© ANP / Bart Maat

Brede steun voor twijfelachtig minder-koeienplan [met updates]

    De Tweede Kamer gaat waarschijnlijk akkoord met een mestplan dat grotendeels door bedrijven werd geschreven. Dat wil echter niet zeggen dat de Kamer er ook vertrouwen in heeft. Zelfs verantwoordelijk staatssecretaris Van Dam twijfelt aan de haalbaarheid van zijn eigen strategie.

    Tevreden? Rik Grashoff kan het nog niet zeggen. ‘De positie van de grondgebonden en biologische boeren is tenminste iets verbeterd,’ aldus het GroenLinks-Kamerlid, ‘maar het blijft slap.’ Hij heeft er net een bijna tien uur durend debat op zitten. Op 1 december, half acht ’s avonds, begon het. Het eindigde even voor halfzes op 2 december. Daarmee wordt net geen record gebroken; er is ooit een debat geweest dat nóg later eindigde. Grashoff vond het ‘onverantwoordelijk lang duren,’ maar een meerderheid wilde het debat in één ronde voltooien. De reden, volgens Fatma Koşer Kaya (D66): ‘Boeren snakken naar duidelijkheid.’

    De uitkomsten

    Twee nieuwe regelingen stonden op het programma. Beide zijn bedoeld om het mestoverschot op te lossen dat is ontstaan door het afschaffen van het melkquotum. Nederland heeft een uitzonderingspositie om meer mest op het land te rijden en de meeste politieke partijen willen die positie graag behouden (zie kader).

    Het eerste plan is een sectorplan voor 2017, waarin onder meer staat dat boeren minder koeien moeten gaan houden. De tweede is een fosfaatwet, die in moet gaan vanaf 2018. In deze wet staat dat de melkveehouders een bepaalde hoeveelheid fosfaat mogen produceren. Op dat laatste vlak heeft Grashoff samen met anderen waarschijnlijk een wens ingewilligd gekregen: boeren die al hun mest op eigen grond kunnen afzetten, hoeven hun aantal koeien niet te reduceren.

    Hoe zat het ook alweer?

    In 2015 werd het melkquotum afgeschaft. Hierdoor begonnen sommige boeren veel meer koeien te houden. De hoeveelheid mest, en daarmee ook de voedingsstof fosfaat, nam daarmee fors toe. Nederland heeft echter met de Europese Commissie afgesproken dat er niet meer dan 172,9 miljoen kilogram fosfaat geproduceerd mag worden. Daar zitten de melkveehouders nu fors boven — en dat is een probleem.

    De maximale hoeveelheid fosfaat is namelijk geregeld in een zogenoemde derogatie: een afspraak waarin staat dat melkveehouders in Nederland tot 40% meer stikstof mogen bemesten dan afgesproken in de Europese Nitraatrichtlijn. Deze richtlijn is er vooral om de waterkwaliteit te beschermen. Nederland heeft deze uitzonderingspositie gekregen onder de voorwaarde dat ze niet te veel fosfaat produceert.

    Gebeurt dat wel, dan verliest Nederland de uitzonderingspositie. In dat geval moet ons land zich ineens aan de normale wet houden en veel minder stikstof bemesten. Dat betekent dat een groot aantal koeien moet verdwijnen. ‘Als dat gebeurt, staan er 20.000 banen op de tocht,’ zegt Carla Dik-Faber van de ChristenUnie. ‘De melkveesector verliest dan bijna één miljard euro,’ rekent Fatma Koşer Kaya van D66 voor. Eigenlijk wil elke partij behalve de Partij voor de Dieren het verlies van de derogatie koste wat kost voorkomen.

    Lees verder Inklappen

    Voordeel voor grondgebonden boeren

    Het voordeel voor deze grondgebonden boeren geldt echter pas vanaf 2018. Staatssecretaris Martijn van Dam vond niet dat hij de fosfaatrechten al voor 2017 geldig kon maken. Boeren zouden dan onvoldoende op de nieuwe regels kunnen anticiperen, en naar de rechter kunnen stappen omdat er ineens een onvoorspelbare wet geïntroduceerd is. De staatssecretaris liet sectorpartijen daarom zelf een akkoord voor 2017 schrijven.  

    ‘Hij heeft naar eigen zeggen geen bevoegdheid om het plan aan te passen’

    Van Dam gaat deze sectorverklaring, die werd geschreven door slechts enkele belanghebbende partijen, wel ‘algemeen geldend’ maken. Ook grondgebonden boeren worden in dit plan verplicht om mee te doen. Dat wil zeggen: ‘Zij moeten een aantal koeien afvoeren om het mestoverschot, ontstaan door de groei van anderen, op te vangen.’ Van Dam wil met de sector praten om het plan gunstiger te maken voor grondgebonden boeren, maar hij heeft naar eigen zeggen ‘geen bevoegdheid om het plan aan te passen’. ‘Dat is natuurlijk onzin,’ aldus Grashoff. ‘De sector wil heel graag dat de staatssecretaris de afspraak algemeen bindend verklaart, hij heeft echt wel onderhandelingsruimte.’

    Fout op fout

    Deskundigen zeiden vorige week op FTM dat het verantwoordelijke ministerie van Economische Zaken veel eerder in had moeten grijpen. Kamerleden vonden dat tijdens het debat ook. ‘De overheid heeft het laten afweten. Er is fout op fout gestapeld,’ aldus Rik Grashoff van GroenLinks. ‘Uiteindelijk zijn er akkoorden gesmeed door lobbyclubs. Het verleden leert dat afspraken vaak niet worden niet nageleefd. Daarbij staan lobbyclubs eigenlijk niet echt voor de belangen voor de achterban.’

