweest.

Een medewerker van het LCH zei tegen Deloitte verrast te zijn geweest door een volledig getekend inkooporderformulier dat niet de gangbare procedure had doorlopen: de afdeling Finance was er niet bij betrokken geweest en er stonden afwijkende betalingsvoorwaarden in. De actieve inmenging van een ambtenaar van VWS droeg ‘extra’ bij aan de verbazing.

Een andere medewerker van het LCH voegde bij het indienen van het formulier toe: ‘Betalingsovereenkomsten overruled door VWS. Geen credit check gedaan.’ En: ‘VWS Accepteert risico mbt creditcheck.’ In een gesprek met Deloitte stelde het LCH deze aanpassing te hebben doorgevoerd omdat hun team Finance geen controle op prijs, kwaliteit en betalingsvoorwaarden had uitgevoerd. VWS had daar niet om verzocht.

Kortom: de normale procedure is voor Van Lienden volledig opzij gezet.

Waarom vroeg VWS niet om de prijsopbouw?

De voorfinanciering door VWS had geen impact op de prijs. Dat zou je normaal gesproken wel verwachten, nu de risico’s op het bordje van de overheid terecht kwamen. Ook het transport kwam voor rekening (en risico) van de overheid. 

Over de prijs onderhandelde het departement überhaupt niet. Een betrokken ambtenaar liet Deloitte weten niet te hebben gevraagd om een prijsopbouw van de mondkapjes. Maar nadat hij de inkoopformulieren van Van Lienden kreeg, schreef hij in een e-mail aan onder meer Mark Frequin: ‘Onderbouwing prijs opbouw lijkt niet te zijn toegevoegd.’ 

Dat suggereert dat daar wel om is gevraagd. Door wie is een raadsel, want ook de baas van het LCH, Rob van der Kolk, zei tegen Deloitte dat hij er niet om heeft verzocht.

Hoe dan ook, Van Lienden stuurde VWS daarna wel een prijsopbouw van zijn eerste testorder bij Shengquan, een van de twee Chinese fabrieken die hij contracteerde. Het leidde niet tot vragen van VWS. Een verzoek om ook de prijsopbouw te geven van de tweede order, bij de andere fabriek (Ryzur), bleef uit. 

De marge die RGA uiteindelijk behaalde – en die tot een winst van 20 miljoen leidde – is veel groter dan de ingediende prijsopbouw voorspiegelt. Van Lienden en co gaven daarin een veel hogere inkoopprijs op dan zijzelf voor de bulk van de order betaalden, zo blijkt uit het contract met de Chinese fabrikant, gepubliceerd in Sywerts miljoenen

Wist VWS dat de winst in de zakken van Van Lienden en co zou belanden?

VWS wist dat het een overeenkomst met Relief Goods Alliance sloot en dat er winst zou ontstaan. Wist de overheid ook waar die winst zou belanden? Met andere woorden: wist de top van VWS dat RGA losstond van de stichting Hulptroepen Alliantie?

Daarover biedt het rapport van Deloitte geen uitsluitsel. Hun onderzoek laat vooral zien dat er veel verwarring bestond over de rollen van de drie aandeelhouders van RGA: Sywert van Lienden, Bernd Damme en Camille van Gestel. Die verwarring werd door henzelf gevoed, onder meer de naam door van de bv, die veel weg heeft van de Engelse vertaling van Hulptroepen Alliantie, en zo een samenhang met de stichting suggereert die er niet is.

Voormalig minister Martin van Rijn zei in mei 2021 in de Volkskrant dat Van Lienden hem nooit heeft geïnformeerd over zijn zakelijke belangen in Relief Goods Alliance. Een soortgelijke uitspraak van Van Rijn ontbreekt in het rapport.

De vraag of VWS op dit punt is misleid, is zodoende niet beantwoord.

Was de deal corrupt?

De handelwijze van de betrokkenen bij de mondkapjesdeal is een vorm van corruptie. Dat stelde Willeke Slingerland, lector weerbare democratie aan de Hogeschool Saxion, eerder tegenover Follow the Money. Ze deed onderzoek naar vriendjespolitiek en de manier waarop dat international strafbaar is gesteld, en promoveerde op het fenomeen ‘netwerkcorruptie’. Daarvan is sprake wanneer mensen op invloedrijke posities elkaar de bal toespelen voor eigen of andermans gewin en daarbij misbruik maken van hun positie.

‘Handel in invloed is een groter en grijzer gebied dan omkoping: het is de verwevenheid van gunsten en personen die het zo diffuus maakt’

De mondkapjesdeal en de aanzet daartoe door De Jonge is volgens Slingerland te kwalificeren als ‘handel in invloed’, een fenomeen dat tegen omkoping aanschuurt, maar niet hetzelfde is. ‘Dit is geen doelbewust crimineel gedrag. Bij handel in invloed ligt de tegenprestatie in de toekomst. En het gaat hier om meerdere personen. Veel mensen hadden baat bij de deal, die bedoeld was om de overheid te beschermen tegen kritiek. Er was dus politiek gewin. Handel in invloed is een groter en grijzer gebied dan omkoping: het is de verwevenheid van gunsten en personen die het zo diffuus maakt.’

Oud-officier van justitie en advocaat Robert Hein Broekhuijsen zit op dezelfde lijn. ‘Bij omkoping gaat het om een directe trade-off, zoals een ambtenaar die geld krijgt voor een vergunning. In dit geval is de trade-off onduidelijk, daarom is dit geen omkoping. Maar het valt wel onder het ruimere begrip handel in invloed.’ 

Hugo de Jonge ontkent dat zijn bemoeienis was ingegeven door de ‘beeldvorming’, die Van Lienden met zijn tweets nadelig beïnvloedde. De echte reden om hem als leverancier binnen te halen, zo stelde De Jonge dit voorjaar in de Kamer, was het risico dat de stichting Hulptroepen zou gaan ‘concurreren’ met de inkooporganisatie van de overheid, het LCH. 

De beeldvorming speelde echter wel degelijk een rol. 

In het eerste onderzoek naar de mondkapjesdeal, vorig jaar uitgevoerd door forensisch accountant Grant Thornton, zei een van de geïnterviewden van VWS: ‘Twee keer nee verkopen [aan Van Lienden] zou kunnen leiden tot politieke en maatschappelijke verontwaardiging.’

Op 10 april 2020, de dag van Van Liendens Twitter-tirade, schreef minister De Jonge aan een ambtenaar: ‘De kritiek is te massief’

In appverkeer schreef De Jonge dat het voor VWS beter zou zijn als Van Lienden ‘pissing out [the tent]’ was dan ‘pissing in’, verwijzend naar een beroemd citaat van de Amerikaanse oud-president Lyndon Johnson. Ook schreef de minister op 10 april 2020 – de dag van Van Liendens Twitter-tirade – aan een ambtenaar: ‘De kritiek is te massief.’ Een bron uit de top van het ministerie zei eerder tegen Follow the Money dat men zeer beducht was voor de kritiek, die zou kunnen terugkomen in debatten waarin De Jonge destijds als ‘chef corona’ aantrad.

Een paar weken na het beklinken van de deal had Van Lienden opnieuw kritiek op het LCH. Van Rijn appte De Jonge op 29 april dat Van Lienden een grote order voor 40 miljoen mondkapjes had gekregen: ‘Hij had nog geen productervaring! [..] Hij heeft een hele goeie deal kunnen sluiten. [..] Vind het heel teleurstellend dat hij [Van Lienden, red.] vervolgens zo negatief doet over het LCH. Dat had hij juist beloofd niet te doen.’ De Jonge antwoordde: ‘Oei, geen impuls in de relatie geweest…:-)’. 

Dit wekt ten minste de schijn dat bij de leiding van VWS niet alleen de verwachting leefde dat de opiniemaker zich koest zou houden na een deal, maar dat hierover zelfs afspraken (‘beloofd’) waren gemaakt. Welke afspraken dat zijn, staat niet in Deloittes rapport. 

Alleen een verhoor onder ede kan hier duidelijkheid brengen.