    Elbert Dijkgraaf van de SGP is kwaad dat de staatssecretaris zelf niet meer initiatief heeft genomen. ‘Halverwege september was duidelijk dat de EU niet akkoord ging. Waarom is er toen niets gebeurd? En waarom ging alles via ambtenaren? Waarom kwam de staatssecretaris pas in beeld toen de inhoudelijke onderhandeling eigenlijk al voorbij was? De Nitraatrichtlijn [waarop voor Nederland dus een uitzonderingspositie geldt] gaat eigenlijk om de waterkwaliteit. Die waarden worden vrijwel nergens in Nederland overschreden. De veehouderij is op die plaatsen vaak ook niet verantwoordelijk voor een slechte waterkwaliteit. De staatssecretaris doet aan wegschuifpolitiek: hij schuift het ofwel weg op Europa, of op de sector.’

    ‘Het was duidelijk dat Nederland een concurrentievoordeel had’

    Ook Fatma Koşer Kaya van D66 neemt het staatssecretaris Van Dam kwalijk dat de fosfaatwet waar hij in 2015 mee kwam, werd afgekeurd door de Europese Unie. ‘Het was duidelijk dat Nederland een concurrentievoordeel had. Dit had de staatssecretaris moeten zien.’ Van Dam zei tijdens het debat dat het ministerie niet had kunnen voorzien dat de oorspronkelijke wet zou worden afgekeurd. Helma Lodders (VVD) had achteraf gezien ook liever gezien dat het ministerie eerder had ingegrepen, maar: ‘Brussel reageerde ook traag en was niet eenduidig.’ Ze vervolgt: ‘volgens mijn contacten waren ze in Brussel in eerste instantie veel positiever.’


    Elbert Dijkgraaf (SGP)

    "Waarom kwam de staatssecretaris pas in beeld toen de inhoudelijke onderhandeling eigenlijk al voorbij was?"

    Riskant plan

    De komende tijd wordt het plan verder uitgewerkt. De laatste onderzoeken voor de fosfaatwet die in 2018 ingaat, zullen pas in het najaar 2017 worden afgerond. De Kamer hoopt dat de plannen juridisch haalbaar blijken en dat de Europese Commissie ze ditmaal goedkeurt. Veel vertrouwen daarin is er echter niet. Zo wil Jaco Geurts van het CDA dat Van Dam met een tweewekelijkse rapportage komt. Die krijgt hij niet: Van Dam belooft één keer per kwartaal te rapporteren.

    ‘Ik heb geen glazen bol’

    Ook Lodders van de VVD is nog niet gerust op een goede afloop. Ze vraagt voor de zekerheid om een toevoeging dat de Nederlandse wet alleen in werking treedt als het verruimde fosfaatplafond intact blijft. Ook Jacco Geurts van het CDA zegt dat het alleen doorgaat als aan verschillende randvoorwaarden wordt voldaan. ‘Maar ik heb geen glazen bol,’ zegt hij optimistisch.

    Staatssecretaris Martijn van Dam gaat het nu in Brussel proberen. Hoeveel vertrouwen hij zelf heeft? ‘Het wordt een hele kluif. Het is allerminst zeker dat we de derogatie zullen houden.’

    [Updates]:

    4/12/2016: Ook in de verdere uitwerking van het sectorplan worden grondgebonden boeren nu ontzien. Dit om juridische claims te voorkomen. Verder is er een nieuwe hobbel: de melkafnemers lijken aansprakelijk voor eventuele claims van boeren die nu minder melk mogen leveren. Er wordt op dit moment uitgezocht hoe groot deze juridische gevolgen zijn.

    5/12/2016: Staatssecretaris Van Dam zou in juli al weten dat de Europese Commissie niet akkoord zou gaan met het aanvankelijk geplande stelsel van fosfaatrechten. Tijdens het Kamerdebat zei hij dat hij dit pas na de zomer wist.

    6/12/2016: Drie zuivelondernemingen zijn uit het sectorakkoord gestapt omdat zij vinden dat het plan te veel juridische risico's met zich meeneemt en het onzeker is dat de Europese Commissie dit plan steunt. Ook binnen FrieslandCampina rommelt het; een aantal leden van FrieslandCampina in Zuidoost-Nederland roept op om af te zien van het plan. De bedrijven deden via de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) mee met het plan. De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Fosfaatwet.

    3/1/2017: Staatssecretaris van Dam heeft een list bedacht om het fosfaatplan voor 2017 via een oude wet soepeler door Brussel te loodsen. Dat zit zo. In een zogenaamde 'algemeen verbindend verklaring' wilde Van Dam boeren verplichten om minder koeien te gaan houden en zo voorkomen dat Nederland weer meer fosfaat produceert dan van de Europese Unie mag. De EU moet zo'n algemeen verbindend verklaring echter goedkeuren, en dat is kort dag aangezien 2017 al begonnen is. De staatsecretaris heeft daarom nu besloten geen 'algemeen verbindend verklaring' te maken, maar in plaats daarvan een 'ministeriële regeling' te schrijven op basis van de bijna 60 jaar oude Landbouwwet. In deze ministeriële regeling staat straks hetzelfde, alleen heeft Brussel er veel minder over te zeggen. Deze nieuwe strategie is ook juridisch slimmer: omdat de regeling nu gemaakt wordt op basis van een bestaande wet, kunnen melkveehouders minder gemakkelijk schade claimen. Van Dam hoopt dat zijn plan per 1 maart van kracht wordt.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Stijn van Gils

    Gevolgd door 153 leden

    Voedsel wordt verbouwd in een veranderende wereld vol belangen. Ik wil weten wat dit betekent voor ons eten van nu en straks.

    Volg Stijn van Gils
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren